Hoge Gezondheidsraad vraagt strengere regels rond gsm’s en sociale media: wat betekent dat voor scholen?

De Hoge Gezondheidsraad publiceerde een nieuw rapport over de impact van smartphones en sociale media op kinderen en jongeren. Het advies benadrukt dat strengere regulering nodig is, maar dat een volledig smartphoneverbod voor kinderen onder 13 weinig effect zou hebben. Voor scholen blijft de uitdaging groot: hoe ga je om met schermtijd, digitale druk en online gedrag, zonder te vervallen in simplistische oplossingen?

Waarom strengere regels geen simpel smartphoneverbod betekenen

Volgens het rapport zijn kinderen onder 13 cognitief en emotioneel nog niet klaar voor de complexiteit van sociale media. Toch pleiten de experts niet voor een algemeen smartphoneverbod. Een reden is dat zo’n maatregel nauwelijks afdwingbaar is en weinig draagvlak heeft. Bovendien zijn smartphones en sociale media niet per definitie schadelijk; de impact verschilt sterk per kind.

Wat weten we wél over de impact op leerlingen?

De risico’s zijn bekend: slaapproblemen, cyberpesten, afleiding, druk rond uiterlijke vergelijking en blootstelling aan extreme content. Toch wijzen onderzoekers erop dat schermtijd op zich weinig zegt over mentale gezondheid. Problemen ontstaan vooral wanneer sociale media negatieve patronen versterken die al aanwezig zijn, zoals onzekerheid of een gebrek aan sociale steun.

Bij andere jongeren werkt dezelfde technologie dan weer verbindend. Ze gebruiken sociale media om contact te onderhouden, creatief te zijn of samen te werken rond interesses.

Sociale media zijn complexer dan één leeftijdsgrens

Veel experts vinden een verbod op sociale media onder de 13 wél zinvol, maar de praktijk is ingewikkelder. De grens tussen messaging-apps, gamingplatformen en sociale netwerken vervaagt. Jongeren gebruiken apps als WhatsApp, Snapchat, Roblox en Fortnite vaak door elkaar, waardoor er geen duidelijke scheiding bestaat tussen chatten, gamen en sociale interactie.

Voor scholen en ouders is het daardoor moeilijk om één duidelijke lijn te trekken.

Geen eenvoudig causaal verband

Het debat kreeg extra aandacht door het boek The Anxious Generation, waarin een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen sociale media en depressieve klachten. Volgens onderzoekers is dat te simplistisch. De impact hangt vooral af van hoe jongeren sociale media gebruiken, welke functies ze actief inzetten en welke persoonlijke kwetsbaarheden zij hebben.

Passief scrollen en vergelijken kan negatieve effecten hebben, terwijl actief contact met vrienden of gedeelde interesses net ondersteunend kan werken.

Wat kunnen scholen en ouders dan wél doen?

Volledige controle is niet realistisch. Technologiebedrijven schuiven vaak verantwoordelijkheid door naar ouders, maar veel monitoringtools zijn complex en onpraktisch. Ouders en leerkrachten kunnen wel inzetten op mediawijsheid, gesprekken over online gedrag en duidelijke klasafspraken.

Voor scholen betekent dat:

– duidelijke, haalbare afspraken over smartphonegebruik;
– aandacht voor online sociale dynamieken in de klas;
– begeleiding bij thema’s als vergelijken, identiteit en welzijn;
– samenwerking met ouders om verwachtingen op elkaar af te stemmen;
– ondersteuning voor leerlingen die kwetsbaarder zijn voor sociale druk.

Regulering door overheden en betere bescherming door technologiebedrijven blijven essentieel. Scholen kunnen deze evolutie niet alleen dragen.

Vlaamse overheid wil beter toezicht op leeftijdsgrenzen

De Vlaamse minister van Media ondersteunt de aanbevelingen: de bestaande leeftijdsgrens van 13 jaar moet beter worden afgedwongen. Daarnaast legt het rapport de nadruk op begeleid gebruik in plaats van verbod. Kinderen uit hun digitale leefwereld halen is geen oplossing; die leefwereld veiliger maken wél.

lees ook

Ouders vragen duidelijker toezicht op schoollaptops

Impact Connecting zoekt twee ICT-coördinatoren van het jaar 2026

Impact Connecting start de zoektocht naar twee ICT-coördinatoren van het jaar 2026: één technisch en één pedagogisch profiel. Met de ICTrofee 2026 wil de organisatie de vele ICT-coördinatoren in Vlaanderen erkenning geven voor hun inzet binnen digitale vernieuwing op school.

Waarom de ICT-coördinator van het jaar in de kijker staat

De ICTrofee zet ICT-coördinatoren centraal die scholen ondersteunen in zowel technische als pedagogische domeinen. De organisatie wil waardering tonen voor professionals die dagelijks bijdragen aan stabiele infrastructuur, doordachte technologiekeuzes en begeleiding van teams.

Volgens organisator Mario Kicken verdienen veel ICT-coördinatoren een zichtbare plek: ze maken digitale innovatie mogelijk, vaak achter de schermen. De award wil die inzet zichtbaar maken.

Hoe een ICT-coördinator van het jaar kan worden genomineerd

Iedereen die werkt in het Vlaamse onderwijs kan tot en met 4 januari 2026 een ICT-coördinator nomineren. De nominaties verlopen via de website van Impact Connecting. Daarna buigt een vakjury zich over de inzendingen en selecteert zij twee laureaten.

De winnaars worden bekendgemaakt tijdens de 39ste ICT-praktijkdag op 2 februari 2026 in Leuven. Google for Education voorziet voor beide laureaten een prijs.

ICT-coördinator van het jaar: doel en betekenis

De ICTrofee wil scholen stimuleren om stil te staan bij de waarde van kwalitatieve ICT-ondersteuning. Het initiatief richt zich op twee expertises: technische ICT-coördinatie en pedagogische ICT-coördinatie. Door beide domeinen te belichten, erkent de award de diversiteit van het beroep en de impact ervan op digitale schoolontwikkeling.

Mechelse kinderen ontdekken STEM dankzij gratis show van Fonds ‘Vrienden van Flanders Technology International’

In Mechelen genoten op 30 oktober 2025 een honderdtal kinderen van een gratis STEM-show in de stadsschouwburg. De voorstelling kwam er dankzij het Fonds ‘Vrienden van Flanders Technology International’, dat met kleine bijdragen grote kansen creëert voor kinderen die hun talenten in wetenschap en technologie willen ontdekken.

Kleine bijdragen, grote impact voor STEM-onderwijs

Onder het motto “De toekomst steunen? Een fluitje van een cent!” zamelt het fonds geld in om kinderen te laten kennismaken met STEM. Zowel particulieren als bedrijven droegen bij. Hun steun maakt het mogelijk om kinderen – ongeacht hun achtergrond – te laten ervaren hoe leuk en waardevol wetenschap kan zijn.

Samenwerking met Mechelse organisaties

Om zoveel mogelijk jongeren te bereiken, werkt het fonds samen met J@M, Natuur en Wetenschap en Feestvarken vzw.

  • Via J@M en Natuur en Wetenschap worden kinderen uitgenodigd voor STEM-shows en workshops.
  • Feestvarken vzw schenkt WOWboxen, creatieve doe-dozen met onder meer een gratis Technopolis-ticket, aan kinderen die anders weinig kansen zouden krijgen.

Deze samenwerking zorgt ervoor dat wetenschap toegankelijk wordt voor élk kind, ook buiten de klas.

Science Jukebox brengt verwondering in Mechelen

Tijdens de show Science Jukebox bepaalden de kinderen zelf welke experimenten werden uitgevoerd. De interactieve aanpak zorgde voor veel enthousiasme. “Als dit wetenschap is, dan wil ik dat elke dag doen!”, riep een van de jonge deelnemers spontaan.

Frank Deboosere, peter van het fonds, woonde de voorstelling bij en benadrukte het belang van dit initiatief:

“Met een kleine bijdrage kunnen we het verschil maken. Zo ontdekken kinderen hoe boeiend wetenschap kan zijn.”

Ook Marijke Van Buggenhout, voorzitster van J@M, was trots:

“Met J@M geven we kinderen uit Mechelse wijken de kans om te zien waar wetenschap écht om draait: nieuwsgierigheid, verwondering en plezier.”

Françoise Chombar, meter van het fonds, voegde eraan toe:

“Gelijke kansen in STEM beginnen met gelijke kansen op verwondering. Dit fonds opent de deur voor zoveel nieuwsgierige jonge kinderen.”

Over het Fonds ‘Vrienden van Flanders Technology International’

Het Fonds ‘Vrienden van Flanders Technology International’ wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Het steunt initiatieven die jongeren warm maken voor wetenschap en technologie. De vzw Flanders Technology International staat al meer dan 40 jaar bekend om haar sterke wetenschapscommunicatie en is sinds 2000 onder meer de drijvende kracht achter Technopolis.

Met steun van meter Françoise Chombar en peter Frank Deboosere blijft het fonds werken aan één duidelijke missie: elk kind de kans geven om zijn STEMpel op de wereld te zetten.

lees ook

Waarom STEM-opleidingen terrein verliezen: scholen missen digitale en pedagogische vernieuwing

Toekenning van extra ICT-middelen 2025: wat betekent het Digiplan voor jouw school?

De omzendbrief van het Digiplan is gepubliceerd. Het Digiplan bouwt verder op de digitalisering die met de Digisprong werd ingezet. Waar de Digisprong vooral laptops voorzag voor leerlingen in het secundair onderwijs, richt het Digiplan zich op duurzame, gedeelde en toekomstgerichte ICT-infrastructuur in het hele onderwijsveld.

De Vlaamse Regering kent in dit kader extra middelen toe voor scholen en leerkrachten, met bijzondere aandacht voor gelijke toegang, duurzaamheid en verantwoorde investeringen.

Doel en uitgangspunten van het Digiplan ICT-middelen 2025

Het Digiplan wil elke leerling toegang geven tot kwalitatieve digitale leermiddelen. De middelen zijn bedoeld om:

  • duurzame ICT-infrastructuur op te bouwen binnen scholen;
  • digitale afname van Vlaamse toetsen mogelijk te maken;
  • veilige en gedeelde ICT-toepassingen te ondersteunen;
  • digitalisering structureel te verankeren in beleid en professionalisering van leraren.

Voor het basisonderwijs ligt de nadruk op gedeelde infrastructuur, terwijl secundaire scholen de middelen gericht kunnen inzetten op basis van hun noden.

De regeling geldt voor:

  • gewoon en buitengewoon kleuter-, lager- en secundair onderwijs;
  • deeltijds kunstonderwijs (DKO);
  • centra voor volwassenenonderwijs (CVO);
  • centra voor basiseducatie (CBE);
  • HBO5-opleiding verpleegkunde.

Budget en verdeling van de ICT-middelen

De Vlaamse overheid voorziet voor 2025-2026:

DoelgroepBudgetBedrag per leerling/personeelslid
Basisonderwijs€46 miljoen€53,81 – €100,89
Secundair onderwijs€60 miljoen€114,69 – €172,04
ICT voor leraren€70 miljoen€397,71 per personeelslid

De middelen worden toegekend op 14 november 2025. Een tweede schijf volgt in 2026.
De verdeling gebeurt op basis van gewogen leerlingenaantallen, met hogere weging voor het buitengewoon onderwijs.

Aanwending en verantwoording

De middelen moeten besteed worden aan ICT-infrastructuur die voorkomt op de refertelijst ‘Digiplan ICT-infrastructuur’.
Aankopen moeten duurzaam, veilig en toekomstgericht zijn, en gebeuren volgens de wet op de overheidsopdrachten.

Scholen verantwoorden hun uitgaven via het Schoolloket Toelagen. De uiterste verantwoordingsdatum is 31 augustus 2028.

Bij misbruik of foutieve besteding kan de overheid middelen (gedeeltelijk) terugvorderen.

Bijkomende voorwaarden

Om de middelen te verkrijgen, moet een school:

  • vanaf 1 september 2026 beschikken over een ICT-beleidsplan;
  • voldoende infrastructuur voorzien voor de Vlaamse toetsen;
  • duurzame en alternatieve contractvormen (zoals leasing of refurbishing) overwegen;
  • gelijke toegang garanderen voor alle leerlingen, inclusief uitleendiensten voor kwetsbare groepen.

Niet-naleving kan leiden tot terugvordering met een boete van 20%, tenzij overmacht aangetoond wordt.

ICT-beleidsplan: verplicht vanaf 2026

Elke school moet een ICT-beleidsplan opstellen dat de visie, doelstellingen en acties rond digitalisering beschrijft.
Het plan omvat onder meer:

  • een analyse van de huidige ICT-situatie;
  • professionalisering van leerkrachten;
  • maatregelen voor digitale inclusie;
  • een duidelijk actieplan en taakverdeling.

Het Kenniscentrum Digisprong ondersteunt scholen via instrumenten zoals de ICT-beleidsplanner en het nieuwe digitale platform PICTOS, dat eind 2025 gelanceerd wordt.

Duurzaam en toekomstgericht ICT-gebruik

Duurzaamheid is een kernwaarde binnen het Digiplan. Scholen worden aangemoedigd om:

  • energiezuinige en repareerbare toestellen te kiezen;
  • refurbished apparatuur te gebruiken;
  • circulaire aanbestedingscriteria te hanteren;
  • onderhouds- of leasecontracten af te sluiten met aandacht voor levensduurverlenging.

Afgeschreven apparatuur wordt bij voorkeur professioneel nagekeken en hergebruikt via erkende refurbishers.

Digitale inclusie en kostenbeheersing

Het Digiplan waarborgt gelijke toegang tot digitale leermiddelen.
Scholen mogen enkel redelijke en proportionele kosten doorrekenen aan ouders. In het basisonderwijs moeten ICT-materialen gratis ter beschikking worden gesteld.

Indien thuisgebruik vereist is, moet de school een uitleendienst voorzien. Voor kwetsbare gezinnen wordt een bruikleenovereenkomst aanbevolen.

Monitoring en evaluatie

Het Departement Onderwijs en Vorming evalueert jaarlijks de uitvoering van het Digiplan, met aandacht voor:

  • de impact op de schoolkosten;
  • digitale inclusie;
  • onderwijskwaliteit en infrastructuur.

Vanaf 2027 worden de resultaten jaarlijks gerapporteerd aan de Vlaamse Regering.

lees ook

Laptop voor op de schoolbanken: waar moet je op letten?

Bedrijven en scholen bundelen krachten voor veilig internetgebruik bij kinderen

Vandaag, donderdag 16 oktober, slaan Child Focus, acht Belgische bedrijven en tientallen lagere scholen de handen in elkaar voor een grootschalige sensibiliseringsactie rond online veiligheid. Tijdens deze 190 Internet Safe & Fun-workshops leren meer dan 4.000 leerlingen van het 5e en 6e leerjaar hoe ze op een leuke én veilige manier omgaan met sociale media, online vrienden en hun digitale privacy.

De actie komt er op een moment dat Child Focus een sterke stijging van meldingen over online problemen ziet. Thema’s als online pesten, sexting en contact met onbekenden blijven kinderen raken. Met dit initiatief wil de organisatie scholen en leerkrachten ondersteunen om online gedrag bespreekbaar te maken in de klas.

Kinderen leren veilige reflexen online

De Internet Safe & Fun-workshops richten zich op leerlingen van 10 tot 12 jaar, een leeftijd waarop de meeste kinderen al actief zijn op platformen zoals TikTok, Snapchat, Instagram of Roblox. De sessies zijn interactief opgebouwd: via video’s, quizzen en spelvormen bespreken de animatoren herkenbare situaties uit het online leven van kinderen.

“We vertrekken vanuit de leefwereld van de kinderen zelf,”

legt Nadège Bastiaenen, Chief Prevention & Development Officer bij Child Focus, uit. “Zo bespreken we het belang van privacy op TikTok, sexting op Snapchat, online pesten op Instagram en contact met onbekenden op Roblox. De thema’s blijven dezelfde, maar we passen de methodiek telkens aan aan nieuwe trends en platformen.

De insteek blijft positief: kinderen leren hoe ze het internet op een leuke, veilige en kritische manier kunnen gebruiken. Tegelijk krijgen ze inzicht in de risico’s die soms onbewust opduiken tijdens hun online activiteiten.

Vrijwilligers uit het bedrijfsleven voor de klas

Acht bedrijven; Proximus, ARAG, Deloitte, EY, NTT DATA, Inchcape, Sopra Steria en TotalEnergies sturen vandaag medewerkers naar scholen in heel België om als vrijwillige animator een workshop te geven. Zij volgen vooraf een opleiding bij Child Focus en ontvangen het nodige didactische materiaal om met vertrouwen voor de klas te staan.

“We krijgen dagelijks oproepen van kinderen die geconfronteerd worden met online problemen,”

zegt Nel Broothaerts, algemeen directeur van Child Focus. “Preventie is dus geen luxe, maar een noodzaak. Dankzij deze samenwerking kunnen we veel meer leerlingen bereiken. De vraag vanuit scholen is zelfs groter dan wat we momenteel kunnen aanbieden.”

Voor de bedrijven past de deelname in hun CSR-beleid (Corporate Social Responsibility). Door werknemers te betrekken bij een maatschappelijk relevant project, versterken ze zowel hun sociale engagement als hun interne betrokkenheid.

Een vrijwilliger vertelt:

“De leerlingen van het zesde leerjaar vonden het geweldig. Ook al waren sommige thema’s een beetje taboe, ze durfden hun mening geven en stelden veel vragen. De actieve deelname geeft echt energie.”

Ondersteuning voor leerkrachten

De workshops zijn bedoeld als eerste stap in een breder leertraject. Na afloop krijgen leerkrachten een overzicht van gratis leermateriaal dat verder aansluit bij de besproken thema’s, zoals de Clicksafe-catalogus, de Internet Safe & Fun-quiz en andere preventietools van Child Focus. Zo kunnen scholen de onderwerpen verder verdiepen in de klas of koppelen aan lessen rond mediawijsheid, burgerschap of ICT.

“Ik vind het belangrijk dat niet alleen leerkrachten ondersteuning bieden, maar ook Child Focus,” zegt een leerkracht na afloop van een workshop. “Onze leerlingen vertellen ons niet alles, maar wanneer iemand van buitenaf in de klas komt, durven ze zich sneller openstellen. Dat gesprek is vaak een echte eye-opener.”

Jaarlijkse actiedagen

De Internet Safe & Fun-actiedag vindt twee keer per jaar plaats, in oktober en maart, en bereikt jaarlijks om en bij de 10.000 leerlingen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. De workshops worden telkens geactualiseerd op basis van nieuwe trends in het internetgebruik van jongeren. Zo blijft het programma relevant in een snel veranderende digitale wereld.

Child Focus hoopt dat nog meer bedrijven zich zullen aansluiten, zodat het aantal workshops verder kan groeien.

“We kunnen de vraag van scholen amper volgen,” aldus Broothaerts. “Bij deze dus een warme oproep aan bedrijven om mee te stappen in dit bijzonder impactvolle programma.”

Instagram verplicht jongeren tot kindvriendelijke appversie

Instagram scherpt de regels aan voor jongeren onder de 18 jaar. Wie jonger is dan 18, belandt voortaan automatisch in een kindvriendelijke versie van de app. Die biedt minder vrijheid en minder zicht op volwasseninhoud. Ouders kunnen toestemming geven om die beperkingen deels op te heffen. De nieuwe regels gelden voorlopig in de VS, Canada, Australië en Groot-Brittannië. Europa volgt in 2026.

PG-13 als nieuwe standaard

Meta, het moederbedrijf van Instagram, baseert zich op de Amerikaanse filmclassificatie PG-13. Dat label betekent dat inhoud niet geschikt is voor kinderen jonger dan 13 jaar, tenzij onder ouderlijk toezicht. Jongeren onder de 18 krijgen dus standaard een profiel met een “13+”-instelling. Enkel met expliciete toestemming van hun ouders kunnen ze die aanpassen.

Meta noemt dit de grootste update aan zijn systeem voor tieneraccounts sinds de invoering ervan vorig jaar. Naast strengere standaardinstellingen kunnen ouders nu ook gedetailleerder opvolgen wat hun kinderen doen op het platform.

Minder zicht op gevoelige inhoud

De veranderingen gaan verder dan enkel instellingen. Tieners kunnen geen accounts meer volgen die volgens Meta regelmatig volwassen of gevoelige inhoud delen. Als ze dat al deden, verdwijnt die inhoud automatisch uit hun feed. Ook reageren op zulke berichten wordt onmogelijk.

Daarnaast beperkt Instagram de zoekfuncties voor jongeren. Bepaalde onderwerpen – zoals zelfbeschadiging, eetstoornissen of zelfmoord – leveren geen resultaten meer op.

AI ook kindvriendelijker

Meta past ook zijn AI-functies aan. Die moeten bij tieneraccounts automatisch rekening houden met de leeftijd van de gebruiker. Dat is geen overbodige luxe: volgens een recente bevraging van jeugdjournaal Karrewiet gebruikt één op de vijf kinderen tussen 9 en 12 jaar soms al artificiële intelligentie.

De update past in een bredere beweging waarin technologiebedrijven meer verantwoordelijkheid opnemen rond online veiligheid voor jongeren. Als het experiment in de Engelstalige landen goed verloopt, zal Europa volgens Meta in 2026 volgen.

lees ook

Jongeren met psychische problemen ervaren sociale media anders

IT-beveiliging in scholen: zo hou je het veilig

De digitalisering van scholen gaat de afgelopen jaren hard: online leerplatformen, toetsen, ouderplatformen, het gebruik van digitale toestellen, … Hoe zit het met de beveiliging daarvan?


Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.


Scholen werken steeds vaker in een digitale omgeving, zeker na de ICT-boost door Digisprong. Dat werkt ongetwijfeld gemakkelijker voor zowel leerlingen als leerkrachten, maar de digitalisering maakt scholen ook een interessant doelwit voor cybercriminelen. Daarom is het belangrijk om voldoende in te zetten op digitale (netwerk)beveiliging.

De basisbeginselen van netwerkbeveiliging

De staat van je firewall

Hoelang is het geleden dat je je firewall nog eens onder de loep hebt genomen? Een firewall dient om jouw apparaten en netwerk te beschermen van binnenkomende en uitgaande verbindingen, en controleert of blokkeert indien nodig internetverkeer via IPS, IDS of DNS-filtering. Met een sterke firewall wordt het voor cybercriminelen al een pak moeilijker om binnen te dringen en een cyberaanval uit te voeren. 

Gelukkig zit er in de meeste moderne besturingssystemen een automatische firewall ingebouwd, zoals Windows Defender Firewall of Mac Firewall. Zogenaamde ‘next gen firewalls’ hebben meer mogelijkheden dan traditionele firewalls, en ze blijven continu evolueren. Zo kunnen ze verdachte apps blokkeren, bijhouden wie toegang heeft of wilt tot jouw netwerk, dreigingen oplijsten en proactief beveiligingstechnieken voorstellen.

Netwerksegmentatie

Als je naar het aantal verbonden apparaten kijkt in een school, is het voor IT-teams makkelijk om een duidelijk overzicht te hebben als er iets misgaat. Daarom is netwerksegmentatie zeker geen overbodige luxe. Dat wil zeggen dat je je netwerk opdeelt in kleinere delen of segmenten. Denk aan een segment voor leerkrachten, leerlingen, gasten en slimme apparaten.

Dankzij netwerksegmentatie deel je het netwerk op in kleinere delen of segmenten.

Die verdeelde segmenten zorgen voor een kleinere impact van een eventueel beveiligingsprobleem. Je kan ook gemakkelijk bepalen welke apparaten welke applicaties (niet) mogen gebruiken, domeinen al dan niet bezoeken en toegang krijgen tot een bepaald netwerkdeeltje.

Beveiligen van endpoints

Een endpoint is elk apparaat dat communiceert met je schoolnetwerk. Dat gaat dus over laptops, desktops, tablets, servers, printers, camera’s, … Elk van die punten kan een mogelijk toegangspunt zijn voor cybercriminelen.

Apparaten van leerkrachten en in klaslokalen moeten beheerd worden om een optimale beveiliging te garanderen. Daar zijn gespecialiseerde tools voor, zoals Intune of Google Admin.

Die schakelen onder meer automatische updates in voor alle apparaten, analyseren gedrag, stellen een policy in voor webbrowsers en bepalen welke applicaties wel of niet geïnstalleerd of gebruikt mogen worden. Examenlaptops kunnen bijvoorbeeld een verbod hebben op generatieve AI-applicaties en het gebruik van USB-sticks.

Examenlaptops kunnen bijvoorbeeld een verbod hebben op generatieve AI-applicaties en het gebruik van USB-sticks.

Dankzij een goed endpointdetectie- en respons (EDR)-beleid zijn alle eindpunten gemonitord op verdachte activiteiten en eventuele dreigingen. Moest er toch iets misgaan, kan je altijd vertrouwen op een back-up. Stel die wekelijks of maandelijks in en controleer of ze werken.

XLR, MDR of iets anders?

We zoomen nog dieper in op endpointbeveiliging. Je kan als school kiezen uit drie opties: XDR, MDR of SIEM.

  • XDR (Extended Detection and Response) bundelt signalen van e-mail, toestellen en netwerk in één dashboard. Dat zorgt alweer voor een beter overzicht waardoor je indien nodig snel kan ingrijpen. Het grootste nadeel is dat er iemand dagelijks naar moet kijken.
  • MDR (Managed Detection and Response) is XDR met een extern bedrijf dat meekijkt: een gespecialiseerd team dat 24/7 meekijkt, waarschuwt en binnen afgesproken grenzen meteen ingrijpt. Je hoeft dus niemand intern op XDR te zetten.
  • SIEM komt neer op het bijhouden, bewaren en koppelen van alle gegevens voor analyse en audits. Dat is uiteraard nuttig, maar zonder juiste en regelmatige opvolging mis je nog steeds alarmsignalen.

Advies voor scholen: heb je geen persoon of team dat elke dag securityalarmen opvolgt? Dan is MDR vaak de beste keuze want je koopt jezelf rust en krijgt een extra paar ogen met snelle reactietijd. Heb je wél interne opvolging, dan is XDR een mooie stap.

Zelfbeheer of uitbesteden?

Je kan bepaalde dingen gerust intern houden in plaats van ze uit te besteden. Bijvoorbeeld het opstellen van een beveiligingsbeleid, de beheertool configureren, het gebruik van veilige wachtwoorden en multi-factor authenticatie (MFA) stimuleren, en een kort noodplan opstellen van wat te doen als de school toch slachtoffer is van een cyberaanval.

Een ICT-coördinator of team kan gerust de basisbeveiliging op zijn rekening nemen, maar kan moeilijk ’s nachts in gang schieten.

Als je voor de meest geavanceerde cyberbeveiliging kiest, is het slim om een extern bedrijf, ofwel Security As a Service (SECaaS), te overwegen. Het grootste euvel voor scholen van het uitbesteden van beveiliging is de kost. Scholen hebben vaak grote netwerken die geavanceerde beveiliging nodig hebben. De firewall onderhouden, audits uitvoeren, 24/7 MDR, back-ups maken en testen en controleren, … Er komt wel wat bij kijken.

Een ICT-coördinator of team kan gerust de basisbeveiliging op zijn rekening nemen, maar kan moeilijk ’s nachts in gang schieten. Laat daarom de meer geavanceerde beveiligingstechnieken over aan een externe partner. Scholengroep Sint-Paulus kan als inspiratiebron dienen om de knoop door te hakken.


Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.

VEX Robotics maakt robotica toegankelijk voor iedere student

VEX Robotics leert leerlingen van het lager tot de universiteit programmeren met robots.


Namens Didakta en VEX Robotics mogen we vier VEX AIM codeerrobots weggeven op Schoolit. Rep je naar de wedstrijdpagina!


VEX Robotics wint steeds meer terrein in het Nederlandse en Belgische onderwijs. Waar LEGO Technic jarenlang de standaard was, neemt VEX die plaats geleidelijk aan in als de volgende stap in robotica en programmeeronderwijs. “Vex Robotics is eigenlijk een beetje de tegenhanger van LEGO Technic, alleen gaat Vex veel verder,” aldus Benno Faase en Els Goedhart-de Vos van Edutijd.

Edutijd, een Nederlands bedrijf dat verschillende leermiddelen aanbiedt, speelt een belangrijke rol in het distribueren van VEX in de Benelux en bij het begeleiden scholen bij de implementatie.

“De ervaring heeft wel geleerd dat door het voorstellen van toffe apparaten in het onderwijs je niet per se een verandering in de dagelijkse lessen kunt brengen,” legt Goedhart-de Vos uit. Daarom worden scholen goed ondersteund om de robots in te zetten in functie van hun leerplan.

Van basisschool tot universiteit

Een van de sterke punten van VEX is dat de robotjes gebruikt kunnen worden in lessen voor en door leerlingen van alle leeftijden. “Het instappunt is eigenlijk al rond het eerste leerjaar, maar het mooie is dat er een compleet aanbod is tot aan de universiteit.”

“We hebben zelfs een introductie voor kleuters,” aldus Goedhart-de Vos. Zo groeien de toepassingen mee met de leerlingen: van knopjes en programmeren met blokjes in het lager onderwijs tot programmeertalen Python en C++ in het middelbaar en hoger onderwijs.

Het instappunt is eigenlijk al rond het eerste leerjaar, maar er is een compleet aanbod tot aan de universiteit.

Els Goedhart-de Vos, digicoach en Vex-specialist

Op die manier worden leerlingen gestimuleerd om meer en meer complexere vaardigheden te ontwikkelen. “Kinderen kijken steeds meer naar robotica. Het programmeren van een HTML-website kan aan AI gevraagd worden, maar met robotica kunnen ze zelf met hun handen aan de slag,” stelt Faase. Daarom gaat het niet alleen om al spelend leren programmeren, maar maken ze ook kennis met toepassingen in de echte industrie.

Open source bibliotheek met lesplannen

Scholen krijgen toegang tot een uitgebreide bibliotheek met kant-en-klare lesplannen. “VEX heeft een gigantisch uitgebreide bibliotheek waarin je heel ver kan gaan,” legt Goedhart-de Vos uit. Het materiaal is open source en grotendeels in het Nederlands beschikbaar. Leerkrachten moeten geen programmeerkennis hebben om er mee te kunnen werken.

Eigenlijk maakt het helemaal niet uit of het nu ASO, BSO of TSO is, of bijzonder onderwijs. Deze setjes passen overal.

Daarnaast biedt Edutijd begeleidingstrajecten aan. “We kunnen moeilijk de pakketjes afgeven en ze hun plan laten trekken,” stelt Goedhart-de Vos. Het doel is dat robotica niet in de kast belandt, maar een vaste plaats krijgt in het onderwijsprogramma.

Leren samenwerken

Een belangrijke motor achter de groei van VEX zijn de competities. In België zijn ze al langer populair, maar nu starten ze ook in Nederland. “Er zijn een aantal VEX-competities. Er is een wereldwijde competitie, en in Nederland start er dit jaar een op. Als je daar wint, word je uitgenodigd om naar Dallas te komen,” vertelt Faase enthousiast.

Je kunt winnen met de snelste robot, maar je kunt ook winnen met het beste design of de beste samenwerking in je team

Els Goedhart-de Vos, digicoach en Vex-specialist

Wat deze wedstrijden zo interessant maakt, is dat ze meerdere talenten erkennen. “Je kunt winnen met de snelste robot, maar je kunt ook winnen met het beste design of de beste samenwerking in je team,” aldus Goedhart-de Vos. Faase gaat verder: “De rollen rouleren ook regelmatig, zoals in het bedrijfsleven, waardoor iedereen verschillende dingen leert.” Zo worden niet alleen technische, maar ook sociale en creatieve vaardigheden gestimuleerd.

Creatief werken tijdens de les

Naast techniek staat creativiteit centraal. De kleinste robot, de VEX-123, kan bijvoorbeeld gecombineerd worden met knutselmateriaal. “Je kunt er een monster of een alien van maken met eierdozen of andere spullen,” vertelt Goedhart-de Vos. Thema’s als duurzaamheid of geschiedenis kunnen zo ook geïntegreerd worden in lessen.

De robotarm van VEX is eigenlijk hetzelfde type als diegene die ze bij General Motors in de Opelfabriek gebruiken

Benno Faase, directeur Edutijd

De link met de praktijk wordt ook steeds sterker. “De robotarm van VEX is eigenlijk hetzelfde type als diegene die ze bij General Motors in de Opelfabriek gebruiken,” aldus Faase. Daarmee leren leerlingen niet alleen programmeren, maar ook industriële processen begrijpen.

Geschikt voor elke leerling

Een mooi verhaal uit het gesprek toont aan hoe instapvriendelijk VEX is. Een jongen uit het bijzonder onderwijs kreeg een robotarm mee naar huis. “Op zondagmiddag kreeg ik een filmpje dat hij heel operationeel was en volledig geprogrammeerd … en dat met Python. Dat had hij één keer gezien,” vertelt Faase. Het bewijst dat VEX ook geschikt kan zijn voor leerlingen met specifieke leerbehoeften.

Toekomst van VEX

Met nieuwe producten, zoals een drone en geautomatiseerde fabrieksopstellingen, blijft VEX innoveren. Het is uiteindelijk de bedoeling om verschillende robots met elkaar te laten samenwerken in een simulatie van echte productieprocessen. Daarmee is VEX ook meteen een voorbereiding op de arbeidsmarkt van de toekomst.


Dit is een redactioneel artikel in samenwerking met Vex Robotics en Didakta. Alle verschillende robots kan je hier terugvinden. Interesse om met een robot aan de slag te gaan? Doe mee aan onze wedstrijd of neem contact op met Didakta voor meer informatie.

Win een VEX AIM Coding robot voor jouw klas!

Wil jij of jouw school kennis maken met educatieve robotica? Dit is je kans!

Schoolit organiseert een wedstrijd waarbij scholen een VEX AIM Coding Robot kunnen winnen. Deze slimme robot is speciaal ontworpen voor het onderwijs en ideaal om leerlingen spelenderwijs kennis te laten maken met programmeren en techniek.

De robot kan in verschillende onderwijsniveaus worden ingezet:

  • Lagere school: laat je leerlingen programmeren met fysieke knoppen en kaarten
  • Secundair onderwijs: meer geavanceerde robots worden geprogrammeerd met Python en C++

lees ook

VEX Robotics maakt robotica toegankelijk voor iedere student

Hoe kan je deelnemen?

Ga je als ICT-coördinator de robots testen om te zien of ze bruikbaar zijn in lessen? Wil je als leerkracht de robots in de praktijk testen in de klas? Nog andere ideeën die je graag wil testen op de robots?

Elke robot komt met kant-en-klare lespakketten zodat je onmiddellijk aan de slag kan gaan.

Vul het deelnameformulier in en beschrijf waarom je aan de slag wil gaan met de VEX AIM Coding robot.

Na de testperiode neemt de redactie contact op met de tester om te horen wat zijn of haar indrukken zijn, wat ze allemaal geleerd hebben, welke verrassingen er waren, en of ze de robots nog blijven inzetten in de klas.

De vier winnaars van de VEX AIM Coding robot worden persoonlijk gecontacteerd na de herfstvakantie. De wedstrijd loopt tot 25 oktober 2025.

Win een VEX AIM Coding robot!

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Cloudflare en UNICEF’s Giga versterken wereldwijde schoolconnectiviteit

Cloudflare gaat samenwerken met Giga, een gezamenlijk initiatief van UNICEF en de International Telecommunication Union (ITU), om de internetconnectiviteit van scholen wereldwijd te verbeteren. De samenwerking maakt gebruik van realtimegegevens van Cloudflare’s snelheidstest om de digitale kloof tussen scholen te helpen dichten.

Realtime inzicht in schoolconnectiviteit

Giga gebruikt Cloudflare’s snelheidstest om gegevens te verzamelen over internetsnelheid, latentie en beschikbaarheid op scholen over de hele wereld. Cloudflare zal hiervoor tot 10 miljoen tests per maand uitvoeren. Deze data worden geïntegreerd in Giga Maps, het open-sourceplatform dat overheden en organisaties helpt bij het meten en verbeteren van de internettoegang op scholen.

De informatie ondersteunt beleidsmakers, non-profitorganisaties en de private sector bij het ontwikkelen van strategieën en het monitoren van de voortgang richting universele schoolconnectiviteit.

Digitale kloof blijft groot

Wereldwijd hebben naar schatting 1,3 miljard kinderen thuis geen internettoegang. Bijna de helft van alle scholieren beschikt op school niet over stabiel internet. Deze digitale kloof vergroot de ongelijkheid in onderwijs en toekomstkansen.

Volgens Cloudflare-CEO Matthew Prince sluit de samenwerking met Giga aan bij de kernmissie van het bedrijf: “Een beter internet bouwen betekent dat het toegankelijk moet zijn voor iedereen. Met deze samenwerking helpen we miljoenen kinderen om online te gaan en zich voor te bereiden op de digitale toekomst.”

Betere data, betere beslissingen

Ook UNICEF benadrukt het belang van betrouwbare data. “Scholen aansluiten op het internet is essentieel voor gelijke toegang tot kennis,” zegt Thomas Davin, Global Director van het UNICEF Office of Innovation. “Cloudflare versterkt Giga’s vermogen om realtimegegevens te verzamelen, zodat overheden gefundeerde beslissingen kunnen nemen over investeringen in connectiviteit.”

Dankzij Giga Maps kunnen overheden de locatie van scholen bepalen, hun connectiviteitsstatus volgen en de meest effectieve oplossingen identificeren. Cloudflare’s wereldwijde netwerk – met datacenters in meer dan 330 steden – zorgt voor nauwkeurige, realtimegegevens met minimale latentie.

Versnelling richting universele connectiviteit

De samenwerking zal Giga’s mogelijkheden om schoolconnectiviteit te monitoren aanzienlijk verbeteren en de voortgang versnellen naar het ambitieuze doel om elke school wereldwijd te verbinden met het internet.

Cloudflare’s bijdrage ondersteunt overheden en organisaties die werken aan gelijke toegang tot digitale leermiddelen – een essentiële stap om de digitale kloof te verkleinen.

Waarom STEM-opleidingen terrein verliezen: scholen missen digitale en pedagogische vernieuwing

STEM-onderwijs waarin wetenschap, technologie, engineering en wiskunde centraal staan, verliest aan populariteit bij jongeren. Volgens een analyse van VRT NWS ligt de oorzaak niet enkel bij de leerlingen, maar ook bij een gebrek aan innovatie binnen scholen. Leerkrachten en directeurs wijzen op verouderde structuren, hoge kosten en een gebrek aan digitale durf.

STEM minder populair, ondanks digitale toekomst

Ondanks de toenemende digitalisering van de samenleving, kiezen minder jongeren voor STEM-richtingen in het secundair onderwijs.
Volgens Maggy Vankeerberghen, coördinerend directeur van scholengroep UN!K, spelen twee factoren een rol: een aanhoudend negatief imago van STEM en het afschaffen van technische richtingen om financiële redenen.

“Veel leerlingen zien STEM nog altijd als een plan B,” zegt Vankeerberghen. “En scholen schrappen richtingen als de klassen te klein worden, want het opstarten van een STEM-traject met moderne infrastructuur en IT-apparatuur is duur.”

Dat tekort aan STEM-leerlingen is paradoxaal: bedrijven smeken om technisch geschoolde profielen, terwijl scholen moeite hebben om jongeren warm te maken voor opleidingen die perfect aansluiten bij digitale beroepen van de toekomst.

Ouders en perceptie spelen grote rol

Ook Stijn Slegers, leraar aan het VITO in Hoogstraten, ziet hoe perceptie het STEM-onderwijs parten speelt. “Ouders denken vaak dat alleen aso-richtingen leiden naar hogere studies, terwijl onze STEM-leerlingen net heel goed scoren in opleidingen tot burgerlijk of industrieel ingenieur.”

De lesinhoud is bovendien niet minderwaardig: in richtingen zoals technologische wetenschappen krijgen leerlingen evenveel wiskunde als in wetenschappen-wiskunde, maar dan met praktische toepassingen en ICT-integratie.

Jongeren overtuigen begint in de basisschool

De 17-jarige Joni, enige meisje in haar klas mechatronica, ontdekte haar passie voor technologie al op de lagere school dankzij gastlessen rond STEM en programmeren. “Daar werd het concreet: we mochten robots aansturen en kleine circuits bouwen. Zo besefte ik dat ik dat wilde blijven doen,” vertelt ze.

Volgens haar kunnen scholen jongeren beter bereiken als ze vroeg inzetten op digitale beleving met workshops, makerspaces of samenwerkingen met lokale bedrijven.

“Meer reclame maken is niet genoeg”

De Vlaamse overheid probeert al sinds 2012 het STEM-onderwijs te versterken via actieplannen en campagnes, maar volgens Vankeerberghen mist het beleid structurele vernieuwing.

“Meer marketing helpt niet als de vakstructuur niet verandert,” zegt ze. “We moeten STEM koppelen aan actuele maatschappelijke uitdagingen zoals klimaat, energie en artificiële intelligentie. Zo maken we leren relevant.”

Ze pleit voor projectmatig en vakoverschrijdend werken, waarbij leerlingen concrete vraagstukken oplossen met behulp van digitale tools. Thema’s als sensortechnologie, data-analyse of duurzame energie kunnen dan de rode draad vormen.

Duaal leren als toekomstmodel

Een inspirerend voorbeeld komt van SyntraPXL in Limburg, waar het aantal STEM-leerlingen dankzij duaal leren met meer dan 10 procent is gestegen.
“De combinatie van leren op school en op de werkvloer werkt,” zegt Pieter Sybers, coördinator Duaal. “Bedrijven leveren apparatuur, stages en expertise. Leerlingen zien meteen de link tussen theorie, digitale tools en praktijk.”

SyntraPXL haalt vandaag al de Vlaamse doelstelling voor 2030: 40% van de leerlingen in STEM-richtingen. Dat bewijst volgens Sybers dat nauwere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven essentieel is.

Meer durf bij directies

“Directies moeten meer buiten de bestaande kaders durven denken,” benadrukt Vankeerberghen. “Durf experimenteren met interdisciplinair leren, met digitale labs en met AI in de klas. Alleen zo maken we STEM aantrekkelijk voor de generatie van morgen.”

Volgens Schoolit past die boodschap perfect in het huidige onderwijslandschap: investeren in digitale leermiddelen, samenwerking met EdTech-bedrijven en IT-ondersteuning is niet langer optioneel. Het is de sleutel om STEM-onderwijs weer toekomstgericht te maken.

lees ook

STEM-inschrijvingen in Vlaanderen dalen naar laagste peil in 10 jaar: gevolgen voor de toekomst van onderwijs en economie

Het onderwijs in de publieke, private of hybride cloud?

Je data on-premises, in de cloud of toch een combinatie van beide? De keuze voor een bepaald type cloud is sterk afhankelijk van organisatie tot organisatie.


Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.


Steeds meer organisaties verplaatsen hun IT-infrastructuur naar de cloud. Of dit dan de private, publieke of een combinatie van beide is, hangt af van verschillende factoren. Ook in de onderwijssector is de keuze voor de locatie van jouw IT-infrastructuur onontbeerlijk. In deze sector circuleren diverse soorten data zoals studentengegevens, cijfers of onderzoeksdata, maar waar bewaar je het best welke gegevens?

Piekmomenten

Wanneer organisaties de overstap naar de cloud overwegen, is de publieke cloud een logische optie. Bij een publieke cloud levert een externe aanbieder IT-diensten via het internet op een gedeelde infrastructuur maar in gescheiden omgevingen. Bekende platformen zijn Microsoft Azure, Google Cloud Platform en Amazon Web Services.

Voor onderwijsinstellingen is het grootste voordeel de schaalbaarheid: tijdens piekperiodes zoals inschrijvingen of examenweken, kan je snel en kostenefficiënt opschalen en nadien weer afschalen.

Omdat lessen en leermateriaal steeds vaker online of hybride worden aangeboden, biedt de publieke cloud bovendien de flexibiliteit en beschikbaarheid om studenten en docenten overal een vlotte ervaring te geven, met bijvoorbeeld video-streaming, opslag en samenwerkingstools.

Voor onderwijsinstellingen is het grootste voordeel van de publieke cloud de schaalbaarheid.

Bestaande SaaS-oplossingen zoals Google Workspace en Microsoft 365 (OneDrive, Teams) sluiten hier naadloos op aan, waardoor lesmateriaal en opdrachten breed toegankelijk blijven, veilig gedeeld kunnen worden en centraal beheerd blijven.

Gevoelige data

Binnen een onderwijsinstelling circuleert er ook heel wat informatie die je liever niet in de publieke cloud hebt. Denk hierbij aan gevoelige data zoals gegevens van studenten, cijfers of onderzoeksdata. In dat geval is de private cloud een betere keuze. Binnen een private cloud is de IT-omgeving exclusief voor één onderwijsinstelling, met volledige controle over datalocatie, toegang en encryptiesleutels.

Daar staat tegenover dat een private cloud minder elastisch is dan publieke alternatieven: je moet zelf capaciteit plannen, investeren en de omgeving beheren. Schalen kan, maar vergt hardware, tijd en expertise.

De VUB investeerde recent in een eigen datacenter ‘Nexus’ en ze hebben een eigen VUB-cloud. De universiteit bewaart hier onder andere onderzoeksdata.

Hybride in het onderwijs

De ‘ideale cloudoplossing’ voor onderwijsinstellingen ligt ergens in het midden. Steeds meer scholen kiezen dan ook voor een hybride model, waarbij de publieke- en private cloud gebundeld wordt, vaak in combinatie met een eigen datacenter.

De ‘ideale cloudoplossing’ voor onderwijsinstellingen ligt ergens in het midden.

Daarmee combineren ze flexibiliteit met controle over gevoelige data. Deze aanpak koppelt eigen infrastructuur aan publieke clouddiensten zodat scholen sneller kunnen schalen en tegelijk aan regels voldoen.

Connectiviteit

Zonder vlotte, stabiele internetverbinding valt digitaal leren stil. Studenten studeren vandaag de dag van overal, op de campus, thuis of onderweg, waardoor een goede connectiviteit cruciaal is. De cloud maakt die toegankelijkheid eenvoudig. Studenten kunnen vaak snel en gemakkelijk via een browser inloggen. Wanneer je uitsluitend on prem werkt, moeten er meer “bruggetjes” gelegd worden naar het schoolnetwerk en vraagt dit om meer beheerwerk en expertise.

Een hybride cloudmodel geeft scholen het beste van twee werelden: gevoelige data blijven veilig en dichtbij in de eigen omgeving, terwijl je voor piekmomenten soepel kunt opschalen in de publieke cloud. Zo behoud je controle en privacy waar het moet, en bied je studenten en leerkrachten overal vlotte toegang.


Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.