Leerkrachten zoeken antwoorden op IT-vraagstukken op Sett 2026

Was het nu Digisprong of Digiplan? Wat met cybersecurity en cyberpesten? En hoe zet je AI efficiënt, nuttig en veilig in? Het zijn niet alleen schooldirecties en ICT-coördinatoren die hun heil zoeken op onderwijsbeurs Sett.

Cybersecurity, IT-beleidsplannen, AI,… Het zijn vraagstukken die in iedere organisatie zorgen voor een stortvloed aan vragen en bezorgdheden. Zet daar nog een kwetsbare groep bij – minderjarigen – en je zou voor minder nerveus op zoek gaan naar antwoorden.

Beleid centraal

Op de eerste dag van de onderwijsbeurs legde een geanimeerd debat tussen de kopstukken van het Vlaamse onderwijsveld al enkele pijnpunten bloot: scholen en directies kunnen zich probleemloos vinden in de inhoud van beleidsplannen en ze steunen de doelen die worden gesteld, maar de grote vraag luidt: wie zal dat betalen? Zowel in middelen als in mankracht.

Uit het debat werd nogmaals duidelijk dat ICT-coördinatoren overbevraagd zijn en (een deel) van de opleiding vind je volgens Hamid Riffi, topman van het Kenniscentrum Digisprong, bij een uitbreiding van wie verantwoordelijk is: “ICT-beleid mag geen taak meer zijn van een enkele gespecialiseerde coördinator. Vandaag zijn zij verantwoordelijk voor ieder kabeltje dat stuk is in ieder klaslokaal, terwijl we deze specialisten specifieker kunnen inzetten. Kleinere taken kunnen we toevertrouwen aan leerkrachten die ondersteuning bieden.”

Maar, zo stelden de koepels, leerkrachten vinden de ruimte niet in hun opdracht om die extra taken op te nemen. Naast een professionalisering binnen hun didactiek, zouden ze eveneens moeten professionaliseren in hun IT-vaardigheden.

AI: we kennen het, maar hoe gebruik je het?

Op Sett werd evenwel duidelijk dat leerkrachten er niet alleen van wakker liggen, maar dat ze ook actief op zoek gaan naar die kennis en oplossingen. Dat zag ook Hans De Four van Impact Connecting, een organisatie die inzet op vormingen van leerkrachten rond de efficiënte implementatie van technologie. “We merken heel hard dat alles rond beleid leeft,” vertelt hij. “Vaak zie je dat leerlingen al gebruikmaken van tools nog voor de leerkracht weet hoe hij of zij die goed en veilig kan inzetten. Je moet er natuurlijk rekening mee houden dat er altijd een luikje cybersecurity en een stukje dataprivacy bij komt kijken. We ondersteunen de leerkrachten, zodat zij hun leerlingen kunnen onderwijzen.”

AI is een van de voornaamste voorbeelden die leven op deze beurs. “Leerkrachten zouden het kunnen inzetten in hun lespraktijk, maar ze zijn niet altijd zeker welk effect het kan hebben. Of ze zouden hun administratieve last kunnen verminderen, maar ze weten niet hoe eraan te beginnen. Die vragen komen hier vaak naar boven.”

Cyber- en mediawijsheid

Dat heeft voor een stuk te maken met mediawijsheid. Leerlingen en leerkrachten moeten leren werken met de nieuwe tools, maar ze moeten zich ook bewust worden van de risico’s. Bibliotheken Zonder Grenzen vzw stond op de beurs met twee projecten. De ‘Khan Academy’ kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten en is een gratis platform dat inzet op wiskundeonderwijs en digitale inclusie. ‘Cyber Helden’ is dan weer een project dat inzet op cyber- en mediawijsheid voor leerkrachten, leerlingen én hun ouders. Initiatieven als deze proberen de brug te slaan tussen de vele mogelijkheden die rondzweven op internet en een veilige didactiek die jongeren helpt omgaan met de mogelijke gevaren. Ze bieden een houvast.

Een beetje verder stond Muute, een relatief nieuwe onderneming die is afgeleid van het Nederlandse Test-Correct. Die laatste is bij onze noorderburen marktleider op het gebied van leerdoelgericht digitaal toetsen – software die een leerkracht helpt om te waken bij testen die digitaal worden afgelegd. Muute is daar een geestelijke opvolger van en stelt leerkrachten in staat om eenvoudig een omgeving op te bouwen waarin zij bepalen welke tools en websites de leerling kan gebruiken.

Sluit deze de applicatie of probeert de leerling de begrenzingen te omzeilen, dan krijgt de leerkracht een bericht. Het is een tool die veel leerkrachten lijkt aan te spreken omdat ze inspeelt op het gevoel van controleverlies: ‘wat als leerlingen AI gebruiken voor die tekst?’ of ‘wat als ik niet kan nagaan wat ze doen op hun laptopscherm, aangezien ik alleen de achterkant zie?’

Volgend jaar opnieuw in Gent

Het is duidelijk dat leerkrachten en schoolbesturen de uitdaging aangaan en willen blijven evolueren. Ondanks de soms negatieve berichtgeving over motivatie op school blijft de sector zoeken naar oplossingen om nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.

Welke topics volgend jaar weer aan bod komen, kom je te weten op 10 en 11 maart in de Gentse Flanders Expo.

lees ook

Van Digisprong naar Digiplan: onderwijssector zit met veel vraagtekens

Van Digisprong naar Digiplan: onderwijssector zit met veel vraagtekens

Tijdens het grote ICT-debat op onderwijsbeurs Sett in Mechelen werd met bloemetjes gegooid naar Digisprong. Voor opvolger Digiplan is de onderwijstop hoopvol, maar blijft ze voorlopig met veel vraagtekens achter.

ICT is een centraal thema op SETT 2026. Het openingsdebat werd er volledig aan gewijd en met Hamid Riffi (voorzitter van het Kenniscentrum Digisprong), Bruno Vanobbergen (directeur-generaal Katholiek Onderwijs Vlaanderen), Koen Pelleriaux (afgevaardigd bestuurder GO!), Walentina Cools (directeur OVSG) en Stephanie De Clercq (voorzitter VICLI) was het deelnemersveld op z’n zachtst gezegd beleidsbepalend.

Riffi, hoofd van het Kenniscentrum Digisprong, begon met de overgang naar het nieuwe Digiplan nog eens te kaderen: “Digisprong zag het licht in volle pandemie, toen we van de ene dag op de andere volledig digitaal moesten werken. Scholen die hier al over hadden nagedacht, hebben deze periode redelijk goed doorstaan, maar voor vele anderen was het een periode van zwemmen of verdrinken. Met dit initiatief zetten we een reuzestap van digitale achterstand naar modernisering. Met Digiplan willen we die groei bestendigen en vooruitkijken.”

5 pijlers, evenveel zorgen

Als onderdeel van het Digiplan moeten scholen tegen september van dit jaar een beleidsplan klaar hebben waarin ze duidelijk stellen waar ze vandaag staan en waar ze op moeten inzetten – en hoe ze dat zullen doen. In september ’25 lanceerde het Kenniscentrum met Pictos een digitale tool die daarbij kan helpen, maar uit het debat blijkt duidelijk dat het probleem voor het onderwijs niet ligt bij inhoud of de tools die ze krijgen aangereikt.

Pelleriaux, bestuurder van het GO!, verwoordde het zo: “Uit een bevraging bij onze scholen blijkt dat zowat alle besturen al een plan hebben of eraan werken. De termijn is haalbaar en inhoudelijk is iedereen mee. De vele vragen die we krijgen, richten zich echter op de houdbaarheid: hoe lang zal dit beleidsplan geldig zijn? Drie maanden, drie jaar,…? We missen vooral nog duidelijkheid over de modaliteiten.”

Riffi reageerde door te zeggen dat het altijd een work in progress zal zijn: “zoals de wereld continu verandert, zullen scholen regelmatig hun plan moeten bijschaven.” Een antwoord waar De Clercq, voorzitster van VICLI, enige moeite mee had: “De ICT-coördinatoren waren blij met de Digisprong, want leerkrachten waren echt bereid om te luisteren en mee te denken, ook al zorgde het voor heel wat overuren. Met het Digiplan lijken die overuren niet te verdwijnen en komen er nog meer verantwoordelijkheden bij de coördinatoren te liggen.”

“De tools van het Kenniscentrum zijn kwalitatief,” vervolgt ze, “maar er moeten ook mensen zijn om ze te doorlopen. Professionalisering, een van de pijlers uit het Digiplan, vraagt tijd maar er wordt langs alle kanten geknabbeld aan die tijd. De pedagogische studiedagen verdwijnen, maar wanneer is er dan tijd voor leerkrachten en coördinatoren om te werken rond de vereisten van het beleidsplan? De helft van de beleidsagenda’s is gevuld met punten over IT, maar als we ergens gaan spreken krijgen we hooguit een halfuurtje de tijd. Er zijn meer middelen nodig.”

AI maakt het niet gemakkelijker

Over de mogelijkheden van AI is iedereen positief, al zien ze dat die eveneens uitdagingen met zich meebrengen. Cools, directeur van het OVSG: “De mogelijkheden voor differentiatie zijn geweldig. Overal waar we komen horen we dat leerkrachten moeite hebben met almaar meer heterogene klassen en AI kan hen de oplossing aanbieden. Tegelijk moeten we blijven waken over de privacy- en security-implicaties. Leerlingen én leerkrachten hebben nog steeds nood aan bewustwording.”

Vanobbergen, topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, treedt haar daarin bij, maar ziet kansen voor lerende netwerken. “Te vaak denken scholen nog steeds dat ze alles alleen moeten oplossen,” merkt hij. Door kennis en expertise over scholen heen met elkaar in verbinding te brengen, gelooft hij dat ook professionalisering een betere kans krijgt. Maar ook hij maakt zich zorgen over de beschikbare middelen: “We moeten op korte tijd de nieuwe leerdoelen implementeren in het basisonderwijs en ook daar zijn middelen en mensen voor nodig.”

Riffi ziet dan weer mogelijkheden bij een verdere verdeling van verantwoordelijkheden. “Het kan niet meer de bedoeling zijn dat we werken met ICT-coördinatoren die allemaal dezelfde skills hebben. Vandaag moet één persoon waken over licenties en ervoor zorgen dat alle kabeltjes in de klassen werken. Terwijl daar eveneens leerkrachten voor kunnen worden ingezet. Iedereen heeft zijn rol te spelen in een breder ICT-team. Zeker nu er nog meer zal worden ingezet op privacy en cybersecurity.”

Voor Pelleriaux ligt daar ook een verantwoordelijkheid voor IT-leveranciers: “Het wordt tijd dat ze eens echt werk maken van een standaardisering van hun platformen. Zolang die niet interoperabel worden, maak je het moeilijk voor leerkrachten om zich digitaal te wíllen professionaliseren.”

Nood aan rust

Afsluitend aan het debat werd alle deelnemers gevraagd waaraan zij minister Zuhal Demir de komende maanden graag zien werken. Voor Vanobbergen en Pelleriaux was het antwoord “duidelijkheid en stabiliteit”, voor De Clercq is dat een opwaardering van het statuut van de ICT-coördinator. De treffendste quote was evenwel weggelegd voor Cools: “Ik hoop dat minister Demir een soort beleidsmatig sabbatjaar aankondigt, zodat alle scholen rustig kunnen uitrollen waaraan ze al zo lang aan het werken zijn. Nu hebben we nood aan tijd en ruimte om de impact van alle genomen maatregelen te bestuderen.”

Jongeren stellen levensvragen steeds vaker aan AI: WAT WAT vernieuwt website

Het Vlaamse jeugdinformatiemerk WAT WAT lanceert een vernieuwde website. Met de update speelt het platform in op de groeiende rol van artificiële intelligentie in hoe jongeren vandaag informatie zoeken en vinden.

Op watwat.be vinden jongeren antwoorden op levensvragen, ervaringen van leeftijdsgenoten en doorverwijzingen naar hulp- en luisterlijnen. Voor het eerst in acht jaar kreeg de website een grondige opfrissing. Die moet beter aansluiten bij het veranderende online zoekgedrag en de snelle opkomst van AI-toepassingen.

AI verandert hoe jongeren informatie zoeken

Het voorbije jaar zag WAT WAT, ondersteund door De Ambrassade, het aantal bezoekers dalen. Volgens coördinator Jory Maeyaert hangt dat samen met de populariteit van chatbots en AI-zoekmachines.

Jongeren stellen hun vragen steeds vaker rechtstreeks aan AI-toepassingen. Ook zoekmachines zoals Google tonen bovenaan meteen een AI-gegenereerd antwoord, waardoor gebruikers minder snel doorklikken naar een website. Dat versnelt de zoektocht naar informatie, maar maakt het moeilijker om de betrouwbaarheid ervan in te schatten.

Die evolutie ziet WAT WAT niet alleen in Vlaanderen. Ook andere informatieplatformen in België en Europa merken een terugval in bezoekersaantallen.

Inzetten op Generative Engine Optimization

Met de vernieuwde website wil WAT WAT jongeren blijven voorzien van betrouwbare en begrijpelijke informatie. Daarom zet het platform in op Generative Engine Optimization (GEO). Dat betekent dat teksten zo worden opgebouwd dat ze correct en herkenbaar verschijnen in AI-gegenereerde antwoorden.

De inhoud van WAT WAT is gebaseerd op de expertise van meer dan 100 infopartners. Door die kennis ook toegankelijk te maken via AI-zoekresultaten, wil het platform kwaliteitsvolle informatie zichtbaar houden in een veranderend digitaal landschap.

Eenvoudiger en overzichtelijker

De vernieuwing kwam er na een participatief traject met meer dan 1.100 jongeren. Op basis van hun feedback werd de website eenvoudiger en vlotter doorzoekbaar. Vragen zijn nu gebundeld in duidelijke thema’s zoals ‘Seks en grenzen’, ‘Ik voel me niet goed’ en ‘Oorlog en vrede’.

Via de startpagina kunnen jongeren ook meteen een passende hulp- of luisterlijn vinden. Daarnaast deelt WAT WAT getuigenissen van andere jongeren, met herkenbare en minder-herkenbare verhalen over opgroeien, twijfels en eerste keren.

Betrouwbare informatie in een digitale omgeving

Met deze vernieuwde website wil WAT WAT een betrouwbaar aanspreekpunt blijven voor jongeren met vragen over opgroeien en keuzes maken. In een digitale omgeving waar AI steeds vaker het eerste antwoord geeft, blijft de uitdaging om correcte en begrijpelijke informatie zichtbaar en toegankelijk te houden.

lees ook

Red Flag: waar ligt de grens tussen persoonlijke vrijheid en digitale controle?

KOBOS toont alternatieve schoolwerking als Toekomstklas op Sett

De secundaire school KOBOS Secundair is geselecteerd als Toekomstklas op Sett, het grootste onderwijsevent van Vlaanderen. De school uit Kapelle-op-den-Bos krijgt er de kans om haar vernieuwende onderwijsaanpak te delen met duizenden onderwijsprofessionals.

Onderwijs op maat van jongeren vandaag

KOBOS kiest al enkele jaren bewust voor een andere schoolwerking. De klassieke klasopstelling en het strakke lessenrooster maken plaats voor meer flexibiliteit, oriëntatie en eigenaarschap bij leerlingen. Die aanpak vertrekt vanuit de vaststelling dat de leefwereld van jongeren sterk veranderd is. Passief luisteren en noteren motiveert steeds minder, terwijl actieve betrokkenheid net kansen biedt om leren betekenisvoller te maken.

Volgens pedagogisch directeur Gwen Donvil gaat het niet om een breuk met traditioneel leren, maar om het creëren van ruimte voor werkvormen die beter aansluiten bij de noden van vandaag. Leerlingen krijgen meer verantwoordelijkheid over hun leerproces en worden gestimuleerd om bewuste keuzes te maken.

Van brede oriëntatie naar eigenaarschap

In de eerste graad legt KOBOS de nadruk op oriëntatie en een brede basis. Via oriënteringsweken maken leerlingen kennis met uiteenlopende domeinen zoals taal, cultuur, economie en STEM. Studiekeuzes worden bewust uitgesteld, zodat leerlingen hun interesses en talenten beter leren kennen.

In de derde graad verschuift de focus naar eigenaarschap en toekomstgericht leren. Binnen het vakoverschrijdend project en portfolio werken leerlingen twee jaar lang rond thema’s die hen persoonlijk aanspreken, los van hun studierichting. Tegelijk reflecteren ze over zichzelf en hun toekomst en engageren ze zich ook buiten de klas, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk of een rol in de leerlingenraad.

Flexwerking als hefboom voor begeleiding

Een opvallend onderdeel van de werking is de flexwerking, die KOBOS ook centraal zet in de Toekomstklas op Sett. In flexuren komen meerdere klassen samen en werken leerkrachten als team. Zo kunnen ze hun aandacht beter afstemmen op de noden van verschillende leerlingen.

Sommige leerlingen werken zelfstandig, anderen krijgen extra begeleiding of net meer uitdaging. Vooral in de B-stroom blijkt deze aanpak sterk te werken. Vertrouwen en eigenaarschap verhogen er de motivatie en ondersteunen de groei van leerlingen die het traditioneel moeilijker hebben met zelfstandig leren.

Nieuwe rol voor leerkrachten

De vernieuwde schoolwerking vraagt ook een andere rol van leerkrachten. Naast lesgever zijn zij coach en begeleider. Dat vergt intensieve samenwerking binnen het schoolteam en een duidelijke visie. KOBOS erkent dat die omslag niet vanzelf gaat, maar ziet tegelijk hoe de inspanningen renderen in sterkere betrokkenheid en leerresultaten.

Met hun deelname aan Sett wil de school vooral tonen dat durven afwijken van klassieke structuren mogelijk is, en dat een andere aanpak kan bijdragen aan beter onderwijs.

Safer Internet Day: Veiligheid, privacy en welbevinden in de digitale wereld

Vandaag viert de wereld Safer Internet Day, een belangrijke dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor het creëren van een veiliger internet, met name voor jongeren. Deze dag, georganiseerd door Insafe, een Europees netwerk van centra voor veilig internet, heeft als doel bewustzijn te creëren over hoe we veilig en verantwoord kunnen omgaan met technologie, zowel thuis als op school. In dit artikel zetten we de belangrijkste thema’s rond cyberveiligheid, privacy en welbevinden op een rij voor scholen, met praktische tips voor leraren en leerlingen.

Cyberveiligheid: bescherming tegen cyberaanvallen en cyberpesten

Cybersecurity

In de huidige digitale wereld worden cyberaanvallen steeds vaker het gesprek van de dag. Vooral scholen, met veel persoonlijke en gevoelige data, zijn een aantrekkelijk doelwit voor hackers. Het Kenniscentrum Digisprong heeft daarom het Groeipad Informatieveiligheid en Privacy ontwikkeld om Vlaamse scholen te helpen bij het implementeren van effectieve beveiligingsmaatregelen. Het actieplan cybersecurity biedt praktische richtlijnen over hoe scholen zich kunnen wapenen tegen digitale dreigingen.

Scholen kunnen ook meer leren over de risico’s van cyberpesten. Het is van groot belang dat leraren kunnen herkennen wat cyberpesten precies inhoudt, hoe het verschilt van fysiek pesten en welke acties ze kunnen ondernemen om dit te voorkomen of aan te pakken.

Wachtwoordbeheer

Bij het werken met digitale platforms is het van essentieel belang om sterke wachtwoorden te gebruiken en deze niet te delen. Het is belangrijk om een wachtwoordbeleid te implementeren op school en leerlingen te helpen bij het creëren van veilige, maar gemakkelijk te onthouden wachtwoorden. Ook kunnen scholen gebruik maken van wachtwoordmanagers om wachtwoorden veilig op te slaan.

Privacy: beschermen van digitale gegevens

In een wereld waarin persoonlijke gegevens steeds meer online worden gedeeld, is privacy een belangrijk aandachtspunt. De GDPR (General Data Protection Regulation), oftewel AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), is de Europese wetgeving die zorgt voor de bescherming van persoonsgegevens. Scholen moeten zich bewust zijn van hun rol in het beschermen van de gegevens van hun leerlingen, zowel binnen als buiten de schoolmuren.

Monitoring & Proctoring

In de digitale leeromgeving zijn monitoring en proctoring steeds gebruikelijker, vooral bij het afnemen van examens of toetsen op afstand. Het is belangrijk om als school de juiste balans te vinden tussen het behouden van privacy en het effectief ondersteunen van leerlingen. Regels omtrent monitoring van laptops en het gebruik van proctoring tijdens examens moeten duidelijk worden gecommuniceerd naar zowel leerlingen als ouders. Hoe kunnen scholen technologie gebruiken zonder inbreuk te maken op de privacy van hun leerlingen?

Pseudonieme e-mailadressen

Het gebruik van pseudonieme e-mailadressen kan helpen om de privacy van leerlingen te waarborgen, vooral bij het gebruik van online platforms en tijdens het communiceren via e-mail. Dit beschermt niet alleen de identiteit van leerlingen, maar voorkomt ook dat persoonlijke gegevens onterecht gedeeld worden.

Welbevinden: gezond gebruik van technologie

Nettiquette en gezond ICT-gebruik

Naast de technische aspecten van veiligheid en privacy is het belangrijk dat leerlingen zich verantwoordelijk gedragen in de digitale ruimte. Nettiquette, oftewel gedragsregels voor het gebruik van digitale toestellen, is cruciaal in het onderwijs. Dit zorgt ervoor dat zowel leerlingen als leraren zich bewust zijn van de juiste omgangsvormen online. Het kan bijvoorbeeld gaan om respectvol communiceren via e-mail, het gebruik van sociale media, of het gepast gebruik van smartphones in de klas.

Ook het ergonomisch gebruik van ICT verdient aandacht. Het gebruik van mobiele toestellen en laptops in de klas kan lichamelijke klachten veroorzaken bij leerlingen. Het is essentieel om ergonomische richtlijnen te volgen om de fysieke belasting te verminderen, zodat leerlingen comfortabel en gezond kunnen werken.

EU kan meer dan €20 miljoen terugvragen aan Vlaamse scholen na fouten bij laptop‑aankopen

De Europese Commissie overweegt om meer dan €20 miljoen aan Europese subsidies terug te vorderen van Vlaamse scholen vanwege fouten in duizenden aankopen van laptops en IT‑apparatuur. Dat blijkt uit een audit naar het digitale onderwijsproject Digisprong en de naleving van openbare aanbestedingsregels.

Wat is er aan de hand?

In een audit, uitgevoerd door het Agentschap voor Onderwijsdiensten in opdracht van de Europese Commissie, werd vastgesteld dat openbare aanbestedingsregels niet correct zijn nageleefd bij een aanzienlijk aantal aankopen van laptops en tablets. Het ging om duizenden facturen van aankopen die Vlaamse scholen deden tussen 2021 en midden 2025. Volgens de bevindingen werd bij ongeveer één op de zeven gecontroleerde facturen de wetgeving niet goed toegepast.

Het resultaat: de Europese Commissie kan besluiten om een deel van de subsidies terug te vorderen (meer dan €20 miljoen) omdat de uitgaven niet volgens de regels zijn verlopen.

Digisprong: een groot digitaal onderwijsproject

Het ging om aankopen binnen het programma Digisprong, een ambitieus project dat sinds de coronapandemie trachtte om digitale middelen zoals laptops en tablets voor leerlingen breder beschikbaar te maken. Digisprong werd opgezet door voormalig Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts en grotendeels gefinancierd met Europees relancegeld (Recovery and Resilience Facility).

Het doel was om digitale leeromgevingen te versterken en leerlingen vanaf het vijfde leerjaar toegang te geven tot hun eigen device, een initiatief dat duizenden scholen en leerlingen moest ondersteunen in hun digitale schoolwerk.

Maar wat ging er fout?

De Commissie vermoedt dat bij heel wat aankopen de regels voor openbare aanbestedingen zijn geschonden. Sommige scholen zouden buiten de bestaande raamcontracten om hebben besteld, of niet de juiste procedures hebben gevolgd om te garanderen dat er een eerlijke, transparante selectie van leveranciers was.

Een concreet voorbeeld is dat sommige katholieke scholen aankopen deden buiten het raamcontract dat was gesloten met ICT‑leverancier Signpost, een bedrijf dat in 2023 een groot contract ter waarde van €220 miljoen afsloot om 450.000 laptops te leveren.

Wat betekent dit financieel voor scholen?

Tot nu toe zijn nog niet alle facturen onderzocht, alleen die van vóór maart 2023 zijn beoordeeld, wat betekent dat het bedrag dat mogelijk teruggevorderd kan worden, nog kan stijgen.

De huidige Vlaamse minister van Onderwijs, Zuhal Demir, benadrukt dat scholen niet zelf de rekening moeten betalen. Ze heeft daarom tot €20 miljoen uit het onderwijsbudget gereserveerd om eventuele terugbetalingen op te vangen, zodat scholen zelf niet in financiële problemen komen als Brussel beslist om subsidies terug te vorderen.

Politieke en onderwijsimpact

De mogelijke terugvordering heeft geleid tot discussie in het Vlaamse parlement. Schoolbesturen en onderwijsorganisaties waarschuwen dat onzekerheid over de financiering het organiseren van volgend schooljaar bemoeilijkt. Daarnaast vrezen sommige scholen en ouders dat mocht de overheid niet bijspringen de kosten uiteindelijk bij de gezinnen terecht kunnen komen, wat sociale ongelijkheid zou versterken.

Demir heeft gezegd dat een grondige evaluatie van Digisprong momenteel loopt en dat er tegen de paasvakantie een visie op digitalisering in het onderwijs gepresenteerd zal worden die verder rekening houdt met pedagogische meerwaarde, budgettaire efficiëntie én juridische correctheid.

Sett 2026 zet in op praktijk, dialoog en innovatie in het onderwijs

Op 25 en 26 februari stroomt de Nekkerhal in Mechelen vol voor Sett, het jaarlijkse onderwijsevent dat onderwijsprofessionals uit heel Vlaanderen samenbrengt. Met thema’s zoals digitalisering, taal, wiskunde en samenwerking wil de beurs meer zijn dan een klassieke onderwijsbeurs. Sett kiest bewust voor praktijkgerichte inspiratie en ruimte voor dialoog.

Onderwijssector zoekt houvast in tijden van verandering

Het Vlaamse onderwijslandschap staat onder druk. Tekorten aan leraren, discussies over dalende onderwijskwaliteit en de nasleep van de Digisprong blijven actueel. Sett wil een platform bieden waar leraren, directies en beleidsmakers niet alleen luisteren, maar vooral met elkaar in gesprek gaan.

Volgens Katinka Vandevelde van organisator Easyfairs is het event meer dan een bundeling van lezingen en workshops: “We zetten in op uitwisseling vanuit de klasvloer. Zo ontstaan nieuwe inzichten over wat écht werkt.” Dat vertaalt zich in netwerkmomenten, ontmoeting en inspiratie uit de praktijk.

Digitalisering, taal en wiskunde centraal

Een van de inhoudelijke zwaartepunten dit jaar is het debat ‘Van Digisprong naar Digiplan’. Hierin blikken vertegenwoordigers van onderwijsnetten en experts terug op de digitaliseringsgolf, en bespreken ze hoe scholen duurzaam kunnen verder bouwen. Onder meer de rol van ICT-coördinatoren, AI, digitale inclusie en cybersecurity komen aan bod.

Daarnaast zijn er twee thematische inspiratiezones: het Taalatelier en het Wiskundelokaal. In het Taalatelier delen leerkrachten tips en werkvormen rond taalontwikkeling en leesplezier. Het Wiskundelokaal zoomt in op de onder druk staande wiskunderesultaten en toont hoe vernieuwende methodes hier een verschil kunnen maken. Van speelse oefeningen tot wetenschappelijk onderbouwde didactiek.

Een gemeenschap voor onderwijsprofessionals

Met ruim 130 exposanten, meer dan 80 sessies en gerichte namiddagevents voor onder meer ICT-coördinatoren en schoolleiders, biedt Sett ook ruimte aan gerichte ontmoeting. In samenwerking met Microsoft en The Rent Company worden aparte tracks georganiseerd rond digitale infrastructuur en beheer.

“Naast het inhoudelijke luik willen we vooral verbinden,” zegt Vandevelde. “Sett wil een platform zijn waar engagement en ervaring samenkomen, en waar het onderwijs van morgen mee vorm krijgt.”

Sett vindt plaats op woensdag 25 en donderdag 26 februari in de Nekkerhal in Mechelen. Meer informatie via www.sett-vlaanderen.be.

Antwerpse school slachtoffer van cyberaanval, ook ouders ontvangen dreigmails

Een Antwerpse school werd recent het slachtoffer van een cyberaanval waarbij alle servers plat lagen. De school betaalde geen losgeld, waarna de criminelen de ouders van leerlingen viseerden.

Het Onze-Lieve-Vrouwinstituut Pulhof in Berchem werd recent slachtoffer van cybercriminelen, dat meldt Gazet Van Antwerpen. De criminelen legden alle servers plat en vroegen losgeld. De school ging echter niet in op deze eis, waarna de kwaadwilligen hun pijlen richtten op de ouders van de leerlingen. De school diende een klacht in bij de politie.

Klacht ingediend

De servers van de OLV Pulhof in Berchem werden kort na de kerstvakantie platgelegd. Cybercriminelen eisten meteen losgeld, maar de school ging hier op advies van de bevoegde autoriteiten niet op in. In eerste instantie eisten de hackers 100.000 euro, maar dat werd verlaagd naar 15.000 euro.

lees ook

Hoe bescherm je jouw school tegen cyberaanvallen?

De school diende meteen na de feiten een klacht in bij de politie, die de Regional Computer Crime Unit (RCCU) ter plaatse liet komen. Er werd ook meteen een nieuwe, veilige netwerkomgeving opgericht.

Ouders geviseerd

Omdat de school niet inging op de eis om losgeld te betalen, richtten de kwaadwilligen hun pijlen op de ouders van de leerlingen. Er zouden dreigmails circuleren waarin staat dat ze de gegevens van leerlingen en leerkrachten zouden aanbieden op het darkweb. Volgens VRT nws vroegen de hackers 50 euro losgeld per kind.

De school roept op om bij dergelijke mails niet te antwoorden, niet te betalen en niet in gesprek te gaan met de afzender, maar dit meteen te melden aan de school. Momenteel is het nog niet duidelijk wie er achter de cyberaanval zit. Het Antwerpse parket is een onderzoek gestart.

Red Flag: waar ligt de grens tussen persoonlijke vrijheid en digitale controle?

Bron: www.vrt.be

Op 7 april 2025 lanceert VRT MAX de nieuwe fictiereeks Red Flag. Het gaat om de eerste volledig verticaal gefilmde reeks van het platform, ontwikkeld voor jongeren die hun smartphone als primair scherm gebruiken. De reeks combineert een vernieuwende vorm met een inhoudelijk scherpe blik op digitale macht, privacy en online identiteit.

Verticale fictie afgestemd op jong mediagebruik

Red Flag is volledig opgenomen in verticale beeldverhouding en bestaat uit korte, krachtige afleveringen. Daarmee sluit de reeks aan bij hoe jongeren vandaag video consumeren: via smartphone en sociale media. De reeks is niet alleen te bekijken op VRT MAX, maar ook via TikTok, wat de toegankelijkheid verder vergroot.

Deze vormkeuze maakt Red Flag interessant binnen een onderwijscontext, waar mediawijsheid en kritisch omgaan met digitale content steeds belangrijker worden.

Digitale controle als centraal thema

Het verhaal draait rond Luna, een 23-jarige studente, en David, een 39-jarige reclamemaker. Wat begint als een speels digitaal contact, groeit uit tot een confronterende machtsdynamiek waarin grenzen vervagen. Als kijker beleef je alles vanuit Luna’s perspectief: berichten, foto’s en video’s verschijnen rechtstreeks op het scherm.

Die vertelvorm maakt abstracte thema’s zoals privacyverlies, manipulatie en digitale afhankelijkheid concreet en herkenbaar voor jongeren.

Aandacht voor online veiligheid en identiteit

In Red Flag lopen actuele thema’s rond digitale veiligheid als een rode draad door het verhaal. De reeks toont hoe kwetsbaar online identiteit kan zijn wanneer controle verschuift van de gebruiker naar een ander. Dat maakt de serie relevant voor gesprekken over veilig online gedrag, sociale media en digitale weerbaarheid op school.

In dat kader werkt VRT MAX samen met DNS Belgium, met als doel jongeren via realistische scenario’s bewuster te maken van online risico’s.

Relevantie voor onderwijs en mediawijsheid

Red Flag biedt aanknopingspunten voor lessen rond mediawijsheid, digitale grenzen en privacy. De combinatie van herkenbare situaties, hedendaagse beeldtaal en actuele thema’s maakt de reeks geschikt als gespreksstarter in de klas, zonder belerend te zijn.

lees ook

WAT WAT en Mediawijs lanceren campagne over online beïnvloeding bij jongeren

Leerlinggegevens GDPR-veilig houden op school

Scholen verwerken dagelijks persoonsgegevens van leerlingen. Het gaat om administratieve gegevens, leerresultaten, digitale communicatie en soms ook gevoelige informatie. De GDPR legt vast hoe scholen deze leerlinggegevens veilig, correct en transparant moeten verwerken. Een goede kennis van deze regels helpt scholen om risico’s te vermijden en de privacy van leerlingen te beschermen.

Wat betekent GDPR voor leerlinggegevens op school?

De GDPR is een Europese privacyverordening die bepaalt hoe organisaties persoonsgegevens mogen verzamelen, gebruiken en bewaren. Voor scholen geldt dit in het bijzonder voor leerlinggegevens, omdat het vaak om minderjarigen gaat. Niet alleen namen en adressen vallen onder de GDPR, maar ook leerlingnummers, evaluaties, foto’s, welzijnsbevragingen en gegevens in digitale leerplatformen.

Eerdere beslissingen van de Gegevensbeschermingsautoriteit tonen aan dat scholen effectief aangesproken kunnen worden wanneer leerlinggegevens onzorgvuldig worden verwerkt, bijvoorbeeld bij het ontbreken van toestemming of bij onveilige communicatie .

Leerlinggegevens verzamelen volgens het principe van doelbinding

De GDPR vertrekt van duidelijke basisprincipes. Eén daarvan is doelbinding: leerlinggegevens mogen alleen worden verzameld voor een welbepaald en gerechtvaardigd doel, zoals onderwijsorganisatie of begeleiding. Gegevens later gebruiken voor een ander, onverenigbaar doel is niet toegestaan.

Scholen doen er goed aan om vooraf na te denken over:

  • welke leerlinggegevens echt noodzakelijk zijn
  • waarom deze gegevens worden verwerkt
  • hoe lang ze bewaard blijven

Toestemming en transparantie bij leerlinggegevens

In sommige situaties is expliciete toestemming nodig, bijvoorbeeld bij het verwerken van bepaalde gevoelige gegevens of bij het gebruik van beeldmateriaal. Transparantie speelt hierbij een centrale rol. Leerlingen en ouders moeten begrijpen welke gegevens worden verwerkt en met welk doel.

Heldere communicatie, in eenvoudige en toegankelijke taal, verlaagt het risico op misverstanden en klachten. Dit geldt zowel voor privacyverklaringen als voor praktische communicatie via schoolkanalen.

Leerlinggegevens veilig bewaren en beschermen

GDPR verbindt privacy rechtstreeks met informatieveiligheid. Dat betekent dat scholen passende organisatorische en technische maatregelen moeten nemen om leerlinggegevens te beschermen.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • het beperken van toegangsrechten tot leerlinggegevens
  • het gebruik van sterke wachtwoorden en tweestapsverificatie
  • het vermijden van het delen van (gevoelige) leerlinggegevens via onbeveiligde e-mail

Ook phishing en andere vormen van misleiding vormen een reëel risico binnen schoolomgevingen. Bewust omgaan met digitale communicatie helpt om datalekken te voorkomen .

Digitale tools, schoolsoftware en leerlinggegevens

Digitale leermiddelen en schoolsoftware verwerken vaak grote hoeveelheden leerlinggegevens. De GDPR verplicht scholen om te weten wat er met deze gegevens gebeurt en wie ze verwerkt. Afspraken met softwareleveranciers zijn essentieel, maar de eindverantwoordelijkheid blijft altijd bij de school zelf.

Extra waakzaamheid is nodig bij monitoring, welzijnsmetingen en digitale evaluaties, zeker wanneer het om minderjarige leerlingen gaat.

Gegevenslekken en meldplicht binnen de GDPR

Ondanks voorzorgsmaatregelen kan er toch iets misgaan. Bij een datalek waarbij leerlinggegevens betrokken zijn, geldt in bepaalde gevallen een meldplicht. Daarom is het belangrijk dat scholen weten wat een gegevenslek is en hoe ze hier correct op reageren.

Duidelijke interne afspraken en basiskennis bij personeel maken het verschil tussen snel handelen en onnodige risico’s.

Bewust omgaan met leerlingprivacy in de dagelijkse praktijk

GDPR-veilig werken is geen eenmalige oefening. Dagelijkse handelingen, zoals e-mailgebruik, het afdrukken van documenten of het opslaan van gegevens op persoonlijke toestellen, hebben invloed op de privacy van leerlingen.

Door personeel te informeren en te sensibiliseren, groeit het bewustzijn en verkleint de kans op fouten. Zo wordt privacybescherming een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de school.

lees ook

IT-beveiliging in scholen: zo hou je het veilig

Acer introduceert eerste Chromebooks met MediaTek Kompanio 540 voor het onderwijs

Acer heeft twee nieuwe Chromebooks voor het onderwijs gepresenteerd: de Acer Chromebook Spin 311 en de Acer Chromebook 311. Het zijn de eerste onderwijs-Chromebooks van Acer die draaien op de nieuwe MediaTek Kompanio 540. De modellen zijn ontworpen voor dagelijks gebruik door leerlingen en combineren energiezuinige prestaties met een robuust ontwerp en lange batterijduur.

Ontworpen voor dagelijks leren en samenwerken

De nieuwe Chromebooks zijn gericht op basisscholen en middelbare scholen die inzetten op 1:1-apparaten. Dankzij een batterijduur tot 15 uur kunnen leerlingen het apparaat probleemloos een hele schooldag gebruiken, zowel in de klas als thuis. De ventilatorloze architectuur zorgt voor een stille werking, wat prettig is in lesomgevingen.

Beide modellen ondersteunen snelle netwerkverbindingen via WiFi 7 en Bluetooth 5.3, waardoor online samenwerken en cloudtoepassingen betrouwbaar blijven functioneren.

Clamshell en convertible voor verschillende leerstijlen

De Acer Chromebook 311 (C725) heeft een traditioneel clamshell-ontwerp en is compact en licht, wat het apparaat geschikt maakt voor jongere leerlingen. De Acer Chromebook Spin 311 (R725T) beschikt over een 360-graden scharnier en kan in meerdere standen worden gebruikt, waaronder tabletmodus voor lezen, schetsen en het maken van aantekeningen.

Beide Chromebooks zijn uitgerust met een 11,6-inch HD-IPS-scherm. Voor de Spin 311 is optioneel een antibacterieel Corning Gorilla Glass-scherm beschikbaar. Daarnaast kunnen scholen kiezen voor een TÜV Rheinland-gecertificeerd scherm met verminderde blauwlichtuitstoot.

Geschikt voor veeleisender toepassingen

De MediaTek Kompanio 540-processor biedt voldoende rekenkracht voor dagelijks schoolgebruik, maar ook voor toepassingen binnen STEM-onderwijs en educatieve software zoals Minecraft Education Edition. De Chromebooks beschikken over een Full HD-webcam en dubbele microfoons, wat ze geschikt maakt voor hybride lessen, presentaties en groepsprojecten.

Een speciale Quick Insert-toets geeft leerlingen direct toegang tot hulpmiddelen en apps, wat de efficiëntie en creativiteit ondersteunt.

Robuust ontwerp verlaagt beheerkosten

Acer heeft de Chromebooks ontwikkeld met intensief gebruik in het onderwijs in gedachten. Ze voldoen aan de MIL-STD-810H-normen en zijn bestand tegen vallen tot 122 cm. Schokabsorberende randen, verstevigde scharnieren en morsbestendige toetsenborden helpen schade te beperken in drukke klaslokalen.

Het modulaire ontwerp vereenvoudigt onderhoud. Zo kan het toetsenbord snel worden vervangen en is de USB-C-poort modulair uitgevoerd. Dit verlaagt de totale eigendomskosten en maakt reparaties eenvoudiger voor IT-afdelingen.

Duurzaamheid en centraal beheer

De nieuwe Acer Chromebooks zijn deels vervaardigd uit PCR-plastic en worden geleverd in milieuvriendelijke verpakkingen. Ze zijn EPEAT-geregistreerd en Energy Star- en TCO-gecertificeerd.

Voor scholen zijn de apparaten beschikbaar met Chrome Education Upgrade. Hiermee kunnen IT-afdelingen Chromebooks centraal beheren, beveiligen en automatisch registreren via zero-touch onboarding. Dit vereenvoudigt zowel implementatie als dagelijks beheer.

Gemini en Google Classroom krijgen grote update voor het onderwijs

Tijdens de BETT 2026-conferentie presenteerde Google nieuwe updates voor Gemini en Google Classroom. De vernieuwingen richten zich op het vereenvoudigen van werkprocessen voor docenten en het ondersteunen van leerlingen met praktische, AI-gedreven tools.

Gemini ondersteunt lesvoorbereiding en studievaardigheden

Gemini krijgt meerdere functies die direct inspelen op dagelijkse onderwijspraktijk. Een belangrijke toevoeging is de mogelijkheid om volledige, gratis oefen-SAT’s te maken binnen Gemini. Deze toetsen zijn on demand beschikbaar en gebaseerd op gecontroleerde content van onder andere The Princeton Review.

Daarnaast kan Gemini binnenkort samenwerken met Google Classroom. Door context uit klassen en opdrachten te gebruiken, helpt de AI bij taken zoals het opstellen van opdrachten, het samenvatten van voortgang of het voorbereiden van lesmateriaal. Dit moet vooral tijd besparen voor docenten.

Ook wordt Gemini for Education uitgebreid met toegang tot geavanceerde AI-modellen, waaronder Gemini 3 Pro. Deze modellen zijn bedoeld om complexe informatie beter te analyseren en visueel inzichtelijk te maken.

Visuele ondersteuning met infographics en presentaties

Een andere vernieuwing is de mogelijkheid om automatisch infographics en presentaties te genereren. Hiermee kunnen lessen worden samengevat of abstracte onderwerpen visueel worden uitgelegd. Deze functionaliteit is beschikbaar binnen Gemini en NotebookLM, waardoor bestaande lesnotities als betrouwbare bron kunnen dienen.

Ook nieuw is de koppeling met Moodle. Via Gemini LTI kunnen scholen AI-functionaliteiten direct inzetten binnen hun leeromgeving, met aandacht voor gepersonaliseerd leren en efficiëntere lesvoorbereiding.

Google Classroom wordt interactiever en inzichtelijker

Google Classroom krijgt een vernieuwde startpagina die meer lijkt op een dashboard. Schoolleiders zien samengevatte betrokkenheidsstatistieken, docenten krijgen inzicht in hun klassen en leerlingen zien deadlines en aankomende taken overzichtelijk bij elkaar.

Daarnaast introduceert Classroom ondersteuning voor audio-, video- en schermopnames. Leerlingen en docenten kunnen deze direct toevoegen aan opdrachten, feedback of aankondigingen. Dit maakt beoordeling en instructie flexibeler, vooral bij formatieve evaluatie.

Meer inzicht in leren en beoordelen

Docenten krijgen binnenkort ook inzicht in hoe leerlingen omgaan met door docenten aangestuurde AI-tools, zoals Gems en NotebookLM. Dit moet bijdragen aan een transparante en reflectieve inzet van AI in het onderwijs.

Verder wordt het mogelijk om opdrachten te koppelen aan leerstandaarden. In samenwerking met 1EdTech en Common Good Learning Tools worden standaarden uit meerdere landen toegevoegd, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Canada, Japan en Australië.

AI als vast onderdeel van de onderwijsworkflow

Tot slot breidt Google de integratie van Gemini binnen Classroom verder uit. Docenten kunnen vanuit Classroom gebruikmaken van AI-hulpmiddelen, zoals het genereren van audiolessen, het automatisch omzetten van bestanden naar rubrics en het ondersteunen bij feedback op schrijfopdrachten.

De updates laten zien dat AI steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van de dagelijkse onderwijsworkflow, met nadruk op tijdswinst, overzicht en ondersteuning van zowel docent als leerling.