“De Digisprong-middelen zijn er nu, maar wat als die op zijn? Geef het onderwijs meer perspectief” – Thomas Aelbrecht

We zitten samen met Thomas Albrecht op de SETT Beurs in Gent waar hij een inkijk geeft in zijn manier van werken binnen GO! scholengroep Het Leercollectief.

Thomas Aelbrecht is nu ongeveer een jaar pedagogisch coördinator ICT bij GO! scholengroep Het Leercollectief. Nog voor we het interview officieel opstarten, steekt hij al van wal. “De SETT-beurs illustreert eigenlijk het fragmentarische van ICT in het Vlaamse onderwijs. Er staan gigantisch veel aanbieders, maar je moet, als school of scholengroep, alles zelf beginnen uitzoeken. Zowel een vloek als een zegen voor vele scholen.” Een kritisch begin, maar laten we eerst starten met Thomas te introduceren.

Scholengroep met 28 scholen, 1 CVO en 1 internaat

Als pedagogisch coördinator functioneert hij binnen de scholengroep die 28 scholen rijk is, zowel basis- (20) als secundair onderwijs (8). Elk van die 28 heeft op vlak van ICT zijn of haar eigen verhaal (moeten) schrijven in het verleden. “Iedereen creëerde er zijn eigen verhaal en zocht de eigen weg, zonder al teveel sturing van bovenaf. Wij werken eigenlijk in het algemeen zeer decentraal”. Dit is grotendeels ook de filosofie van onze scholengroep, respect voor ieders eigenheid en snelheid gecombineerd met de leuze “Samen is beter”.

“Dit lijkt paradoxaal maar is het allesbehalve. Scholen behouden hun eigenheid en beslissingen rond beleid liggen bijvoorbeeld sterk bij de directies op de vloer. Waar er echter van elkaar geleerd kan worden, geldt dan weer onze collectieve leuze…vandaar ook het leercollectief.” Dat staat volgens hem in schril contrast met sommige andere scholengroepen. Daar wordt iets vaker, zeker op vlak van ICT, de centrale kaart getrokken.

Als pedagogisch ICT coördinator kan je adviseren, ondersteunen en inspireren, maar kan je moeilijk alleen echte beslissingen maken.

Thomas Aelbrecht, pedagogisch coördinator ICT bij GO! scholengroep Het Leercollectief.

“Dat maakt dat het bij ons zeer boeiend blijft ondanks de inherente complexiteit, omdat je met die 28 verschillende snelheden zit. Als pedagogisch ICT coördinator kan je adviseren, ondersteunen en inspireren, maar kan je moeilijk alleen echte beslissingen maken. Daar heb je het leerkrachtenkorps en de individuele directies voor nodig, liefst in een ICT-werkgroep binnen de school. Dat heeft zijn voor- en zijn nadelen.”

Directies die, vaak omwille van hun eigen achtergrond, reeds kaas hebben gegeten van het digitale trekken die kaart al langer, al van voor de coronacrisis. Die hebben al stappen gezet in de richting van hardware en software. Anderen wiens dada niet bij het digitale ligt, lopen op dat vlak wat achter, en dat is ok. Voor mij wordt het dan best uitdagend, want je krijgt scholen die al verder staan en scholen die nog maar aan het begin staan van het verhaal.

Ervaring binnen de opleidingswereld

Thomas komt zelf uit de opleidingswereld en ziet zichzelf als een zij-instromer. Hij heeft lang in de volwassen opleidingswereld (werkgeversorganisaties) en bij bedrijven (opleidingen) gewerkt. Daarnaast heeft hij ook een tijdje voor de Cronos Group bij The Learning Hub rond het digitaal leren-verhaal gewerkt. Heel bewust is hij pas daarna in het onderwijs gerold, tezamen met de Digisprong. “Mijn passie lag wel altijd daar”, geeft Thomas toe.

“Omdat ik heel dat verhaal van de volwassen opleidingswereld en bedrijven meeneem naar het onderwijs, merk je wel dat er een groot verschil is qua aanpak en de impact van bepaalde structuur en cultuur binnen onderwijs. Er zijn echter ook paralellen te trekken, zo is het doelpubliek, ironisch genoeg, niet per sé intrinsiek gemotiveerd om opleidingen te volgen. Je moet ze warm maken, enthousiasmeren en duidelijk maken wat het belang ervan is.”

Verandering met een visie en plan van aanpak

Thomas pakt de Digisprong pragmatisch aan, met het 4 in balansmodel en het model van Knoster als leidraad. “Het is heel eenvoudig, ik heb dat in mijn vorige functies ook vaak gehanteerd. Eigenlijk kan je via het model naar bepaalde zaken kijken die zich voordoen, zoals bijvoorbeeld digitale veranderingsprocessen en de angst of weerstand dat het met zich meebrengt bij de leerkrachten op de vloer.”

“In het model merk je dat dit vaak te maken heeft met een gebrek aan knowhow en/of een gebrek aan (persoonlijk) belang. Hier kan je dan heel bewust op inspelen in het uitdenken van je ICT-beleid. Zeker als het gaat over de Digisprong zie je dat er heel wat zaken in dat model kunnen terugkomen. Het zijn enkele van de kaders die ik in de scholen en met de directies overloop.”

Ik pak de Digisprong pragmatisch aan met het 4 in balansmodel en het model van Knoster als leidraad.

Thomas Aelbrecht, pedagogisch coördinator ICT bij GO! scholengroep Het Leercollectief.

Voor verandering heb je volgens Thomas een duidelijke visie en plan van aanpak nodig, naast de beschikbare middelen en competenties. Zonder steven je volgens hem af op verwarring, weerstand en chaos. “Het leuke aan het model is dat je door de verschillende snelheden van de scholen merkt dat wanneer er bepaalde problemen zijn (bijvoorbeeld wanneer hardware gekocht, maar niet gebruikt wordt), dat we objectief kunnen analyseren waar het aan ligt (bijvoorbeeld een gebrek aan knowhow, die je eerst had moeten aansterken).”

Why? How? What?

Tijdens ons interview verduidelijk Thomas dat hij niet technisch, maar wel pedagogisch geschoold is op vlak van IT, wat hem helpt bij het maken van strategische keuzes. “Ik heb een gestructureerd plan van aanpak: begin met de visie en het belang van je menselijk kapitaal. Daaruit maak je een blauwdruk van de school en ga je dieper in op de knelpunten. Hiervoor maak ik dankbaar gebruik van de Digikapitaalscan van Schoolmakers (trouwens een aanrader als je niet weet waar te beginnen). Wat ervaar je als goed, wat als slecht, wat kunnen we veranderen op korte en lange termijn, al die vragen probeer je te beantwoorden.”

Zo’n plan wordt daarna gecombineerd met een visie-oefening. Thomas doet deze oefening met alle leerkrachten op de school en dat is vaak de eerste keer dat leerkrachten iets zien dat ze toch wel interessant vinden.

“Wij stellen dan drie grote vragen rond ICT: Waarom zou je IT überhaupt inzetten in je les? Hoe zou je dat willen doen? Wat heb je daarvoor nodig? Daar wordt dan verder op gebouwd om de collectieve visie van de school te ontwikkelen.” Hij benadrukt dat zoiets natuurlijk niet op een week gebeurt, maar op een schooljaar of zelfs langer. Elke school doet dat op zijn eigen tempo, vanuit de scholengroep ondersteunen we dat proces met handen en voeten, en soms met vallen en opstaan.

Volgens hem vloeit daar organisch een kerngroep uit. Een aantal pioniers binnen de scholen buigen zich over de visie en de digitale strategie. Zo komt er een plan van aanpak tot stand. “Ik steek het vuur aan de lont en blijf regelmatig wapperen om dat vuur brandende te houden. Vandaag heb ik daarom meer een ondersteunende en adviserende rol.”

Focus op de eindgebruiker

In het team van Thomas zitten twee technische profielen en dat vult hijzelf aan met zijn pedagogisch profiel. “Op onze scholen zijn er ook lokale IT’ers te vinden die heel wat nuttig werk verrichten met de weinige uren die ze hebben. Dit zijn niet altijd mensen met een pedagogisch diploma of achtergrond. Heel vaak zijn het autodidacten met een gezonde durf die er vaak gaandeweg ingerold zijn omdat ze een computer durfden aan- en uitzetten”, verduidelijkt hij.

Op onze scholen zijn er ook lokale IT’ers te vinden die heel wat nuttig werk verrichten met de weinige uren die ze hebben.

Thomas Aelbrecht, pedagogisch coördinator ICT bij GO! scholengroep Het Leercollectief.

“Dat maakt ook dat het pedagogische niet altijd doordringt. De focus moet op de eindgebruiker liggen, de leerlingen, en niet op het aankopen van heel goede hardware. Zolang dat het pedagogisch (ICT) plan in orde is, maakt het niet veel uit wat voor toestel je kiest. Door daar de nadruk op te leggen maakt een school vaak goede en doordachte keuzes bij het aanschaffen van hardware. Het opstarten van zo’n ICT-werkgroepen met een gezonde focus op die eindgebruiker is een complex gegeven binnen de scholen, maar hierdoor kan je veel stappen zetten op relatief korte termijn.”

Investeringen en aanpassingen

GO! scholengroep Het leercollectief investeert voortdurend in geschikte apparatuur (Windowslaptops, Chromebooks, tablets en digiborden) en probeert voor die toestellen ook te demonstreren hoe ze werken en kunnen ingezet worden in de lespraktijk. “Sinds dat we met een aantal demotoestellen werken, zijn leerkrachten meer gemotiveerd om deze te gebruiken. De oogkleppen vallen dan af”, zegt Thomas. Hij denkt spontaan terug aan de introductie van Chromebooks.

“De meesten hadden er nog nooit van gehoord, terwijl de technologie toch al meer dan tien jaar bestaat. Google Classroom kenden ze ook vaak nog niet in de basisscholen. Eens je daarmee aan de slag gaat op een werksessie en de vele functies en mooie opportuniteiten voor de lespraktijk illustreert, gaan leerkrachten er vaak enthousiast mee aan de slag. Dat is nét wat ik wil bereiken via een hands-on aanpak.”

Niet direct hardware gekocht

Binnen het basisonderwijs bekijken Thomas en zijn team met de werkgroepen binnen de scholen welke toestellen ze best kunnen aanschaffen. In tegenstelling tot veel scholen die meteen hebben besteld in het begin van de Digisprong, moet de beslissing hier vaak nog vallen. De belangrijkste reden hiervoor is dat de scholengroep op de rem heeft gestaan om directies en scholen ertoe aan te zetten om doordachte keuzes te (kunnen) maken.

“We moesten eerst een plan van aanpak formuleren en pas dan effectief hardware aankopen. De meesten gaan er vooral volgend schooljaar pedagogisch mee aan de slag. Hoofdzakelijk gaat dat over Chromebooks en Googlescholen, maar zeker niet alleen, want we hebben ook Windowsscholen.” Al die verschillende ecosystemen lopen naast elkaar binnen de scholengroep.

Viersporenbeleid voor professionalisering

Na (of tijdens) de aankoop van hardware is het belangrijk om een pedagogisch beleid eraan te koppelen. Met een aantal scholen binnen de groep staan ze al een stap verder en spreekt Thomas van een viersporenbeleid op vlak van professionalisering. Hij duidt even aan ons wat hij hiermee bedoelt.

We hanteren hiervoor 4 duidelijke sporen die hand in hand gaan:

  1. Voorzie tijd en ruimte voor plaats- en tijdsonafhankelijke vorming
  2. Zorg voor interne nascholing(s)momenten voor en door collega’s
  3. Doe beroep op externe partners voor specifieke nascholingsbehoeften
  4. Bouw verder via concrete ondersteuning en implementatie van het leerplan ICT

“Ik werk vooral na de schooluren met de leerkrachten en dat maakt dat je in een ondersteunende rol ook effectief aan de slag kan. Je moet dus best flexibel zijn om je dag in te plannen. Ik wil niet zeggen dat ik meer dan fulltime werk, maar ik werk wel vaak op andere uren dan gangbaar binnen het onderwijs. In de praktijk zal het altijd wel wat meer zijn, net zoals bij vele leerkrachten, zeker vandaag de dag. Zolang er flexibiliteit van beide kanten is, neem ik dat er graag bij”, verduidelijkt hij.

De mindset van de leerkrachten

Naast de beleidsmatige keuzes die gemaakt zijn rond de Digisprong, want daar kan je nu al een trilogie over schrijven, zit de grootste uitdaging rond de Digisprong vervat in de mindset van de leerkrachten en de school. Wat Thomas betreft het gevolg van een jarenlange chronische onderinvestering op vlak van ICT in onderwijs. Hij merkt heel duidelijk een paradoxale houding op. “Van onze leerlingen verwachten we vaak een open en leergierige houding, maar we vergeten die zelf te gebruiken met betrekking tot IT en digitaal leren. Niet zozeer omdat we dat niet willen, veelal omdat we het niet kunnen (wegens amper investeringen op dat vlak in het verleden).”

Van onze leerlingen verwachten we vaak een open en leergierige houding, maar we vergeten die zelf te gebruiken met betrekking tot IT en digitaal leren.

Thomas Aelbrecht, pedagogisch coördinator ICT bij GO! scholengroep Het Leercollectief.

“Ik wil zeker niet iedereen over dezelfde kam scheren, dat is onterecht, maar je merkt dat het veel tijd en energie kost om het leerkrachtenkorps ervan te overtuigen dat we onszelf moeten professionaliseren om mee te kunnen in het digitale verhaal in het belang van onze leerlingen en de maatschappij waar ze naartoe gaan. Ik kan voor die houding heel veel begrip opbrengen, zeker in deze turbulente tijden, maar net door dat te benoemen merk je dat mensen terug ‘goesting’ krijgen.”

Hij vindt het wel boeiend om te zien hoe sommige processen in gang worden gestoken. “Als je een aantal keren terugkomt op school en je zet de structuren op, dan merk je dat olievlekprincipe. Verandering komt traag en gestaag maar wees gerust, ze is er wel binnen onze scholengroep.”

Beter kennis delen

Op centraal niveau zijn er een aantal structuren rond digitale transformatie. Thomas heeft zo contact met IT’ers binnen het GO! (andere scholengroepen), ook al blijft het relatief beperkt. “Heel veel scholengroepen vinden zelf het warm water uit en delen mijns inziens niet genoeg met elkaar. Met het GO! proberen we wel manieren te vinden om de zaken die al bestaan en waarvan we weten dat ze werken, te verspreiden. Daarvoor dient die digitale transformatie ook.

Om de 2 à 3 weken heeft hij een halve dag in zijn agenda gemarkeerd om cursussen te volgen of om bij te lezen en onderzoeken te lezen rond digitalisering. Bij leerkrachten is dat vaak niet ingebouwd. “Zij hebben niet zoveel uren vrij, het zijn altijd pedagogische studiedagen of ééndagsvormingen. Aan dat laatste heb je maar weinig. Voor mij zijn het vooral de digibeten die ik mee probeer te nemen in de werkgroep op school, omdat zij cruciale informatie hebben om heel de school mee te krijgen.”

Digisprong-chaos

Tot slot wil hij nog even de chaos van het hart rond het project Digisprong. “Je merkt dat de manier van werken niet ideaal is. Ze smijten een bom Europees geld op een moment dat er jaren weinig of niet op IT is ingezet binnen onderwijs, maar zonder enige echte vorm van ondersteuning. Ik vraag mij daarom af of we niet beter eerst waren begonnen met het uitbouwen van het kenniscentrum Digisprong, toestellen voor leerkrachten en andere vormen van adequate ondersteuning, vooraleer je geld vrijmaakt voor toestellen voor leerlingen.”

“Het voelt aan dat je begint aan het einde van een boek en dan pas terugbladert om de personages en de hoofdstukken te leren kennen. Niet bepaald een toonbeeld van goed bestuur én ook dat werkt door tot op de werkvloer, wederom het gevoel van chaos”, ventileert hij. “Sorry, het moest er even uit”, lacht hij.

De Digisprong voelt aan alsof je begint aan het einde van een boek en dan pas terugbladert om de personages en de hoofdstukken te leren kennen.

Thomas Aelbrecht, pedagogisch coördinator ICT bij GO! scholengroep Het Leercollectief.

“De middelen zijn er nu wel, maar wat doe je als die op zijn? Voor basisscholen liggen die middelen een pak lager dan voor secundaire scholen, terwijl er wel nog steeds (en gelukkig) de maximumfactuur bestaat voor basisonderwijs. Wat gaat dit geven in de toekomst? Gaat de school dit kunnen blijven betalen? Ik hoop het alleszins, maar het is koffiedik kijken.”

“Bovendien zijn de huidige middelen berekend tijdens een serieuze stijging van het leerlingenaantal waardoor de beschikbare middelen nu al an sich te weinig zijn om voor elke leerling een toestel te voorzien, zoals opgenomen in de visienota. We horen dat er wel recurrente middelen worden vrijgemaakt, maar of deze voldoende gaan zijn om tijdig en adequaat toestellen te vernieuwen of te vervangen, daar stel ik me serieuze vraagtekens bij, ook op niveau van secundair onderwijs.

We hebben dringend nood aan een lange termijnperspectief voor ICT in ons Vlaamse onderwijs, een duidelijke, gedragen visie vanuit het beleid die de tijdsspanne van de gemiddelde regering en de houdbaarheidsdatum van een Minister van Onderwijs overstijgt.”


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.


Windows 11 SE getest: meer dan een concurrent voor Chrome OS?

Microsoft focust met Windows 11 SE op het onderwijs en vormt met InTune voor ICT-coördinatoren een interessante tandem van om toestellen uit te rollen en te beheren.

Microsoft noemt Windows 11 SE een besturingssysteem waarbij de cloud centraal staat en dat speciaal is ontworpen voor het onderwijs. Op het eerste gezicht lijkt het een identieke kopie van Windows 11, maar onder de motorkap is er heel wat veranderd. Heel wat zaken werden gestroomlijnd, extra ballast ging overboord en wat overblijft is een duidelijk gefocuste ervaring.

Acer stuurde onze redactie een TravelMate Spin B3 op om als eerste in de Benelux aan de slag te gaan met Windows 11 SE. Lees hier de aparte review van het toestel.

Windows 11 SE, niet S Mode

Voor we dieper duiken in Windows 11 SE, scheppen we even duidelijkheid. Je kan besturingssysteem niet los kopen in de winkel, naar analogie met concurrent Chrome OS. Een bestaand toestel updaten is niet mogelijk. De reden waarom we dat verduidelijken, is omdat er vandaag ook Windows 10 in S Mode en Windows 11 in S Mode bestaat. Die configuraties zijn vandaag zeldzaam, maar ze bestaan.

De Acer TravelMate Spin B3 is in de Benelux de eerste laptop met Windows 11 SE.

S Mode betekent dat deze versies van Windows enkel toegang hebben tot de Microsoft Store om applicaties te installeren. Wie aparte software wil installeren, is eraan voor de moeite of moet een betalende upgrade uitvoeren naar een ‘complete’ versie van Windows 10 of Windows 11.

Net als in de S Mode-versie kan je bij Windows 11 SE geen losse software installeren via bijvoorbeeld installatiebestanden die je op het web vindt. Extra frappant: ook de Microsoft Store is niet zomaar bruikbaar vanaf het toestel. Enkel ICT-coördinatoren kunnen gecertificeerde applicaties configureren via InTune for Education, een Mobile Device Management-platform (MDM) van Microsoft. Voorbeelden van gecertificeerde software: Edge, Flipgrid, Office en MineCraft: Education Edition.

Besturingssysteem in de cloud

De grote kracht van Windows 11 SE is dat het een besturingssysteem in de cloud is. De ICT-coördinator maakt vooraf voor elke student een profiel aan waarmee hij of zij kan inloggen. Binnen InTune kan je applicaties toewijzen die nodig zijn, daarna is het toestel klaar voor gebruik.

De eerste keer dat je de Acer TravelMate Spin B3 configureert, moet je omwille van Windows 11 SE verplicht eerst verbinding maken met het internet.

Bij de eerste ingebruikname vraagt de Acer TravelMate Spin B3 om een verbinding met het internet. Geen verbinding, geen start van de configuratie, geen Windows 11 SE. Nadat je connectie maakt, mag je eerst een pauze nemen. Bij ons duurde het een vijftal minuten om de nieuwste updates te installeren alvorens we onze logingegevens invullen.

Wie curieus is als consument en gecharmeerd is door de goedkopere Windows 11 SE-machines omwille van het lichtere besturingssysteem, moeten we echter teleurstellen. Een Microsoft-account gebruiken zonder InTune-koppeling, maakt de pc heel beperkt bruikbaar. Je kan niets installeren, enkel Office, Flipgrid en de Minecraft-editie voor scholen zijn vooraf geïnstalleerd. Bezint eer ge begint.

Microsoft InTune for Education

Voor de leerlingen is het onboardingproces in Windows 11 SE naadloos. Via InTune heeft de ICT-coördinator alles geconfigureerd om direct aan de slag te gaan. Na een korte extra installatieperiode start het besturingssysteem op met een heel herkenbare interface voor wie al Windows 11 gebruikt.

Windows 11 SE
Windows 11 SE wordt vooraf geconfigureerd met Flipgrid, Whiteboard en Minecraft: Education Edition.

Onderaan in de taakbalk is het een oase aan rust met enkel Verkenner en de Edge- internetbrowser. Na een paar minuten verschijnt er een icoontje van Microsoft Teams op het bureaublad. De rest van de applicaties vind je onder de startknop die centraal staat.

Vanaf hier overlopen we waar Windows 11 SE verschilt van de traditionele versie van Windows 11.

Alleen maar Edge

Edge is de enige webbrowser die we kunnen gebruiken op onze Acer TravelMate Spin B3. Net zoals er bij Chrome OS enkel plaats is voor Chrome, geldt dat ook voor Edge. Dat is op zich geen probleem: sinds de overstap naar Chromium als technologie is Edge een uiterst performante webbrowser geworden die vaak energie-efficiënter omgaat met taken dan Chrome. Beide gebruiken dezelfde basistechnologie, dus qua compatibiliteit hoef je nergens compromissen te sluiten.

Windows 11 SE
Edge heeft vandaag in zijn extensiewinkel al een behoorlijk uitgebreid aanbod aan invoegtoepassingen.

Leuk weetje: wie zijn zin niet vindt binnen de Microsoft Edge extensiewinkel, kan er ook gewoon installeren vanuit de Chrome Web Store. Om maar aan te tonen: ze liggen beide dichter bij elkaar dan je zou denken.

Je kan trouwens binnen Edge een website als PWA (Progressive Web App) installeren. Zo kan je handig met een sneltoets op je bureaublad of taakbalk een website als ‘app’ openen.

Weg widgets

Windows 11 SE is een gestroomlijnde versie van Windows 11. Al het overtollig vet is eraf getrimd. Als gevolg daarvan is er geen ruimte meer voor widgets. Volgens Microsoft betekent het weghalen van widgets dat leerlingen minder afleiding hebben in de klas.

Windows 11 SE
In de taakbalk kan je geen widgets configureren. Ook de sneltoets Windows + W werkt niet.

Op de Acer TravelMate Spin B3 krijgen we niet de traditionele weerdetails te zien in de taakbalk en ook de sneltoets Windows + W doet niets. Slimmeriken die in de taakbalkinstellingen duiken om daar wat extra vinkjes aan te zetten, moeten we teleurstellen. Alles is eruit, in de plaats krijg je een meer gefocuste, Spartaanse versie van Windows.

Vensters ordenen

Wat ons betreft één van de meest handige functies in Windows 11 is het handig verdelen van vensters over de beschikbare werkruimte. Wanneer je muis een seconde boven het minimaliseren/maximaliseren icoontje naast het kruisje hangt, verschijnen verschillende lay-outmogelijkheden om efficiënt te multitasken. Standaard krijg je zes mogelijkheden om in twee of drie kolommen en één of twee rijen te werken.

Een screenshot van Windows 11 SE met twee vensterkeuzes, met daarboven de zes vensterkeuzes binnen Windows 11.

Windows 11 SE schrapt die flexibiliteit en toont twee opties: twee gelijke vensters of twee vensters in 1/3de 2/3de verhouding. De verandering houdt steek omdat de focus ligt op educatie met goedkopere laptops. Die hebben vaak schermen met een lagere schermresolutie, waardoor meer opties om vensters te ordenen weinig nut heeft.

Grootse Verkenner

Een klein detail is Verkenner dat altijd opent in een volledig scherm. Zelfs wanneer je het kleiner zet en sluit, opent het daarna opnieuw volledig. Hier is de reden extra gebruiksgemak: wanneer een leerling een bestand moet zoeken, wil die dat volgens Microsoft liefst zo duidelijk mogelijk doen.

Windows 11 SE
Verkenner opent altijd automatisch over het volledige scherm.

Hetzelfde geldt trouwens voor alle applicaties. Elke toepassing opent over het hele scherm om alles optimaal in beeld te brengen. Je kan links boven vensters ordenen, of de sneltoetsen Windows + linkerpijl en Windows + rechterpijl gebruiken om snel een venster respectievelijk half links of half rechts te sorteren.

Andere beperkingen

We schreven eerder al dat je geen toegang hebt tot de Microsoft Store en geen aparte software (Win32-applicaties) kan installeren. Microsoft heeft Windows 11 SE nog verder gestroomlijnd door heel wat zaken te verwijderen zoals PowerShell, Opdrachtprompt, klassieke Configuratiescherm of Windows Register.

Windows 11 SE
Je kan Windows Register vinden, maar niet opstarten.

Opvallend genoeg kan je de toepassingen vinden via de zoekbalk, maar van zodra je erop klikt, word je verwelkomd met een bericht dat de app niet kan worden uitgevoerd op je pc.

Windows 11 SE
Zelfs ‘Deze pc’ openen kan standaard niet. Via InTune kan je wel rechten toekennen indien nodig.

De beperkte selectie (klik hier voor de volledige lijst) van Windows 11 SE-gecertificeerde toepassingen bij de lancering kan worden uitgebreid door Microsoft op aanvraag, zolang ze passen binnen deze vijf types van apps:

  • Inhoudsfilters
  • Test- en examenoplossingen
  • Technologie omtrent toegankelijkheid
  • Klascommunicatie
  • Essentiële diagnostische apps, management, ondersteunend

Wil je graag als leerkracht of ICT-coördinator een app-voorstel insturen om op te nemen binnen Windows 11 SE? Klik hier om de procedure te doorlopen.

Conclusie

In onze testperiode voelen we duidelijk aan dat Microsoft met Windows 11 SE een Chrome OS-concurrent uit de grond heeft gestampt. De internetbrowser staat ook hier centraal, alle andere ballast werd deels overboord gegooid. Het resultaat is een snellere ervaring die vroeger minder mogelijk was op low-end-toestellen.

Windows 11 SE wordt vooraf op het toestel geïnstalleerd en is niet los verkrijgbaar.

We hebben op de Acer TravelMate Spin B3 regelmatig meerdere tabbladen geactiveerd, in de instellingen gedoken en een YouTube-filmpje opgezet, maar het toestel vertraagde nooit significant. Eerlijk gezegd hadden we deze vlotte ervaring niet verwacht met een Intel Celeron N4020 (dualcore 1,1 GHz) met 4 GB RAM: de basisconfiguratie die Acer ons instuurde.

Het toont aan dat Microsoft met Windows 11 SE de juiste kant op gaat. De basis is er en de gecureerde selectie aan apps die je kan installeren is een belangrijk signaal dat Microsoft goede prestaties wil blijven garanderen na meerdere jaren in gebruik.

lees ook

Acer TravelMate Spin B3 review: aan de slag met Windows 11 SE

Windows 11 SE kan je vandaag (of binnenkort) bij alle pc-fabrikanten terugvinden binnen de line-up. Ons testmodel, de Acer TravelMate Spin B3, kunnen we na een eerste indruk van harte aanraden om met het nieuwe besturingssysteem aan de slag te gaan.

Acer TravelMate Spin B3 review: aan de slag met Windows 11 SE

De Acer TravelMate Spin B3 met Windows 11 SE aan boord toont aan dat een Chromebook niet langer de enige optie is voor laptops met aan lage instapprijs en prima prestaties.

Aandachtige lezers van Schoolit krabben zich nu ongetwijfeld in het haar: hebben we deze laptop al niet getest? Dat klopt, de review van de Acer TravelMate Spin B3 (vanaf 359 euro incl. btw) kan je hier uitgebreid terugvinden. Copy past met Windows 11 SE, klaar is kees? Nee, zo gemakkelijk maken we het ons niet. Windows 11 SE heeft een te grote impact op toestelprestaties om zomaar te denken dat het om hetzelfde toestel gaat.

Windows 11 SE

Voor wie niet op de hoogte is van Windows 11 SE, geven een korte opfrissing. Windows 11 SE is het antwoord van Microsoft op de stijging in populariteit van Chrome OS. Het nieuwe besturingssysteem zal enkel beschikbaar zijn op nieuwe, laaggeprijsde toestellen voor het onderwijs. Hoewel Windows 11 SE geoptimaliseerd werd voor Microsoft Edge, Office en de clouddiensten van Microsoft, kan je er ook andere toepassingen op gebruiken.

Windows 11 SE ondersteunt bijvoorbeeld apps van derden zodat scholen de keuze krijgen. Die applicaties moeten eerst een verificatieprocedure doorstaan. De volledige lijst die vandaag al wordt ondersteund, vind je hier.

Concreet wordt Windows 11 een paar keer over de schaafplank bewogen tot er een licht en flexibel besturingssysteem overblijft, zonder ballast die niet relevant is voor het onderwijs. Het resultaat is een vlottere ervaring met lagere systeemvereisten. De Acer TravelMate Spin B3 bijt in de Benelux de spits af.

Degelijke batterij

In theorie klinkt dit goed, maar wat zegt de praktijk? Wat betreft benchmarks komen we bedrogen uit omdat geen enkele toepassing is geverifieerd. Dat gaat trouwens ook nooit lukken in de toekomst, omdat zoiets niet echt essentiële software is voor het onderwijs. Een rechtstreekse vergelijking maken met de Windows 11-variant is daardoor moeilijk, maar ons buikgevoel zegt wel dat de batterijduur langer is.

We kunnen vlot een hele werkdag op de laptop werken zonder dat we een stopcontact nodig hebben. Zelfs wanneer we een extern scherm eraan koppelen, komen we niet in de problemen. De USB-C-lader in de doos laadt het toestel op 43 minuten naar 50 procent, mocht je toch snel extra energie nodig hebben. Volledig opladen duurt twee uur.

Stevige laptop

Leerlingen moeten hun laptop vaak van en naar de schoolbanken versjouwen. Met een gewicht van minder dan 1,5 kg weegt de laptop meer dan moderne ultrabooks, maar heel zwaar mogen we het toestel niet noemen. Omdat de laptop met zijn 11,6 inch-scherm best klein is, voelt het toestel wel iets steviger aan.

Acer kiest weinig verwonderlijk voor een plastic behuizing en zet volop in op stevigheid. De laptop is MIL-STD 810H-gecertifieerd, wat impliceert dat hij tegen een stootje kan. De laptopranden bestaan uit een rubberen bumper, wat de valbestendigheid ten goede komt. In principe mag deze laptop wel eens van de schoolbank vallen.

Het toestel is verder morsbestendig, zodat een omgestoten beker fruitsap niet het doodvonnis van het binnenwerk betekent. Het scherm krijgt nog stevig Gorilla Glass van Corning mee, gekend van de betere krasbestendige smartphone. Dat is ook nog eens voorzien van een antibacteriële coating.

Aanraakscherm en 360 gradenscharnier

Dat krasbestendig scherm is nodig omdat het 11,6-inchscherm aanraakgevoelig is. Er zit een pen in de behuizing en het scherm kan je dankzij een 360 gradenscharnier als tablet gebruiken. Aan de achterkant zit er een klein lampje waarmee het voor de leerkracht duidelijk is dat het toestel is ingeschakeld.

Rondom het scherm wordt je getrakteerd op heel dikke schermranden. Het is niet de meest moderne look, maar binnen deze prijsklasse kunnen we daar moeilijk slecht gezind op zijn. De bescheiden resolutie van 1.366 x 768 pixels is ideaal om één applicatie duidelijk op het scherm te tonen. Wie meer fan is van multitasken, raden we een toestel aan met een hogere schermresolutie.

De helderheid van 208 cd²/m² is eerder beperkt en kan potentieel voor problemen zorgen wanneer de zon door de klasramen naar binnen op je toestel schijnt.

Compleet mét USB-C

De plastic toetsen typen niet zo fijn voor wie beter gewend is, maar geven voldoende feedback. Ook het touchpad voelt best aangenaam en werkt nauwkeurig. Tot slot tekenen de voornaamste aansluitingen present op de behuizing. Twee USB 3.1-poorten worden bijgestaan door een ethernetpoort, een HDMI-aansluiting en een USB Type-C-poort waarlangs je het toestel kan laden. Opladen kan ook via een meegeleverde lader met een eigen aansluiting, zodat de poort vrij blijft.

De buitenkant van de Acer TravelMate Spin B3 zit dus snor. Acer zet duidelijk in op stevigheid zonder functionaliteit los te laten met het omklapbare aanraakscherm. Wat nu met het binnenwerk?

Basisconfiguratie

Ons testmodel heeft een Intel Celeron N4020 aan boord, een dualcorechip geklokt op 1,1 GHz. Die wordt gekoppeld aan 4 GB RAM en amper 64 GB eMMC SSD-opslag. In theorie is dat een systeem dat we nooit zouden aanraden om te kopen voor met Windows. Vanaf het begin krijg je een traag systeem dat doorheen de jaren enkel nog maar trager wordt.

Windows 11 SE maakt van de Acer TravelMate Spin B3 niet een supersnel toestel dat elke toepassing op één seconde opent, maar de reactiesnelheid valt nu wel binnen de norm. Een Chrome OS-toestel reageert sneller met dezelfde configuratie, maar het scheelt niet veel meer.

Wat veel belangrijker is: door de talrijke restricties van Windows 11 SE is de kans heel groot dat het besturingssysteem na één jaar, drie jaar of later nog steeds performant is. Vandaag kunnen we dat nog niet met zekerheid zeggen omdat de Acer TravelMate Spin B3 de eerste is met het besturingssysteem, maar we zijn hoopvol.

Conclusie

Na onze uitgebreide testperiode kunnen we deze laptop aanprijzen bij elk jonge leerling. De perfecte prijs-kwaliteitbalans en de introductie van Windows 11 SE maken van de Acer TravelMate Spin B3 (vanaf 359 euro incl. btw) de ideale kandidaat voor digitalisering binnen het basisonderwijs.

Enige voorwaarde is dat je als ICT-coördinator wel goed je huiswerk moet doen voor je Windows 11 SE omarmt. Analyseer goed de beperkingen (en bijhorende troeven) en zorg dat je optimaal bent ingewerkt in Microsoft InTune for Education. Het is vandaag nog te vroeg om te zeggen dat Windows 11 SE een groot succes wordt, maar het eerste toestel kan ons wel smaken.

‘Ik ben ook één van de weinige leerkrachten die uren heeft gekregen voor ICT’ – Philip Everaerts

Philip Everaerts van GO! Middenschool in Ieper geeft deeltijds les en vult de rest van zijn uren in als ICT-coördinator. Onderwijs is een passie voor hem en hij staat altijd klaar om nog nascholingen te geven.

Leerkracht worden is altijd een bewuste keuze geweest van Philip Everaerts vanaf de start van zijn carrière. Hij werkt al achttien jaar als leerkracht binnen de GO! Middenschool in Ieper. Zijn rol als ICT-coördinator is organisch gegroeid door eigen interesse en de push richting digitalisering.

“Ik ben een combinatie van technisch en pedagogisch ICT-coördinator. Soms resulteert dat wel hectische periodes omdat ik ook nog lesgeef. De examens dat valt nog wel mee, maar op het einde van het schooljaar moet je wel beginnen nadenken over het volgende.”

Heel dynamische leerkrachtengroep

Philip heeft een fulltime functie. “Ik ben ook één van de weinige leerkrachten die uren heeft gekregen voor ICT. Als school zijn we samen beginnen te werken rond innovatieve scholen en innovatieve scholen met coderen. Dat was toen een initiatief van de Vlaamse gemeenschap, het ministerie van onderwijs.”

“We konden ideeën delen en samenwerken met andere scholen. Daarnaast hebben we nog meegedaan aan projecten als future classroom en living schools lab van de Europese gemeenschap. Op die manier hebben wij een beetje aan fondsenwerving gedaan.”

Twee collega’s helpen Philip en denken ook mee rond allerlei ICT-concepten. “We hebben ook heel veel dynamische leerkrachten die iets weten en kunnen. Ik spreek daarom altijd over ‘we’ want een school is een team.” Hij benadrukt dat je altijd moet luisteren naar je collega’s want als ICT-coördinator heb je niet altijd de juiste mening.

Je moet altijd luisteren naar je collega’s, want als ICT-coördinator heb je niet altijd de juiste mening.

Philip Everaerts van GO! Middenschool

“Door nascholingen te geven hebben we veel meer mensen op het locomotiefje of de eerste wagon gekregen. Dat zijn mensen die mij nu ook een beetje kunnen ontlasten in mijn ICT-taken.”

ICT-dienst binnen de GO! scholengroep

Binnen de scholengroep in Diksmuide, genaamd GO! Scholengroep Inspira, kan Philip rekenen op een ICT-dienst. Daar hebben ze vier ICT-coördinatoren en werkt sinds september vorig jaar een pedagogische ICT-coördinator. “Maar wij zijn al tien jaar bezig op vlak van ICT,” verduidelijkt hij snel.

“Wij gaven al jaren zelf nascholingen na onze uren om leerkrachten te stimuleren met ICT aan de slag te gaan en dat werd altijd maar drukker en drukker. De directeur heeft dan een aantal uren voor mij voorzien en nu is de groep beetje ingeburgerd en doen we het beheer van de toestellen op school.”

De overkoepelende ICT-dienst is volgens Philip een fijne groep om mee samen te werken. “Zij doen de computers op school en de netwerken, ik focus mij wat meer op het pedagogische luik van het lesgeven met de iPads en troubleshooting van alle toestellen.” Bij problemen kunnen ze hem onmiddellijk raadplegen. Zo moeten leerkrachten, leerlingen of medewerkers niet wachten en wordt het tijdverlies beperkt.

Gestart met iPads dankzij… zijn broer?

Philip vertelt ons dat het eerste toestel op school, een iPad, eerder toevallig zijn pad heeft gekruist via zijn broer. “Ineens lag er een cadeautje voor de deur. Oké… dat kunnen we wel eens testen in een onderwijscontext.” Na een korte introductie heeft hij aan de directie gevraagd om een aantal iPads te huren.

“Wij zijn daarna gestart met vakken als ‘Actief leren met ICT’ en creatief met Frans waar we leerlingen die schrik hebben om te spreken in een andere taal uit hun kot gaan lokken. We merkten dat leerlingen hierdoor liever een taal leren, liever naar de les komen en betere punten halen.” Een duidelijke win-winsituatie voor de school.

Sinds een jaar of acht zijn er een 70-tal iPad-toestellen beschikbaar op de school. Net voor de Digisprong onderzocht Philip met de leerkrachten en directie wat ze gingen doen met de nieuwe eindtermen. “Toen hebben we beslist om elke leerling een eigen toestel te geven.”

We zijn de Digisprong dus voor geweest, met alle gevolgen van dien.

Philip Everaerts van GO! Middenschool

“We zijn de Digisprong dus voor geweest, met alle gevolgen van dien”, zucht hij. Ouders hebben zelf een toestel moeten aankopen eind augustus 2020, terwijl ze nu een toestel krijgen dankzij de budgettering van de Digisprong. Daar moet de school nu een oplossing voor gaan zoeken zodanig dat iedereen tevreden blijft. Vandaag werken er een 250-tal leerlingen met een iPad.

Spijtige clash met de Digisprong

Elke leerling heeft vandaag een eigen iPad binnen de GO! Middenschool in Ieper. “We zijn daar nu het tweede jaar mee bezig en dat verloopt vrij goed. Als ICT-coördinator proberen we er te zijn voor de leerkrachten. Vernieuwing brengt namelijk onrust in je team. Je hebt mensen die voortrekkers zijn, maar ook mensen die aan het wagonnetje hangen. Die hebben we zeker ook nodig want dat zijn de meest kritische mensen die alert blijven.”

Met de budgetten die er nu zijn, gaan Philip en de leerkrachten nog eens rond de tafel moeten zitten met de directeur. Ze zitten nog met een aantal oudere iPad-toestellen die ze eventueel kunnen indienen om te refurbishen. “Zo kunnen we mogelijk korting krijgen of een upgrade bij een nieuwe aankoop. Dankzij die middelen en het beleidsplan kan je blijven werken met recente toestellen. In andere scholen werken ze misschien met oudere toestellen, waardoor je ook meer kans hebt op defecten”, volgens Philip.

Pluim voor de leerkracht

Hij deelt ook graag een pluim uit aan de leerkrachten voor het vele werk dat zij moesten verrichten tijdens de paniek rond het plotse afstandsleren tijdens de pandemie. “Zij hebben van thuis uit veel nascholingen gevolgd en heel veel lesmateriaal moeten aanpassen aan de toestellen. Je moet beseffen dat het onderwijs werd gezien als een luxejob vroeger. Vandaag is dat veel minder.” Philip verwijst ook naar dienstmededelingen waarvoor je naar school moest komen vroeger. “Nu worden er de hele dag en ’s avonds nog berichtjes gestuurd, wat veel energie vraagt.”

Tot net voor de krokusvakantie dit jaar zijn leerkrachten online blijven lesgeven vanop school. Als een leerling afwezig was, dan heeft hij de mogelijkheid om een les online te volgen. “We werken vandaag deels met smartboards en whiteboards met beamer. Dan moet je gaan kijken hoe je een les best hybride geeft.”

Je moet beseffen dat het onderwijs werd gezien als een luxejob vroeger. Vandaag is dat veel minder.

Philip Everaerts van GO! Middenschool

Denk bijvoorbeeld aan het schrijven met een pen op een iPad terwijl leerlingen dit op hun eigen iPad kunnen zien. Dan is het handig als iedereen een toestel heeft, het zorgt voor rust bij leerkrachten volgens Philip. “BYOD (Bring Your Own Device) is bij ons eerder moeilijk want we willen leerkrachten niet met verschillende toestellen helpen. Ze hebben allemaal een aantal basisopleidingen gedaan rond Apple. We verwachten dat de leerkrachten zelfredzaam zijn en dat zij de leerlingen kunnen verder helpen.”

Weinig klachten vandaag

Wat betreft tijd en budget wil Philip niet klagen. “Extra geld mag altijd wel”, zegt hij met een glimlach. “Technologie kost verschrikkelijk veel geld. Al heb ik op dit moment niet echt noden, ook niet qua tijd. Alles loopt vrij goed. Natuurlijk stopt een dag niet om 16u. Als een leerling ’s avonds een probleem meldt, proberen we die zo snel mogelijk verder te helpen met raad en tips.”

Technologie kost verschrikkelijk veel geld. Al heb ik op dit moment niet echt noden, ook niet qua tijd. Alles loopt vrij goed.

Philip Everaerts van GO! Middenschool

Dat vraagt volgens hem vaak zelfstudie die veel tijd inneemt, want je moet ook nog aan je eigen welzijn denken. “Daarom ga ik ook tijdig wandelen of volg ik een interessante nascholing. Het kan ook ontspannend zijn om andere scholen een bezoek te brengen om te zien hoe zij het aanpakken.

Blij met de Digisprong

Philip is heel blij dat de Digisprong er is omdat het de nadruk legt op digitale innovaties. Voor zijn eigen werk is hij wel kritisch: “Misschien moeten we nog meer inzetten op ons ICT-team? Vroeger waren er wel vergaderingen met een ICT-werkgroep. We hebben dat in het begin van het schooljaar ook nog eens gedaan, maar we moeten dringend terug zo’n vergadering beleggen. We zouden wat meer planmatiger moeten gaan werken en meer vergaderstructuren opzetten.”

“Ik maak een Doodle voor alle leerkrachten en iedereen die wenst kan deelnemen, zodanig dat we verschillende stemmen horen. Dat hoeft niet beperkt te zijn tot het ICT-team en de directeur. Zo kunnen we problemen aanpakken en zoeken naar de juiste oplossingen.”


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.


‘We kopen pas nieuwe iPads wanneer de vraag groter is dan het aanbod’ – Kristof de Ridder

Als directeur van de Vrije Basisschool Scheldewindeke heeft Kristof De Ridder altijd nauw met de ICT-werkgroep samengewerkt om de gaten rond de beperkte beschikbaarheid van de ICT-coördinator goed in te vullen.

Kristof de Ridder is ondertussen ruim 9 jaar directeur van de Vrije Basisschool Scheldewindeke. Hij heeft hoofdzakelijk voor de klas gestaan, waarvan de laatste 5 jaar in het vijfde leerjaar. Zijn hart ligt daar nog altijd, in die derde graad. “In een 5de leerjaar hangen kinderen nog volledig aan je lippen en kan je met hen allerlei activiteiten doen waar ze zich in het 6de soms al ‘te groot’ voor voelen. Ook de combinatie met ICT in de klas heeft mij altijd al extra getriggerd. Dat geeft ontzettend veel voldoening.”

Een ICT-werkgroep samenstellen

Van zodra Kristof met de ICT-werkgroep aan de slag gaat, vertrekt hij altijd met een visie vanuit de klas. Pas dan kijkt hij wat er nodig is, wat de collega’s nodig hebben en hoe hij daar tegemoet aan kan komen op de meest optimale manier. Dat kan door handleidingen en stappenplannen uit te werken bijvoorbeeld.

“Als nieuwe directeur (in 2013) was het heel moeilijk om je eigen beleid te schrijven. Je hebt een schoolbestuur en leerkrachten die je niet goed kennen en je aftasten. Ik herinner mij nog mijn eerste drie jaren waarbij we de Digisprong avant-la-lettre meegemaakt hebben”, zegt hij.

“We werden beïnvloed door allerlei zaken, geschiedenis, leerkrachten, schoolbestuur, ouders en ouderraad. Die context, verschillende snelheden en reeds bestaande werking stuur je niet in 1-2-3 bij. Als kersverse directeur moest je aanvankelijk alles op jou laten afkomen en pas daarna kan je gaan kijken waar je naartoe wil. Drie jaar later zijn we zelf op zoek gegaan vanuit een gedragen en versterkte visie.”

Geen Windows-laptops, wel iPads

In de schoolvisie van basisschool Scheldewindeke staat dat alle leerlingen gelijke toegang moeten krijgen tot leermogelijkheden, ongeacht hun bekwaamheid, beperkingen of context. “Daarom werd er gekozen voor toestellen die toegankelijk zijn van kleuter tot het zesde leerjaar en altijd kunnen ingezet worden. “Negen jaar geleden had je maar een beperkte keuze: iPads die heel duur waren of Windows-laptops die al hybride waren maar ook heel veel geld kostten.”

Alle leerlingen moeten gelijke toegang krijgen tot leermogelijkheden, ongeacht hun bekwaamheid, beperkingen of context.

Kristof de Ridder, directeur van Vrije Basisschool Scheldewindeke

De hele schoolwerking waaronder de computerklas draaiden toen reeds op Windows waardoor de logische keuze was om in te zetten op hybride toestellen die zowel als laptop en als touchscreen konden ingezet worden. iPads waren op dat ogenblik financieel even duur, maar het was veel moeilijker om toestemming te krijgen om deze tablets aan te kopen. Onze context was er toen nog niet klaar voor om toch door te duwen naar iPads. Die Windows-toestellen hielden het echter amper een jaar uit en lieten ons in dat jaar tegen allerlei obstakels aanbotsen.

“Om de haverklap BIOS-updates, slechte connectoren die het laden voortdurend onderbraken, blauwe schermen, vastlopende touchscreens, wificonnectie verliezen, geen Mobile Device Management en ga zo maar door. Vooral dus amper of geen service op de toestellen vanuit de fabrikant. Ook al deed onze ICT-coördinator overuren, die toestellen brachten frustratie na frustratie. In een klas moet je met volle overtuiging en zekerheid kunnen terugvallen op je materiaal. Dat moet altijd en overal ‘gewoon’ werken. Dan pas groeit ook het educatieve en creatieve proces.”

Drie jaar later gingen we opnieuw op zoek, ditmaal vanuit de werkgroep ICT en herbegonnen we onze intussen versterkte visie. iPads rolden daaruit voort en daar zijn we vandaag nog altijd laaiend enthousiast over.

Duidelijk communiceren

“We hebben met de ICT-werkgroep scholen bezocht en naar resellers geluisterd”, zegt Kristof. Ze begonnen eerst hun studieronde bij scholen waar ze al met toestellen aan de slag waren. De ICT-werkgroep vertegenwoordigde de verscheidenheid van het schoolteam. Die bestond uit Kristof, de ICT-coördinator en enkele leerkrachten uit zowel de kleuterschool als uit de lagere school: een zestal personen in totaal. Van die oorspronkelijke werkgroep zijn er nu nog steeds vier mensen aan de slag binnen de werkgroep. De ICT-coördinator heeft andere oorden opgezocht.

“Ons beleid veranderde van ‘we geloven de vertegenwoordiger op zijn woord’ naar ‘we geloven het pas als we de toestellen ook hebben kunnen uittesten en als ze voldoen aan onze noden en werking’. Zo hebben we bijvoorbeeld ook onze touchscreenborden uitgetest. Hiertoe hadden we vele leveranciers aangesproken. Als ze ons de borden gedurende een maand lieten uittesten, mochten ze ook een prijs opmaken.”

Een veranderingsproces vraagt tijd, maar als je het tijd geeft dan groeit het ook. Zolang je communicatie duidelijk is!

Kristof de Ridder, directeur van Vrije Basisschool Scheldewindeke

“Uiteindelijk kregen we 5 verschillende borden in test. Zo hebben we elk bord een maand gebruikt in een rotatiesysteem. Op de school hadden we al digitale borden met laserbeamers, waarmee we ruim voldoende ervaring hadden opgedaan en ook konden vergelijken vertrekkende van wat we al deden. Daarna hebben we de pro’s en contra’s opgesomd en onze keuze gemaakt binnen de werkgroep. Ondertussen zijn die digiborden al meer dan twee jaar in gebruik en ook hiervan zijn we nog steeds enorm tevreden.”

“Door op die manier te werk te gaan heeft de ICT-werkgroep een gedragen visie gecreëerd. Leerkrachten weten hoe ze er mee moeten werken. Ze weten wat er beloofd is en wat er verwacht mag worden. Zo komt het materiaal en de visie niet top-down binnen en ervaren leerkrachten het helemaal niet als een heftig veranderingsproces dat voor sommigen aanvoelt als een aanval op hun ‘gewoonlijke’ werking”, verduidelijkt Kristof. “Een veranderingsproces vraagt tijd, maar als je het tijd geeft dan groeit het ook. Zolang je communicatie duidelijk is!”

Te weinig tijd

Kristof heeft het tijdens het begin van de coronapandemie een jaar zonder ICT-coördinator moeten doen. Toen heeft hij alles zelf opgevolgd rond Jamf en iPads. “De ICT-coördinator was ook niet veel aanwezig op onze school, dus je kan als school niet volledig rekenen op die persoon. Onze ICT-coördinator nu is er één volle dag, van 7u30 tot 17u00, maar er is meer werk dan iemand op één lesdag kan rondkrijgen.” Daarom heeft Kristof ervoor gekozen om opleidingen te volgen met de werkgroep om minder afhankelijk te worden van de ICT-coördinator.

Verschillende profielen zijn verdeeld onder de mensen binnen de ICT-werkgroep, zodat niet één iemand alles beheert.

Steeds meer iPads

Ongeveer zes jaar geleden is de basisschool gestart met twaalf toestellen voor de mensen die erin geïnteresseerd waren. In het beleidsplan probeert Kristof om vijf tot tien jaar vooruit te kijken, rekening houdend met een dalend en stijgend aantal leerlingen. “Hierdoor zorgen we altijd voor een beetje financiële overschot en kunnen we ingaan op noden en interesses. Mensen die gemotiveerd zijn om iets uit te testen, daar mag je eigenlijk geen ‘nee’ tegen zeggen. Als iets een meerwaarde kan zijn voor meerdere personen, is het altijd een goed idee.”

Ondertussen heeft de school 65 iPad-toestellen. Tegen het begin van volgend schooljaar komen er opnieuw 20 bij. Met de oorspronkelijke 12 toestellen zijn ze gestart vanuit de werkgroep. Initieel namen ze met de werkgroep de iPads vaak mee naar personeelsvergaderingen waar ze onder andere Quizlet en Kahoot uitlegden omdat dit tools zijn die veelvuldig en rijk kunnen ingezet worden.

Vandaag heeft de school 65 iPad-toestellen. Tegen het begin van volgend schooljaar komen er opnieuw 20 bij.

Kristof de Ridder, directeur van Vrije Basisschool Scheldewindeke

“In de kleuterklas hebben we bijvoorbeeld ook TinyTap. Je moet een account hebben waardoor leerkrachten lesmateriaal kunnen maken en verzamelen. Met het abonnement kan je ook het materiaal van anderen inzetten en aanpassen aan de eigen noden.” Collega’s zetten toen elkaar aan om er de meerwaarde uit te halen en dan begon de bal pas echt snel te rollen.

Gedeelde toestellen

De school kocht enkel nieuwe toestellen aan wanneer er vraag naar was. “Het gebruik van de iPads is stelselmatig gestegen. Wij werken met shared iPads zonder persoonlijke Apple ID’s. Dat geldt ook in het vijfde en zesde leerjaar. Op onze school zetten we namelijk vaak in op coöperatieve leerstrategieën en dan heeft het geen nut om een eigen iPad te hebben”, zegt Kristof. Onze verwerkingen en materialen slaan we op in de cloud.

Hij vindt trouwens niet dat iPads duurder zijn dan andere toestellen. “Onze eerste generatie iPads werken nog steeds vlekkeloos mee, het enige nadeel is dat ze maar 32GB interne opslag hebben. Vorige zomer hebben we hun profielen aangepast zodat de oudere modellen gebruikt kunnen worden in de kleuterschool. Daar is de content die verzameld wordt veel kleiner.”

Kristof is ook blij dat er geen iPads stuk gaan. Vroeger kochten ze stevige cases, nu hebben ze veel slankere hoezen die ook de schokken opvangen maar die goedkoper zijn en geen 80 euro meer kosten.

Pedagogisch of technisch

“De werkgroep bij ons is hoofdzakelijk pedagogisch, voor het technische werken wij samen met partners. Meester Corneel is onze ICT-coördinator en heeft vier scholen onder zijn hoede.” Op dinsdag komt hij een volledige dag naar onze school. Die dag is hij zowel pedagogisch als technisch beschikbaar. “Bij ons doet de ICT-coördinator ook eerst altijd een ronde in alle klassen om aanspreekbaar te zijn. Zo kan hij meteen ingrijpen als er dringende zaken worden opgemerkt of gemeld. Daarnaast werkt hij ook vraaggestuurd mee ter ondersteuning en vanuit zijn expertise neemt hij zo leerkrachten mee.”

Binnen de scholengemeenschap hebben we eveneens iemand die overkoepelend technisch werkt en ons in raad en daad bijstaat waar nodig. “Daar bovenop hebben we ook op niveau van de schoolgemeenschap een ICT-werkgroep. Deze zorgt voor een vlotte bereikbaarheid en een platform waar al onze leerkrachten terecht kunnen met vragen.”

Nieuwe wifi-installatie

De wifi-installatie van basisschool Scheldewindeke is volledig vernieuwd. Vroeger waren dat Apple Airports, kleine witte bakjes die je in serie naast elkaar kon zetten. Die toestellen waren volgens Kristof eenvoudig in onderhoud, ook al waren ze oud. Apple is al enige tijd met Airport wifi-punten gestopt en omdat het aantal iPads significant groeide, hebben we met de school de stap naar Ruckus gezet via Lab9. De iPads werden eveneens aangekocht bij Lab9.

In alle lokalen, zelfs op de speelplaats, hebben we nu draadloze internettoegang.

Kristof de Ridder, directeur van Vrije Basisschool Scheldewindeke

“In alle lokalen, zelfs op de speelplaats, hebben we nu draadloze internettoegang. Dat hebben we gedaan met bijzonder weinig access points waardoor de prijs best goed meeviel. We hebben ook een hotline om te bellen bij problemen met het netwerk, al hebben we daar amper beroep moeten op doen.”

ICT-beleidsplan opstellen

Bij elke personeelsvergadering maken we tijd om onze werkgroepen aan het woord te laten. Zo worden er ook regelmatig heel wat punten besproken vanuit de ICT-werkgroep omdat die bijvoorbeeld een nascholing hebben gevolgd, …. “Zo hebben we Bookwidgets geïntroduceerd binnen het team. Gelijktijdig zijn de kleuterjuffen aan de slag gegaan met een Apple Professional Learning Specialist om te kunnen werken met o.a. Keynote en de rijkheid van andere tools die op de iPads aanwezig zijn.”

Leerkrachten kunnen ook zelf persoonlijke nascholingen volgen “Als je weet dat we ongeveer 800 euro krijgen vanuit de overheid voor nascholingen, dan kan ik zeggen dat we dat budget gemakkelijk met vier of vijf vermenigvuldigen.”

Het ICT-beleidsplan wordt opgesteld door Kristof, de ICT-coördinator en de ICT-werkgroep. Dat is volgens hem een werkdocument dat ieder jaar mee evolueert en vervolgens ook tijdens de personeelsvergadering naar de collega’s wordt gebracht.

Eigen toestellen voor leerkrachten

Bij de implementatie van de iPads 6 jaar geleden heeft de school die eerst meegegeven met de leerkrachten, vooraleer ze geïmplementeerd werden in de klassen.

Met Digisprong kwam er nog een versnelling. Momenteel loopt de aanvraag welke toestellen de school aan de leerkrachten zal aanbieden. “We hebben er nooit voor gekozen leerkrachten eigen toestellen te geven omdat er een vast toestel aanwezig was in de klas. Dat is bij ons nu het volgende werkpunt. Zo zijn er drie mogelijkheden: een iPad, een Windows-laptop of een Apple MacBook Air. De keuze voor deze 3 opties is logisch aangezien we met de beide platformen blijven werken.

Leerkrachten kunnen kiezen uit een iPad, Windows-laptop of Apple MacBook Air.

Kristof de Ridder, directeur van Vrije Basisschool Scheldewindeke

Office 365 en iPads werken naadloos samen en versterken onze balans, inzetbaarheid en flexibiliteit. Ook nu werden de 3 opties voorbereid vanuit de werkgroep, verantwoord op het LOC en op het schoolbestuur, waar we alleen maar eensgezinde meningen ontvingen. Communicatie, structuur en duidelijkheid is overal belangrijk en zorgt voor een gedragen beleid.”

Digisprong was welkom

De Digisprong kwam voor Kristof op een ideaal moment omdat de school bezig was met een deel van de nieuwbouw. “Wij hebben dan de wifi-infrastructuur opgenomen in onze nieuwbouw, maar ook in het oude gedeelte. We hebben ook meteen extra iPads aangekocht voor meer slagkracht. Nu bestellen we er opnieuw extra. We zien namelijk in het derde en vierde leerjaar dat de vraag steeds groter wordt.”

Het online reservatiesysteem voor iPads toont leerkrachten hoeveel er nog beschikbaar zijn om een les in te plannen. “De iPads zijn bijzonder vaak allemaal gereserveerd, de vraag wordt dus groter dan het aanbod waardoor er nu nieuwe bijkomen.”

Het financiële beleidsplan is ook heel belangrijk. De school rekent erop dat toestellen maximaal vijf jaar meegaan en in het vierde jaar staat de werkgroep klaar om ze te vervangen. “Elk jaar moet je je budget op voorhand inplannen”, zegt Kristof.

Vraag aan de Vlaamse overheid

Op de vraag of ze nog een boodschap hebben voor de Vlaamse overheid, is hij duidelijk. “We zouden heel graag willen dat de werkpakketten verlagen zodat er meer tijd vrijkomt voor de kernopdracht. De werkgroepen vinden bijvoorbeeld altijd plaats na school en zelfs tijdens de middagpauze. Als ze het basisonderwijs willen herwaarderen, moeten ze onderwijzers de tijd geven om hun interesses en sterktes uit te bouwen binnen hun werktijd.”

Als ze het basisonderwijs willen herwaarderen, moeten ze onderwijzers de tijd geven om hun interesses en sterktes uit te bouwen binnen hun werktijd.

Kristof de Ridder, directeur van Vrije Basisschool Scheldewindeke

“We hebben meer mensen op de vloer nodig. Er is een mooie stap gezet dankzij de middelen van de Digisprong, maar jammer genoeg is dat budget dat niet in de toekomst opnieuw ter beschikking wordt gesteld vanuit de overheid. Dit budget zou reccurent moeten zijn.”


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.


Chromebook opent twee vensters tegelijk op nieuwe manier

Google ontwikkelt momenteel nieuwe manier om twee vensters tegelijk op het scherm te plaatsen. Het aantal vensters dat een Chromebook-gebruiker tegelijk kan openen, lijkt wel beperkt te blijven tot twee.

Chromebook-gebruikers kunnen momenteel multitasken met een maximum van twee vensters. Beide vensters worden in dat geval gelijk verdeeld over het scherm en nemen dus 50 procent van het totale scherm in beslag.

In de nabije toekomst moet het mogelijk worden om één scherm twee derde van het scherm te laten innemen. Het tweede venster krijgt de overgebleven plaats.

Meer nood aan multitasken

Werken met meerdere vensters is enorm belangrijk geworden in de hybride wereld. Tijdens videovergaderingen is het bijvoorbeeld meer dan eens nodig om een Word-document of webpagina tegelijk te openen.

Andere computerbouwers zetten daarom ook volop in op multitasken. Apple onthulde onlangs bijvoorbeeld de functie Stage Manager, waarmee maximaal acht applicaties tegelijk overzichtelijk worden weergegeven.

Het zal nog even wachten zijn tot de functie uitrolt, al is het nog niet duidelijk hoe lang het wachten precies zal duren. De functie werd ontdekt in Chromium Gerrit, waar de ontwikkeling van een functie werd aangekondigd om het beeldscherm te splitsen.

‘Toen de scholen op maandag moesten sluiten bij de eerste lockdown, gaf iedereen al direct digitaal les ’ – Caroline De Backer    

Caroline De Backer van basisschool HEHAschool in Dendermonde deelt vandaag haar verhaal. Ze werd 20 jaar geleden al ICT-coördinator avant-la-lettre en zit graag in de spits van de technologie.

Caroline De Backer is van opleiding leerkracht zoals velen in de lagere school. “Van in het begin was er de noodzaak om printers te installeren. Er was ook internet, maar enkel voor de directeur en het secretariaat.” Sinds 2002 kreeg ze een namiddag vrij voor ICT-taken en stond er op dat ogenblik iemand anders in de klas. Na haar eerste jaar werd al snel duidelijk dat een namiddag niet volstond.

“Het jaar daarna ben ik dan gestopt als klasleerkracht en dan ben ik aan de slag gegaan als zorgleerkracht om het gemakkelijk te combineren met ICT-taken. 20 jaar geleden ben ik dus echt als ICT-coördinator aan de slag gegaan”, lacht ze.

Heel vroeg aan de slag met computers

Als ICT-coördinator zorgde Caroline er eerst voor dat alle klassen van de HEHAschool in Dendermonde voorzien waren van internet en vaste computers. “We hadden ook een computerklas met 30 Windows-desktops die in eerste instantie nog geen internet hadden. Dat is er uiteindelijk wel snel gekomen, ik heb nog zelf alle ethernetkabels gelegd.” Je voelt tijdens het interview dat ze hierover met een passie spreekt.

“Wij hebben altijd geïnvesteerd in computerles, ondanks dat we meer moesten integreren. Toch merkten we dat dit een stuk angst bij de leerkrachten wegneemt. Die les is tweewekelijks bij ons, eerst de even klassen en dan de oneven klassen.”

Wij hebben altijd geïnvesteerd in computerles, ondanks dat we meer moesten integreren.

Caroline De Backer, ICT-coördinator bij HEHAschool

Ze was blij met de talrijke desktops voor de computerles, maar helaas waren de toestellen vaak defect. Als er daar 20 van werkten, was het al veel”, zegt ze al zuchtend. “De rest van mijn ICT-uren besteedde ik aan herstellen en repareren.” Ze bleef worstelen met Windows als wispelturig besturingssysteem en besloot daarom Chromebooks een kans te geven.

Van Windows-pc’s naar Chromebooks

In 2015 heeft ze daarrond heel wat opzoekwerk gedaan. Na een vraag bij de directie om 15.000 euro budget vrij te maken voor 30 Chromebooks en een oplaadkar volgde de start in september 2015. “Dat is eigenlijk goed meegevallen. Als kennismaking heb ik voor de leerkrachten nascholing voorzien met een externe lesgever. De school is daarna direct volledig in het Google-ecosysteem gestapt.    

De 30 Chromebooks werden vrij veel uitgeleend via een Google-agendasysteem. Doordat er heel vaak kleine aantallen werden uitgeleend voor hoekenwerk, konden andere klassen niet meer met de hele groep leerlingen aan de slag. In 2017 heeft de school 50 toestellen bijgekocht. “Elke graad had er nu vijf voor hoekenwerk en de oorspronkelijke 30 waren nog enkel klassikaal uit te lenen. De overige 35 nieuwe toestellen waren voor de leerkrachten. Elke leerkracht heeft dus een Chromebook voor persoonlijk gebruik, maar ook voor in de klas.” 

“Daarna hebben we er nog vijftien bijgekregen via Wiskanjers van Plantyn. Twee jaar geleden hebben we ook vijftien Chrome OS-tablets aangekocht, specifiek voor foto- en video-opdrachten.” Sinds dit schooljaar zijn er 100 Chromebooks voor het vijfde en zesde leerjaar bijgekomen via de Digisprong. Intussen kregen ook de leerkrachten nieuwe chromebooks.  We kozen hiervoor voor de iets grotere 14”-toestellen. De Chromebooks die de leerkrachten reeds hadden zijn nog perfect bruikbaar en gaan terug naar de leerlingen. “Vandaag hebben we ongeveer 280 toestellen in gebruik binnen de basisschool, ruwweg één toestel per twee leerlingen.

Bij de oudste kleuterklassen staan er nog digiborden. De eerste en derde graad maken gebruik van Prowise-borden. Enkel de tweede graad heeft nog i3Board-oplossingen met een projector, maar ook daar staan nieuwe aankopen op til.

Sterke focus op ICT

De grote mentaliteitsverandering bij de leerkrachten is gekomen op het moment dat ze zelf een toestel kregen. “Ze moesten ermee aan de slag”, grinnikt ze. “Wanneer leerkrachten het systeem goed kennen, kunnen ze kinderen beter helpen. ’s Middags is er ook regelmatig een mini-bijscholing over nieuwtjes of nieuwe programma’s.”

Ik krijg ook meer uren dan dat er ICT-uren zijn vanuit het lestijdenpakket.

Caroline De Backer, ICT-coördinator bij HEHAschool

Er wordt heel sterk ingezet op ICT benadrukt Caroline. “Ik krijg ook meer uren dan dat er ICT-uren zijn vanuit het lestijdenpakket. Sommige scholen zetten meer in op zorg. Wij doen dat ook, maar we focussen ook op ICT.” Ze heeft altijd fulltime gewerkt, maar tussen 2018 en 2021 bood ze acht uren in de week ondersteuning in andere scholen binnen de scholengroep.

“Onze directeur is coördinerend directeur geworden van de scholengroep. Wij hebben zeventien lagere scholen verdeeld over twee regio’s. In onze regio, Scholengroep Schelde- en Denderland, zitten acht lagere scholen. De directie heeft me drie jaar geleden gevraagd om telkens om de beurt die scholen af te gaan om ze te begeleiden op ICT-vlak. In een beurtensysteem ga ik in elke school langs, twee voormiddagen in de week, zes à zeven keer per jaar bij elke school.

Sinds deze zomer werkt Caroline ook één dag per week voor Fourcast for education als pedagogisch nascholer. Haar focus daar is i-Learn, een project gesteund door de Vlaamse overheid dat focust op digitaal gepersonaliseerd leren in het Vlaamse onderwijs.

Twee verschillende ICT-coördinatoren

Dankzij de implementatie van die Chromebooks heeft ze meer tijd gekregen om in te zetten op het pedagogische en het programmeren. “Kleine technische dingen los ik op, voor grotere dingen contacteer ik een collega binnen de scholengroep.”

“We zijn met twee. Ikzelf ben de enige ICT-coördinator op onze school. De zeven andere scholen hebben allemaal samen één ICT-coördinator. Ik ben meer pedagogisch, mijn collega meer technisch.”

Klaar voor het coronavirus

De uren die Caroline krijgt van de directeur om aan ICT te besteden zijn een luxe. Al bleek het bij de eerste uitbraak van het coronavirus geen overbodige luxe te zijn.

Toen het coronavirus plots toesloeg met een eerste lockdown tot gevolg, had de basisschool weinig zorgen. “Ik had een voorgevoel dat een lockdown zou plaatsvinden. Scholen sloten vanaf maandag 15 maart en dat werd pasbekendgemaakt op donderdag 12 maart. De dinsdag daarvoor was ik bij de directeur langs geweest om ons voor te bereiden op de sluiting van de scholen.” Daarna werd onmiddellijk een planning opgemaakt.

Op maandag zijn wij gewoon in afstandsonderwijs gestart. Iedereen wist exact hoe we aan de slag zouden gaan.

Caroline De Backer, ICT-coördinator bij HEHAschool

“Op donderdag werden in de namiddag alle leerkrachten ingelicht dat iedereen zijn of haar computer naar huis moest meenemen. Daags erna was er immers een lokale verlofdag gepland. Op maandag zijn wij gewoon in afstandsonderwijs gestart. Iedereen wist exact hoe we aan de slag zouden gaan, zowel leerkrachten, ouders als leerlingen.” Caroline wijst ons erop dat de basisschool een enorm voordeel had doordat iedereen al kon werken met laptops, Google Classroom en andere tools.

ICT-beleidsplan

Elk jaar wordt het ICT-beleidsplan op school geüpdatet naargelang de situatie. Daarin staat een overzicht van wat de school nodig heeft en waar het naartoe wil. “We willen ook persoonlijke toestellen voor het vierde leerjaar voorzien. Daarvoor moeten we natuurlijk afwachten wat er nog uit de Digisprong komt de komende jaren.”

Ze wijst ook graag naar de leerlijn programmeren. “In de kleuterklas werken we specifiek rond programmeren, net als in het eerste leerjaar. Dit doen we aan de hand van een doorschuifsysteem: een leerkracht rouleert tussen de klassen. Daarnaast zetten we nog in op 3D-printen en werken met micro:bits, om maar wat zaken op te noemen”

Opmerkingen rond de Digisprong

Wanneer we naar feedback vragen rond de Digisprong, moet haar iets van het hart. “Ik vind het bizar dat er nu nog steeds scholen zijn die niet weten of ze met Google of Microsoft gaan werken. Op dit moment komt die vraag nog altijd boven in de Facebookgroep van ICT-coördinatoren. We zijn nu anderhalf jaar verder sinds de start van de Digisprong. Onze school is meteen gestart met het bekijken van mogelijkheden.”

In het geval van Caroline was de keuze voor Chromebooks al gemaakt. “We moesten alleen nog kiezen welke. Daarna hebben we met Signpost gewerkt via een raamovereenkomst. Dat gebeurde vanuit de Scholengroep, anders hadden we misschien een andere keuze gemaakt.  De toestellen van de leerkrachten komen van Fourcast for Education omwille van hun groter aanbod 14”-toestellen.”

Ik ben benieuwd wat er na de Digisprong komt, want die toestellen zullen ooit vervanging nodig hebben

Caroline De Backer, ICT-coördinator bij HEHAschool

Ze is vooral benieuwd wat er na de Digisprong komt, want die toestellen zullen ooit vervanging nodig hebben. “Onze eerste toestellen van 2015 worden nog gebruikt in de jongste klassen en tijdens de avondstudie. Daar zit nog geen aanraakscherm op, maar dat is voor de meeste toepassingen ook niet nodig.. Kinderen krijgen ook allemaal digitaal huiswerk, minstens twee keer in de week en het vijfde en zesde leerjaar alle dagen.”

Ze heeft schrik dat er geen opvolging van budgetten komt. “Dan hebben we binnen tien jaar opnieuw hetzelfde probleem en gaan veel scholen met verouderd materiaal blijven zitten.”


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.


‘Minecraft zit vandaag al in de wereld van de kinderen. Koppel daar iets educatief aan.’ – Luk Van den Bossche

Luk Van den Bossche is ICT-coördinator bij vrije basisschool Sint-Jozef in Overmere en overkoepelend ICT-coördinator bij Scholengroep KaO Zele. Hij is een van de belangrijkste Minecraft-mentoren in Vlaanderen en is altijd bijzonder blij wanneer hij collega’s enthousiast kan maken voor nieuwe technologie.

Luk Van den Bossche benadrukt ons direct dat hij naast ICT-coördinator ook lesgever is, trainer o.a voor Microsoft en Minecraft-mentor. “Ik ben voornamelijk gespecialiseerd in alles wat met Microsoft 365 te maken heeft, zaken als Word maar ook Azure en SharePoint. Dat is allemaal autodidact. Ik ben 15 jaar ICT-coördinator, maar daarvoor heb ik 17 jaar in het volwassenenonderwijs lesgegeven.”

Binnen Scholengroep KaO Zele stuurt hij een team aan met een technische en een pedagogische ICT-coördinator. In basisschool Sint-Jozef is hij de enige (technische) ICT-coördinator.

Volgend jaar gaat hij met pensioen, maar dat betekent niet dat hij gaat stilzitten. “Tijdens mijn pensioen ga ik nog wel nascholingen geven en met Minecraft als leeromgeving bezig blijven.” Wie graag meer over Luk wil weten, kan op zijn eigen Sway-site terecht.

Heel binnenkort op pensioen

“Ik heb de switch van het volwassenenonderwijs gemaakt omdat ik graag op zoek ga naar iets nieuws. Het heeft altijd wel iets te maken gehad met mensen, want ik ben begonnen als opvoeder. Ik heb 15 jaar gewerkt met volwassenen met een meervoudige handicap en dan ben ik mij beginnen omscholen in het digitale omdat ik dat leuk vond.”

Luk is er eigenlijk toevallig in gerold toen er een plaats vrij kwam als ICT-coördinator in basisschool Sint-Jozef. Hij werkte halftijds maar voor de scholengroep Zele is hij opnieuw vier vijfde beginnen werken.

Ik doe mijn job graag en ik wil ook bezig blijven, vandaar dat ik op pensioen dingen ga blijven doen.

Luk Van den Bossche, ICT-coördinator en Minecraft-mentor

“Ik doe mijn job graag en ik wil ook bezig blijven, vandaar dat ik op pensioen dingen ga blijven doen. Ik ben veel uren bezig, maar ik vind dat niet erg omdat ik het graag doe. Je moet je uren wel bewaken”, benadrukt Luk. “Als je leerkracht en ICT-coördinator moet combineren, wordt het moeilijk.” Deze combinatie werkt volgens hem zelden omdat er al zoveel op je af komt als ICT-coördinator. “Je moet zoveel verschillende dingen kunnen en doen.”

Aanpak van de Digisprong

Voor de Digisprong is Scholengroep Kao Zele in september gestart met het IT-team. “We zijn eerst op zoek gegaan naar de juiste hardware. De bedoeling was om de gekozen toestellen te laten rondgaan in vijf scholen. Elke school heeft een ICT-gangmaker die 2u per week vrijgesteld is om zich bezig te houden met het digitale. Die geeft geen les, maar ondersteunt in de klas. Niet alle leerkrachten voelen zich namelijk al optimaal bij het digitale. “

“We hebben dan Chromebooks in de testklassen rondgestuurd met Microsoft Teams als centrale hub. We hebben een beperkt aantal toepassingen gekozen om uit te testen en dat luik is nu afgerond.”

In het laatste luik wil Luk de leerkrachten van het vijfde en zesde leerjaar uitnodigen om nascholing te krijgen. De ICT-gangmaker gaat hen ondertussen vervangen in hun klas. “Nascholingen geven aan leerkrachten is helaas niet altijd zo gemakkelijk. Ze hebben het tamelijk druk, vandaar dat wij ervoor gekozen hebben om die lessen te geven binnen de klasuren. We hebben daar al veel positieve reacties op gekregen.”

Chromebooks en Microsoft Surface

Dit jaar hoopt Luk nieuwe toestellen aan te kopen voor het vijfde en zesde leerjaar. “Nu hebben we 20 of 25 testtoestellen samen met het secundair onderwijs aangekocht. Zij zullen uiteindelijk geen Chromebooks nemen, maar in het basisonderwijs doen wij dat wel.

In basisschool Sint-Jozef in Overmere doen ze het op een andere manier. “Daar hebben we al een hele tijd Microsoft Surface-toestellen. Vandaag hebben we 20 Microsoft Surface Pro-toestellen en 20 Microsoft Surface Go-apparaten. Dat systeem werkte al langer en hebben we niet veranderd. Niet elke leerling heeft daar zijn eigen toestel, maar het gaat goed en we willen daar niet vanaf stappen.”

Het technisch beheer doet Luk vanuit Microsoft InTune. “Ik begrijp niet dat er nog mensen met een CD-rom of USB-stick rondlopen om alles te installeren. Automatisatie is één van de belangrijkste punten voor de technische ICT-coördinator, anders kom je gewoonweg niet rond.”

Eigen YouTube-kanaal met korte video’s

Hij is bijzonder trots op zijn Youtube-kanaal voor leerkrachten. Daar vind je twee minuten durende video’s die telkens één aspect belichten van een bepaald onderwerp. Een voorbeeld daarvan is hoe je iets kan scannen met Office Lens. “Ik merk dat zo’n filmpjes vaak heel goed worden bekeken. Wij werken ook met boekingssysteem voor oudercontacten waar we filmpjes voorzien zodat leerkrachten stap voor stap krijgen uitgelegd hoe ze dat moeten doen.”

Ons doe-het-zelfkanaal zit vol handleidingen en filmpjes waar leerkrachten terecht kunnen wanneer ze zelf iets willen doen.

Luk Van den Bossche, ICT-coördinator en Minecraft-mentor

Binnen Scholengroep Kao Zele is er ook een doe-het-zelfkanaal dat verbonden is aan de helpdesk van de school. “Zo’n helpdesk vind ik ook een super instrument. De vragen die de leerkrachten stellen, komen meteen bij juiste persoon terecht. Onze taken zijn zo ook gemakkelijk verdeeld. Het geeft ons bovendien de mogelijkheid om vanuit ons ICT-lokaal een heleboel problemen heel snel op te lossen.” Het doe-het-zelfkanaal zit vol handleidingen en filmpjes waar leerkrachten terecht kunnen wanneer ze zelf iets willen doen.

Ondanks al die hulpmiddelen en motivaties lukt het volgens Luk lastig om mensen te overtuigen van het nut van ICT. “Er was bijvoorbeeld een week rond ridders in het tweede leerjaar. Een onderdeel daarvan was digitaal knutselen in Minecraft. De leerlingen hebben samen een kasteel gebouwd, waarbij ze bij elk onderdeel van het kasteel een naamplaatje moesten zetten (gracht, kantelen, …). In plaats van een dictee te voorzien, kan je dat ook zo gewoon doen.” Minecraft neemt een deeltje over. Het komt er niet bovenop”, benadrukt hij. “Dat is iets wat leerkrachten moeten beginnen inzien. Als je zo’n project doet, is dat eigenlijk ter vervanging van iets anders. Die boodschap overbrengen, is niet zo eenvoudig.”

ICT-beleidsplan

Een ICT-beleidsplan is volgens Luk geen vaststaand gegeven. “Zo’n plan wijzigt continu. Men vergeet vaak wat de bedoeling is van het ICT-beleidsplan. Het draait namelijk allemaal om de leerling, die staat centraal. Het zijn niet de leerkrachten of de middelen. We moeten de leerlingen de mogelijkheid geven om gemakkelijker te leren.”

Kastelen en dorpspleinen bouwen in Minecraft

Wie Luk zegt, kan niet rond Minecraft. Van zodra hij er meer over kan vertellen begint hij spontaan te glunderen. “Minecraft zit vandaag al in de wereld van de kinderen. Als je daar iets educatief aan koppelt, dan kan je ongelofelijk veel plezante dingen bereiken.” Hij haalt een interessant voorbeeld aan van een creatief digitaal proces.

“In Zele gaat de gemeente alle pleinen opnieuw inrichten en het bestuur heeft gevraagd of de leerlingen daarover wilden meedenken. Iedereen kreeg een bepaald bedrag en kon maar een aantal zaken gebruiken. Ik heb toen besloten om het project in Minecraft te doen samen met een school voor bijzonder onderwijs. Zo hebben we het marktplein volledig opnieuw ingericht.”

We hebben het marktplein in Zele in Minecraft volledig opnieuw ingericht.

Luk Van den Bossche, ICT-coördinator en Minecraft-mentor

Hij wijst erop dat zo’n projecten ervoor zorgen dat leerlingen plots op een andere manier met elkaar om gaan. Ze werken meer samen en overleggen waardoor ze niet enkel met het digitale bezig zijn maar ook rond communicatie bijleren.

Luk durft de rollen ook om te draaien. Er zijn vier leerlingen die de opdracht hebben gekregen om leerkrachten op te leiden in Minecraft. “We geven de verantwoordelijkheid van het leerproces zo aan hen door. Ze hebben samen een poster gemaakt en een formulier waarop leerkrachten konden inschrijven. Dit schooljaar geven ze ’s middags Minecraftles aan de leerkrachten.

Te korte deadlines binnen de Digisprong

Op de vraag of hij nog een opmerking heeft over het Digisprong-project, twijfelt hij. “Ik vind het goed dat we extra middelen krijgen, ook al moet ik zeggen dat de termijn waarop we alles moeten beslissen wel heel kort is. Veel scholen hebben gewoon toestellen of ander materiaal gekocht zonder na te denken hoe ze die zullen inzetten.”

Luk denk dat heel veel scholen de leerkrachten gewoon in het water doen springen door de Digisprong, maar ze weten niet of ze kunnen zwemmen. “Er wordt veel te weinig aandacht aan training gespendeerd. Wij geven nog altijd nascholingen in Rhode Schelde voor de basisbeginselen binnen bijvoorbeeld Word, Canva, Excel, Office of Publisher. Verder geef ik ook nog online webinars zodat mensen kunnen kiezen wanneer ze die volgen.”

Hij benadrukt wel dat de laatste tijd de interesse in webinars daalt, vermoedelijk door een veel te drukke agenda. “Dat is één van de grote problemen. Ze spreken altijd over planlastvermindering, maar ik heb dat nog steeds niet echt gezien. De laatste twee jaar is dat echt ongelofelijk lastig geweest.”

Op vakantie scholen bezoeken

Afsluiten doet Luk graag met een anekdote. “Mijn vrouw en ik gaan elke keer met de camper naar het noorden op vakantie. Daar bezoeken we altijd een school.” Hij lacht wanneer hij erover verteld.

“Wij zijn allebei gek en houden die traditie al jarenlang hoog. We praten dan over hoe bij hen de school in elkaar zit. Je hoort de meest fantastische verhalen. Ik vind het heel belangrijk dat je ook eens naar buiten durft te kijken.”


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.


Citymesh: ‘Denk aan wifi en connectiviteit, stop niet al je budget in laptops’

Elke leerling een laptop, de Digisprong is daarin duidelijk. Maar vergeten we de IT-infrastructuur binnen de scholen niet?

Om bovenstaande vraag te beantwoorden zitten we samen met Citymesh en Econocom die een samenwerking met elkaar startten. Econocom profileert zich als een steevaste educatiespeler binnen technologie en heeft sinds de overname van de B2B-tak van Switch heel wat expertise in huis.

In tandem met Citymesh willen ze naast toestellen de focus maximaal leggen op de IT-infrastructuur binnen scholen die dringend mee moet evolueren. De samenwerking is opvallend omdat Cegeka meerderheidsaandeelhouder is van Citymesh en als IT-provider tegelijk een concurrent vormt voor Econocom.

“Ik snap de verwarring maar ondanks dat Cegeka meerderheidsaandeelhouder is, blijft Citymesh onder eigen naam opereren en vaart het zijn eigen koers”, zegt Freek Pauwels, chief commercial officer bij Citymesh. Dankzij de overname van Smartschool door Cegeka heeft Citymesh wel bepaalde troeven die anderen niet hebben. Daar komen we later op terug.

IT-infrastructuur stiefmoederlijk behandeld

De IT-infrastructuur binnen scholen is er vaak erg aan toe en werd jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Vooral binnen lagere scholen is er nood aan vernieuwing omdat de Digisprong tot daar reikt met één toestel voor iedere leerling vanaf het vijfde leerjaar.

“Scholen worstelden vroeger met de vraag of ze voor elke leerling een toestel moesten voorzien. Die beslissing is nu voor hen genomen met de Digisprong”, benadrukt Ciska Schrooten, verantwoordelijke educatie binnen Econocom. Dat zorgt daar voor paniekvoetbal want ineens is daar een zak geld waar je iets mee moet doen, maar waar er vaak weinig tot geen expertise is omdat de ICT-coördinator een verantwoordelijke leerkracht is die de extra rol op zich neemt. Omdat pas vanaf het vijfde leerjaar de Digisprong geldt, krijgen basisscholen minder middelen en moeten ze goed kijken waar ze hun budget spenderen.

Pas op, ook het secundair moeten naar hun IT-infrastructuur kijken en het budget goed verdelen.

Ciska Schrooten, verantwoordelijke educatie binnen Econocom

“Pas op, ook het secundair moeten naar hun IT-infrastructuur kijken en het budget goed verdelen. Er zijn vandaag scholen te vinden die op een juiste manier hebben geïnvesteerd, maar tegelijk zijn er ook die snel laptops hebben besteld en nu achter de feiten aanlopen omdat de rest van hun infrastructuur niet is gemoderniseerd”, zegt Schrooten.

Kijken naar glasvezel

Citymesh benadrukt in het interview dat de IT-infrastructuur belangrijk is om te evalueren, maar alles begint met de internetverbinding die binnen de school aanwezig is. “De traditionele Schoolnet-abonnementen dekken de lading niet meer voor secundair onderwijs. Kan je digitaal onderwijzen met maar 50 Mbps upload voor alle leerlingen?” Pauwels schudt van nee en oppert glasvezel als alternatief.

“We kunnen vandaag niet meer rond glasvezel. Elke school die er toegang tot heeft, moet de overstap maken om opnieuw ademruimte te krijgen. Vanaf daar start ook de rest van het puzzelstuk. Staat de server ergens achter een radiator met een aftandse ethernetverbinding of ligt er intern al glasvezel? Waar moeten de serverkasten en de access points voor wifi komen? Hoeveel switches zijn er nodig en welk type?”

Hiermee komen we tot de essentie van de boodschap van Econocom en Citymesh: IT-ondersteuning bieden aan ICT-coördinatoren en scholen om die stap voorwaarts te zetten.

Kijken of zelf controleren

Citymesh biedt binnen zijn netwerkoplossing twee duidelijke gebruikersrollen: Viewer en Admin. Viewer is bedoeld voor de lesgever die een beetje IT doet en wil dat alles werkt, maar ook graag wat inkijk heeft. Hij of zij kan kleine zaken aanpassen die het systeem niet stuk kunnen maken. “Van zodra er meer nodig is, geven ze ons een seintje en dan lossen we dat snel op. We noemen het graag wifi-as-a-service”, zegt Pauwels.

De Admin-optie richt zich op de voltijdse ICT-coördinator van grotere scholen. Die kan een opleiding volgen om daarna heel wat zaken zelf te beheren en aan te passen. Pas wanneer er grote veranderingen nodig zijn, kloppen ze aan bij Citymesh.

Wanneer een leerling niet meer is ingeschreven op de school en zijn account wordt ingetrokken, verdwijnt ook de toegang tot het wifi-netwerk.

Freek Pauwels, chief commercial officer bij Citymesh

Het handige is dat alle designs rond de IT-infrastructuur vooraf worden gemaakt, voor de installatie. “Zo kunnen we via SSO (Single Sign On) handig elke leerling met zijn of haar Smartschool-, Microsoft- of Google-account toegang geven tot het wifi-netwerk met dezelfde login”, wijst Pauwels naar het gebruiksgemak. “Wanneer een leerling niet meer is ingeschreven op de school en zijn account wordt ingetrokken, verdwijnt ook de toegang tot het wifi-netwerk.”

Wifi-as-a-service

Omdat Citymesh samen met Econocom met een totaaloplossing naar scholen trekt, zit daar ook standaard snelle ondersteuning in. Het biedt een silver SLA-pakket aan bronze prijzen. “We kunnen dat omdat scholen doorheen het jaar 3 tot 4 maanden gesloten zijn”, verduidelijkt Pauwels.

Concreet betekent dit ondersteuning van 9 uur tot 17 uur voor kleine problemen en 24/7 voor grote problemen. “Stel dat we op zondag via een automatische melding zien dat er een probleem is met de internetverbinding, proberen we dat op afstand op te lossen. Lukt dat niet, dan staan we eventueel al maandagochtend aan de schoolpoort om direct te helpen. We werken altijd pro-actief, je wil namelijk niet dat je pas maandagochtend als ICT-coördinator een probleem ontdekt en in paniek naar een oplossing moet zoeken.”

Binnen het ‘wifi-as-a-service’-aanbod zit ook standaard een up-to-date patchbeleid om apparaten veilig te houden. “In principe zou je ons nooit moeten horen en gebeurt alles automatisch achter de schermen”, lacht Pauwels.

Flexibel samenwerken met elke fabrikant

De kracht van de samenwerking tussen beide partijen is dat ze onafhankelijk opereren. Ze werken niet met één fabrikant samen, maar met allemaal. Dat moet ook omdat niet elke school met een propere lei kan starten. Stel dat je bijvoorbeeld al 20 wifipunten hebt van een bepaald merk, dan wil je die niet buiten gooien om opnieuw te starten. Bestel er extra bij van de nieuwste technologie, en vervang de huidige op termijn wanneer ze niet meer voldoende presteren. Die flexibiliteit willen Econocom en Citymesh geven aan scholen.

Binnen Econocom hebben we een ruime leasingpoot waar heel wat verschillende formules mogelijk zijn.

Ciska Schrooten, verantwoordelijke educatie binnen Econocom

Flexibiliteit komt ook terug in het aankoopproces. Scholen kunnen hardware kopen of leasen met heel wat flexibiliteit. “Met de Digisprong moeten we vaak heel creatief te werk gaan. Stel dat een school graag eerst een som wil betalen om het Digisprong-budget te spenderen, om daarna de rest via leasing af te betalen, dan kan dat”, zegt Schrooten. “Binnen Econocom hebben we een ruime leasingpoot waar heel wat verschillende formules mogelijk zijn.”

Unieke band met Smartschool

Door de band met Cegeka heeft Citymesh een extra troef voor scholen die Smartschool gebruiken vergeleken met andere IT-providers. Het kan namelijk een cross connect opstellen met Smartschool zodat zelfs wanneer het internet platligt op de school de dienst altijd beschikbaar is. “Bekijk het als een rechtstreekse tunnel naar ons datacenter”, zegt Pauwels. “Zo kunnen ze altijd aan hun data.”

Zo’n rechtstreekse lijn met Smartschool is altijd handig. Een leerling kan vandaag wanneer hij geen zin heeft om een examen af te leggen online een DDoS-aanval aankopen. De internetverbinding ligt als gevolg plat, waardoor het examen niet kan doorgaan. Met zo’n rechtstreekse lijn is er altijd een back-up die werkt.

Goed nadenken over Digisprong-budget

Tot slot wil Pauwels ook graag benadrukken dat scholen rekening moeten houden met een degelijk cybersecuritybeleid wanneer ze hun IT-infrastructuur analyseren. “Begin al eens met een deftige firewall. Vandaag zien we nog te vaak dat wanneer de schooldeur sluit de internettoegang gewoon blijft open staan. Zoiets mag niet gebeuren.”, merkt hij op.

Begin al eens met een deftige firewall.

Freek Pauwels, chief commercial officer bij Citymesh

Zowel Citymesh als Econocom hopen met het overzichtelijke aanbod in combinatie met de nodige flexibiliteit en expertise dat scholen nadenken over het Digisprong-budget en niet alles in één keer uitgeven.

“We missen in Nederland een schakel tussen ICT’ers op school en het overkoepelende ICT-team” – Marc Mulders

Voor het eerst hebben we een Nederlandse ICT-coördinator aan het woord: Marc Mulders. Hij is vandaag leerkracht binnen het lager onderwijs en overkoepelend ICT-coördinator van L.W. Beekmansschool.

Marc Mulders is vijftien jaar geleden als leerkracht begonnen in het basisonderwijs op een school voor ontwikkelingsgericht onderwijs. Dat betekent dat niets gebeurt aan de hand van boeken, maar dat je alles zelf moet ontwikkelen.

“Daar heb ik veel geleerd maar zat ik niet echt op m’n plek. Wel is mij meteen de positie als coördinator van een werkgroep ICT toegewezen. Toen waren dat nog twee computers in een klas om me mee bezig te houden.”

Van iPads naar Chromebooks

Marc is tien jaar geleden overgestapt naar L.W. Beekmanschool, een basisschool in ’s-Hertogenbosch, Nederland. Daar begon hij wat meer met ICT te doen en kwamen er meer digitale middelen. “We hadden digiborden in klassen en startten een pilot met iPads in de klas om meer gepersonaliseerd met kinderen te werken. In principe was dat heel mooi: elke leerling had een eigen device. Maar wanneer die spullen vernieuwd moesten worden, stootten we erop dat het erg duur was om voor iedereen een eigen iPad te voorzien.” Zijn school was daarin een voorloper, maar andere scholen kwamen tot dezelfde conclusie.

Wij wilden digitalisering toch een plek geven en zo stapten we over naar Chromebooks”, zegt Marc. Eerst experimenteerden hij met één klas waar per twee leerlingen een Chromebook werd voorzien. Vandaag zitten ze op 400 toestellen, alle leerlingen vanaf het eerste leerjaar tot het zesde leerjaar hebben een eigen device.

“Dan krijg je het ook steeds drukker als ICT-coördinator”, zucht Marc. “Er zijn allerlei kleine probleempjes en leerkrachten moesten geschoold worden. Dat hebben we veelal zelf gedaan.”

De leerlingen werken vooral binnen de Google-omgeving. De leerkrachten gebruiken zowel Windows als Google. “Zij hebben een Chromebook en een Windows-laptop. De Chromebooks dienen om online les te geven, alleen bij het delen van beeld in online lessen zijn die gewoon te traag”, aldus Marc.

Extra opleidingen

Een groter probleem volgens hem is dat leerkrachten niet altijd de urgentie inzien van het gebruik van digitale middelen. “Inmiddels zie ik mezelf meer als onderwijskundig expert, maar in de praktijk ben ik nog steeds de klusjesman voor alles waar een stekker aan zit. Ook als de koffiemachine het niet doet, moet ik het oplossen. Ik vind het moeilijk om aan mensen te trekken. Dat is ook de reden waarom ik vorig jaar een master ben gestart in onderwijsontwikkeling.”

Inmiddels zie ik mezelf meer als onderwijskundig expert, maar in de praktijk ben ik nog steeds de klusjesman voor alles waar een stekker aan zit.

Marc Mulders, ICT-coördinator in Nederland

Deze master heet ‘Leren en innoveren’ in Eindhoven en die zorgt ervoor dat je meer evidence-based te werk kan gaan om teams te overtuigen. Waarom is die digitale geletterdheid belangrijk? Wat voor literatuur is er beschikbaar? Zulke vragen worden daar beantwoordt. Het is eigenlijk een manier om mijn collega’s mee te nemen in het verhaal. “Er zitten ook veel Belgische collega’s in de opleiding”, verrast Marc ons.

Hoe zit het in Nederland?

In elke lagere school in Nederland is wel een leerkracht of onderwijskundige die een ICT-taak heeft. De inhoud is eerder beperkt: klusjes oplossen, beleidsplannen maken en visies schrijven. “Zo’n ICT-taak is een extra die erbij komt, daar heb je niet altijd tijd voor”, zegt Marc. “Veel leerkrachten zijn er ook geen expert in en dan is een visie schrijven erg moeilijk.”

Daarnaast heb je overkoepelend een stichting (vergelijkbaar met een scholengroep in België) en daarboven is dan een bedrijf aangesteld met technische ICT’ers die problemen op afstand kunnen oplossen. De ICT’ers buiten de school doen vooral de technische kant en niet de onderwijskundige kant. De ICT’ers op school zijn dan de onderwijskundige of pedagogische ICT-coördinatoren.

Evolutie van het takenpakket als ICT-er

“Mijn taak is enorm uitgebreid de laatste jaren”, zegt Marc. “Ik kon het niet meer alleen. We zijn nu met vier, allemaal leerkrachten die enigszins raakvlakken hebben met ICT. Onderling verdelen we taken zoals social media, de app van de school waarmee om met ouders te communiceren, leerkrachten opleiden die binnenkomen (administratie), de website, e-mailadressen aanmaken en ga zo maar door.” Marc is de overkoepelende verantwoordelijke, hij stuurt alles aan.

“Het is een werkgroep, maar ik zou er liever een leerteam van maken.” Dat is volgens hem een enorm verschil in opvatting. Een werkgroep is praktisch, maar een leerteam kan beter inzetten op visie en beleid.

Elke school moet een vierjarenplan hebben qua beleid. “Meestal staat er iets kleins of vaags in over digitalisering, iets waar de directie rechtstreeks in beslist. Heel vaak zijn dat één of twee regeltjes die niet concreet zijn. Het is voor ons meer een praktisch werkdocument, want de digitalisering verandert erg snel en dan moet je snel kunnen schakelen.”

Veel directies zijn heel kundig op allerlei vlakken, maar vaak niet op ICT-gebied.

Marc Mulders, ICT-coördinator in Nederland

De ICT-groep van Marc maakt wel het ICT-beleid, maar soms loopt dat moeilijk doordat hij één van de weinigen is in zijn werkgroep die zich bezighoudt met trends en ontwikkelingen in het land. “Veel directies zijn heel kundig op allerlei vlakken, maar vaak niet op ICT-gebied”, benadrukt Marc.

“We werken wel samen op het vlak van beleid. Ik schrijf veel beleid, koppel dat terug, maar als je inhoudelijk te weinig kennis hebt, kan je er niet goed op reageren. Wel op onderwijskundig vlak, maar niet op ICT-vlak.”

Marc mist vooral een schakel tussen ICT’ers op school en de technische ICT’ers die overkoepelend zitten. Er is geen onderwijskundige die overkoepelende teams helpt om visie en beleid te maken. Op sommige plaatsen in Nederland is dat wel volgens Marc. “Onze stichting kiest daar niet voor en dat is lastig. Je bent veel op je eigen schooltje aan het proberen”

Interactie met de leerkrachten

Leerkrachten komen de hele week met allerlei vragen over zowat alles bij Marc. “Ik probeer niet altijd met een klant-en-klaar antwoord te komen. Zo’n kant-en-klaar antwoord zorgt voor een snelle oplossing, maar ze mogen er ook zelf eens over nadenken en die omslag begint nu te komen.” Volgens hem beginnen leerkrachten zelf meer dingen op te zoeken.

Dat komt volgens hem ook omdat ze mee moeten met hun tijd. Veel leerlingen hebben in het vierde leerjaar al een eigen telefoon, zitten op social media en komen zelf met heel veel ideeën in de klas. Leerkrachten moeten op die manier meer kennis krijgen van het digitale.

Leerkrachten willen vaak een vaste lijst met wat ze precies moeten doen voor het ICT-beleid, maar dat kan niet volgens Marc. “Ik probeer wel te kijken op welke dingen we ons moeten richten rond digitale geletterdheid, vooral via de website van Kennisnet.”

Leerkrachten moeten in theorie ook wel problemen kunnen oplossen met toestellen volgens hem, maar leerlingen komen toch vaak nog bij hem binnen. Ruim 400 kinderen op school, die komen gelukkig niet elke dag binnen. Ook kleuters werken nog niet met een device. Vanaf het eerste leerjaar wel. De ene leerkracht stuurt leerlingen ook sneller dan een andere volgens Marc. Sommigen vinden het moeilijk om te laten zien dat ze zelf in gebreke blijven.

Extra budget vanuit de Nederlandse overheid

De Nederlandse overheid voorziet nu na de coronapandemie extra budget om de verschillen in niveau weg te werken. Elke school mag zelf kiezen wat ze met dat budget doen. Sommige scholen kiezen voor een extra leerkracht, andere kiezen voor het sociale aspect. De L. W. Beekmanschool kiest ervoor om deels een extra leerkracht aan te stellen, maar ook om te investeren in technologie.

“Denk daarbij aan extra Chromebooks, andere methoden, professionalisering anders invullen, … We kijken vandaag ook naar een bedrijf dat online trainingen geeft. Zo kunnen leerkrachten meer op basis van eigen interesse kiezen.”

We kijken vandaag ook naar een bedrijf dat online trainingen geeft. Zo kunnen leerkrachten meer op basis van eigen interesse kiezen.

Marc Mulders, ICT-coördinator in Nederland

De methoden op de L. W. Beekmanschool konden we ook digitaliseren. “Onze nieuwe rekenmethode is volledig digitaal. Ik laat het zien, kinderen maken adaptief een oefening, ik kan erop inspelen. Dat zijn hele andere vaardigheden die gevraagd worden van leerkrachten want je bent meer aan het monitoren. Leerkrachten moeten daar ook wel aan wennen”, zegt Marc duidelijk.

Te veel werk, te weinig tijd

Ik werk iets minder dan fulltime. Mijn opleiding is op maandag. Ik werk drie dagen per week want ik heb ook nog wat ouderschapsverlof opgenomen. Ik kom drie dagen te kort eigenlijk om al mijn taken te doen. Toen ik vijf dagen werkte, was het ook niet genoeg”, lacht Marc.

“Omdat wij die technische ICT’ers op afstand hebben zitten met een heel klein clubje voor heel veel scholen, is het eigenlijk niet voldoende. Ik kan wel wat, maar technisch gezien niet alles en ik heb ook niet overal de rechten toe.”

Daarbij kan de leerkracht het probleem niet altijd zo goed analyseren volgens Marc. Hij moet vaak het probleem gaan analyseren en dan de analyse doorgeven aan de ICT’ers op afstand, maar dat kost heel veel tijd. Zo kan een probleem al snel een week duren. “Dan heb ik het enkel over probleemoplossing, niet over visie en beleid en literatuur lezen.”

Missende schakel tussen school en technische groep

“In het onderwijs ben je leerkracht, maar heb je daarnaast nog een passie of expertise dan kan je dat vandaag nog te weinig kwijt”, zegt Marc. Volgens hem hebben sommige collega’s er niet altijd zin in, maar hijzelf kan het wel kwijt in de klas. Marc is ook digicoach waardoor hij in principe leerkrachten buiten de school kan helpen. “Helaas is daar geen tijd voor of geen functie, want ik heb ook nog een eigen klas (zesde leerjaar).”

Ik ben ook digicoach, maar helaas is daar geen tijd voor of geen functie en ik heb ook nog mijn eigen klas.

Marc Mulders, ICT-coördinator in Nederland

Hij benadrukt dat het op dat vlak helemaal anders is dan in België. “In het middelbaar of hoger onderwijs in België is er veel meer ruimte om jezelf te ontwikkelen. Daar kan je ook ICT-coördinator worden zonder extra taken. In het lager onderwijs is dat niet. Professionaliseren is leuk in je eigen tijd. Of je moet het onderwijs uit.”

Continu bijleren

Hoe blijft Marc van alles op de hoogte en waar kan hij terecht met al zijn vragen? Volgens hem geven de overkoepelende technische ICT’ers (Digidact) antwoord op al zijn vragen als het technisch is. “Onderwijskundig is dat iets moeilijker, ook al zijn het wel allemaal leerkrachten die daar zitten. Is het echt onderwijskundig, dan is het meer zoeken in het land om daar gelijken te vinden.”

Twee keer per jaar bezoekt hij de ICT-bijeenkomst van Digidact. Alle ICT’ers en directeurs zijn hiervoor uitgenodigd. “Agendapunten hebben soms wel raakvlakken met wat wij doen, maar dat is eerder een algemeen iets. Onze school is echt wel voorloper met 400 Chromebooks”, zegt hij trots. “We zitten vaak op een ander punt dan andere scholen, we willen verder en meer onderwijskundige diepte.” Dat laatste vindt hij heel moeilijk.

Marc blijft ook graag van alles op de hoogte via Kennisnet voor nieuwe informatie, trends. “Wat ik ook wel leuk vind, is de IPON, een Nederlandse onderwijsbeurs gericht op ICT. Verder probeer ik ook via LinkedIn informatie te vergaren.”


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.


Spelenderwijs veiliger op internet

Kinderen behoeden voor online gevaren, het kan op een ludieke manier. Dat bewijst het educatieve bordspel Jungle Web, een uitgave van Child Focus. Onder het motto ‘samen veilig internetten’ helpen ze kinderen om op een meer verantwoorde manier online te gaan.

Jungle Web is een gezelschapsspel van Child Focus. Met behulp van speelkaarten, vragen en symbolen worden kinderen vanaf 9 jaar op een ludieke manier aangezet om in gesprek te gaan over veilig internetten. Onderwerpen die de revue passeren zijn privacy, grooming, sexting, online challenges en cyberpesten.

Een spelletje duurt gemiddeld zo’n twintig minuten. Je kunt Jungle Web spelen met twee tot twintig spelers, met of zonder internetverbinding.

Bestellen kan via Child Focus. Het spel zelf is gratis. Voor de verzendkosten betaal je 8 euro.

ICT Juffie geeft praktisch tips voor ICT in de klas

Nog op zoek naar lesinspiratie over ICT in het basisonderwijs? Surf dan zeker eens naar ICT Juffie .

Kinderen van het basisonderwijs wegwijs maken in ICT, het is de missie van de Nederlandse website ICT Juffie. De site is een initiatief van Chantal van Schaik, zelf leerkracht basisonderwijs en ICT-coördinator.

“Kinderen voorbereiden op banen in de toekomst die nu nog niet bestaan, ze laten ervaren hoe tof ICT is en hoe je dit kunt inzetten bij verschillende vakken. En leerkrachten ontzorgen door handige tools en apps die het vak leerkracht leuker en gemakkelijker maken!”, omschrijft ze het opzet van de site. 

Uitgesplitst naar niveau

Je vindt er allerhande materiaal rond ICT in de klas, telkens uitgesplitst naar niveau – van lesideeën en video’s tot apps. Handig zijn ook de vele downloads en lesvoorbereidingen.

Verder kun je op de site terecht voor een stappenplan om op school een ICT-visie en -programma uit te werken. Concrete tips gegarandeerd!