Vlaanderen scherpt digitale competenties in onderwijsdoelen aan

De Vlaamse onderwijsdoelen leggen digitale competenties explicieter vast voor basis- en secundair onderwijs. Scholen moeten die doelen vanaf de jongste leerjaren verwerken, met aandacht voor computationeel denken, digitale informatievaardigheid, mediawijsheid en digitale creatie.

De vernieuwing past in het Digiplan 2025-2029, dat scholen moet helpen leerlingen klaar te maken voor een digitale samenleving. De overheid wil dat leerlingen niet alleen digitaal kunnen werken, maar ook kritisch, veilig en doelgericht omgaan met technologie.

De nieuwe doelen maken duidelijk dat digitale competenties meer zijn dan klikken of typen. Scholen krijgen ruimte om zelf te bepalen hoe ze de doelen in lessen en projecten verwerken, zolang ze de minimumverwachtingen maar aan bod laten komen.

Nieuwe minimumdoelen in het lager onderwijs

Sinds 1 september 2025 gelden nieuwe minimumdoelen voor het kleuteronderwijs, het vierde leerjaar en het zesde leerjaar. Scholen mogen er al vrijwillig mee starten, maar de invoering wordt pas vanaf 1 september 2026 stap voor stap verplicht. In het vierde jaar leren leerlingen onder meer begrippen als hardware, software, online en offline gebruiken. In het zesde jaar gaat dat verder naar digitale informatieverwerking, netwerken en opslag.

Ook computationeel denken krijgt een duidelijke plaats. Leerlingen bouwen in het vierde jaar lineaire algoritmes op, terwijl ze in het zesde jaar ook herhaling en keuze leren gebruiken. Daarnaast schuift digitale informatievaardigheid op van basisgebruik van apparaten en mappenstructuren naar doelgericht bestandsbeheer, zoekstrategieën en het beoordelen van digitale bronnen.

Van mediawijsheid tot AI

In mediawijsheid groeit de focus van online privacy en persoonlijke gegevens naar auteursrecht, portretrecht, online veiligheid en nepnieuws. Leerlingen moeten ook leren hoe digitale media hun leven beïnvloeden, bijvoorbeeld via reclame, schermtijd, pesten of cookies, en zo bewuster te leren omgaan met schermgebruik. In het zesde jaar komt digitale creatie erbij, met aandacht voor digitale communicatie via berichten, e-mail, chat of videogesprekken.

De overheid verwacht ook dat scholen inspelen op nieuwe thema’s zoals artificiële intelligentie, data-ethiek en cybersecurity. Vlaamse leerlingen hebben volgens recente peilingen van MICTIVO 4 en ICILS al een stevige basis in algemene computercompetenties, maar hun communicatieve digitale vaardigheden kunnen nog groeien. Voor scholen ligt daar dus ruimte om te oefenen, verdiepen en evalueren.

lees ook

Van Digisprong naar Digiplan: onderwijssector zit met veel vraagtekens

Nieuwe Europese leeftijdslabels voor games vanaf 2026

Vanaf juni 2026 veranderen de Europese leeftijdslabels voor videogames. Niet alleen de inhoud van een game telt dan mee, maar ook systemen zoals loot boxes, battle passes en online interactie. Daardoor kunnen games sneller een 16+ of zelfs 18+ label krijgen.

De nieuwe regels moeten beter aansluiten bij hoe videogames vandaag werken. Leeftijdslabels zoals PEGI keken tot nu toe vooral naar geweld, taalgebruik of angst. Voortaan wegen ook de manier waarop een game spelers probeert te laten terugkeren en betalen mee in de beoordeling.

Verdienmodellen tellen voortaan mee

Games met betaalde kanssystemen, zoals loot boxes of kaartpacks waarbij spelers niet weten wat ze krijgen, krijgen voortaan minstens een 16+ label. Ook andere systemen die spelers actief blijven prikkelen, zoals tijdelijke beloningen, battle passes en dagelijkse inlogvoordelen, kunnen een hogere leeftijdsgrens opleveren.

Daarnaast krijgt online interactie meer gewicht. Games waarin spelers vrij met elkaar kunnen communiceren zonder duidelijke moderatie, kunnen hoger worden ingeschaald. Ook systemen rond gokken of verhandelbare digitale items worden strenger beoordeeld, met in sommige gevallen een 18+ label.

Waarom de regels veranderen

De videogame-industrie is sterk geëvolueerd en bouwt vandaag vaak op verdienmodellen die spelers langer aan een spel moeten binden. Snelle aankopen, willekeurige beloningen en tijdelijke voordelen spelen in op gedrag en motivatie, en kunnen spelers stimuleren om terug te keren en opnieuw te betalen.

Volgens de nieuwe regels hebben die mechanismen ook een impact, zeker bij jongeren. De Europese labels proberen daarom niet langer alleen de zichtbare inhoud van een game te beoordelen, maar ook de manier waarop die game is ontworpen.

Wat ouders en scholen ermee kunnen doen

Leeftijdslabels blijven een nuttig houvast, maar ze vormen geen sluitend systeem. Een hogere leeftijdsgrens zegt dus niet alleen iets over geweld of taal, maar ook over de manier waarop een game aandacht vasthoudt of betalingen uitlokt.

AI zorgt voor ingrijpende veranderingen in huiswerk en evaluatie in het onderwijs

Door de opkomst van artificiële intelligentie passen leerkrachten hun aanpak rond huiswerk aan, met minder of andere opdrachten. Experts benadrukken dat het leerproces belangrijker wordt dan het eindproduct, terwijl scholen zoeken naar manieren om AI verantwoord te integreren.

De inzet van AI in het onderwijs zet traditionele huiswerkvormen onder druk. Leerkrachten merken dat het moeilijk is om na te gaan in hoeverre leerlingen hulp krijgen van AI-toepassingen zoals AI-toepassingen zoals ChatGPT bij het maken van opdrachten thuis. Dit leidt tot aanpassingen in de manier waarop huiswerk wordt gegeven en geëvalueerd.

Vooral beginnende leerkrachten kiezen vaker voor minder of geen huiswerk, of verschuiven naar opdrachten die niet via AI kunnen worden opgelost. Er zijn ook initiatieven om richtlijnen te ontwikkelen voor het verantwoord gebruik van AI door leerlingen, maar controle blijft lastig.

Huiswerk verandert door AI

Leerkrachten melden dat ze minder vaak huiswerk meegeven of dat het type opdrachten verandert. Schrijfopdrachten worden bijvoorbeeld niet meer thuis gemaakt, omdat het onmogelijk is om te controleren of leerlingen daarbij AI gebruiken. In de klas wordt meer ingezet op pen-en-papierwerk om het leerproces beter te ondersteunen.

Daarnaast worden in de les vaker testjes afgenomen om te peilen of leerlingen de leerstof echt begrijpen. Sommige leerkrachten vragen na het maken van oefeningen ook naar de werkwijze om zeker te zijn dat de kennis op eigen kracht is opgedaan. Dit is vooral het geval bij jongere docenten en zij die nog maar enkele jaren voor de klas staan.

Evaluatie en AI-geletterdheid

Experts zoals Lut De Jaegher van de Arteveldehogeschool pleiten ervoor om niet alleen naar het eindproduct te kijken, maar vooral naar het leerproces. Ze benadrukt dat AI als hulpmiddel kan dienen bij het verbeteren van het leerproces wanneer het verstandig wordt ingezet. Zo kan AI helpen om een evaluatiecrisis bloot te leggen en meer inzicht te geven in hoe leerlingen leren.

lees ook

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs

Digitale maturiteit van scholen vraagt zelfinzicht en samenwerking over alle lagen

Wie vandaag met schoolbesturen en educatieprofessionals spreekt, hoort vaak hetzelfde dilemma. Er wordt van scholen verwacht dat ze hun digitale transformatie versnellen. Echter, de dagen zitten vol, de verwachtingen ten aanzien van lesstof nemen toe en er is steeds minder ruimte en tijd voor extra projecten.

Met de komst van het Digiplan is die ambitie in Vlaanderen nog een stuk concreter geworden. Het plan biedt houvast en richting, maar legt tegelijk ook bloot hoe complex de opdracht eigenlijk is. Want digitalisering gaat niet over één beslissing of één investering. Het raakt aan de manier waarop een school als geheel functioneert en haar ICT-beleid heeft neergezet. Met als doelstelling het versterken van de pedagogie, zonder digitale disruptie.

Zelfinzicht en samenhang

Allereerst is het belangrijk om te onderkennen dat er al heel veel door scholen wordt gedaan. Van ICT-beleidsplannen, extra opleidingen voor leerkrachten, investeringen in IT-infrastructuur en digitale leermiddelen. Toch lopen scholen nog vaak tegen de grenzen aan bij het verder adopteren en implementeren van technologie. In mijn ogen zijn de belangrijkste elementen een beter zelfinzicht en samenhang.

Als het vastloopt, komt dat vaak doordat er tegelijk wordt ingezet op digitale leermiddelen, administratieplatformen en nieuwe didactiek, zonder dat altijd helder is wat eerst komt en wat kan wachten. Daar waar ambities niet alleen van bovenaf worden opgelegd, maar juist gezamenlijk worden geformuleerd ontstaat realisme en draagvlak. Bijvoorbeeld het tijdig en op het juiste niveau betrekken van de ICT-coordinatoren en tevens vroegtijdige afstemming met het onderwijzend personeel. Zo kan per organisatielaag worden afgestemd wat de uitkomsten zouden moeten zijn.

Want hoe ver is digitalisering daadwerkelijk doorgedrongen in de lessen? Krijgen leraren de middelen om het beleid van het bestuur uit te voeren? Komen de projecten bovenop de dagelijkse vraagstukken rond AI, schermtijd en digitale ongelijkheid, of helpen ze juist bij het aanpakken ervan?

SELFIE en Digital Schools Awards

Het Digiplan vraagt scholen om digitalisering een echt onderdeel te maken in hun beleid, didactiek en professionalisering. Dat klinkt als een extra opdracht, maar in de praktijk overlapt dit sterk met wat veel scholen al doen. Veel scholen gebruiken voor een goede analyse al de Europese SELFIE-tool, waarin de inzichten en input van schoolbestuur, leraren, leerlingen en andere betrokkenen bij elkaar worden gebracht. Het laat zowel de sterke als kritische elementen zien. En het voorkomt dat er te veel wordt ingezet op overhaaste korte termijn ‘fixes’. Het geeft de IT-afdeling bovendien een goed uitgangspunt om een realistisch perspectief te geven bij ad-hoc vragen en spoedverzoeken en de juiste vervolgstappen af te stemmen.

Daarnaast is er een programma dat diverse scholen al hebben ingezet: de Digital Schools Awards. Een aanvullend praktisch kader om de digitale groei te analyseren en te ontwikkelen, dat nauw aansluit op de bouwstenen van het Digiplan. Scholen die dit traject doorlopen kunnen efficiënt belangrijke stappen voorwaarts zetten, en krijgen daarnaast de Europese Digital School-erkenning. Het doel is niet om zoveel mogelijk tegelijkertijd te doen, maar de juiste dingen in de juiste samenhang te doen.

Digitale maturiteit ontstaat niet door zoveel mogelijk programma’s af te vinken, maar leiderschap dat richting geeft, de pedagogie centraal stelt en het tempo bewaakt op wat in de diverse lagen van de organisatie uitvoerbaar is. Dat maakt digitalisering geen extra last, maar een duurzame versterking van het onderwijs. Vandaag, morgen en de jaren die volgen.

lees ook

Van Digisprong naar Digiplan: onderwijssector zit met veel vraagtekens


Dit is een ingezonden bijdrage van Koen Van Beneden, Senior Vice President en Managing Director van HP Nordics-Benelux.

VEX-robots: praktische robotica in de klas 

Wat vroeger voor veel leerlingen een droom was, gebeurt vandaag gewoon in de klas: leren programmeren met robots. VEX is daar een schoolvoorbeeld van. 

Educatieve robotica wordt steeds vaker ingezet in het onderwijs om programmeerconcepten concreter te maken. Robotsystemen zoals VEX bieden een manier om programmeerlogica te koppelen aan fysieke interactie. Leerlingen schrijven instructies en zien meteen hoe die zich vertalen in beweging of gedrag van een robot. 

Programmeerlogica zichtbaar maken 

Een belangrijke meerwaarde van educatieve robots is dat ze abstracte programmeerprincipes zichtbaar maken. Begrippen zoals volgorde, herhaling en voorwaarden worden duidelijker wanneer leerlingen het effect ervan meteen kunnen zien. 

Volgens Jurgen Moons, leerkracht STEM aan Middenschool Bree, stimuleert die concrete aanpak leerlingen om zelfstandig te experimenteren. Wanneer ze met de robot werken, ontstaan er vaak spontaan nieuwe opdrachten en uitdagingen. “Dan kunnen ze voor zichzelf en voor elkaar de uitdagingen verzinnen,” vertelt hij over de manier waarop leerlingen met de robots aan de slag gaan.  

Dat experimentele karakter sluit goed aan bij de principes van STEM-onderwijs, waar probleemoplossend denken en iteratief testen centraal staan. 

Programmeren met blokjes 

De programmeeromgeving van VEX werkt met visuele blokjes die je kan verslepen. In plaats van zelf code te schrijven, bouwen leerlingen programma’s door blokken met instructies te combineren. Die aanpak is vergelijkbaar met platforms zoals Scratch en zorgt er voor dat er veel meer leerlingen er zonder een te grote leercurve aan kunnen beginnen. 

Leerlingen die al ervaring hebben met dergelijke systemen herkennen de structuur meestal snel. “Het mooie is dat de online programmeeromgeving met die blokjes werkt. Dat herkennen ze wel van Scratch en van andere dingen,” zegt Moons. Omdat de software via een browser werkt, is er weinig technische installatie nodig. In veel gevallen is een laptop of Chromebook genoeg om een programma te schrijven en via Bluetooth naar de robot te sturen. 

Toch betekent die makkelijkere programmeeromgeving niet dat leerlingen alle concepten meteen snappen en kunnen gebruiken. Net zoals bij andere programmeeromgevingen blijft begeleiding nodig om de logica achter de instructies goed te begrijpen. 

Programmeren is belangrijker dan bouwen 

Een verschil met sommige andere educatieve robotsystemen is dat VEX-robots vaak kant-en-klaar worden gebruikt. Daardoor kunnen leerlingen sneller beginnen programmeren zonder eerst een mechanische constructie te bouwen. 

Dat kan didactische voordelen hebben. Wanneer een robot eerst moet worden opgebouwd, verschuift de aandacht soms naar het bouwproces. Volgens Moons gebeurt dat bijvoorbeeld bij sommige bouwkits: “Leerlingen willen meteen beginnen bouwen. Maar als de uitdaging niet lukt, denken ze dat het aan de constructie ligt.” Een vooraf gebouwde robot kan die focus verleggen naar het programmeren zelf.  

Abstract leren denken 

Voor sommige leerlingen kan robotica helpen om programmeerlogica beter te begrijpen. Dat gebeurt vooral als abstracte concepten moeilijk te visualiseren zijn. Dan kan een robot hiervoor een concrete start geven. 

Torben Vandevelde testte VEX-robots in een OKAN-klas, waar leerlingen vaak anderstalig zijn en uit verschillende richtingen komen. Hij merkt dat fysieke interactie daar een verschil kan maken. “Die robot helpt echt om dat te visualiseren en hun werk tastbaarder te maken. Je merkt wel dat dat enthousiasme opwekt.”  

Voor leerlingen die minder ervaring hebben met digitale technologie kan een visueel en tastbaar systeem helpen om programmeerlogica stap voor stap te begrijpen. 

Context en opdrachten 

Hoe robots in de klas worden gebruikt, hangt wel af van de opdrachten die leerkrachten ontwerpen. Vaak worden programmeeropdrachten gekoppeld aan concrete scenario’s om de motivatie te verhogen. 

In sommige lessen worden bijvoorbeeld eenvoudige parcoursen gebouwd waarin een robot obstakels moet ontwijken of een doel moet bereiken. Vandevelde gebruikte een voetbalscenario voor een van zijn opdrachten. “Ze moesten proberen programmeren dat de robot tussen die kegels kon rijden en dan een bal in een doel schieten dat ik gemaakt had,” legt hij uit.  

Van blokken naar code 

De blokjes zijn uiteraard bedoeld voor beginners. In een later stadium kunnen de leerlingen overschakelen naar tekstgebaseerde programmeertalen. Dat maakt het mogelijk om dezelfde hardware in verschillende onderwijsniveaus te gebruiken. 

Volgens Vandevelde kan de code bijvoorbeeld later in een programmeertaal zoals Python worden bekeken of aangepast. “Je kunt beginnen op een lager niveau met die visualisatie met blokken, en later kun je dat omzetten naar Python,” merkt hij op.  

Dat soort schaalbaarheid kan voor scholen interessant zijn, omdat één platform in meerdere leerjaren kan worden ingezet. 

Praktische beperkingen 

Naast didactische voordelen zijn er ook praktische factoren die bepalen hoe robotica in de klas wordt gebruikt. Budgetten spelen daarbij vaak een belangrijke rol. Robotsystemen vragen een flinke investering en voor groepswerk zijn meestal meerdere sets nodig. 

Vandevelde wijst erop dat één robot vooral geschikt is als introductie, terwijl er voor groepjes leerlingen meerdere toestellen nodig zijn. “Het is natuurlijk een investering,” zegt hij. “En eigenlijk zou het ook wel leuk zijn als je er minimum twee hebt.”  

Daarnaast zijn er ook praktische vragen rond duurzaamheid en onderhoud. Robots worden vaak door verschillende klassen gebruikt, waardoor robuustheid en levensduur belangrijke factoren zijn voor scholen. 

Tevreden leerlingen 

De leerlingen die met de VEX-robots aan de slag mogen, waren erg enthousiast. Het feit ieder kind, op welk niveau dan ook, op hun manier met VEX aan de slag kan gaan is een groot voordeel. De robots maken programmeren toegankelijker en leuker, vooral omdat leerlingen hun code meteen in een fysieke toepassing kunnen testen. 

Meet the Expert: brug tussen bedrijven en leerkrachten versterkt STEM-onderwijs

Meet the Expert brengt leerkrachten van technische vakken in contact met experts uit de industrie om hun praktijkkennis te verruimen en jongeren beter te oriënteren. Initiatieven zoals bij BASF en MKB tonen het belang van deze samenwerking voor het oplossen van het tekort aan technisch geschoolde profielen in Vlaanderen.

De snel evoluerende technologische sector en het tekort aan STEM-profielen vormen een uitdaging voor het onderwijs. Meet the Expert, een initiatief van de Vlaamse Stuurgroep RTC, speelt hierop in door leerkrachten technische en STEM-vakken bedrijfservaring aan te bieden. Zo bouwen scholen en industrie samen aan toekomstgericht onderwijs dat beter aansluit bij de arbeidsmarkt.

Door leerkrachten rechtstreeks kennis te laten maken met actuele technologieën en processen in bedrijven, kunnen zij hun lessen verrijken en leerlingen inspireren voor STEM-richtingen. Dit initiatief sluit aan bij de onderwijshervorming en de vraag naar actuele, praktijkgerichte kennis.

Hoe werkt Meet the Expert en wat is het doel?

Meet the Expert faciliteert bezoeken van leerkrachten aan bedrijven waar ze de werking van machines, robotica en digitalisering leren kennen. Dit format combineert authentieke leerervaringen met directe interactie met experts en kennis die meteen toepasbaar is in de klas. Zo versterkt het de vakkennis van leerkrachten en helpt het hen om leerlingen beter te begeleiden naar STEM-richtingen.

RTC Antwerpen neemt de organisatie en afstemming met leerplannen op zich, zodat bedrijven zich kunnen focussen op inhoudelijke kennisdeling. Dit resulteert in een duurzaam partnerschap tussen onderwijs en bedrijfsleven, dat op lange termijn STEM-talent in Vlaanderen ondersteunt.

Welke rol spelen bedrijven zoals BASF en MKB?

BASF zet al twaalf jaar in op structurele samenwerking met het onderwijs en gebruikt Meet the Expert om jongeren te oriënteren en leerkrachten inzicht te geven in technologische noden van het bedrijf. Ze bieden lesmateriaal en cases aan die aansluiten bij moderne technologieën zoals drones en mechatronica.

lees ook

Waarom STEM-opleidingen terrein verliezen: scholen missen digitale en pedagogische vernieuwing

Microsoft haalt GitHub AI-modellen weg uit studentenplan

Microsoft heeft een onderdeel van het GitHub Student Developer Pack aangepast. De toegang tot bepaalde AI-modellen via GitHub Models wordt verwijderd uit het gratis studentenplan. Dat zorgt voor discussie binnen onderwijs- en ontwikkelaarskringen.

Minder AI-tools voor studenten

GitHub Models gaf studenten toegang tot verschillende AI-modellen waarmee ze konden experimenteren binnen ontwikkelprojecten. De functie maakte het mogelijk om generatieve AI te integreren in applicaties zonder zelf een complexe infrastructuur op te zetten.

Volgens berichtgeving van The Register verdwijnt deze toegang nu uit het GitHub Student Developer Pack. Het pakket blijft bestaan, maar bepaalde AI-functionaliteiten worden niet langer inbegrepen.

Microsoft heeft geen uitgebreide verklaring gegeven over de reden achter de wijziging.

Impact voor onderwijs en studenten

Het GitHub Student Developer Pack wordt wereldwijd gebruikt door universiteiten en hogescholen om studenten toegang te geven tot professionele ontwikkeltools. Vooral in opleidingen rond softwareontwikkeling, data science en AI was de integratie met GitHub Models een handige manier om met generatieve AI te experimenteren.

Het wegvallen van deze functie kan betekenen dat studenten alternatieve platforms moeten gebruiken wanneer ze AI willen integreren in projecten.

Voor onderwijsinstellingen die GitHub intensief inzetten in hun curriculum kan dit ook gevolgen hebben voor bepaalde lesmodules rond AI-ontwikkeling.

Groei van AI zorgt voor kosten en keuzes

De beslissing past binnen een bredere trend waarbij technologiebedrijven hun AI-diensten herbekijken. Het draaien van grote taalmodellen brengt aanzienlijke infrastructuurkosten met zich mee. Bedrijven zoeken daarom naar manieren om gratis toegang te beperken of te differentiëren tussen gebruikersgroepen.

Voor studenten blijven er wel andere AI-tools beschikbaar via het GitHub-platform en via externe diensten.

AI blijft belangrijk in IT-opleidingen

Ondanks deze wijziging blijft AI een belangrijk onderdeel van IT-onderwijs. Steeds meer opleidingen integreren generatieve AI, machine learning en automatisering in hun curriculum.

De aanpassing bij GitHub toont echter dat toegang tot AI-platformen niet vanzelfsprekend is en dat onderwijsinstellingen soms afhankelijk blijven van de strategische keuzes van technologiebedrijven.

lees ook

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs

Anthropic’s Claude introduceert interactieve visuals voor betere leerervaring

Anthropic breidt Claude uit met dynamische visualisaties die realtime interactieve beelden creëren tijdens gesprekken. Deze nieuwe functie helpt gebruikers bij het leren, plannen en analyseren zonder dat er code aan te pas komt.

De chatbot Claude, ontwikkeld door Anthropic, kreeg vorig jaar al de tijdelijke functie ‘Imagine with Claude’ waarmee gebruikers interactieve visuals konden maken zonder programmeerkennis. Nu integreert het bedrijf die mogelijkheid direct in de chat, waardoor visuele ondersteuning vanzelf verschijnt wanneer Claude dat nuttig acht. Dit moet gesprekken verrijken en complexere informatie toegankelijker maken.

De visuele elementen veranderen mee met het gesprek en kunnen op verschillende manieren worden ingezet, van educatieve diagrammen tot zakelijke grafieken. Dit maakt Claude meer dan een tekstgebaseerde assistent, met extra focus op interactief leren en inzicht.

Hoe werkt de nieuwe visualisatiefunctie?

Claude genereert automatisch een visualisatie in het gesprek wanneer dat relevant is. Bijvoorbeeld bij vragen over de periodieke tabel toont het een interactief schema waarin elk element aangeklikt kan worden voor meer info. Of bij praktische onderwerpen, zoals het vouwen van een papieren vliegtuigje, maakt Claude een stap-voor-stap diagram.

De visuals verschijnen inline, dus direct in het chatvenster, en zijn tijdelijk: ze passen zich aan of verdwijnen naarmate het gesprek vordert. Gebruikers kunnen ook zelf een visualisatie aanvragen, bijvoorbeeld door te zeggen: “visualiseer hoe dit in de tijd verandert.”

Wat zijn de toepassingen van Claude’s visuals?

Naast educatieve doeleinden kunnen de visuals ook zakelijke inzichten vergemakkelijken. Ondernemers kunnen Claude bijvoorbeeld vragen een grafiek te maken van hun omzet op basis van eerder gedeelde data. Dit helpt om informatie beter te begrijpen en te analyseren zonder aparte software nodig te hebben.

De visuele ondersteuning is ontworpen om het gesprek te versterken. Claude bouwt deze beelden op maat voor de context van het onderwerp en helpt zo de gebruiker om informatie sneller te verwerken en toe te passen.

lees ook

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs

ChatGPT introduceert interactieve visuals voor wiskunde en wetenschap

OpenAI heeft een nieuwe functie gelanceerd voor ChatGPT die interactieve visuals genereert om wiskunde- en wetenschapsconcepten beter te begrijpen. Gebruikers kunnen variabelen aanpassen en de invloed ervan op oplossingen visualiseren.

OpenAI heeft aangekondigd dat ChatGPT vanaf nu interactieve reacties zal genereren wanneer gebruikers vragen stellen over specifieke wetenschappelijke en wiskundige concepten. Dit initiatief is bedoeld om het leerproces te verbeteren, vooral voor studenten. De eerste onderwerpen waarvoor deze visuals beschikbaar zijn, omvatten onder andere de stelling van Pythagoras, de wet van Coulomb en lensvergelijkingen.

Bij deze nieuwe functie kunnen gebruikers de variabelen en de vergelijking zelf aanpassen, wat hen in staat stelt om direct te zien hoe deze veranderingen de uitkomst beïnvloeden. OpenAI meldt dat er meer dan zeventig concepten zijn waarvoor deze interactieve visuals beschikbaar zijn, met plannen om in de toekomst nog meer onderwerpen toe te voegen. Dit maakt het een waardevolle tool voor iedereen die wiskunde of wetenschap bestudeert, met een bijzondere focus op middelbare en universitaire studenten.

Verbetering van het leerproces

De lancering van interactieve visuals volgt op de introductie van de Study Mode in de zomer van 2025. Deze functie was een reactie op het toenemende gebruik van chatbots door studenten om hun huiswerk te maken. In plaats van directe antwoorden te geven, stimuleert de Study Mode gebruikers om zelf antwoorden te vinden, wat hun leerervaring verder versterkt. OpenAI benadrukt dat deze nieuwe functie slechts het begin is van hun plannen om interactieve leerervaringen uit te breiden.

Daarnaast zal OpenAI blijven werken aan de ontwikkeling van nieuwe tools die het leren met ChatGPT kunnen versterken. De organisatie is vastbesloten om onderwijs te ondersteunen door middel van technologie, en deze nieuwe functie is een stap in die richting.

Conclusie en vooruitblik

De introductie van interactieve visuals in ChatGPT biedt een innovatieve manier voor studenten om complexe concepten te begrijpen. Met de mogelijkheid om variabelen aan te passen, wordt de leerervaring interactiever en dynamischer. OpenAI’s toewijding aan het verbeteren van onderwijs door technologie belooft een positieve impact te hebben op de manier waarop studenten leren en problemen oplossen in de toekomst.

Kinderen bouwen aan duurzame toekomst tijdens Siemens Little Innovators

Zo’n honderd kinderen ontdekten de wereld van technologie en innovatie tijdens de veertiende editie van Little Innovators. Het initiatief van Siemens vond plaats in Huizingen en bracht vijftig kinderen van Siemens-medewerkers samen met vijftig leerlingen van het vijfde leerjaar van de Gemeentelijke Basisschool Huizingen. Via interactieve workshops maakten ze kennis met STEM: science, technology, engineering en mathematics.

De activiteit viel niet toevallig samen met UNESCO World Engineering Day for Sustainable Development. Met deze editie legt Siemens de nadruk op duurzame ontwikkeling en de rol die technologie speelt in de toekomst van onze planeet.

Met Little Innovators wil Siemens kinderen al op jonge leeftijd laten kennismaken met wetenschap en technologie. Door zelf te experimenteren, programmeren en bouwen ervaren ze hoe technologie kan bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen.

Dit jaar werkte Siemens samen met de VUB STEAM-academie, een interdisciplinair initiatief van de Vrije Universiteit Brussel. De academie brengt jongeren, leerkrachten en ondernemers samen in een leeromgeving waar wetenschap, technologie, techniek en creativiteit elkaar versterken.

STEM ontdekken tijdens Siemens Little Innovators

Volgens Wendy Van Moer, directeur van de VUB STEAM-academie, draait het initiatief niet alleen om technologie, maar ook om vaardigheden voor de toekomst.

“We stimuleren probleemoplossend denken, ondernemerschap en 21e-eeuwse vaardigheden, met bijzondere aandacht voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s). De STEAM-academie wil een platform bieden waar jongeren technologie niet alleen begrijpen, maar ook zelf toepassen.”

Tijdens Little Innovators volgden de kinderen verschillende hands-on workshops. Siemens organiseerde sessies met de eigen ontwikkelde Little Innovators-kits. Met deze educatieve kits ontdekken kinderen op een speelse manier de basisprincipes van programmeren, automatisering en digitale logica. Siemens ontwikkelde de kits met de bedoeling ze ook breder in te zetten binnen STEM-initiatieven in het onderwijs.

Van zonne-energie tot slimme elektronica

Samen met de VUB STEAM-academie bouwden de kinderen een ventilator op zonne-energie. Daarbij leerden ze hoe zonnecellen energie opwekken en hoe die energie via een eenvoudige elektrische schakeling beweging kan creëren.

Daarnaast maakten ze kennis met slimme elektronica in de workshop ‘Hier brandt de lamp!’. In deze sessie ontdekten ze hoe elektrische schakelingen werken en hoe technologie dagelijkse toepassingen mogelijk maakt.

Samenwerking rond STEM-onderwijs

De samenwerking tussen Siemens en de VUB STEAM-academie stopt niet bij Little Innovators. Siemens ondersteunt ook het door VLAIO goedgekeurde STEM-ontwikkelaarsproject PICKERO.

In dat project bouwen jongeren tussen 14 en 18 jaar een pick-and-place robot die LEGO-blokjes sorteert op kleur. De deelnemers werken in kleine teams samen met ingenieurs en experts uit het bedrijfsleven. Zo leren ze niet alleen technische vaardigheden, maar ook samenwerken en ontwerpen in een realistische context.

Jongeren warm maken voor een carrière in technologie

Met Little Innovators wil Siemens ook aandacht vragen voor de groeiende vraag naar technisch talent. De energietransitie, digitalisering en industriële innovatie vergroten de behoefte aan ingenieurs, techniekers en programmeurs.

Volgens Katrien Valkiers, hoofd communicatie en duurzaamheid bij Siemens Belux en oprichtster van Little Innovators, helpt het initiatief om technologie tastbaar te maken voor kinderen.

“Als technologiebedrijf willen we kinderen al op jonge leeftijd laten ervaren hoe boeiend en creatief technologie kan zijn. Door hen zelf te laten bouwen, programmeren en experimenteren tonen we dat technologie niet abstract is, maar iets waarmee zij zelf de wereld kunnen verbeteren.”

Ook Serge Molinari, CEO van Siemens Belgium-Luxembourg, benadrukt het belang van investeringen in onderwijs.

“De technologische uitdagingen van morgen beginnen in de klas van vandaag. Daarom investeren we in initiatieven over alle onderwijsniveaus heen. Via projecten zoals duaal leren, samenwerking met Regionale Technische Centra en partnerships met universiteiten en hogescholen brengen we jongeren in contact met technologie en innovatie.”

Technologie met maatschappelijke impact

Door het initiatief te koppelen aan UNESCO World Engineering Day for Sustainable Development onderstreept Siemens dat engineering verder gaat dan technologie alleen. Het draait ook om maatschappelijke impact en duurzame oplossingen.

Little Innovators toont hoe nieuwsgierigheid, creativiteit en techniek samen een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een duurzame toekomst.

lees ook

Waarom STEM-opleidingen terrein verliezen: scholen missen digitale en pedagogische vernieuwing

Instagram waarschuwt ouders wanneer tieners zoeken naar termen over zelfmoord

Instagram gaat ouders informeren wanneer hun tiener herhaaldelijk zoekt naar termen die te maken hebben met zelfmoord of zelfverwonding. Het moederbedrijf Meta Platforms kondigde deze nieuwe functie aan als onderdeel van extra maatregelen rond online veiligheid voor jongeren.

De melding verschijnt alleen bij ouders die de toezichtfunctie op het account van hun tiener hebben geactiveerd.

Instagram wil ouders sneller waarschuwen bij zorgwekkend zoekgedrag

Wanneer een tiener op korte tijd meerdere keren zoekt naar woorden die gelinkt zijn aan zelfmoord of zelfverwonding op Instagram, krijgen ouders een melding. Dat kan via de app zelf, maar ook via e-mail, sms of WhatsApp.

De melding bevat uitleg over het zoekgedrag van de tiener. Daarnaast krijgen ouders toegang tot betrouwbare informatie en deskundige bronnen die kunnen helpen om het gesprek met hun kind te starten.

Volgens Meta wil het bedrijf ouders zo beter ondersteunen wanneer het online gedrag van hun kind kan wijzen op mentale problemen of een hulpvraag.

Uitrol start in enkele Engelstalige landen

De functie wordt eerst uitgerold in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada. Later dit jaar volgen mogelijk andere regio’s.

Meta wil met deze maatregel ouders meer mogelijkheden geven om in te grijpen wanneer hun tiener online signalen vertoont die kunnen wijzen op een moeilijke periode.

Instagram beperkt ook schadelijke zoekresultaten

Instagram blokkeert al langer berichten die zelfmoord of zelfverwonding verheerlijken. Gebruikers mogen wel praten over mentale gezondheid en persoonlijke moeilijkheden, maar die inhoud blijft verborgen voor tieners.

Ook bepaalde zoektermen die duidelijk gelinkt zijn aan zelfbeschadiging worden geblokkeerd. In plaats van resultaten te tonen, verwijst het platform gebruikers naar hulporganisaties en informatiebronnen.

Meta onderzoekt daarnaast gelijkaardige meldingen voor gesprekken met AI-chatbots. Wanneer tieners met artificiële intelligentie praten over zelfmoord of zelfverwonding, kan dat in de toekomst ook een waarschuwing voor ouders opleveren.

lees ook

Jongeren stellen levensvragen steeds vaker aan AI: WAT WAT vernieuwt website

AI-studiedag voor leerkrachten: digitale geletterdheid in de praktijk

Digitale geletterdheid geldt als basisvaardigheid in het onderwijs. Toch blijkt dat veel scholen nog zoekende zijn in hun omgang met kunstmatige intelligentie. Terwijl leerlingen tools als ChatGPT, Copilot, Claude, Gemini, Canva en DALL-E dagelijks gebruiken, heeft meer dan de helft van de scholen nog geen uitgewerkt AI-beleid. Dat blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van Kennisnet.

Op het Marnix College in Ede organiseerde de schoolleiding daarom een AI-studiedag. Uit een interne inventarisatie bleek dat sommige docenten nog nooit ChatGPT hadden geopend, terwijl anderen al experimenteren met AI in hun lessen.

AI-studiedag voor leerkrachten brengt kennisniveau op één lijn

Directeur onderwijs Rieneke Brouwer wil met de studiedag vooral het gesprek structureren: wat kan AI betekenen voor de school, en waar liggen de grenzen? Docenten mogen AI-chatbots gebruiken, maar geen privacygevoelige gegevens invoeren. Daarmee volgt de school de AVG-richtlijnen.

Tijdens de studiedag licht een AI-expert van Wageningen University & Research de technologische basis toe. In de middag werken docenten in workshops aan concrete toepassingen. Organisator Docentenbijscholing merkt dat veel leraren AI vooral associëren met fraude of automatisch gegenereerde werkstukken. Volgens directeur Miriam Levy kan AI het leren versterken, mits docenten duidelijke afspraken maken en kritisch blijven.

AI in de klas: van generatieve tools tot adaptieve lesmethodes

AI in het onderwijs beperkt zich niet tot chatbots. Programma’s kunnen presentaties of oefentoetsen genereren, lesmateriaal differentiëren of ondersteunen bij nakijkwerk. Tegelijk vraagt verantwoord gebruik om duidelijke kaders en kennis van beperkingen.

Bij Lucas Onderwijs loopt op meerdere scholen een pilot waarin AI is geïntegreerd in Snappet. Deze pilot maakt deel uit van onderzoek van Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI). Leerkrachten krijgen suggesties over herhaling, verrijking of groepsindeling. Toch blijft professionele afweging noodzakelijk. Een leerling kan tijdelijk minder presteren door vermoeidheid of ziekte, context die AI niet kent. “Je moet geen dataslaaf worden,” klinkt het vanuit de praktijk.

AI is niet meer weg te denken: hoe begeleid jij dat?

AI is niet meer weg te denken. Leerlingen gebruiken het al. De vraag is hoe je hen begeleidt in kritisch en verantwoord gebruik.

Wil je klein beginnen? Download dan deze Gesprekskaarten over AI en kritisch denken voor in de klas. Met deze kaarten ga je in gesprek over vragen als: wanneer gebruik je AI wel of niet, hoe controleer je output en wat betekent eigenaarschap van werk?

lees ook

Worden Chromebooks duurder in 2026 door de AI-boom?