Meet the Expert: brug tussen bedrijven en leerkrachten versterkt STEM-onderwijs
Meet the Expert brengt leerkrachten van technische vakken in contact met experts uit de industrie om hun praktijkkennis te verruimen en jongeren beter te oriënteren. Initiatieven zoals bij BASF en MKB tonen het belang van deze samenwerking voor het oplossen van het tekort aan technisch geschoolde profielen in Vlaanderen.
De snel evoluerende technologische sector en het tekort aan STEM-profielen vormen een uitdaging voor het onderwijs. Meet the Expert, een initiatief van de Vlaamse Stuurgroep RTC, speelt hierop in door leerkrachten technische en STEM-vakken bedrijfservaring aan te bieden. Zo bouwen scholen en industrie samen aan toekomstgericht onderwijs dat beter aansluit bij de arbeidsmarkt.
Door leerkrachten rechtstreeks kennis te laten maken met actuele technologieën en processen in bedrijven, kunnen zij hun lessen verrijken en leerlingen inspireren voor STEM-richtingen. Dit initiatief sluit aan bij de onderwijshervorming en de vraag naar actuele, praktijkgerichte kennis.
Hoe werkt Meet the Expert en wat is het doel?
Meet the Expert faciliteert bezoeken van leerkrachten aan bedrijven waar ze de werking van machines, robotica en digitalisering leren kennen. Dit format combineert authentieke leerervaringen met directe interactie met experts en kennis die meteen toepasbaar is in de klas. Zo versterkt het de vakkennis van leerkrachten en helpt het hen om leerlingen beter te begeleiden naar STEM-richtingen.
RTC Antwerpen neemt de organisatie en afstemming met leerplannen op zich, zodat bedrijven zich kunnen focussen op inhoudelijke kennisdeling. Dit resulteert in een duurzaam partnerschap tussen onderwijs en bedrijfsleven, dat op lange termijn STEM-talent in Vlaanderen ondersteunt.
Welke rol spelen bedrijven zoals BASF en MKB?
BASF zet al twaalf jaar in op structurele samenwerking met het onderwijs en gebruikt Meet the Expert om jongeren te oriënteren en leerkrachten inzicht te geven in technologische noden van het bedrijf. Ze bieden lesmateriaal en cases aan die aansluiten bij moderne technologieën zoals drones en mechatronica.
lees ook
Waarom STEM-opleidingen terrein verliezen: scholen missen digitale en pedagogische vernieuwing
Microsoft haalt GitHub AI-modellen weg uit studentenplan
Microsoft heeft een onderdeel van het GitHub Student Developer Pack aangepast. De toegang tot bepaalde AI-modellen via GitHub Models wordt verwijderd uit het gratis studentenplan. Dat zorgt voor discussie binnen onderwijs- en ontwikkelaarskringen.
Minder AI-tools voor studenten
GitHub Models gaf studenten toegang tot verschillende AI-modellen waarmee ze konden experimenteren binnen ontwikkelprojecten. De functie maakte het mogelijk om generatieve AI te integreren in applicaties zonder zelf een complexe infrastructuur op te zetten.
Volgens berichtgeving van The Register verdwijnt deze toegang nu uit het GitHub Student Developer Pack. Het pakket blijft bestaan, maar bepaalde AI-functionaliteiten worden niet langer inbegrepen.
Microsoft heeft geen uitgebreide verklaring gegeven over de reden achter de wijziging.
Impact voor onderwijs en studenten
Het GitHub Student Developer Pack wordt wereldwijd gebruikt door universiteiten en hogescholen om studenten toegang te geven tot professionele ontwikkeltools. Vooral in opleidingen rond softwareontwikkeling, data science en AI was de integratie met GitHub Models een handige manier om met generatieve AI te experimenteren.
Het wegvallen van deze functie kan betekenen dat studenten alternatieve platforms moeten gebruiken wanneer ze AI willen integreren in projecten.
Voor onderwijsinstellingen die GitHub intensief inzetten in hun curriculum kan dit ook gevolgen hebben voor bepaalde lesmodules rond AI-ontwikkeling.
Groei van AI zorgt voor kosten en keuzes
De beslissing past binnen een bredere trend waarbij technologiebedrijven hun AI-diensten herbekijken. Het draaien van grote taalmodellen brengt aanzienlijke infrastructuurkosten met zich mee. Bedrijven zoeken daarom naar manieren om gratis toegang te beperken of te differentiëren tussen gebruikersgroepen.
Voor studenten blijven er wel andere AI-tools beschikbaar via het GitHub-platform en via externe diensten.
AI blijft belangrijk in IT-opleidingen
Ondanks deze wijziging blijft AI een belangrijk onderdeel van IT-onderwijs. Steeds meer opleidingen integreren generatieve AI, machine learning en automatisering in hun curriculum.
De aanpassing bij GitHub toont echter dat toegang tot AI-platformen niet vanzelfsprekend is en dat onderwijsinstellingen soms afhankelijk blijven van de strategische keuzes van technologiebedrijven.
lees ook
Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs
Anthropic’s Claude introduceert interactieve visuals voor betere leerervaring
Anthropic breidt Claude uit met dynamische visualisaties die realtime interactieve beelden creëren tijdens gesprekken. Deze nieuwe functie helpt gebruikers bij het leren, plannen en analyseren zonder dat er code aan te pas komt.
De chatbot Claude, ontwikkeld door Anthropic, kreeg vorig jaar al de tijdelijke functie ‘Imagine with Claude’ waarmee gebruikers interactieve visuals konden maken zonder programmeerkennis. Nu integreert het bedrijf die mogelijkheid direct in de chat, waardoor visuele ondersteuning vanzelf verschijnt wanneer Claude dat nuttig acht. Dit moet gesprekken verrijken en complexere informatie toegankelijker maken.
De visuele elementen veranderen mee met het gesprek en kunnen op verschillende manieren worden ingezet, van educatieve diagrammen tot zakelijke grafieken. Dit maakt Claude meer dan een tekstgebaseerde assistent, met extra focus op interactief leren en inzicht.
Hoe werkt de nieuwe visualisatiefunctie?
Claude genereert automatisch een visualisatie in het gesprek wanneer dat relevant is. Bijvoorbeeld bij vragen over de periodieke tabel toont het een interactief schema waarin elk element aangeklikt kan worden voor meer info. Of bij praktische onderwerpen, zoals het vouwen van een papieren vliegtuigje, maakt Claude een stap-voor-stap diagram.
De visuals verschijnen inline, dus direct in het chatvenster, en zijn tijdelijk: ze passen zich aan of verdwijnen naarmate het gesprek vordert. Gebruikers kunnen ook zelf een visualisatie aanvragen, bijvoorbeeld door te zeggen: “visualiseer hoe dit in de tijd verandert.”
Wat zijn de toepassingen van Claude’s visuals?
Naast educatieve doeleinden kunnen de visuals ook zakelijke inzichten vergemakkelijken. Ondernemers kunnen Claude bijvoorbeeld vragen een grafiek te maken van hun omzet op basis van eerder gedeelde data. Dit helpt om informatie beter te begrijpen en te analyseren zonder aparte software nodig te hebben.
De visuele ondersteuning is ontworpen om het gesprek te versterken. Claude bouwt deze beelden op maat voor de context van het onderwerp en helpt zo de gebruiker om informatie sneller te verwerken en toe te passen.
lees ook
Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs
ChatGPT introduceert interactieve visuals voor wiskunde en wetenschap
OpenAI heeft een nieuwe functie gelanceerd voor ChatGPT die interactieve visuals genereert om wiskunde- en wetenschapsconcepten beter te begrijpen. Gebruikers kunnen variabelen aanpassen en de invloed ervan op oplossingen visualiseren.
OpenAI heeft aangekondigd dat ChatGPT vanaf nu interactieve reacties zal genereren wanneer gebruikers vragen stellen over specifieke wetenschappelijke en wiskundige concepten. Dit initiatief is bedoeld om het leerproces te verbeteren, vooral voor studenten. De eerste onderwerpen waarvoor deze visuals beschikbaar zijn, omvatten onder andere de stelling van Pythagoras, de wet van Coulomb en lensvergelijkingen.
Bij deze nieuwe functie kunnen gebruikers de variabelen en de vergelijking zelf aanpassen, wat hen in staat stelt om direct te zien hoe deze veranderingen de uitkomst beïnvloeden. OpenAI meldt dat er meer dan zeventig concepten zijn waarvoor deze interactieve visuals beschikbaar zijn, met plannen om in de toekomst nog meer onderwerpen toe te voegen. Dit maakt het een waardevolle tool voor iedereen die wiskunde of wetenschap bestudeert, met een bijzondere focus op middelbare en universitaire studenten.
Verbetering van het leerproces
De lancering van interactieve visuals volgt op de introductie van de Study Mode in de zomer van 2025. Deze functie was een reactie op het toenemende gebruik van chatbots door studenten om hun huiswerk te maken. In plaats van directe antwoorden te geven, stimuleert de Study Mode gebruikers om zelf antwoorden te vinden, wat hun leerervaring verder versterkt. OpenAI benadrukt dat deze nieuwe functie slechts het begin is van hun plannen om interactieve leerervaringen uit te breiden.
Daarnaast zal OpenAI blijven werken aan de ontwikkeling van nieuwe tools die het leren met ChatGPT kunnen versterken. De organisatie is vastbesloten om onderwijs te ondersteunen door middel van technologie, en deze nieuwe functie is een stap in die richting.
Conclusie en vooruitblik
De introductie van interactieve visuals in ChatGPT biedt een innovatieve manier voor studenten om complexe concepten te begrijpen. Met de mogelijkheid om variabelen aan te passen, wordt de leerervaring interactiever en dynamischer. OpenAI’s toewijding aan het verbeteren van onderwijs door technologie belooft een positieve impact te hebben op de manier waarop studenten leren en problemen oplossen in de toekomst.
Kinderen bouwen aan duurzame toekomst tijdens Siemens Little Innovators
Zo’n honderd kinderen ontdekten de wereld van technologie en innovatie tijdens de veertiende editie van Little Innovators. Het initiatief van Siemens vond plaats in Huizingen en bracht vijftig kinderen van Siemens-medewerkers samen met vijftig leerlingen van het vijfde leerjaar van de Gemeentelijke Basisschool Huizingen. Via interactieve workshops maakten ze kennis met STEM: science, technology, engineering en mathematics.
De activiteit viel niet toevallig samen met UNESCO World Engineering Day for Sustainable Development. Met deze editie legt Siemens de nadruk op duurzame ontwikkeling en de rol die technologie speelt in de toekomst van onze planeet.
Met Little Innovators wil Siemens kinderen al op jonge leeftijd laten kennismaken met wetenschap en technologie. Door zelf te experimenteren, programmeren en bouwen ervaren ze hoe technologie kan bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen.
Dit jaar werkte Siemens samen met de VUB STEAM-academie, een interdisciplinair initiatief van de Vrije Universiteit Brussel. De academie brengt jongeren, leerkrachten en ondernemers samen in een leeromgeving waar wetenschap, technologie, techniek en creativiteit elkaar versterken.
STEM ontdekken tijdens Siemens Little Innovators
Volgens Wendy Van Moer, directeur van de VUB STEAM-academie, draait het initiatief niet alleen om technologie, maar ook om vaardigheden voor de toekomst.
“We stimuleren probleemoplossend denken, ondernemerschap en 21e-eeuwse vaardigheden, met bijzondere aandacht voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s). De STEAM-academie wil een platform bieden waar jongeren technologie niet alleen begrijpen, maar ook zelf toepassen.”
Tijdens Little Innovators volgden de kinderen verschillende hands-on workshops. Siemens organiseerde sessies met de eigen ontwikkelde Little Innovators-kits. Met deze educatieve kits ontdekken kinderen op een speelse manier de basisprincipes van programmeren, automatisering en digitale logica. Siemens ontwikkelde de kits met de bedoeling ze ook breder in te zetten binnen STEM-initiatieven in het onderwijs.
Van zonne-energie tot slimme elektronica
Samen met de VUB STEAM-academie bouwden de kinderen een ventilator op zonne-energie. Daarbij leerden ze hoe zonnecellen energie opwekken en hoe die energie via een eenvoudige elektrische schakeling beweging kan creëren.
Daarnaast maakten ze kennis met slimme elektronica in de workshop ‘Hier brandt de lamp!’. In deze sessie ontdekten ze hoe elektrische schakelingen werken en hoe technologie dagelijkse toepassingen mogelijk maakt.


Samenwerking rond STEM-onderwijs
De samenwerking tussen Siemens en de VUB STEAM-academie stopt niet bij Little Innovators. Siemens ondersteunt ook het door VLAIO goedgekeurde STEM-ontwikkelaarsproject PICKERO.
In dat project bouwen jongeren tussen 14 en 18 jaar een pick-and-place robot die LEGO-blokjes sorteert op kleur. De deelnemers werken in kleine teams samen met ingenieurs en experts uit het bedrijfsleven. Zo leren ze niet alleen technische vaardigheden, maar ook samenwerken en ontwerpen in een realistische context.
Jongeren warm maken voor een carrière in technologie
Met Little Innovators wil Siemens ook aandacht vragen voor de groeiende vraag naar technisch talent. De energietransitie, digitalisering en industriële innovatie vergroten de behoefte aan ingenieurs, techniekers en programmeurs.
Volgens Katrien Valkiers, hoofd communicatie en duurzaamheid bij Siemens Belux en oprichtster van Little Innovators, helpt het initiatief om technologie tastbaar te maken voor kinderen.
“Als technologiebedrijf willen we kinderen al op jonge leeftijd laten ervaren hoe boeiend en creatief technologie kan zijn. Door hen zelf te laten bouwen, programmeren en experimenteren tonen we dat technologie niet abstract is, maar iets waarmee zij zelf de wereld kunnen verbeteren.”
Ook Serge Molinari, CEO van Siemens Belgium-Luxembourg, benadrukt het belang van investeringen in onderwijs.
“De technologische uitdagingen van morgen beginnen in de klas van vandaag. Daarom investeren we in initiatieven over alle onderwijsniveaus heen. Via projecten zoals duaal leren, samenwerking met Regionale Technische Centra en partnerships met universiteiten en hogescholen brengen we jongeren in contact met technologie en innovatie.”
Technologie met maatschappelijke impact
Door het initiatief te koppelen aan UNESCO World Engineering Day for Sustainable Development onderstreept Siemens dat engineering verder gaat dan technologie alleen. Het draait ook om maatschappelijke impact en duurzame oplossingen.
Little Innovators toont hoe nieuwsgierigheid, creativiteit en techniek samen een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een duurzame toekomst.
lees ook
Waarom STEM-opleidingen terrein verliezen: scholen missen digitale en pedagogische vernieuwing
Instagram waarschuwt ouders wanneer tieners zoeken naar termen over zelfmoord
Instagram gaat ouders informeren wanneer hun tiener herhaaldelijk zoekt naar termen die te maken hebben met zelfmoord of zelfverwonding. Het moederbedrijf Meta Platforms kondigde deze nieuwe functie aan als onderdeel van extra maatregelen rond online veiligheid voor jongeren.
De melding verschijnt alleen bij ouders die de toezichtfunctie op het account van hun tiener hebben geactiveerd.
Instagram wil ouders sneller waarschuwen bij zorgwekkend zoekgedrag
Wanneer een tiener op korte tijd meerdere keren zoekt naar woorden die gelinkt zijn aan zelfmoord of zelfverwonding op Instagram, krijgen ouders een melding. Dat kan via de app zelf, maar ook via e-mail, sms of WhatsApp.
De melding bevat uitleg over het zoekgedrag van de tiener. Daarnaast krijgen ouders toegang tot betrouwbare informatie en deskundige bronnen die kunnen helpen om het gesprek met hun kind te starten.
Volgens Meta wil het bedrijf ouders zo beter ondersteunen wanneer het online gedrag van hun kind kan wijzen op mentale problemen of een hulpvraag.
Uitrol start in enkele Engelstalige landen
De functie wordt eerst uitgerold in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada. Later dit jaar volgen mogelijk andere regio’s.
Meta wil met deze maatregel ouders meer mogelijkheden geven om in te grijpen wanneer hun tiener online signalen vertoont die kunnen wijzen op een moeilijke periode.
Instagram beperkt ook schadelijke zoekresultaten
Instagram blokkeert al langer berichten die zelfmoord of zelfverwonding verheerlijken. Gebruikers mogen wel praten over mentale gezondheid en persoonlijke moeilijkheden, maar die inhoud blijft verborgen voor tieners.
Ook bepaalde zoektermen die duidelijk gelinkt zijn aan zelfbeschadiging worden geblokkeerd. In plaats van resultaten te tonen, verwijst het platform gebruikers naar hulporganisaties en informatiebronnen.
Meta onderzoekt daarnaast gelijkaardige meldingen voor gesprekken met AI-chatbots. Wanneer tieners met artificiële intelligentie praten over zelfmoord of zelfverwonding, kan dat in de toekomst ook een waarschuwing voor ouders opleveren.
lees ook
Jongeren stellen levensvragen steeds vaker aan AI: WAT WAT vernieuwt website
AI-studiedag voor leerkrachten: digitale geletterdheid in de praktijk
Digitale geletterdheid geldt als basisvaardigheid in het onderwijs. Toch blijkt dat veel scholen nog zoekende zijn in hun omgang met kunstmatige intelligentie. Terwijl leerlingen tools als ChatGPT, Copilot, Claude, Gemini, Canva en DALL-E dagelijks gebruiken, heeft meer dan de helft van de scholen nog geen uitgewerkt AI-beleid. Dat blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van Kennisnet.
Op het Marnix College in Ede organiseerde de schoolleiding daarom een AI-studiedag. Uit een interne inventarisatie bleek dat sommige docenten nog nooit ChatGPT hadden geopend, terwijl anderen al experimenteren met AI in hun lessen.
AI-studiedag voor leerkrachten brengt kennisniveau op één lijn
Directeur onderwijs Rieneke Brouwer wil met de studiedag vooral het gesprek structureren: wat kan AI betekenen voor de school, en waar liggen de grenzen? Docenten mogen AI-chatbots gebruiken, maar geen privacygevoelige gegevens invoeren. Daarmee volgt de school de AVG-richtlijnen.
Tijdens de studiedag licht een AI-expert van Wageningen University & Research de technologische basis toe. In de middag werken docenten in workshops aan concrete toepassingen. Organisator Docentenbijscholing merkt dat veel leraren AI vooral associëren met fraude of automatisch gegenereerde werkstukken. Volgens directeur Miriam Levy kan AI het leren versterken, mits docenten duidelijke afspraken maken en kritisch blijven.
AI in de klas: van generatieve tools tot adaptieve lesmethodes
AI in het onderwijs beperkt zich niet tot chatbots. Programma’s kunnen presentaties of oefentoetsen genereren, lesmateriaal differentiëren of ondersteunen bij nakijkwerk. Tegelijk vraagt verantwoord gebruik om duidelijke kaders en kennis van beperkingen.
Bij Lucas Onderwijs loopt op meerdere scholen een pilot waarin AI is geïntegreerd in Snappet. Deze pilot maakt deel uit van onderzoek van Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI). Leerkrachten krijgen suggesties over herhaling, verrijking of groepsindeling. Toch blijft professionele afweging noodzakelijk. Een leerling kan tijdelijk minder presteren door vermoeidheid of ziekte, context die AI niet kent. “Je moet geen dataslaaf worden,” klinkt het vanuit de praktijk.
AI is niet meer weg te denken: hoe begeleid jij dat?
AI is niet meer weg te denken. Leerlingen gebruiken het al. De vraag is hoe je hen begeleidt in kritisch en verantwoord gebruik.
Wil je klein beginnen? Download dan deze Gesprekskaarten over AI en kritisch denken voor in de klas. Met deze kaarten ga je in gesprek over vragen als: wanneer gebruik je AI wel of niet, hoe controleer je output en wat betekent eigenaarschap van werk?
lees ook
Worden Chromebooks duurder in 2026 door de AI-boom?
Leerkrachten zoeken antwoorden op IT-vraagstukken op Sett 2026
Was het nu Digisprong of Digiplan? Wat met cybersecurity en cyberpesten? En hoe zet je AI efficiënt, nuttig en veilig in? Het zijn niet alleen schooldirecties en ICT-coördinatoren die hun heil zoeken op onderwijsbeurs Sett.
Cybersecurity, IT-beleidsplannen, AI,… Het zijn vraagstukken die in iedere organisatie zorgen voor een stortvloed aan vragen en bezorgdheden. Zet daar nog een kwetsbare groep bij – minderjarigen – en je zou voor minder nerveus op zoek gaan naar antwoorden.
Beleid centraal
Op de eerste dag van de onderwijsbeurs legde een geanimeerd debat tussen de kopstukken van het Vlaamse onderwijsveld al enkele pijnpunten bloot: scholen en directies kunnen zich probleemloos vinden in de inhoud van beleidsplannen en ze steunen de doelen die worden gesteld, maar de grote vraag luidt: wie zal dat betalen? Zowel in middelen als in mankracht.
Uit het debat werd nogmaals duidelijk dat ICT-coördinatoren overbevraagd zijn en (een deel) van de opleiding vind je volgens Hamid Riffi, topman van het Kenniscentrum Digisprong, bij een uitbreiding van wie verantwoordelijk is: “ICT-beleid mag geen taak meer zijn van een enkele gespecialiseerde coördinator. Vandaag zijn zij verantwoordelijk voor ieder kabeltje dat stuk is in ieder klaslokaal, terwijl we deze specialisten specifieker kunnen inzetten. Kleinere taken kunnen we toevertrouwen aan leerkrachten die ondersteuning bieden.”
Maar, zo stelden de koepels, leerkrachten vinden de ruimte niet in hun opdracht om die extra taken op te nemen. Naast een professionalisering binnen hun didactiek, zouden ze eveneens moeten professionaliseren in hun IT-vaardigheden.
AI: we kennen het, maar hoe gebruik je het?
Op Sett werd evenwel duidelijk dat leerkrachten er niet alleen van wakker liggen, maar dat ze ook actief op zoek gaan naar die kennis en oplossingen. Dat zag ook Hans De Four van Impact Connecting, een organisatie die inzet op vormingen van leerkrachten rond de efficiënte implementatie van technologie. “We merken heel hard dat alles rond beleid leeft,” vertelt hij. “Vaak zie je dat leerlingen al gebruikmaken van tools nog voor de leerkracht weet hoe hij of zij die goed en veilig kan inzetten. Je moet er natuurlijk rekening mee houden dat er altijd een luikje cybersecurity en een stukje dataprivacy bij komt kijken. We ondersteunen de leerkrachten, zodat zij hun leerlingen kunnen onderwijzen.”
AI is een van de voornaamste voorbeelden die leven op deze beurs. “Leerkrachten zouden het kunnen inzetten in hun lespraktijk, maar ze zijn niet altijd zeker welk effect het kan hebben. Of ze zouden hun administratieve last kunnen verminderen, maar ze weten niet hoe eraan te beginnen. Die vragen komen hier vaak naar boven.”


Cyber- en mediawijsheid
Dat heeft voor een stuk te maken met mediawijsheid. Leerlingen en leerkrachten moeten leren werken met de nieuwe tools, maar ze moeten zich ook bewust worden van de risico’s. Bibliotheken Zonder Grenzen vzw stond op de beurs met twee projecten. De ‘Khan Academy’ kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten en is een gratis platform dat inzet op wiskundeonderwijs en digitale inclusie. ‘Cyber Helden’ is dan weer een project dat inzet op cyber- en mediawijsheid voor leerkrachten, leerlingen én hun ouders. Initiatieven als deze proberen de brug te slaan tussen de vele mogelijkheden die rondzweven op internet en een veilige didactiek die jongeren helpt omgaan met de mogelijke gevaren. Ze bieden een houvast.
Een beetje verder stond Muute, een relatief nieuwe onderneming die is afgeleid van het Nederlandse Test-Correct. Die laatste is bij onze noorderburen marktleider op het gebied van leerdoelgericht digitaal toetsen – software die een leerkracht helpt om te waken bij testen die digitaal worden afgelegd. Muute is daar een geestelijke opvolger van en stelt leerkrachten in staat om eenvoudig een omgeving op te bouwen waarin zij bepalen welke tools en websites de leerling kan gebruiken.
Sluit deze de applicatie of probeert de leerling de begrenzingen te omzeilen, dan krijgt de leerkracht een bericht. Het is een tool die veel leerkrachten lijkt aan te spreken omdat ze inspeelt op het gevoel van controleverlies: ‘wat als leerlingen AI gebruiken voor die tekst?’ of ‘wat als ik niet kan nagaan wat ze doen op hun laptopscherm, aangezien ik alleen de achterkant zie?’
Volgend jaar opnieuw in Gent
Het is duidelijk dat leerkrachten en schoolbesturen de uitdaging aangaan en willen blijven evolueren. Ondanks de soms negatieve berichtgeving over motivatie op school blijft de sector zoeken naar oplossingen om nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.
Welke topics volgend jaar weer aan bod komen, kom je te weten op 10 en 11 maart in de Gentse Flanders Expo.
lees ook
Van Digisprong naar Digiplan: onderwijssector zit met veel vraagtekens
Van Digisprong naar Digiplan: onderwijssector zit met veel vraagtekens
Tijdens het grote ICT-debat op onderwijsbeurs Sett in Mechelen werd met bloemetjes gegooid naar Digisprong. Voor opvolger Digiplan is de onderwijstop hoopvol, maar blijft ze voorlopig met veel vraagtekens achter.
ICT is een centraal thema op SETT 2026. Het openingsdebat werd er volledig aan gewijd en met Hamid Riffi (voorzitter van het Kenniscentrum Digisprong), Bruno Vanobbergen (directeur-generaal Katholiek Onderwijs Vlaanderen), Koen Pelleriaux (afgevaardigd bestuurder GO!), Walentina Cools (directeur OVSG) en Stephanie De Clercq (voorzitter VICLI) was het deelnemersveld op z’n zachtst gezegd beleidsbepalend.

Riffi, hoofd van het Kenniscentrum Digisprong, begon met de overgang naar het nieuwe Digiplan nog eens te kaderen: “Digisprong zag het licht in volle pandemie, toen we van de ene dag op de andere volledig digitaal moesten werken. Scholen die hier al over hadden nagedacht, hebben deze periode redelijk goed doorstaan, maar voor vele anderen was het een periode van zwemmen of verdrinken. Met dit initiatief zetten we een reuzestap van digitale achterstand naar modernisering. Met Digiplan willen we die groei bestendigen en vooruitkijken.”
5 pijlers, evenveel zorgen
Als onderdeel van het Digiplan moeten scholen tegen september van dit jaar een beleidsplan klaar hebben waarin ze duidelijk stellen waar ze vandaag staan en waar ze op moeten inzetten – en hoe ze dat zullen doen. In september ’25 lanceerde het Kenniscentrum met Pictos een digitale tool die daarbij kan helpen, maar uit het debat blijkt duidelijk dat het probleem voor het onderwijs niet ligt bij inhoud of de tools die ze krijgen aangereikt.
Pelleriaux, bestuurder van het GO!, verwoordde het zo: “Uit een bevraging bij onze scholen blijkt dat zowat alle besturen al een plan hebben of eraan werken. De termijn is haalbaar en inhoudelijk is iedereen mee. De vele vragen die we krijgen, richten zich echter op de houdbaarheid: hoe lang zal dit beleidsplan geldig zijn? Drie maanden, drie jaar,…? We missen vooral nog duidelijkheid over de modaliteiten.”

Riffi reageerde door te zeggen dat het altijd een work in progress zal zijn: “zoals de wereld continu verandert, zullen scholen regelmatig hun plan moeten bijschaven.” Een antwoord waar De Clercq, voorzitster van VICLI, enige moeite mee had: “De ICT-coördinatoren waren blij met de Digisprong, want leerkrachten waren echt bereid om te luisteren en mee te denken, ook al zorgde het voor heel wat overuren. Met het Digiplan lijken die overuren niet te verdwijnen en komen er nog meer verantwoordelijkheden bij de coördinatoren te liggen.”
“De tools van het Kenniscentrum zijn kwalitatief,” vervolgt ze, “maar er moeten ook mensen zijn om ze te doorlopen. Professionalisering, een van de pijlers uit het Digiplan, vraagt tijd maar er wordt langs alle kanten geknabbeld aan die tijd. De pedagogische studiedagen verdwijnen, maar wanneer is er dan tijd voor leerkrachten en coördinatoren om te werken rond de vereisten van het beleidsplan? De helft van de beleidsagenda’s is gevuld met punten over IT, maar als we ergens gaan spreken krijgen we hooguit een halfuurtje de tijd. Er zijn meer middelen nodig.”
AI maakt het niet gemakkelijker
Over de mogelijkheden van AI is iedereen positief, al zien ze dat die eveneens uitdagingen met zich meebrengen. Cools, directeur van het OVSG: “De mogelijkheden voor differentiatie zijn geweldig. Overal waar we komen horen we dat leerkrachten moeite hebben met almaar meer heterogene klassen en AI kan hen de oplossing aanbieden. Tegelijk moeten we blijven waken over de privacy- en security-implicaties. Leerlingen én leerkrachten hebben nog steeds nood aan bewustwording.”
Vanobbergen, topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, treedt haar daarin bij, maar ziet kansen voor lerende netwerken. “Te vaak denken scholen nog steeds dat ze alles alleen moeten oplossen,” merkt hij. Door kennis en expertise over scholen heen met elkaar in verbinding te brengen, gelooft hij dat ook professionalisering een betere kans krijgt. Maar ook hij maakt zich zorgen over de beschikbare middelen: “We moeten op korte tijd de nieuwe leerdoelen implementeren in het basisonderwijs en ook daar zijn middelen en mensen voor nodig.”

Riffi ziet dan weer mogelijkheden bij een verdere verdeling van verantwoordelijkheden. “Het kan niet meer de bedoeling zijn dat we werken met ICT-coördinatoren die allemaal dezelfde skills hebben. Vandaag moet één persoon waken over licenties en ervoor zorgen dat alle kabeltjes in de klassen werken. Terwijl daar eveneens leerkrachten voor kunnen worden ingezet. Iedereen heeft zijn rol te spelen in een breder ICT-team. Zeker nu er nog meer zal worden ingezet op privacy en cybersecurity.”
Voor Pelleriaux ligt daar ook een verantwoordelijkheid voor IT-leveranciers: “Het wordt tijd dat ze eens echt werk maken van een standaardisering van hun platformen. Zolang die niet interoperabel worden, maak je het moeilijk voor leerkrachten om zich digitaal te wíllen professionaliseren.”
Nood aan rust
Afsluitend aan het debat werd alle deelnemers gevraagd waaraan zij minister Zuhal Demir de komende maanden graag zien werken. Voor Vanobbergen en Pelleriaux was het antwoord “duidelijkheid en stabiliteit”, voor De Clercq is dat een opwaardering van het statuut van de ICT-coördinator. De treffendste quote was evenwel weggelegd voor Cools: “Ik hoop dat minister Demir een soort beleidsmatig sabbatjaar aankondigt, zodat alle scholen rustig kunnen uitrollen waaraan ze al zo lang aan het werken zijn. Nu hebben we nood aan tijd en ruimte om de impact van alle genomen maatregelen te bestuderen.”
Jongeren stellen levensvragen steeds vaker aan AI: WAT WAT vernieuwt website
Het Vlaamse jeugdinformatiemerk WAT WAT lanceert een vernieuwde website. Met de update speelt het platform in op de groeiende rol van artificiële intelligentie in hoe jongeren vandaag informatie zoeken en vinden.
Op watwat.be vinden jongeren antwoorden op levensvragen, ervaringen van leeftijdsgenoten en doorverwijzingen naar hulp- en luisterlijnen. Voor het eerst in acht jaar kreeg de website een grondige opfrissing. Die moet beter aansluiten bij het veranderende online zoekgedrag en de snelle opkomst van AI-toepassingen.
AI verandert hoe jongeren informatie zoeken
Het voorbije jaar zag WAT WAT, ondersteund door De Ambrassade, het aantal bezoekers dalen. Volgens coördinator Jory Maeyaert hangt dat samen met de populariteit van chatbots en AI-zoekmachines.
Jongeren stellen hun vragen steeds vaker rechtstreeks aan AI-toepassingen. Ook zoekmachines zoals Google tonen bovenaan meteen een AI-gegenereerd antwoord, waardoor gebruikers minder snel doorklikken naar een website. Dat versnelt de zoektocht naar informatie, maar maakt het moeilijker om de betrouwbaarheid ervan in te schatten.
Die evolutie ziet WAT WAT niet alleen in Vlaanderen. Ook andere informatieplatformen in België en Europa merken een terugval in bezoekersaantallen.
Inzetten op Generative Engine Optimization
Met de vernieuwde website wil WAT WAT jongeren blijven voorzien van betrouwbare en begrijpelijke informatie. Daarom zet het platform in op Generative Engine Optimization (GEO). Dat betekent dat teksten zo worden opgebouwd dat ze correct en herkenbaar verschijnen in AI-gegenereerde antwoorden.
De inhoud van WAT WAT is gebaseerd op de expertise van meer dan 100 infopartners. Door die kennis ook toegankelijk te maken via AI-zoekresultaten, wil het platform kwaliteitsvolle informatie zichtbaar houden in een veranderend digitaal landschap.
Eenvoudiger en overzichtelijker
De vernieuwing kwam er na een participatief traject met meer dan 1.100 jongeren. Op basis van hun feedback werd de website eenvoudiger en vlotter doorzoekbaar. Vragen zijn nu gebundeld in duidelijke thema’s zoals ‘Seks en grenzen’, ‘Ik voel me niet goed’ en ‘Oorlog en vrede’.
Via de startpagina kunnen jongeren ook meteen een passende hulp- of luisterlijn vinden. Daarnaast deelt WAT WAT getuigenissen van andere jongeren, met herkenbare en minder-herkenbare verhalen over opgroeien, twijfels en eerste keren.
Betrouwbare informatie in een digitale omgeving
Met deze vernieuwde website wil WAT WAT een betrouwbaar aanspreekpunt blijven voor jongeren met vragen over opgroeien en keuzes maken. In een digitale omgeving waar AI steeds vaker het eerste antwoord geeft, blijft de uitdaging om correcte en begrijpelijke informatie zichtbaar en toegankelijk te houden.
lees ook
Red Flag: waar ligt de grens tussen persoonlijke vrijheid en digitale controle?
KOBOS toont alternatieve schoolwerking als Toekomstklas op Sett
De secundaire school KOBOS Secundair is geselecteerd als Toekomstklas op Sett, het grootste onderwijsevent van Vlaanderen. De school uit Kapelle-op-den-Bos krijgt er de kans om haar vernieuwende onderwijsaanpak te delen met duizenden onderwijsprofessionals.
Onderwijs op maat van jongeren vandaag
KOBOS kiest al enkele jaren bewust voor een andere schoolwerking. De klassieke klasopstelling en het strakke lessenrooster maken plaats voor meer flexibiliteit, oriëntatie en eigenaarschap bij leerlingen. Die aanpak vertrekt vanuit de vaststelling dat de leefwereld van jongeren sterk veranderd is. Passief luisteren en noteren motiveert steeds minder, terwijl actieve betrokkenheid net kansen biedt om leren betekenisvoller te maken.
Volgens pedagogisch directeur Gwen Donvil gaat het niet om een breuk met traditioneel leren, maar om het creëren van ruimte voor werkvormen die beter aansluiten bij de noden van vandaag. Leerlingen krijgen meer verantwoordelijkheid over hun leerproces en worden gestimuleerd om bewuste keuzes te maken.
Van brede oriëntatie naar eigenaarschap
In de eerste graad legt KOBOS de nadruk op oriëntatie en een brede basis. Via oriënteringsweken maken leerlingen kennis met uiteenlopende domeinen zoals taal, cultuur, economie en STEM. Studiekeuzes worden bewust uitgesteld, zodat leerlingen hun interesses en talenten beter leren kennen.
In de derde graad verschuift de focus naar eigenaarschap en toekomstgericht leren. Binnen het vakoverschrijdend project en portfolio werken leerlingen twee jaar lang rond thema’s die hen persoonlijk aanspreken, los van hun studierichting. Tegelijk reflecteren ze over zichzelf en hun toekomst en engageren ze zich ook buiten de klas, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk of een rol in de leerlingenraad.
Flexwerking als hefboom voor begeleiding
Een opvallend onderdeel van de werking is de flexwerking, die KOBOS ook centraal zet in de Toekomstklas op Sett. In flexuren komen meerdere klassen samen en werken leerkrachten als team. Zo kunnen ze hun aandacht beter afstemmen op de noden van verschillende leerlingen.
Sommige leerlingen werken zelfstandig, anderen krijgen extra begeleiding of net meer uitdaging. Vooral in de B-stroom blijkt deze aanpak sterk te werken. Vertrouwen en eigenaarschap verhogen er de motivatie en ondersteunen de groei van leerlingen die het traditioneel moeilijker hebben met zelfstandig leren.
Nieuwe rol voor leerkrachten
De vernieuwde schoolwerking vraagt ook een andere rol van leerkrachten. Naast lesgever zijn zij coach en begeleider. Dat vergt intensieve samenwerking binnen het schoolteam en een duidelijke visie. KOBOS erkent dat die omslag niet vanzelf gaat, maar ziet tegelijk hoe de inspanningen renderen in sterkere betrokkenheid en leerresultaten.
Met hun deelname aan Sett wil de school vooral tonen dat durven afwijken van klassieke structuren mogelijk is, en dat een andere aanpak kan bijdragen aan beter onderwijs.
Safer Internet Day: Veiligheid, privacy en welbevinden in de digitale wereld
Vandaag viert de wereld Safer Internet Day, een belangrijke dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor het creëren van een veiliger internet, met name voor jongeren. Deze dag, georganiseerd door Insafe, een Europees netwerk van centra voor veilig internet, heeft als doel bewustzijn te creëren over hoe we veilig en verantwoord kunnen omgaan met technologie, zowel thuis als op school. In dit artikel zetten we de belangrijkste thema’s rond cyberveiligheid, privacy en welbevinden op een rij voor scholen, met praktische tips voor leraren en leerlingen.
Cyberveiligheid: bescherming tegen cyberaanvallen en cyberpesten
Cybersecurity
In de huidige digitale wereld worden cyberaanvallen steeds vaker het gesprek van de dag. Vooral scholen, met veel persoonlijke en gevoelige data, zijn een aantrekkelijk doelwit voor hackers. Het Kenniscentrum Digisprong heeft daarom het Groeipad Informatieveiligheid en Privacy ontwikkeld om Vlaamse scholen te helpen bij het implementeren van effectieve beveiligingsmaatregelen. Het actieplan cybersecurity biedt praktische richtlijnen over hoe scholen zich kunnen wapenen tegen digitale dreigingen.
Scholen kunnen ook meer leren over de risico’s van cyberpesten. Het is van groot belang dat leraren kunnen herkennen wat cyberpesten precies inhoudt, hoe het verschilt van fysiek pesten en welke acties ze kunnen ondernemen om dit te voorkomen of aan te pakken.
Wachtwoordbeheer
Bij het werken met digitale platforms is het van essentieel belang om sterke wachtwoorden te gebruiken en deze niet te delen. Het is belangrijk om een wachtwoordbeleid te implementeren op school en leerlingen te helpen bij het creëren van veilige, maar gemakkelijk te onthouden wachtwoorden. Ook kunnen scholen gebruik maken van wachtwoordmanagers om wachtwoorden veilig op te slaan.
Privacy: beschermen van digitale gegevens
In een wereld waarin persoonlijke gegevens steeds meer online worden gedeeld, is privacy een belangrijk aandachtspunt. De GDPR (General Data Protection Regulation), oftewel AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), is de Europese wetgeving die zorgt voor de bescherming van persoonsgegevens. Scholen moeten zich bewust zijn van hun rol in het beschermen van de gegevens van hun leerlingen, zowel binnen als buiten de schoolmuren.
Monitoring & Proctoring
In de digitale leeromgeving zijn monitoring en proctoring steeds gebruikelijker, vooral bij het afnemen van examens of toetsen op afstand. Het is belangrijk om als school de juiste balans te vinden tussen het behouden van privacy en het effectief ondersteunen van leerlingen. Regels omtrent monitoring van laptops en het gebruik van proctoring tijdens examens moeten duidelijk worden gecommuniceerd naar zowel leerlingen als ouders. Hoe kunnen scholen technologie gebruiken zonder inbreuk te maken op de privacy van hun leerlingen?
Pseudonieme e-mailadressen
Het gebruik van pseudonieme e-mailadressen kan helpen om de privacy van leerlingen te waarborgen, vooral bij het gebruik van online platforms en tijdens het communiceren via e-mail. Dit beschermt niet alleen de identiteit van leerlingen, maar voorkomt ook dat persoonlijke gegevens onterecht gedeeld worden.
Welbevinden: gezond gebruik van technologie
Nettiquette en gezond ICT-gebruik
Naast de technische aspecten van veiligheid en privacy is het belangrijk dat leerlingen zich verantwoordelijk gedragen in de digitale ruimte. Nettiquette, oftewel gedragsregels voor het gebruik van digitale toestellen, is cruciaal in het onderwijs. Dit zorgt ervoor dat zowel leerlingen als leraren zich bewust zijn van de juiste omgangsvormen online. Het kan bijvoorbeeld gaan om respectvol communiceren via e-mail, het gebruik van sociale media, of het gepast gebruik van smartphones in de klas.
Ook het ergonomisch gebruik van ICT verdient aandacht. Het gebruik van mobiele toestellen en laptops in de klas kan lichamelijke klachten veroorzaken bij leerlingen. Het is essentieel om ergonomische richtlijnen te volgen om de fysieke belasting te verminderen, zodat leerlingen comfortabel en gezond kunnen werken.