Kenniscentrum Digisprong lanceert Bootcamps voor ICT-coördinatie op scholen
Het Kenniscentrum Digisprong start met Bootcamps om de ICT-competenties van schoolteams te versterken. Scholen kunnen zich gratis inschrijven voor een traject rond teamgerichte ICT-coördinatie, dat loopt van januari 2026 tot januari 2028.
Met de Bootcamps wil het Kenniscentrum Digisprong scholen helpen om hun ICT-beleid professioneler aan te pakken. Het kenniscentrum schrijft daarvoor overheidsopdrachten uit, waarna een externe partner het traject uitwerkt op basis van het DigCompEdu-raamwerk. Scholen die zich inschrijven, volgen zo een op maat gemaakt professionaliseringstraject zonder kostprijs.
Teamgerichte aanpak voor ICT-beleid
De eerste Bootcamps focussen op teamgerichte ICT-coördinatie op school. Scholen die willen deelnemen, bouwen een kernteam van vijf à zes personen uit, met daarin minstens een directielid of beleidsverantwoordelijke en een ICT-coördinator. Heeft een school meerdere campussen, dan voegt ze per campus minstens één extra kernteamlid toe aan de groep.
Het traject richt zich op scholen, scholengroepen en scholengemeenschappen uit het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Na inschrijving volgt eerst een intakegesprek, waarna geselecteerde teams effectief van start gaan.
Praktisch verloop en doelstellingen
Scholen kunnen zich tot eind oktober 2026 inschrijven. Wie geselecteerd wordt, start aan een traject van ongeveer tien maanden, met een tijdsbesteding van gemiddeld drie uur per maand. Tijdens dat traject wisselen online leeractiviteiten af met live of online groepsmomenten samen met andere deelnemende schoolteams.
Het traject moet twee concrete resultaten opleveren: een ICT-beleidsplan dat voldoet aan de vereisten van het Digiplan, en een teamgerichte aanpak van ICT-coördinatie met duidelijke taken en rollen voor de verschillende teamleden.
Doorlopend engagement
Naast de lopende Bootcamps stelt het Kenniscentrum Digisprong ook materiaal van voorbije edities beschikbaar. Scholen die niet meteen kunnen instappen in het nieuwe traject, kunnen zo toch aan de slag met eerder ontwikkelde inhoud rond ICT-professionalisering.
lees ook
Stappenplan naar teamgerichte ICT-coördinatie
Onderwijs blijft doelwit: 85% van ransomware-aanvallen mikt op identiteit
Uit het State of Ransomware in Education 2026-rapport van Sophos blijkt dat 85 procent van de ransomware-aanvallen tegen onderwijsinstellingen gebruikmaakt van technieken gericht op identiteit, zoals phishing en gestolen inloggegevens. Herstel na zo’n aanval kost onderwijsinstellingen gemiddeld 2,26 miljoen dollar en duurt vaak veel langer dan in andere sectoren.
Het cijfer van 85 procent overstijgt het cross-sectorale gemiddelde van 79 procent en toont aan hoe belangrijk identiteitsdiefstal blijft bij ransomware-incidenten in zowel lager als hoger onderwijs. Kwaadwillige e-mails vormen de belangrijkste technische oorzaak, goed voor 31 procent van de aanvallen in het lager onderwijs en 29 procent in het hoger onderwijs.
Identiteit als zwakke schakel
Liefst 77 procent van de organisaties in het hoger onderwijs en 71 procent in het lager onderwijs geeft aan dat hun ransomware-incident tegelijk hun belangrijkste identiteitsaanval was. Ross McKerchar, chief information security officer bij Sophos, stelt dat aanvallers geen koevoet meer nodig hebben als ze sleutels kunnen stelen, en dat AI de snelheid en schaal van dergelijke aanvallen verder vergroot.
Het aandeel lager onderwijsinstellingen met versleutelde data is jaar op jaar meer dan verdubbeld, van 29 procent in 2025 naar 61 procent in 2026. Over de hele sector leidde 58 procent van de aanvallen tot versleutelde data, al herstelt meer dan driekwart van de lager onderwijsinstellingen dankzij back-ups.
Trage hersteltijden en menselijke tol
Onderwijsinstellingen hebben dubbel zo vaak één tot drie maanden nodig voor volledig herstel dan het cross-sectorale gemiddelde. Lager onderwijs scoort het slechtst: 31 procent had minstens een maand nodig. De mediane losgeldeis bedraagt 775.200 dollar, hoger dan het gemiddelde van 698.000 dollar, ondanks een dalende trend.
De druk op teams neemt toe: 53 procent van de teams in het hoger onderwijs meldt meer druk van senior leiders, en 39 procent van de organisaties ziet personeel uitvallen door stress. Het onderzoek is gebaseerd op een bevraging van 226 IT- en securityleiders in 17 landen.
Vooruitblik
De cijfers wijzen op een structureel probleem: onderwijsinstellingen missen vaak de middelen en expertise om identiteitsgerichte aanvallen te detecteren. Sterkere identiteitscontroles en geïntegreerde detectie blijven cruciaal om toekomstige incidenten te beperken.
lees ook
Onderwijsinstellingen betalen na een hack meer losgeld dan aanvankelijk geëist
AI in het onderwijs vraagt om meer dan richtlijnen
Ruim één op de vier jongeren van 16 tot 24 jaar in de Europese Unie beschikt niet over digitale basisvaardigheden, blijkt uit cijfers van Eurostat over 2025. Dat is een ongemakkelijke constatering nu generatieve AI in hoog tempo onderdeel wordt van het studentenleven. Studenten gebruiken de technologie om informatie te verzamelen, teksten samen te vatten en te vertalen, te programmeren, ontwerpen te maken, samen te werken en zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De vraag is daarom niet langer óf AI in het hoger onderwijs thuishoort, maar of studenten voldoende worden voorbereid om de technologie verantwoord te gebruiken.
AI wordt onderdeel van leren op een vergelijkbare manier als het internet dat ooit werd: eerst als een externe tool, vervolgens als een vanzelfsprekende laag in het dagelijks onderwijs. Het verschil is de snelheid. Generatieve AI is laagdrempelig, breed beschikbaar en steeds vaker geïntegreerd in de tools die studenten al gebruiken. Een nieuw AI-geletterdheidskader van de Europese Commissie stelt dat 68 procent van de tieners al AI gebruikt, terwijl veel onderwijssystemen nog geen structurele aanpak hebben om AI in het onderwijs te integreren.
De kansen zijn aanzienlijk. Goed ingezet kan AI studenten helpen betere vragen te stellen, ideeën te testen, gerichte feedback te krijgen en onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te verkennen. Tegelijkertijd zijn de risico’s breder dan alleen plagiaat en academische integriteit. AI kan overtuigende maar onjuiste antwoorden produceren, vooroordelen versterken en studenten een vals gevoel van zekerheid geven. Ook is niet altijd duidelijk wat er gebeurt met persoonlijke gegevens, onderzoeksdata of vertrouwelijke informatie die studenten invoeren. Zonder duidelijke kaders kunnen studenten bovendien steeds meer delen van hun denkwerk uitbesteden, waardoor hun resultaten verbeteren zonder dat zij de lesstof daadwerkelijk beter begrijpen.
Combineer AI-geletterdheid met menselijke controle
Onderwijsinstellingen moeten AI-geletterdheid structureel opnemen in opleidingen, zodat studenten niet alleen leren AI te gebruiken, maar ook de beperkingen en risico’s begrijpen en uitkomsten kritisch kunnen beoordelen. AI-geletterdheid betekent meer dan weten hoe je een goede prompt schrijft. Studenten moeten leren wanneer een uitkomst betrouwbaar is, hoe zij bias en hallucinaties herkennen, hoe zij gegevens beschermen en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden.
Tegelijkertijd zijn duidelijke verantwoordelijkheden nodig. Bij toepassingen die invloed hebben op beoordelingen, studieadvies of studentenwelzijn moet een bevoegde professional eindverantwoordelijk blijven.
Begin niet bij de tool, maar bij het doel
Een goede aanpak begint niet met de vraag welke AI-tool een instelling wil gebruiken, maar met het onderwijsdoel dat zij ermee wil bereiken. Kan de technologie studenten sneller van gerichte feedback voorzien? Kan zij docenten ondersteunen bij routinematige werkzaamheden? En levert AI in dat specifieke geval daadwerkelijk meerwaarde op? Een kleinschalige pilot kan helpen om de onderwijswaarde, risico’s en ervaringen van studenten en docenten te beoordelen voordat een toepassing breder wordt ingevoerd.
Daarna zijn duidelijke en praktisch toepasbare afspraken nodig. Studenten moeten weten welke toepassingen zijn toegestaan, welke gegevens zij niet mogen invoeren en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen toepassingen met een relatief laag risico, zoals hulp bij brainstormen, en toepassingen die gevolgen kunnen hebben voor beoordelingen, studieadvies of welzijn. Hoe groter de mogelijke impact op een student, hoe belangrijker menselijke controle wordt.
Ook de manier waarop studenten worden geëvalueerd, vraagt in dit veranderende landschap om herziening. Zo schrapt Hogeschool Odisee vanaf het academiejaar 2026-2027 de bachelor- en graduaatsproef uit haar opleidingen, omdat dergelijke opdrachten door de opkomst van grote taalmodellen minder uitdagend zijn geworden. In de plaats komen meer praktijkgerichte eindopdrachten, waarbij studenten hun kennis en beoordelingsvermogen in een concrete context moeten toepassen.
AI-geletterdheid wordt een basisvaardigheid op de arbeidsmarkt
De relevantie van AI-geletterdheid stopt niet bij het hoger onderwijs. Studenten bereiden zich voor op een arbeidsmarkt waarin AI steeds vaker onderdeel is van onderzoek, analyse, communicatie en creatieve processen, maar ook Belgische bedrijven maken hier steeds vaker gebruik van. In 2025 gebruikte 34,5 procent van de Belgische bedrijven met tien of meer werknemers ten minste één AI-technologie, tegenover 20 procent gemiddeld in de Europese Unie, volgens Statbel en Eurostat. AI-geletterdheid wordt daarmee een bredere basisvaardigheid, naast communicatie, onderzoek, digitale vaardigheden en kritisch denken.
Vertrouwen en beoordelingsvermogen zijn doorslaggevend
Regels alleen zijn echter niet voldoende. Studenten moeten leren de technologie kritisch te bevragen, de beperkingen ervan te begrijpen en te herkennen wanneer menselijk oordeel het belangrijkst is. De AI-campus moet daarom niet worden gedefinieerd door het aantal beschikbare toepassingen, maar door wat studenten ermee leren.
De studenten die straks vooroplopen, zijn niet degenen die AI het vaakst inzetten. Het zijn degenen die weten wanneer een uitkomst bruikbaar is, wanneer deze ter discussie moet worden gesteld, hoe zij AI kunnen inzetten om nieuwe ideeën te ontwikkelen en wanneer hun eigen oordeel doorslaggevend moet blijven. De AI-campus is er al. De vraag is of studenten worden uitgerust om er richting aan te geven.
Dit is een ingezonden bijdrage van Nele Vervenne, Field Product Manager bij Dell Technologies. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.
Delaware leert 44 kinderen omgaan met AI en cybersecurity in Gent
Meer dan 44 kinderen tussen de acht en twaalf jaar oud krijgen bij het Gentse hoofdkantoor van Delaware een speelse kennismaking met artificiële intelligentie, cybersecurity en veilig digitaal gedrag. De workshop leert hen phishing herkennen, nadenken over sterke wachtwoorden en bewust omgaan met AI.
De timing is niet toevallig: met de zomervakantie in zicht brengen kinderen meer tijd online door. Uit onderzoek van professor Steven Van Belleghem blijkt dat een kwart van de kinderen tools zoals ChatGPT of Gemini inzet als een soort persoonlijke therapeut, om hun hart te luchten of advies te vragen.
Cyber Hero Challenge als blikvanger
De workshop is opgebouwd als een interactieve namiddag vol opdrachten en korte sessies. Begeleid door medewerkers van Delaware gaan de kinderen zelf aan de slag met digitale uitdagingen. Een centraal onderdeel is de “Cyber Hero Challenge”, waarin ze leren hoe ze phishing herkennen, veilige wachtwoorden aanmaken en zichzelf beschermen tegen online risico’s.
Evelien Vanhooren, partner bij Delaware Belux, legt uit dat digitale weerbaarheid niet pas op de werkvloer begint. Kinderen komen vandaag al vroeg in contact met AI, apps en online gevaren, vaak zonder het zelf te beseffen. De workshop wil hen op een positieve manier tonen hoe ze technologie veilig en kritisch kunnen gebruiken.


Praktische tips voor thuis
Naast de uitdagingen krijgen de kinderen vijf concrete tips mee. Ze leren nooit hun wachtwoord te delen, geen persoonlijke informatie zoals naam of adres online te zetten, en hun gevoel te vertrouwen wanneer iets vreemd aanvoelt. Ook het belang van open communicatie met ouders of leerkrachten bij ongemakkelijke situaties online komt aan bod.
Eerste editie in een breder engagement
Deze eerste editie in Gent past volgens Delaware binnen een breder engagement om digitale vaardigheden laagdrempelig dichter bij de volgende generatie te brengen. Het bedrijf wil tegelijk aantonen dat IT creatief, toegankelijk en leuk kan zijn voor jonge gebruikers.
lees ook
Bedrijven en scholen bundelen krachten voor veilig internetgebruik bij kinderen
De Liereling behaalt de eerste Digital Schools Award in de Benelux: robots, Chromebooks en een plan
Basisschool De Liereling in het Westland (Nederland) mag zich voortaan de allereerste Digital School van de Benelux noemen binnen het DSA-programma. WorkMyWay zakte af naar de feestelijke uitreiking en zag hoe leerlingen tussen Chromebooks, VR-brillen en zelfgebouwde robots een Europese award binnenhaalden.
In een kakelverse school in een al even verse nieuwbouwwijk verzamelt zich op een doordeweekse ochtend een opvallend gezelschap. Naast leerkrachten en kinderen schuiven ook de kersverse wethouder van Westland, iemand van het ministerie van Onderwijs en vertegenwoordigers van HP, AMD, Cloudwise en de Eduwinkel aan.
Waarom? De Liereling is de eerste school in de Benelux die het label ‘Digital School’ binnen dit programma binnenrijft. De award is een Europese erkenning voor scholen die hun digitale basis op orde hebben. Ceremoniemeester Linda Krul, die het programma naar Nederland en Vlaanderen haalde, vat de visie, de professionalisering van leerkrachten en de infrastructuur samen. Wat houdt die award nu precies in?
Wat zijn de Digital Schools Awards?
De Digital Schools Awards draaien al sinds 2015 in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, waar intussen meer dan 4200 scholen en meer dan een miljoen leerlingen het traject doorliepen. Achter het programma zit een onafhankelijke non-profitorganisatie met thuisbasis Ierland en dit programma wordt gesupport door ondermeer AMD en HP.

Het idee is even eenvoudig als ambitieus: scholen erkennen, stimuleren en ondersteunen die technologie slim en planmatig inzetten voor beter onderwijs. Het vertrekpunt is geen prijzenkast, maar een spiegel. Deelnemende scholen starten met een zelfevaluatie via SELFIE, de tool van de Europese Commissie, en werken van daaruit aan een verbeterplan rond visie, professionalisering en infrastructuur.
Pas wanneer dat staat, kan een school zich kandidaat stellen voor validatie. Chipfabrikant AMD stapte als industriepartner mee aan boord om het programma over heel Europa uit te rollen, en ook de Europese Unie legde via Erasmus+ mee geld op de tafel.
HP-vertegenwoordiger Herbert Wormgoor schetst de dubbele rol van zijn bedrijf: “Vanuit educatie heeft HP eigenlijk twee petten. Enerzijds leveren we de technologie, Daarnaast willen we vanuit die rol ook bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijs.”
“Het programma is geen extra last boven op het bestaande werk. Het is niet on top, maar het is juist een kanaliseren van waar je mee bezig bent, alleen wat gerichter.”

In de Benelux staat de teller op zo’n dertig aangemelde scholen, een vijftiental in Nederland (waarvan een in Aruba) en 13 in België. Het initiatief ging begin dit jaar van start. De Liereling is de allereerste die effectief gecertificeerd raakt. Daarmee is de school meteen het uithangbord van een programma dat in de Benelux nog aan zijn reis start.
Leerlingen aan het woord
Wie wil weten of de digitale basis echt op orde is, kan het beter aan de kinderen vragen dan aan de brochures. En die kinderen zijn verfrissend eerlijk. Rekenen, taal, en spelling gaan tegenwoordig grotendeels via het scherm, en daar zijn ze niet rouwig om. “Papier is saai”, zegt een leerling van De Liereling.
Of het mooie handschrift daar niet onder lijdt? Een eerlijke “nee” volgt, met een grijns. Maar de leerlingen doen veel meer dan typen alleen. Ze vertellen honderduit over de LEGO League, het ICT-circuit, VR-brillen en robotjes.
Papier is saai!
Leerling van De Liereling
Ook mediawijsheid zit er al stevig in. Informatie zoeken ze niet meer in de bibliotheek maar op de Chromebook. “We weten dat niet alles wat Google toont automatisch klopt”, zegt een leerling. Hoe ze dat checken? “Meerdere sites bezoeken”, antwoordt een leerling laconiek. Bronnenkritiek op de basisschool: precies waar het bij die digitale basis om draait.
Zichtbaar trots
Ook de gemeente kwam haar trots tonen. Dave van Koppen is sinds amper drie weken wethouder van Onderwijs in Westland, maar stond tot voor kort zelf als meester voor groep acht. Hij weet hoeveel werk er kruipt in het combineren van spelling, rekenen én digitale vaardigheden.
Om te tonen hoe diep digitalisering inmiddels zit, deelde hij twee anekdotes. In twaalf jaar voor de klas verzamelde hij naar eigen zeggen zo’n 22.000 mails in zijn mailbox. En zijn opa van 93 leerde hij ooit werken met Google Earth: “er ging een wereld voor hem open,” want plots kon hij terug naar alle plekken waar hij ooit op vakantie was geweest.

Dat digitale vaardigheden geen luxe zijn, illustreert hij met de eigen streek. Westland is tuinbouwgemeente bij uitstek, en tuinders regelen vandaag water, licht en warmte gewoon via hun telefoon. “Een zaadje in de grond gooien en wat water geven” volstaat al lang niet meer. Ook in een serre draait alles op technologie. Dat de basis daarvoor hier op school wordt gelegd, maakt hem zichtbaar trots.
HP en AMD
Voor HP en AMD is De Liereling meer dan een logo op een banner. Tijdens de ceremonie met betrokkenen, leraren en kinderen windt Herbert Wormgoor van HP er geen doekjes om wat het moment voor hem betekent: “Dit is het leukste wat ik doe deze hele maand.” Niet omdat de school met HP-spullen werkt, benadrukt hij, maar omdat je ziet wat deze school heeft bereikt, het enthousiasme ziet van de kinderen. Dat de digital school awards daar aan hebben kunnen bijdragen is geweldig.

Namens AMD bedankte Dominique Raijmann het schoolbestuur, de leerkrachten en bovenal de leerlingen. Zij plaatste de award in een groter plaatje: “Vanuit AMD lossen we hele moeilijke problemen in de wereld op met onze producten. Daarvoor heb je altijd mensen nodig. De leerlingen van vandaag zijn met andere woorden de probleemoplossers van morgen.”
Robots bouwen en programmeren
Een award uitreiken is leuk, maar de echte hoofdrol voor de leerlingen was deze ochtend weggelegd voor een doos vol losse onderdelen. Klaas Kuperus van de Eduwinkel pakte voor de gelegenheid een dozijn 3D-geprinte robotjes uit, die de kinderen in groepjes helemaal zelf in elkaar mochten schroeven.



De leerlingen sluiten kabels aan en zetten alle sensoren en motoren op de juiste plek. Het resultaat: een robot met een ultrasoonsensor die obstakels ziet, twee lijnvolgsensoren, twee motoren en een LED-ring bovenop. Wie de meegeleverde kleuren grijs en blauw maar niets vindt, print het frame gewoon in een eigen kleur met de 3D-printer op school. Je kan de robots programmeren, maar na een uur bouwen is daar geen tijd meer voor. “Volgende week”, zegt de leerkracht vol enthousiasme.
Het mooie aan die aanpak: de robots gaan na de les weer uit elkaar, zodat een volgende groep opnieuw kan bouwen. Bewust gekozen, vertelt Kuperus. “Hiermee laat je kinderen niet alleen programmeren, maar technologie ook echt beleven. Mét handen aan de schroevendraaier.”
Geen eindpunt, maar een beginpunt
Directeur Esther Malestein-Bultink nam de award, het certificaat en een bos bloemen in ontvangst. Ze kondigde meteen aan waar het bord komt te hangen: “Bij de voordeur, zodat mensen die bij ons aanbellen meteen weten dat wij deze award hebben.” Tegelijk relativeert ze de prijs ook fijntjes: zonder de kinderen, de leerkrachten én de ouders was die er nooit gekomen.
Dat de digitale wereld razendsnel verandert, beseft ze als geen ander. Soms zijn de leerlingen hun juf gewoon voor: “Even dat op Snapchat, juf — ja, dat je dat nou niet begrijpt, dat snap ik niet hoor.” Het houdt het team scherp, lacht ze, want ook leerkrachten moeten in beweging blijven. Zeker nu artificiële intelligentie er in een razend tempo bijkomt.


En zo eindigt een award-ceremonie eigenlijk niet met een eindstreep, maar met een startschot. Dominique Raijmann van AMD verwoordde het misschien wel het mooist: “Laat het niet een eindpunt zijn, maar juist een beginpunt om een nieuwe reis te maken. Om te gaan leiden, te innoveren en te creëren, met z’n allen.” En daarna werden de leerlingen getrakteerd op een ijsje om de dag compleet te maken.
Prowise All-in-One PC combineert tablet en computer voor de klas
Prowise brengt een all-in-one pc op de markt die speciaal is ontwikkeld voor gebruik in het onderwijs. Het toestel werkt zowel als computer als als tablet, heeft een batterijduur van zes uur en een 21,5 inch touchscreen met tien aanraakpunten.
De Prowise All-in-One PC richt zich op leerkrachten die flexibel willen werken in de klas. Het toestel draait op een Intel Core i5-12500H processor, beschikt over 8 GB DDR4-geheugen en 256 GB opslag. Windows 11 en Microsoft Office 365 zijn vooraf geïnstalleerd, mede dankzij het Microsoft Gold Partnership van Prowise.
Touchtafel en digibord in één workflow
In tabletstand functioneert het toestel als een touchtafel waarrond leerlingen in groepjes kunnen samenwerken. Via de tien aanraakpunten werken meerdere leerlingen tegelijk aan dezelfde opdracht, zoals een mindmap of een rekenrace in Prowise Presenter. Het grote scherm zorgt ervoor dat iedereen mee kan volgen.
Via Prowise Presenter maakt het toestel ook verbinding met het digibord in de klas. Zo kunnen leerkrachten opdrachten versturen naar individuele leerlingen of resultaten klassikaal bespreken, terwijl ze tegelijk op meerdere apparaten werken.
Camera, microfoon en hygiëne
Voor video-opnames of digitaal vergaderen beschikt het toestel over een microfoonarray en een camera van 13 megapixel. Een schuifbare webcamcover biedt extra privacy wanneer de camera niet in gebruik is. De speakercover heeft een antibacteriële coating, wat hygiëne in de klas ten goede komt.
Garantie en uitbreidingsopties
Prowise levert de All-in-One PC standaard met één jaar garantie via een pick-up en return-service. Scholen kunnen de garantie optioneel uitbreiden naar twee of drie jaar. Dat maakt het toestel ook op langere termijn inzetbaar binnen een schoolomgeving.
Inspiratiedag mediawijsheid in Brussel focust op nieuws en desinformatie
Op donderdag 29 oktober 2026 vindt in BeCentral in Brussel een gratis inspiratiedag plaats over mediawijsheid, nieuws en desinformatie. Het evenement richt zich op professionals die werken met kinderen, jongeren en volwassenen en combineert nieuw onderzoek met praktijkgerichte workshops.
De dag is een initiatief van Benedmo, Mediawijs, VRT, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Netwerk Mediawijsheid, in samenwerking met Arteveldehogeschool. Het project ontvangt financiering van de Europese Unie. Benedmo brengt een expertisenetwerk samen rond desinformatie en factchecken vanuit een Vlaams-Nederlandse samenwerking.
Onderzoek en praktijk centraal
Het programma start om tien uur met een keynote van onderzoekers van Arteveldehogeschool. Zij presenteren nieuw onderzoek naar de mediawijsheid van Vlamingen, waarbij verschillende generaties en aspecten aan bod komen: omgaan met informatie, artificiële intelligentie en influencers. Het onderzoek brengt kennis, vaardigheden en ervaringen van Vlamingen in kaart.
Aansluitend volgt een paneldiscussie waarin onderzoekers in gesprek gaan met professionals uit het werkveld. Centraal staat de vraag of onderzoeksresultaten overeenkomen met ervaringen op de werkvloer en hoe die resultaten in de praktijk gevaloriseerd kunnen worden. In de namiddag zijn er twee reeksen keuzesessies rond nieuws en informatie, gevolgd door een netwerkdrink.
Voor een breed publiek
De inspiratiedag richt zich op leerkrachten, medewerkers uit het volwassenenonderwijs, buurtwerkers, bibliotheekwerkers, educatieve medewerkers en onderzoekers. Deelname is volledig gratis. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven op een interesselijst via Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid.
Vooruitblik
Met dit evenement wil Benedmo professionals concrete handvatten bieden om desinformatie tegen te gaan in hun dagelijkse werking. De combinatie van vers onderzoek en uitwisseling van praktijkervaring moet zorgen voor een sterkere aanpak van mediawijsheid in Vlaanderen en Brussel.
Smartschool waarschuwt voor nep-extensie die persoonsgegevens doorsluist
Smartschool waarschuwt gebruikers dringend voor de browserextensie ‘Smartschool Radar’, die niet afkomstig is van het platform zelf. De extensie verzamelt privacygevoelige persoonsgegevens en stuurt die door naar een onbekende externe server.
De extensie ‘Smartschool Radar’ is beschikbaar via de Google Chrome Web Store en belooft leerlingen en ouders een overzichtelijke tabel te maken van alle schoolresultaten op Smartschool. Omdat de naam ‘Smartschool’ erin voorkomt, wekken veel gebruikers ten onrechte de indruk dat het om een officiële tool gaat.
Gevoelige gegevens op het spel
Smartschool stuurde een waarschuwing uit naar alle aangesloten scholen. De extensie, ook bekend als ‘Rapport Radar’, leest op de achtergrond gegevens uit die toegankelijk zijn voor de ingelogde gebruiker. Het gaat onder meer om profielgegevens, resultaten, rapporten en berichten met bijlagen, maar ook om gevoelige informatie zoals naam, geboortedatum, adres en rijksregisternummer.
Die gegevens worden doorgesluisd naar een externe server waarvan Smartschool zelf niet weet wie die beheert of waarvoor die dient. Dit soort privacyrisico’s zijn niet uniek voor Smartschool en vormen een groeiend probleem in het onderwijslandschap. Enkel toestellen waarop de extensie actief is, lopen risico. Het platform zelf blijft naar behoren werken.
Verwijdering vraagt om actie van gebruiker
Smartschool vraagt iedereen die de extensie installeerde om die onmiddellijk te verwijderen. Het bedrijf kan de extensie niet zelf blokkeren en vroeg Google al om de tool uit de Chrome Web Store te halen, tot nu toe zonder resultaat. Uit onderzoek blijkt dat de extensie waarschijnlijk ontwikkeld werd door een individu uit Antwerpen, op basis van een domeinnaam die in januari 2026 geregistreerd werd.
Wat nu?
Wie ‘Smartschool Radar’ geïnstalleerd heeft, verwijdert de extensie via de extensiebeheerder in Google Chrome. Ga naar het puzzelstukje rechtsboven, zoek de extensie op en klik op ‘verwijderen’. Herstart daarna de browser. Dit incident onderstreept het belang van digitale veiligheid voor alle gebruikers van onderwijsplatformen. Smartschool blijft aandringen bij Google om de tool zo snel mogelijk offline te halen.
lees ook
SURF waarschuwt onderwijsinstellingen voor privacyrisico’s Microsoft 365 Copilot
Scheppers Instituut Wetteren ontsnapt aan VMware-prijsstijgingen met Belgische cloud
Het Scheppers Instituut Wetteren migreerde zijn volledige VMware- en Horizon View-omgeving naar whitesky.cloud, een Belgisch soeverein cloudplatform. De technische school in Oost-Vlaanderen vermijdt zo de forse licentieverhogingen na de overname van VMware door Broadcom, en houdt tegelijk zijn bestaande hardware in gebruik.
Na de overname van VMware door Broadcom kregen veel organisaties te maken met licentieverhogingen tot vierhonderd procent. Voor scholen met beperkte IT-budgetten zijn zulke kostenstijgingen moeilijk op te vangen. Het Scheppers Instituut Wetteren, een technische secundaire school, zocht daarom naar een alternatief dat zowel betaalbaar als performant bleef.
Bestaande hardware blijft behouden
De migratie naar whitesky.cloud liet de school toe om haar bestaande hardware in gebruik te houden in plaats van volledig nieuwe hardware aan te kopen. De nieuwe omgeving omvat 105 TB software-defined storage, 828 vCPU en 3.044 GB RAM. Dat is voldoende rekenkracht om zware CAD- en grafische toepassingen vlot te laten draaien via een virtuele desktopomgeving.
Voor een technische school zijn die toepassingen geen luxe maar een noodzaak. Leerlingen werken dagelijks met veeleisende ontwerp- en tekensoftware. Dankzij de virtuele desktopinfrastructuur hoeven gezinnen geen dure laptops aan te schaffen, wat de toegankelijkheid van het technisch onderwijs ten goede komt.


Digitale soevereiniteit als extra argument
Whitesky.cloud positioneert zich als een Belgisch soeverein cloudplatform, wat betekent dat de data op Belgische bodem blijft. Voor een onderwijsinstelling die werkt met leerlingengegevens is dat een relevant gegeven, zeker in het licht van de Europese privacyregelgeving.
De keuze voor een Belgisch soeverein cloudplatform biedt niet alleen kostenvoordelen, maar draagt ook bij aan de digitale soevereiniteit van onderwijsinstellingen.
Vooruitblik
Het project van het Scheppers Instituut toont aan dat scholen niet automatisch moeten meegaan in de prijsverhogingen van grote softwareleveranciers. Door tijdig te migreren naar een alternatief platform combineerde de school kostenbesparing met meer voorspelbare IT-uitgaven, zonder in te boeten op prestaties.
lees ook
Leerlinggegevens GDPR-veilig houden op school
Waarom cybercriminelen scholen steeds aantrekkelijker vinden
Cybercriminelen kiezen hun slachtoffers niet willekeurig, en steeds vaker komen scholen bovenaan dat lijstje. Dat heeft weinig met pech te maken en alles met een ongelukkige combinatie: een school beheert de gegevens van honderden tot duizenden leerlingen, van rijksregisternummers tot zorgdossiers, terwijl er zelden genoeg IT-mankracht is om dat allemaal te bewaken. Het zijn bovendien gegevens van minderjarigen, wat onder de GDPR een extra zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt. De vraag is alleen: weet iedereen die er dagelijks mee werkt dat ook?
In de praktijk zit de bescherming van al die data zelden bij één IT-coördinator. Ze zit verspreid over elke leerkracht die inlogt op het leerlingvolgsysteem, elke secretariaatsmedewerker die een mail opent, en elke directielid dat met een laptop naar huis gaat. En precies daar, bij de mens, ligt de zwakste schakel.
Waarom scholen een aantrekkelijk doelwit zijn
Maar de aantrekkelijkheid stopt niet bij de data en de beperkte middelen. Voeg er een personeelsbestand aan toe dat in de eerste plaats met lesgeven bezig is en niet met cyberdreigingen, en het profiel is compleet. Daar komt bij dat veel scholen onderling verbonden systemen gebruiken, van leerlingvolgsysteem tot oudercommunicatie, waardoor één zwakke plek vaak toegang geeft tot veel meer.
De aanval begint zelden bij een technisch lek. Ze begint bij een klik. Een mail die lijkt te komen van het schoolbestuur, een nepfactuur van een vertrouwde leverancier, of een bericht dat zogenaamd van Smartschool of Microsoft komt. Eén leerkracht die zijn inloggegevens intikt op een valse pagina, en een aanvaller heeft toegang tot een account, en via dat account vaak tot veel meer.
Eén gekaapt account, en dan?
Stel: het account van een leerkracht wordt overgenomen. Wat ooit een onschuldige inbox leek, blijkt nu een sleutel. De aanvaller leest mee, ziet leerlingdossiers, stuurt vanuit dat vertrouwde adres nieuwe phishingmails naar collega’s en ouders, en in het slechtste geval versleutelt hij de hele schoolomgeving met ransomware.
Het gevolg is niet alleen technische schade. Een datalek met gegevens van minderjarigen is meldingsplichtig bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, brengt reputatieschade mee, en zorgt voor begrijpelijke onrust bij ouders. De kosten van dat ene verkeerde klikmoment zijn vele malen hoger dan de moeite die het kost om het te voorkomen.
De beste firewall van een school staat niet in de serverkast. Het is een personeelsbestand dat een verdachte mail herkent voordat erop geklikt wordt.
GDPR vraagt niet alleen techniek, maar ook gedrag
Veel scholen denken bij gegevensbescherming aan technische maatregelen: wachtwoorden, back-ups, toegangsrechten. Allemaal nodig, maar de GDPR vraagt uitdrukkelijk ook om het bewustzijn van de mensen die de gegevens verwerken. Je kunt op papier perfect in orde zijn en alsnog een datalek hebben omdat één medewerker niet herkende wat er misging.
Voor het onderwijs komt daar bovenop dat de Europese regelgeving rond cybersecurity blijft aanscherpen. Hoewel de meeste scholen niet rechtstreeks onder de strengste verplichtingen vallen, loont het de moeite om te weten wat NIS2 voor onderwijsinstellingen betekent, zeker voor grotere scholengroepen en hogeronderwijsinstellingen. De rode draad is overal dezelfde: aantoonbaar werk maken van de menselijke factor.
Bewustzijn opbouwen zonder je team te belasten
De reflex is vaak een jaarlijkse sessie of een lange e-learning. Het probleem: kennis die je één keer aanbiedt, verwatert binnen enkele maanden, en een leerkrachtenteam heeft simpelweg geen tijd voor uren extra opleiding. Wat wél werkt, is bewustzijn opbouwen in kleine, terugkerende stappen die in de drukke schoolweek passen.
Een paar minuten per week, met herkenbare voorbeelden uit de schoolcontext en geoefende phishingsimulaties, doet meer dan één lange sessie per jaar. Het houdt de kennis vers, het is laagdrempelig, en het levert je meteen het bewijs dat je als school aan je zorgplicht voldoet. Een aanpak met doorlopende security awareness training maakt van gegevensbescherming iets wat leeft bij het hele team in plaats van een vinkje in een dossier.
De gegevens van leerlingen beschermen is uiteindelijk geen IT-project, maar een gewoonte van de hele school. En gewoontes bouw je niet op met één moment van aandacht, maar met regelmaat.
Partner content in samenwerking met Guardey. Dit artikel is informatief bedoeld en vormt geen juridisch advies over de toepassing van de GDPR of NIS2.
Verbod op sociale media voor kinderen schiet zijn doel voorbij
Steeds meer landen verbieden kinderen de toegang tot sociale media, maar die aanpak pakt het echte probleem niet aan. Volgens de 5Rights Foundation moeten overheden techbedrijven ter verantwoording roepen in plaats van kinderen uit de digitale wereld te weren.
Vier landen ontzeggen kinderen al de toegang tot sociale media, vijf andere landen namen gelijkaardige wetgeving aan die nog geïmplementeerd moet worden, en een veertigtal landen overweegt soortgelijke maatregelen. Wat begon met een Australisch verbod voor jongeren onder de zestien, groeit razendsnel uit tot een wereldwijde trend.
Verbod mist de kern van het probleem
Marie-Ève Nadeau van de 5Rights Foundation stelt dat kinderen één op de drie internetgebruikers uitmaken en opgroeien in een digitale omgeving die niet is ontworpen met hun rechten of kwetsbaarheden in gedachten. Een verbod creëert een schijn van bescherming, maar laat schadelijke praktijken ongemoeid. Bovendien riskeren kinderen naar ongereguleerde omgevingen te worden gedreven, zoals AI-chatbots of gameplatformen, waar vergelijkbare risico’s bestaan met nog minder toezicht.
Verboden schenden ook andere kinderrechten dan enkel bescherming, zoals het recht op informatie, vrije meningsuiting en participatie. Nadeau wijst er ook op dat de verboden vaak gelden tot zestien jaar, terwijl kinderrechten doorlopen tot achttien. Kwetsbare kinderen zijn bovendien vaak sterk afhankelijk van digitale ruimtes voor expressie en identiteitsbescherming.
Techbedrijven dragen verantwoordelijkheid
Terwijl techbedrijven zwaar investeren in gerichte reclame en gepersonaliseerde content, steken ze weinig energie in de bescherming van kinderen. Uit cijfers van privacytoezichthouders blijkt dat 24 procent van de diensten geen enkel mechanisme voor leeftijdsverificatie heeft. Australië toont echter dat privacyvriendelijke verificatie mogelijk is zonder identiteitsgegevens prijs te geven.
Systemische aanpak als alternatief
Nadeau pleit voor een aanpak waarbij techbedrijven wettelijk verplicht worden te beoordelen hoe hun producten kinderen aan risico’s blootstellen, vergelijkbaar met de luchtvaart- of voedselveiligheidssector. In plaats van verboden pleiten experts voor strengere regels rond sociale media die techbedrijven ter verantwoording roepen. Meer dan 55 organisaties en experten wereldwijd schaarden zich al achter de tien principes die 5Rights Foundation ontwikkelde, met leeftijdsgeschikt ontwerp en verplichte impactbeoordelingen als kern.
lees ook
Hoge Gezondheidsraad vraagt strengere regels rond gsm’s en sociale media: wat betekent dat voor scholen?
Fedustria brengt 200 jongeren samen voor STEM-evenement Twiinz.world
Fedustria organiseert op 25 mei 2026 de tweede editie van Twiinz.world, een STEM-evenement voor jongeren tussen tien en twaalf jaar. Het initiatief wil de dalende interesse in STEM-richtingen in Vlaanderen een halt toeroepen.
De meest recente STEM-monitor voor Vlaanderen toont een zorgwekkende trend: het aandeel STEM-leerlingen in het secundair onderwijs daalt opnieuw, van 37,5 procent naar 36,44 procent. Fedustria, de Belgische federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie, reageert daarop met een eigen aanpak.
Van virtuele droomwereld naar fysiek ontwerp
Twiinz.world is een 3D STEM-tool waarmee jongeren een virtuele droomwereld ontwerpen met Belgische meubels, houtproducten en textielmaterialen. Sinds de lancering in april 2024 vonden al ongeveer 250 workshops plaats, waarbij 4.000 jongeren de tool gebruikten.
Het evenement op 25 mei vindt plaats op domein Puyenbroeck, aansluitend bij het Nerdland Festival. In totaal nemen 200 leerlingen deel. Zij brengen hun eerder digitaal ontworpen droomklas of droomslaapkamer tot leven met miniatuurmeubels, stalen van Belgische stoffen en andere materialen. Een vakjury van sectorvertegenwoordigers beoordeelt de projecten op creativiteit, materiaalgebruik en afwerking.
Trofeeën en toekomstperspectief
De organisatie reikt twee trofeeën uit: één voor de beste droomklas en één voor de beste droomslaapkamer. De awards komen uit handen van twinfluencer Esther, bekend als ZicZacKitty, en Karla Basselier, CEO van Fedustria.
Basselier benadrukt dat de instroom van jongeren cruciaal blijft voor de sector. Met Twiinz.world wil Fedustria jongeren op een creatieve manier vertrouwd maken met technologie en design, zodat ze later ook hout-, meubel- en textielopleidingen overwegen. Het initiatief slaat zo een brug tussen de leefwereld van jongeren en de Belgische maakindustrie.
lees ook