Startvideo Kenniscentrum Digisprong brengt DigCompEdukader in beeld

Het DigCompEdukader, ook wel gekend als het Digital Competence Framework for Educators, maakt duidelijk voor leerkrachten wat het in deze tijd betekent om digitaal vaardig te zijn. Om dit referentiekader overzichtelijk in beeld te brengen, zet Kenniscentrum Digisprong DigCompEdu maandelijks in de kijker.

Leerkrachten moeten zich tegenwoordig aan een hoog tempo bijscholen om de digitale versnelling in het onderwijs bij te kunnen houden. De lijst van competenties waarover een leerkracht moet beschikken, wordt dan ook steeds langer.

DigCompEdukader

Het DigCompEdukader of het Digital Competence Framework for Educators probeert al deze competenties in kaart te brengen. Op die manier weten leerkrachten – van alle onderwijsniveaus – wat er vandaag de dag van hen verwacht wordt op digitaal vlak.

Het raamwerk is ontstaan vanuit Europees onderzoek en focust zowel op de leerkrachten als op de leerlingen. Want een leerkracht moet namelijk ook weten welke digitale competenties leerlingen dienen te ontwikkelen.

Domeinen en competenties

Het kader bestaat uit 6 overkoepelende domeinen en 24 competenties.

Bron: KlasCement

Het oranje taartstukje verwijst naar professioneel engagement waarin technologie ondersteuning biedt in professionalisering. Daarnaast focust het groene domein ‘digitale bronnen’ op het kunnen gebruiken, vinden, creëren en delen van digitaal lesmateriaal.

De twee blauwe domeinen in het midden staan voor ‘lesgeven en leren’ en ‘evalueren’. Hier gaat het vooral over het gebruik van digitale tools tijdens de les en het digitaal afnemen van toetsen. Verder staat het paarse taartstukje voor het ondersteunen van de leerlingen met digitale tools. Het zesde en laatste domein focust op het aanleren van digitale competenties van leerlingen.

lees ook

Kenniscentrum Digisprong publiceert visietekst over gebruik AI

Startvideo

Als leerkracht kan je dankzij het framework ingedeeld worden volgens verschillende vaardigheidsniveaus. Je hebt zowel de nieuwkomers met weinig ervaring als de pioniers die zelf reeds expert en rolmodel zijn op digitaal vlak. Daartussen vind je nog de ontdekkingsreizigers, gebruikers, deskundigen en de leiders.

Het Kenniscentrum Digisprong zal de komende maanden het referentiekader in de kijker zetten. Te beginnen met een korte video waarin leerkrachten kennis maken met de 24 competenties, onderverdeeld in zes domeinen. De nadruk van het kader ligt niet op wat de leerkracht technisch kan, maar vooral hoe die zijn/haar onderwijspraktijk kan verrijken door digitale technologieën te gebruiken.

De video kan je bekijken via dit kanaal en de website van Kenniscentrum Digisprong.

Prijs en levensduur prioriteit bij aankoop digitaal bord

© Twycer / www.twycer.nl

“Toestellen moeten vooral langer meegaan dan de garantie”

De digitalisering van het onderwijs kreeg met Digisprong een boost, voornamelijk met investeringen in laptops en tablets. Schoolit, CTOUCH en Marcelis brachten zes experts uit het onderwijsveld rond de tafel om te praten over het nut en de rol van digitale, interactieve borden in het klaslokaal. In dit derde en laatste deel komen duurzaamheid, veiligheid en een blik op de toekomst aan bod.


Dit artikel is het eerste stuk in een driedelige reeks rond digitale borden. Je vindt alle artikelen terug op deze themapagina.


Panel: Bertien Boon (ICT-coördinator TA Halle), Filip De Pril (directeur ICT GO! Scholengroep Brussel), Joost Dendooven (pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Peter De Deyn (IT-adviseur scholen Broeders van Liefde), Louise Van Lint (verantwoordelijke Google for Education Be-Lux), Rhys Duindam (innovation manager CTOUCH).

Wanneer scholen beslissen om te investeren in een digitaal, hoogtechnologisch bord dan is het logisch dat er heel wat verwachtingen zijn gekoppeld aan het apparaat. De meerwaarde van een digitaal bord bespraken we al met het panel. Er zijn ook verwachtingen op vlak van duurzaamheid, gebruiksgemak en, niet onbelangrijk voor de ICT-coördinator, veiligheid. “Het is belangrijk om te voorkomen dat er overal data kan worden achtergelaten”, stelt Bertien Boon.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een rekbaar begrip. Wat verstaan ICT-coördinatoren en pedagogische begeleiders onder die term? “Dat het langer leeft dan de garantietermijn, is al een goed begin. En ook dat er geen herstellingen nodig zijn”, vindt Joost Dendooven. “Dat geldt ook voor andere toestellen in scholen. Het is frustrerend wanneer een toestel vaak vastloopt of een herstelling nodig heeft. De toestellen moeten stabiel zijn, en het liefst nog weinig kosten vragen ook.”

“Een belangrijke factor voor een langere levensduur is de uniformiteit, het ecosysteem dat achter borden zit”, vult Peter De Deyn aan. “Het maakt niet uit of dat Google, Apple of Microsoft is. Wanneer leerkrachten gewoon zijn om met hetzelfde systeem te werken, dan zullen ze gemakkelijker overschakelen naar andere borden. Het is een uniformiteit die je als school de leerkrachten kan aanbieden.”

Bully proof

Wat je als school wil vermijden is dat leerlingen, bewust of onbewust, instellingen veranderen of bepaalde, weinig educatieve zaken uitspoken met het digitale bord. De monkellachjes bij de tafelgasten verraden dat  er wel al eens iets in die richting is fout gelopen. “In principe mogen de leerlingen niet aan de instellingen kunnen”, zegt Filip De Pril. “Bij ons worden borden ook in een MDM (Mobile device management) gezet. Op die manier kunnen we eenvoudig zaken afschermen.”

© Twycer / www.twycer.nl

Voor ons is het ook belangrijk dat de schermen ‘bully proof’ zijn, dat ze tegen een flinke stoot kunnen”, haalt Peter De Deyn aan. “In principe zou je met een hamer tegen het scherm mogen stoten. Misschien moeten we dat na het gesprek eens proberen?” De hamer bleef uiteindelijk in de gereedschapstas van de RWDM-klusjesman. Het panel stelde zich tevreden met de uitleg van Rhys Duindam die zei dat hij in het CTOUCH-depot ooit een ferme tik mocht geven op het glas, met enkel een kleine kras als resultaat.”

Circulaire IT

Uit het gesprek valt af te leiden dat scholen voornamelijk kijken naar de levensduur van toestellen. “Circulaire IT in scholen omvat een toestel aankopen en tot op de draad verslijten”, geeft Peter De Deyn toe. “Onze afgedankte toestellen brengen we naar een beschermde werkplaats waar verschillende componenten uit worden gehaald.” Filip De Pril noemt het ‘de derde leeftijd’. “Bij ons worden nog heel wat toestellen op dat moment overgekocht door de leerlingen”, geeft Bertien Boon mee.

Volgens Filip De Pril houden scholen nog te weinig rekening met de ‘total cost of ownership’, wat de impact van een toestel is over de volledige levensduur. “Bij een aankoop hoort altijd een marktonderzoek en de prioriteiten liggen eenvoudigweg bij prijs, opleiding en levensduur. Het ‘as a service’-verhaal neemt ook een steeds groter plaats in. Op die manier moet je als school niet meteen het volledige bedrag op tafel leggen.”

Refurbished ongekend

Een onderdeel van het duurzaamheidsverhaal in de technologie is het aanbieden van refurbished-toestellen. Zowel online als bij retailers zijn tweedehands smartphones, tv’s, etc. te verkrijgen. Rhys Duindam wil weten of die trend ook bij digitale borden is waar te nemen. Zijn perceptie is eerder dat scholen kiezen voor nieuwe toestellen. “Eerlijk, ik heb die tweedehandstoestellen nog niet aangeboden gekregen”, repliceert Peter De Deyn.

“Wij hebben er ook nog niet over gedacht”, gaat Filip De Pril verder. “De vraag is in welke staat die toestellen zich bevinden, ook al zullen er ongetwijfeld garanties aan zijn verbonden. Je mag niet vergeten dat die toestellen dagelijks ongeveer acht uur draaien. Wij geven onze toestellen ook niet meer weg. Eens ze van de klasmuur worden gehaald, dan zijn die borden helemaal opgebruikt.”

Nieuwe technologie

Aan het einde van het gesprek laten de deelnemers zich van hun meest creatieve kant zien. Hoe ziet de toekomst, zeker met de opkomst van XR en AI, eruit voor digitale borden? “Voor ons als ICT-coördinatoren zijn er veel mogelijkheden, maar hoe kijkt een aanbieder van digitale borden naar die vernieuwingen?”, vraagt Bertien Boon zich af. “Wel, alles staat of valt met de content. Zolang die er nog niet veel is, dan is de evolutie op dat vlak eerder beperkt”, weet Rhys Duindam.

Ook hier speelt eenvoud in gebruik een bepalende rol, vinden de deelnemers. “Zodra er voldoende uniformiteit is, dan zal het gemakkelijker zijn om met VR, AR en XR aan de slag te gaan. Op dit moment zijn de beschikbare toepassingen nog te weinig schaalbaar en dus moeilijk algemeen te maken in onze school”, aldus Bertien.

lees ook

De rol van interactieve borden in lager en secundair onderwijs

(Digitale) borden blijven nog even

De digitale borden zullen nog een tijd in de klaslokalen te zien en gebruiken zijn, is de overtuiging bij het panel. “De borden zorgen voor een bepaalde betrokkenheid, zowel van de leerlingen als de leerkracht. Nu is dat nog van één object naar meerdere studenten. Als technologie zoals XR blijft groeien en algemeen gangbaar wordt, dan komt het er op aan al die devices met elkaar te laten communiceren” aldus Louise Van Lint.

© Twycer / www.twycer.nl

“Klopt, de evolutie van AR en VR zal bepalen hoe lang zo een bord nog blijft hangen”, gaat Filip De Pril verder. “Als je inzet op bepaalde technologie, dan is het andere wellicht verouderd  of minder noodzakelijk. Je kan nu al het scherm van een VR-bril delen met de klas via een digitaal bord. Er komen alleszins boeiende tijden aan. De belangrijkste vraag voor het onderwijs zal zijn of het betaalbaar is.”

lees ook

Opleiding rond gebruik digitale borden van onschatbaar belang

Zes personen, zes invalshoeken: dat was de insteek van het rondetafelgesprek. Om een nieuwe technologie, zoals een digitaal bord, vlot ingang te laten krijgen is het noodzakelijk om de gebruiker goed op te leiden, maar speelt ook de prijs en de levensduur een belangrijke rol. De panelleden zijn het eens dat digitale borden nog een tijdje in (de juiste) klas mogen blijven hangen. Toch zullen aanbieders rekening moeten houden met technologieën zoals XR, en ervoor moeten zorgen dat alle apparaten eenvoudig met elkaar kunnen communiceren.


Dit is een driedelige commerciële samenwerking met CTOUCH. Voor meer informatie over de duurzaamheidsaspecten van de digitale borden van CTOUCH kan je terecht op deze website. Alle schooloplossingen van Marcelis vind je hier.

ASUS innoveert en focust op veilige digitale toestelervaring

De digitalisering van de klasomgeving draait sinds enkele jaren overuren. Onder meer door Digisprong kregen scholen meer middelen om te investeren in toestellen en andere digitale leermiddelen. Net als voor onderwijsinstellingen was het ook voor aanbieders van pakweg schoollaptops snel en accuraat schakelen om de klanten optimaal te bedienen. Schoolit sprak over die (r)evolutie met Dave Cohen van ASUS.

De miljoenen euro’s van Digisprong overvielen haast letterlijk schooldirecties, leerkrachten, ICT-coördinatoren en niet in het minst de leerlingen zelf. De coronapandemie plaatste de omschakeling in een enorme stroomversnelling. Plots kregen schoolteams laptops en tablets in de schoot geworpen, zonder een gepaste visie op het gebruik. Ook voor aanbieders zoals ASUS was het een logistieke uitdaging om de trein niet te missen.

Spin-off-markt

Noem het toeval of een goed uitgekiende strategie, maar ‘pas’ vijf jaar geleden stortte het Taiwanese ASUS zich opnieuw op de business-markt. “De educatieve markt groeide in covidtijden uit van een spin-off naar een volwaardige tak van het bedrijf. De voorbije jaren zijn een leercurve geweest, waar we veel van hebben opgestoken”, zegt Dave Cohen. Hij is sinds drie jaar Country Manager van ASUS voor de Benelux.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

Cohen stuurt het commerciële team, waaronder de educatietak, rechtstreeks aan en zag de evolutie vanop de eerste rij. Samen met Dave Cohen bespreken we de boeiende periode en proberen we even in de toekomst te kijken. “Tijdens corona was er een enorme vraag naar toestellen. Verschillende van onze concurrenten konden daar niet aan voldoen, maar ASUS wel omdat wij net een volledig edu-portfolio hadden gelanceerd waardoor we gemakkelijk onze intrede konden maken. Zo verkregen we snel een aanzienlijk marktaandeel in België.”

Schoolgerichte toestellen

“Vijf jaar geleden zetten we de eerste stappen met de introductie van Chromebooks, en drie jaar geleden hebben we onze productlijn verder versterkt met Microsoft-toestellen. Sindsdien creëerden we een diverse en uitgebreide line-up om aan de uiteenlopende behoeften van onze gebruikers te voldoen. Dat kan gaan van de compacte eenvoud van clamshell-apparaten tot de veelzijdigheid van convertibles of de robuustheid van ruggedized toestellen. Ons engagement voor innovatie en variatie is en blijft om ervoor te zorgen dat onze gebruikers de perfecte educatieve oplossing kunnen vinden voor hun specifieke eisen en voorkeuren.”

De educatieve markt groeide in covidtijden uit van een spin-off naar een volwaardige tak van het bedrijf.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

ASUS werkt voor de Belgische markt samen met Signpost voor de verdeling van de toestellen. “Signpost dekt een groot deel van de markt af, dus is het logisch dat zij veruit onze grootste educatieve partner zijn. Het is Signpost als reseller die voor een groot deel bepaalt welke van onze toestellen het aan de man wil brengen in de scholen. We streven ernaar ons te onderscheiden van de concurrentie door unieke features zoals geavanceerde AI-noise cancelling, ingebouwde privacy shutters, duurzaamheid volgens militaire standaard en andere innovatieve extra’s die veilig en verantwoord leren bevorderen.”

Kwaliteit voorop

Om een plaatsje te veroveren op de educatieve markt is een kleine dosis meeval nodig, zoals die markt op het juiste moment betreden. Nog veel belangrijker is om producten aan te bieden die zich onderscheiden van de concullega’s. En die zijn best talrijk, weet ook Dave Cohen. “We zetten daarom in op de features die ik al heb vermeld, maar zeker ook op de prijszetting en andere aspecten die het hele plaatje vullen.”

Eén van die andere aspecten is de service nadat het toestel bij de klant is gebracht. “We merken dat de meeste spelers goed zitten wat prijs betreft. Het verschil wordt gemaakt nadien: wat als er een herstelling nodig is? We zijn één van de weinige spelers in de Benelux die een eigen, Europees servicecenter heeft, in het Nederlandse Emmen. Daardoor kunnen we snel op de bal spelen en dat is ook nodig.”

“Net omdat we pas later op de markt zijn ingestapt, moeten we ons dubbel zo hard bewijzen en onderscheiden op vlak van kwaliteit, prijs en service. Servicepartners zoals Signpost zijn door ons getraind om onze devices te herstellen waardoor reparatietijden verminderen, de kwaliteit gegarandeerd blijft en er minder complexiteit is voor de klant.”

Gaming

ASUS heeft, lang voor het zich op de educatieve markt begaf, een sterke reputatie uitgebouwd op vlak van performante toestellen. Die ervaring brengt het nu ook naar de onderwijswereld, waar games en gamification steeds meer aan populariteit winnen. “We hebben ongeveer 800 gaming devices geleverd en gestandaardiseerd aan een school die game development-opleidingen voorziet op een hoog aangeschreven niveau.”

“Het is dankzij onze jarenlange ervaring dat we ons anders in de markt kunnen plaatsen en we vaak onderdeel zijn van grote dossiers die Signpost heeft gewonnen. De verwachting is dan ook dat we dit jaar een nieuwe groei zullen kennen.”

Duurzaamheidsverhaal

Geen enkele school, groot of klein, ontsnapt nog aan een gezond duurzaamheidsverhaal, gelukkig maar. Dat geldt minstens evenveel voor technologiebedrijven die duurzaamheid en de ecologische voetafdruk hoog in het vaandel moeten dragen. Ook ASUS heeft een duidelijke doelstelling op papier, of beter online, gezet. “Het gaat heel ver, de plannen zijn tot 2050 uitgestippeld.”

Het bedrijf heeft de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen in een website gegoten. Want het is voor hen, net als voor elke andere grootspeler, een essentieel onderdeel geworden. “Sustainability is vanzelfsprekend een belangrijk thema voor ASUS. Zo maken we nu een apart businessmodel van het refurbishen van toestellen. Dat doen we uiteraard al, maar er zijn verschillende manier om dat aan te pakken en daar maken we nu werk van.”

“Zo zorgt het modulair ontwerp van onze laptops ervoor dat de toestellen gemakkelijker kunnen worden hersteld, met een langere levensduur als gevolg. We gebruiken ook zogenaamde PIR-materialen (post industrial recycled) in het producieproces.”

Scholen letten steeds meer op de duurzaamheid, herstelbaarheid en de algemene ecologische impact van hun aankopen.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

“Los van het steeds actuelere onderwerp, wil je als bedrijf ook jouw steentje bijdragen aan de klimaatverbetering. Zo is het de bedoeling om tegen 2035 alle operationele centers van ASUS 100 procent op hernieuwbare energie te laten draaien. Die doelstellingen leggen we vast en daar kunnen we op worden afgerekend. Langs de andere kant is het absoluut een onderdeel van ons beleid om bepaalde tenders binnen te halen want scholen letten effectief op de duurzaamheid, herstelbaarheid en de algemene ecologische impact van hun aankopen.”

Veilige digitale beleving

Het doel van ASUS is logischerwijze het aanbieden en verkopen van digitale toestellen. Het bedrijf surft daarom mee op de groter wordende digitale golf in het (Vlaamse) onderwijs. Daarbij staat het gebruik door leerlingen, leerkrachten en ander schoolpersoneel centraal. “Er zijn strenge regels opgelegd waaraan laptops en devices moeten voldoen. Zo moeten we instellingen respecteren om de impact van het scherm op de ogen te beperken”, legt Cohen uit.

ASUS zet daarnaast in op een veilige digitale beleving. “De digitalisering gaan we zeker niet afremmen. We focussen zelf op aspecten zoals ergonomie, waardoor het gemakkelijker typen is. Ook privacy-toepassingen zoals een hardwarematige blokkering van de webcam krijgen veel aandacht. We zijn ook constant in gesprek met partners zoals Microsoft om te zien hoe zij het gebruikersgemak van het besturingssysteem of de leerervaring van kinderen kunnen verbeteren.”

Op maat van de klant

Vijf jaar geleden dook ASUS op in de onderwijssector met een ‘eenvoudige’ Chromebook. Sindsdien is het aanbod stevig uitgebreid waardoor scholen toestellen op maat en in functie van het gebruik kunnen aankopen. “Grosso modo zien we drie types van toestellen: voor leerlingen, leerkrachten en ondersteunend personeel en directies. Het is ook afhankelijk van de opleiding. Gaming devices zijn verschillend van toestellen voor het lager onderwijs.”

In het tweede kwartaal zal ASUS een aantal nieuwe toestellen en nieuwe features de wereld insturen. “We gaan een transformatie maken van 11 inch naar 12 inch toestellen. Uiteraard blijven we de huidige toestellen verkopen. Het zal exact hetzelfde device zijn, maar met een groter scherm. Clamshell touch is een andere nieuwigheid, binnen het Chromebook- en Microsoftgamma. Dat toestel kan niet omgedraaid worden, maar heeft wel touchscreen.”

AI is een interessante toevoeging in de onderwijswereld.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

Efficiënter werken door AI

ASUS ontsnapt, net als de rest van de EdTech-wereld, niet aan de ontwikkelingen op vlak van artificiële intelligentie (AI). “We verwachten dat AI in de nabije toekomst een interessante toevoeging zal zijn in de onderwijswereld”, aldus Dave Cohen. “Zo zullen leerkrachten efficiënter lesvoorbereidingen kunnen maken. De lessen zelf kunnen gemakkelijker worden toegespitst op de behoeften van de leerling.”

Dave Cohen en zijn collega’s bij ASUS zien de trend in AI graag opkomen. “We zijn vastberaden om in de nabije toekomst laptops aan te bieden die volledig klaar zijn voor deze, en toekomstige, AI-toepassingen.”

BYOD

ASUS wil dit jaar een nieuw segment in de onderwijsmarkt aanboren. “Tot nu hebben we ingezet op tender driven business, openbare aanbestedingen dus. Dit jaar zullen we met onze resellers meer de focus leggen op Bring Your Own Device (BYOD) projecten. Vooral in het secundair en hoger onderwijs zien we steeds vaker dat scholen een brief sturen naar de ouders om een bepaald type toestel aan te schaffen.”

lees ook

Asus BR1402C review: betrouwbare klasgenoot

Bij BYOD kopen de ouders het toestel en neemt de leerling het mee naar school. Het feit dat de eerste middelen van Digisprong stilaan zijn opgebruikt, zal de markt wellicht meer naar die richting pushen. “Veel hangt af van de budgetten van de scholen en of er middelen vanuit de overheid beschikbaar zullen zijn. In tegenstelling tot onze concurrenten zijn we het voorbije jaar gegroeid en die verwachting, vooral door onze prijs gecombineerd met service, verwachten we dit jaar opnieuw.”


Dit is een commerciële bijdrage in samenwerking met ASUS. Voor meer informatie over toestellen en service van ASUS Benelux, klik hier.

De rol van interactieve borden in lager en secundair onderwijs

“Een digitaal bord als leermiddel kan een meerwaarde zijn voor het leren”

De digitalisering van het onderwijs kreeg met Digisprong een boost, voornamelijk met investeringen in laptops en tablets. Schoolit en CTOUCH brachten zes experts uit het onderwijsveld rond de tafel om te praten over het nut en de rol van digitale, interactieve borden in het klaslokaal. In dit eerste deel bespreekt het panel de belangrijke rol van de leerkracht.


Dit artikel is het eerste stuk in een driedelige reeks rond digitale borden. Je vindt alle artikelen terug op deze themapagina.


Een touchscreen of interactief bord in een klas lijkt een evidentie, maar is dat ook zo? We vielen meteen met die vraag in huis. “Wat mij betreft is dat niet zo”, zegt Filip De Pril. Voor de directeur ICT van de GO! Scholengroep Brussel hangt het gebruik van dergelijke borden af van de klassituatie. “Zeker in het basisonderwijs kan dit een meerwaarde zijn voor de les. Wanneer het enkel dient om iets op te projecteren, wat vaak het geval is in het secundair onderwijs, dan is het alleen een duur toestel.”

Panel: Bertien Boon (ICT-coördinator TA Halle), Filip De Pril (directeur ICT GO! Scholengroep Brussel), Joost Dendooven (pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Peter De Deyn (IT-adviseur scholen Broeders van Liefde), Louise Van Lint (verantwoordelijke Google for Education Be-Lux), Rhys Duindam (innovation manager CTOUCH). Locatie rondetafel: RWDM-stadion te Brussel in samenwerking met Marcelis.

Focus op gebruik

“Helemaal akkoord, je moet altijd rekening houden met de klascontext”, vult Joost Dendooven aan. Hij is als pedagogisch begeleider in het Katholiek Onderwijs Vlaanderen dagelijks bezig met nieuwe technologie. “Het is een leermiddel dat perfect als ondersteuning kan dienen in een klas, op voorwaarde dat het een meerwaarde is voor het leren. Alleen weten heel veel leerkrachten niet wat de mogelijkheden zijn, of hoe ze met die toestellen moeten werken.”

Volgens Joost kunnen traditionele krijt- of stiftborden nog altijd hun plaats opeisen in het hedendaagse onderwijs. “Dat is gewoon zo, ook al klinkt dat van ons misschien vreemd”, pikt Rhys Duindam, innovation manager bij CTOUCH, in. “Het is uiteindelijk slechts een tool en het ligt aan de leerkracht om te bepalen wat ze ermee willen doen. Daarom is het belangrijk om niet zomaar iets in een klas te zetten net omdat het een nieuwe technologie is. Er moet worden over nagedacht.”

Voor het gebruik van een digitaal bord, moet altijd rekening worden gehouden met de klascontext.

Joost Dendooven – Pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen

Nieuwe klasopstelling

Sinds enkele jaren denken organisaties en scholen na over hoe een klas er moet uitzien. Zeker in het lager onderwijs, waar leerkrachten inzetten op hoekenwerk, is de functie van een bord niet langer dezelfde als tien jaar geleden. “We hebben die evolutie ook in onze school gezien”, gaat Bertien Boon, ICT-coördinator Technisch Atheneum Halle, verder. “Een bord is een element in de architectuur van een klaslokaal.”

“Naarmate scholen evolueren en de rol van de leerkracht verandert, moeten de borden andere dingen kunnen en andere werkvormen ondersteunen. Die verandering zet zich ook door in secundair onderwijs waar leerlingen op sommige momenten meer collaboratief werken of wanneer ze technieken leren en dingen maken. Vaak hebben borden op dat moment niet een meerwaarde in de klas.”

Een andere klasopstelling is volgens Bertien Boon logisch. “Kinderen komen uit de kleuterklas en daar kennen ze hoekenwerk, rondlopen en ‘ik kies wat ik ga doen’. Plots komen ze in het eerste leerjaar, waar de klassieke opstelling heerst. Pas in de derde graad basisonderwijs wordt terug gesproken over flexwerking. De leerlingen kenden op zich het principe al en ik verwacht dat de evolutie naar een flexibelere klasopstelling nog meer ingang zal vinden.”

Regierol leerkracht

Bertien haalde het al even aan, de rol van de leerkracht evolueert. Ook Joost Dendooven schaart zich achter de ICT-coördinator uit Halle. “De regierol van de leerkracht is in die flexibele klasopstelling heel belangrijk. Met de blik op het digitale ben ik van mening dat we moeten groeien naar een nieuw profiel van leerkracht. Die leraar moet de digitale competenties bezitten, ongeacht wat er nog van digitale leermiddelen of tools op de markt zal komen.”

Het is dus aan de leerkracht om, met een kritische blik, te kijken naar de eigen klascontext. Op die manier moet de leerkracht kunnen bepalen welk digitaal materiaal, inclusief digitale en interactieve borden, een waardevolle ondersteuning kan zijn voor de les. “Een digitale tool heeft pas meerwaarde wanneer de basisdidaktiek van de leerkracht ook goed zit. Als een leraar moeite heeft met het lesgeven, dan zal een hoogtechnologisch digibord geen hulp zijn.”

De technologie van digitale borden heeft meer mogelijkheden in het lager dan in het secundair onderwijs.

Filip De Pril – ICT-directeur GO! scholen Brussel

Digitaal duurzaam

Enkele jaren geleden kregen scholen vanuit Vlaanderen (en Europa) middelen die voornamelijk zijn geïnvesteerd in netwerken en leerlingentoestellen. De onderwijsminister vroeg van de scholen om een ICT-beleid uit te werken. “Voor de technische zaken kan dat, maar voor de pedagogische kant bestaat er eigenlijk al een visie en dat is het schoolbeleid”, legt Dendooven uit. “De vraag is hoe het digitale verhaal daar een plaats in krijgt. Het gevaar door de commercialisatie van Digisprong schuilt erin dat scholen één bepaald ondersteuningsplatform kiezen. Dat kan leiden tot ‘siloscholen’ waardoor de leerkracht niet meer de eigenaar is van hoe zijn les vorm krijgt.”

“Ik ben het daar niet mee eens”, laat Peter De Deyn weten. “De context van de ondersteuning speelt ook een rol. De mensen die ondersteuning bieden, kan je niet in alles expert laten worden. Daar is gewoon te weinig tijd voor. Eén van de problemen die het optimaal gebruikvan de schermen in de weg staat, vooral in het secundair onderwijs, is dat een leerkracht er vaak moet hoppen van klas naar klas. Als er dan inelk lokaal een ander of zelfs geen bord staat, kan dat een probleem zijn voor de manier van lesgeven.”

© Twycer / www.twycer.nl

“Onlangs las ik dat nieuwe technologieën ervoor kan zorgen dat taken die al deden, nu gewoon sneller doen”, aldus Louise Van Lint van Google for Education. Los van haar functie heeft ze een duidelijke visie op nieuwe technologie in de klas. “De nieuwe technologie moet in plaats daarvan worden ingezet als middel om de pedagogische doelstellingen anders en beter te bereiken. Het is noodzakelijk dat scholen goed nadenken over het doel van, in dit geval interactieve borden, voor ze worden aangekocht.”

Core business van de leerkracht

Opleiding is een noodzakelijke voorwaarde voor goed gebruik van digitale middel.. Zonder die opleiding is het moeilijk om iets nieuws te integreren. “Het is simpel: de meeste leerkrachten zijn geen geeks”, aldus Peter De Deyn. “Zij willen niet testen, maar gewoon de tool gebruiken. Het moet direct werken, zonder dat er veel bij komt kijken. Want hun core business is lesgeven in geschiedenis, aardrijkskunde of wat dan ook.”

“Het gevaar is hier dan weer dat leraren durven vergeten om na te denken”, werpt Joost Dendooven op. “Dat is soms ook het geval wanneer het om hun les gaat. Een methode is heel gemakkelijk, maar daardoor bestaat de kans dat leerkrachten minder reflecteren over de doelen die ze in de focus plaatsen vanuit hun klascontext. De regie moet bij de leerkracht liggen. Of dat nu is rond digitale borden of ChatGPT: ze moeten erover nadenken hoe die technologie een meerwaarde kan zijn in hun klas.”

Grotere functie in basisonderwijs

Onder de panelleden heerst overeenstemming over de gebrekkige kennis over digitale borden. Er is volgens hen ook een groot verschil tussen het lager en secundair onderwijs. “De technologie heeft bijzonder veel mogelijkheden in het basisonderwijs, meer dan in het secundair”, vindt Filip De Pril. “Net omdat het één leerkracht is die continu met die klas bezig is en steeds van voortbouwen op wat de leerlingen al kennen.”

De ICT-directeur geeft meteen een voorbeeld. “Een leerkracht gebruikt vaak bordschema’s. Het is belangrijk om dat schema gemakkelijk te kunnen meegeven met de leerlingen. Vroeger moest je wachten tot iedereen dat schema had overgeschreven. Met de nieuwe technologie kan een leerkracht eenvoudig een pdf trekken en doorsturen naar de leerlingen. Dit kan zorgen voor gebruiksgemak én vooral tijdwinst.”

De nieuwe technologie moet worden ingezet als middel om de pedagogische doelstellingen anders en beter te bereiken.

Louise Van Lint – Google for Education België-Luxemburg

In het basisonderwijs hebben de meeste klassen dan ook een digitaal bord, aldus De Pril. Of de leerkracht het goed gebruikt, is een andere discussie. “Er zijn zeker voldoende kansen, op voorwaarde dat de leerkracht bereid is los te komen van enkel maar bordboeken projecteren”, zegt Joost Dendooven. “Dat is een uitdaging want leerkrachten durven wel eens honkvast te zijn.”

Kostprijs vs functie

Volgens Peter De Deyn ligt naast het gebruik door de leerkracht nog een element aan de basis van de implementatie. “Omdat er in de basisscholen steeds vaker hoekenwerk wordt verricht, is een kleiner digitaal scherm voldoende. Zo een scherm is uiteraard een stuk goedkoper dan een groot toestel dat in een secundaire school staat. Daarnaast was en is het wisselen van de klas door de leerkracht in sommige scholen een hinderpaal.”

© Twycer / www.twycer.nl

Volgens De Deyn is de interactiviteit aan het bord ook een probleem. “In sommige scholen is dat opgelost door de leerkracht met een stylus te laten werken. Zo kan de leerkracht het bord van overal bedienen. Daar ligt volgens mij de meerwaarde omdat de leerkracht de interactiviteit meeneemt naar de volgende klas.” Bertien Boon beaamt volmondig. “Het voordeel is ook dat leerkrachten hun eigen toestel gebruiken via eShare. Dat is een groot gemak voor de leerkracht.”

“In het lager onderwijs gaat de aandacht van de leerlingen naar waar de leerkracht staat. Dus is het logisch dat die vooraan blijft staan. Maar in het secundair kunnen de leerlingen het cognitief wel aan dat de leerkracht achteraan staat. Wat ook meespeelt is dat leerlingen in het secundair een eigen laptop hebben. Dat is in het lager niet het geval. Zelfs in de derde graad hebben niet alle leerlingen een toestel. En dus kunnen de mogelijkheden van digitale borden er beter worden benut, besluit Bertien Boon.

lees ook

CTOUCH lanceert twee nieuwe modellen in Riva 2-reeks

Zes personen, zes invalshoeken: dat was de insteek van het rondetafelgesprek. Wanneer het op over het nut en de rol van digitale schermen gaat, kan komt de rol van de leerkracht nadrukkelijk in beeld. Voor de gesprekspartners is het duidelijk: de context waarin het bord gebruikt zal worden, bepaalt grotendeels het nut ervan. Om helemaal van een succesvolle integratie te spreken, is het belangrijk om de gebruiker (de leerkracht) goed op te leiden. Dat is meteen de insteek van het tweede deel van het panelgesprek. Dat verslag lees je binnen enkele dagen op Schoolit.


Dit is een driedelige redactionele samenwerking met CTOUCH en Marcelis. Je vindt alle artikelen op deze themapagina. Voor meer informatie over de digitale borden van CTOUCH kan je terecht op hun website. Alle schooloplossingen van Marcelis vind je hier.

Europese Commissie opent formeel onderzoek naar TikTok

De Europese Commissie wil nagaan of de sociale media-app TikTok overtredingen begaat op het vlak van de bescherming van minderjarigen en verslavend ontwerp, en opent daarvoor een formeel onderzoek. Dat heeft ze maandag bekendgemaakt, schrijft persbureau Belga.

De Commissie baseert zich op de voorschriften van de Europese digitale dienstenwet (DSA), die vorig jaar in werking trad en internetgebruikers meer rechten en bescherming moet bieden. Met zijn 135,9 miljoen maandelijkse gebruikers in de EU staat TikTok binnen het kader van de DSA-wetgeving te boek als ‘zeer groot online platform’ (VLOP), waarvoor de strengste regels gelden. Het deelt die positie als ‘poortwachters’ met bedrijven zoals Meta (Facebook, Instagram), Alphabet (Google) en Microsoft.

‘Rabbit hole’


Nu wordt TikTok, een bedrijf van het Chinese Bytedance, er door de Commissie van verdacht de voorschriften met betrekking tot de bescherming van minderjarigen niet na te leven. Ook met zijn transparantie op het vlak van reclame, de toegang tot bedrijfsdata voor onderzoekers en het risicomanagement wat betreft verslavend ontwerp en schadelijke inhoud zijn er mogelijk problemen.

De commissie vreest onder meer gevreesd dat gebruikers van TikTok met een ‘rabbit hole’-effect te maken krijgen. Dat betekent dat ze, door de specifieke algoritmes die het van Bytedance gebruikt, bij filmpjes terecht kunnen komen die verdergaan op het filmpje waarvoor ze gekozen hebben, maar extremer zijn. De risicobeheersing die TikTok toepast, schiet mogelijk tekort, met alle mogelijke gevolgen voor het mentale en fysieke welbevinden van de (minderjarige) gebruikers als gevolg en voor het risico op radicalisering.

lees ook

CEO’s techgiganten op de rooster in Amerikaanse senaat

De Commissie ontving van TikTok reeds een gedetailleerde risicoanalyse, maar die overtuigde dus niet. Daarom wordt nu een formeel onderzoek opgestart. Hoe lang dat onderzoek gaat duren, is niet duidelijk. Als TikTok inderdaad fouten heeft begaan, kan het een boete krijgen die oploopt tot 6 procent van de jaaromzet van het bedrijf. Ook andere bedrijven blijven in het vizier van de Europese Commissie. Tegen hen is (voorlopig) nog geen officieel onderzoek gestart.

OpenAI lanceert Sora: van tekst naar AI-video

OpenAI lanceert een generatief AI-model dat tekst kan omzetten in bewegende video: Sora. Het model kan realistische video’s tot een minuut lang maken.

OpenAI lanceert een broertje voor Dall-E: Sora. Waar Dall-E gedetailleerde tekstbeschrijvingen kan omzetten in een beeld, maakt Sora op basis van je omschrijving een video die tot een minuut lang kan zijn. Sora kan overweg met scenes die meerdere personages bevatten, houdt nauwkeurig rekening met de achtergrond en begrijpt bewegingen. “Het model begrijpt niet alleen wat de gebruiker heeft gevraagd in z’n prompt, maar ook hoe die dingen bestaan in de fysieke wereld”, zegt OpenAI zelf in een blogpost.

Realistische beelden

Het model heeft een uitgebreide taalkennis, net zoals andere LLM’s van OpenAI. Het kan op basis van één vraag een video genereren met daarin verschillende camerastandpunten en in verschillende visuele stijlen.

Op de website van Sora zien we voorbeelden zoals een vrouw die door een neonverlichte stad wandelt, reflecties in plassen incluis. Een andere video toont een kunstgalerij, waar de ruimte zelf er realistisch uitziet en gevuld is met AI-gegenereerde schilderijen. De kunstwerken die hier als figurant aan de muur hangen, zouden iets meer dan een jaar geleden zelf nog de krantenkoppen hebben gehaald als product van Dall-E.

Sora is in principe ook in staat om bestaande video’s te bewerken. Zo kan het model bestaande beelden uitbreiden of de achtergrond vervangen. Videograaf Marques Brownlee analyseert de beelden die OpenAI deelde in een YouTube-video die we tegenkwamen in onze research naar dit artikel. De video is het bekijken waard.

Videospellen

In een paper blijkt dat de capaciteiten van Sora in theorie nog verder gaan dan videocreatie alleen. De AI lijkt zelfs in staat om gesimuleerde digitale werelden te genereren. Anders gesteld: Sora kan in essentie een videospel genereren. De AI denkt niet alleen creatief na zoals andere LLM’s, maar heeft ook een datagedreven component die rekening houdt met de plaats van een object in de 3D-wereld. Koppel daar rudimentaire natuurkundige regels aan, en je krijgt een algoritme dat in realtime een wereld kan genereren waarin je kan rondwandelen.

Het model is niet perfect, geeft OpenAI grif toe. Fysische consequenties simuleren blijft een complex gegeven. Zo kan Sora een video genereren waarin iemand in een koekje bijt, maar kan dat koekje er in volgende frames opnieuw intact uitzien. Ook links en rechts zijn op dit moment uitdagingen. Zo toont OpenAI een gedetailleerde video van een man die op een loopband loopt. Alle details kloppen en zien er fotorealistisch uit, behalve dan dat de man in omgekeerde richting op het toestel staat.

Op weg naar alles-AI

Sora gebruikt een diffusiemodel. De AI begint met een video die er als ruis uitziet, en transformeert die stap voor stap tot het gevraagde filmpje. Op die manier kan Sora video’s in één keer genereren, al werkt de techniek dus ook om bestaande video’s uit te breiden. Eerder ontwikkelde LLM-technieken zoals die voor Dall-E 3 liggen aan de basis van deze generatieve AI.

OpenAI ziet Sora als een belangrijk funderingsmodel dat in staat is de echte wereld te begrijpen en te simuleren. De missie van het bedrijf blijft om ‘algemene AI’ te ontwikkelen: AI die niet gewoon goed is in één taak, maar in alle taken, naar analogie met een mens. Sora is een belangrijke stap in de richting van dat einddoel.

Veiligheid en misbruik

Dat klinkt misschien gevaarlijk en dat beseft OpenAI ook. Sora is op dit moment nog niet beschikbaar voor het brede publiek. Red team-gebruikers zijn momenteel aan de slag met het model om het gedrag ervan aanvaardbaar te maken. Bias, misinformatie en haat hebben geen plaats in het afgewerkte product. OpenAI werkt tezelfdertijd aan tools die misleidende content moeten detecteren. Er komt ook een soort watermerk in de video’s terecht, zodat het in theorie eenvoudig blijft om te detecteren of een video gegenereerd is door Sora. Net als bij de andere LLM’s van OpenAI zal Sora niet in actie schieten bij prompts die tot malafide content leiden.

OpenAI geeft nog aan dat het met beleidsmakers, onderwijzers en artiesten wereldwijd in gesprek zal gaan om hun zorgen te kennen, en positieve toepassingen voor de nieuwe technologie te zoeken. Daar hoort een kanttekening bij: Sora is opnieuw een getraind model, net zoals ChatGPT en Dall-E. Data zoals video’s van artiesten zijn al zonder toestemming gebruikt om Sora te bouwen. Wat artiesten betreft, staan ze dus voor het voldongen feit dat ze concurrentie krijgen van een videograaf die gratis en voor niets van hun werk heeft geleerd.

Mijlpaal in AI

Sora lijkt een immense stap vooruit in videogeneratie. Andere tools bestaan al, maar zijn veel minder uitgebreid. Zo introduceerde Google Lumière op basis van een eigen diffusiemodel: STUNet. Stunet is ook getraind op bewegende beelden, maar kan niet zo’n uitgebreide video’s maken als Sora en heeft evenmin de capaciteit om gericht rekening te houden met de plaats van objecten in de ruimte.

Het generatieve AI-veld blijft bliksemsnel evolueren en OpenAI blijft koprijder. In september 2022 verblufte het bedrijf de wereld met de eerste versie van Dall-E, die in retrospect matige beelden maakte. Minder dan anderhalf jaar later zien we fotorealistische video’s in FHD-resolutie van een minuut lang. Ga er maar vanuit dat OpenAI niet blijft stilzitten na deze prestatie.

lees ook

OpenAI start eerste samenwerking met Amerikaanse universiteit

Wanneer dit model voor het publiek beschikbaar wordt en in welke mate dat tegen betaling zal zijn, is nog niet geweten. Langs de ene kant heeft OpenAI de gewoonte om z’n LLM’s op het grote publiek los te laten in minstens een basisvorm, langs de andere kant vermoeden we dat Sora serieus gulzig is wat inferentie-hardware betreft. Of OpenAI (en Microsoft) voldoende hardware hebben voor een tsunami aan prompts van nieuwsgierige gebruikers, is dus een open vraag.

Google lonkt met ChromeOS Flex naar Windows 10-gebruikers

In oktober volgend jaar stopt Microsoft met de ondersteuning van Windows 10. Computers en laptops die niet compatibel zijn met Windows 11, dreigen een trip te maken naar de schroothoop. Google probeert met het cloudgebaseerd besturingssysteem ChromeOS Flex afhakende Microsoftgebruikers naar zich te lokken.

De bezorgdheid over een mogelijke toestroom aan afgedankte toestellen (e-waste, met een hippe term) is groot, weet Neowin. Binnen anderhalf jaar stopt Microsoft met de ondersteuning van Windows 10 wat volgens marktonderzoeksbureau Canalis tot 250 miljoen afgedankte pc’s kan leiden. Microsoft maant gebruikers intensief aan om over te stappen naar Windows 11, al zijn lang niet alle toestellen daartoe in staat.

Kwetsbaarheden

Microsoft wil logischerwijze de huidige gebruikers overschakelen op Windows 11, alleen kunnen heel wat toestellen die overschakeling niet aan. De systeemvereisten zijn vaak onvoldoende waardoor die toestellen potentieel heel kwetsbaar zijn. Sommige gebruikers konden via ‘bypass’-trucs toch overstappen naar Windows 11, maar dat lukt niet bij de oudere toestellen die dus op de ‘10’ blijven steken.

Bij Google springen ze graag in dat gat, door hun cloudgebaseerd besturingssysteem ChromeOS Flex in de kijker te zetten. De techreus lanceerde midden 2022 het lichtgewicht OS om oude toestellen langer in leven te houden. Flex is gratis te downloaden en krijgt automatisch beveiligingsupdates. Eigenaars van Windowstoestellen die niet compatibel zijn met Windows 11 kunnen op die manier hun apparaat blijven gebruiken.

lees ook

Altijd de nieuwste Windows-update downloaden? Kies hoe ver je wil gaan

Volgens Google is ChromeOS Flex tot 19 procent energiezuiniger dan Windows. Net omdat het een lichtgewicht is, beweert Google dat surfen ook een pak sneller zou gaan. Langs de andere kant is het niet mogelijk om via Flex de Google Play Store te gebruiken. Wil je dus Android-apps op het oude toestel gebruiken, dan kan dat niet via het cloudgebaseerd besturingssysteem. ChromeOS Flex kan je installeren via een dongle of met deze instructies. Binnenkort mag je op Schoolit trouwens een korte handleiding verwachten over hoe je ChromeOS Flex installeert op een oud toestel. 

ChatGPT krijgt een (selectief) geheugen

ChatGPT is binnenkort in staat om persoonlijke informatie over je te onthouden, als je dat vraagt. Je kan het geheugen van de chatbot ook weer leegmaken.

OpenAI kondigt in een blog een nieuwe update aan voor ChatGPT. De chatbot zal binnenkort beschikken over een geheugen waarbij het persoonlijke zaken die je over jezelf deelt tijdens gesprekken, zal kunnen onthouden. Bij volgende conversaties zal de chatbot zijn antwoorden daarop afstemmen, om gebruikers een meer gepersonaliseerde ervaring te geven.

lees ook

Wijze lessen met artificiële intelligentie (en Mitte Schroeven)

De zaken die ChatGPT kan onthouden zijn divers, van je beroep, of je kinderen hebt tot welke stijl antwoorden je verkiest. Vertel je bijvoorbeeld tegen ChatGPT dat je het liefst notities met koppen, opsommingstekens en actiepunten verkiest, dan zal ChatGPT sneller teksten of vergaderingen voor je op deze manier samenvatten. Een ander voorbeeld dat OpenAI geeft, is dat als je de chatbot vertelt over je bedrijf en je in een later gesprek vraagt om een socialmediapost te maken, ChatGPT uit zichzelf zou moeten weten waar die voor bedoeld is.

Controleer het geheugen

Misschien wil je ook niet dat ChatGPT alles over je onthoudt. OpenAI legt in de blog uit hoe je het geheugen van ChatGPT kan controleren. Eerst en vooral onthoudt de chatbot enkel informatie waar je dat expliciet bij vraagt, door bijvoorbeeld in je prompt te zetten “Onthoud dat…”. Via de instellingen kan je ChatGPT alles weer doen ‘vergeten’. Er wordt een nieuw Personalization-venster toegevoegd aan de instellingen. Gevoelige informatie zoals medische voorgeschiedenis zal niet onthouden worden, tenzij je dat opnieuw expliciet opdraagt aan ChatGPT.

Bron: OpenAI

Daarnaast komt er ook een nieuwe gespreksoptie genaamd Tijdelijke gesprekken. De inhoud van dat gesprek is strikt confidentieel en zal dus niet worden onthouden door ChatGPT en het gesprek verschijnt nadien ook niet in je geschiedenis. De nieuwe geheugenfuncties van ChatGPT rollen eerst op kleine schaal uit om dit bij een bep

Ondersteuningstraject Bootcamps 2.0 gelanceerd

Beeld: Image Creator

Het Kenniscentrum Digisprong en Impact Connecting hebben een tweede versie van de ICT-Bootcamps gelanceerd tijdens de ICT-praktijkdag in Leuven. 80 scholen uit het secundair, volwassenen- en deeltijds kunstonderwijs kunnen deelnemen aan het (gratis) ondersteuningstraject.

Na de eerste reeks bootcamps, waarvan de derde golf in september start, heeft het Kenniscentrum Digisprong een nieuwe variant gepresenteerd. Deze keer staat het vormingstraject open voor schoolteams uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs. Net als bij de eerste bootcamps is ook deze opleiding gratis, al vraagt de organisator wel de nodige tijdsinvestering van het schoolteam.

Coaching op maat

De Bootcamps 2.0 geven directeurs en ICT-coördinatoren de kans om de competenties van het school- of ICT-team verder te ontwikkelen. Net zoals bij de eerste bootcamps, is er ook hier een mix voorzien van e-modules en fysieke coaching op maat. Die ondersteuning vertrekt altijd vanuit de specifieke noden van de school. Daarbij vorm het Europese kader DigCompEdu de leidraad.

lees ook

‘Code Week is kans voor ICT onderwijs’

De bootcamps van het Kenniscentrum Digisprong liggen in handen van Impact Connecting, dat hiervoor samenwerkt met Schoolmakers en DLearning. De opleiding is gratis voor de scholen. Toch verwacht de organisatie inzet én tijd van de deelnemers voor het intensieve traject waarbij het voltallige schoolteam (inclusief directie) wordt betrokken. Geïnteresseerde scholen kunnen zich inschrijven voor één van de infomomenten in maart en april.

Alle informatie is terug te vinden op de website van de ICT-bootcamps 2.0.

Archief voor Onderwijs vanaf volgend schooljaar open voor leerlingen lagere school

De online onderwijsbeeldbank, Het Archief voor Onderwijs, herbergt meer dan 26.000 filmpjes en geluidsfragmenten van organisaties uit cultuur, media en overheid. Na studenten uit lerarenopleidingen en leerlingen uit het secundair onderwijs, kunnen vanaf volgend schooljaar ook leerlingen uit de lagere school het archief induiken.

Hoe kunnen leerkrachten kinderen wapenen om betrouwbare bronnen te vinden in de vloed aan beelden waarmee ze opgroeien? Door hen in de klas kritisch aan het werk te zetten met audiovisueel materiaal, is het antwoord van Het Archief voor Onderwijs. In 2016 zette meemoo, het Vlaams instituut voor Archief de beeldbank op voor Vlaamse lesgevers (in wording). Sinds 2020 is de beeldbank toegankelijk voor leerlingen uit het secundair. In de loop van volgend schooljaar kunnen ook leerlingen uit de lagere school er terecht voor filmpjes en geluidsfragmenten.

Veilige omgeving

“Investeren in meer onderwijskwaliteit betekent ook investeren in een rijke waaier aan verschillende leermiddelen”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). “Zo geven we ook meer mogelijkheden aan onze leerkrachten die dynamisch omspringen met de leerstof. We hebben deze regeerperiode werk gemaakt van een grote Digisprong voorwaarts. Ons onderwijs had een achterstand op digitaal gebied, en die buigen we stap voor stap om in een voorsprong.”

Jonge kinderen zullen dus vanaf volgend schooljaar hun eerste stappen zetten in mediawijsheid op Het Archief voor Onderwijs. In opdracht van hun leerkracht zullen ze zelfstandig audio en video, op hun maat geselecteerd en gecontextualiseerd, kunnen doorzoeken, bekijken en beluisteren. Het geeft de leerlingen de kans om hun digitale vaardigheden ontwikkelen in een veilige, reclamevrije en op hun maat gemaakte omgeving.

Aansluiten op leefwereld

Het Archief voor Onderwijs biedt toegang tot een divers aanbod aan authentiek audiovisueel materiaal van 60 organisaties uit cultuur, media en overheid. Het gaat onder andere om duidingsprogramma’s van VRT, journaalitems van regionale omroepen, voorstellingen uit de podiumkunsten en opnames bewaard in stadsarchieven. Het platform bevat daarnaast ook didactische omkadering en lesinspiratie.

lees ook

Vlaams Parlement buigt zich over toekomst Digisprong

De voorbije jaren zette meemoo zich al in om het aanbod voor het lager onderwijs te vergroten. Zo voorzien ze regionaal lesmateriaal dat raakt aan de lokale leefomgeving van lagereschoolkinderen. En om kunstbeleving in de klas te stimuleren maakten ze theatervoorstellingen en interviews met kunstenaars beschikbaar. Leerkrachten konden deze videofragmenten al klassikaal vertonen, maar vanaf dit najaar kunnen leerlingen er dus zelf oefeningen mee maken, thuis of in de klas.

Google voegt nieuwe AI-functies toe in  Classroom, Workspace en Chromebooks

In de aanloop naar de Bett-beurs heeft Google enkele updates doorgevoerd in verschillende onderwijsgerichte producten. Het hoeft niemand te verbazen dat die nieuwe features gedreven zijn door artificiële intelligentie (AI).

Google brengt de nieuwe toepassingen in de marge van de Bett-beurs in Londen. “We stellen er 15 nieuwe Chromebooks voor en meer dan 30 nieuwe Google for Education-functies”, schrijft VP Shantanu Sinha in een blogbericht. Die updates en nieuwe toepassingen moeten leerkrachten en leerlingen helpen bij het aanpakken van enkele ‘grote uitdagingen’ waarmee het onderwijs wordt geconfronteerd. Eén van die uitdagingen is AI in de klas.

Docenten tijd geven

De technologie evolueert niet alleen razendsnel. Volgens Google liggen er grote kansen om de leerkwaliteit te verbeteren. Om docenten tijd te geven in zichzelf en hun studenten te investeren, heeft Google enkele (AI) functies gelanceerd:

  • Verhoogde productiviteit met Duet AI: leerkrachten kunnen generatieve AI inzetten om nieuwe ideeën op te doen en tijd te besparen in Workspace-apps. Duet AI helpt bij het opstellen van lesplannen, maken van afbeeldingen en projectplannen.
  • Google Classroom: in Classroom kunnen leerkrachten, via het tabblad Bronnen, gemakkelijker interactieve lessen maken, beheren en delen vanaf één plaats. Binnenkort zal het mogelijk zijn om links naar sjablonen en pagina’s te delen, om het plannen van lessen te vereenvoudigen.
  • Analyses: Classroom-analyses geven docenten inzichten in het afwerken van opdrachten, trends en de acceptatie van Classroom. De leerkracht krijgt ook de mogelijkheid om op het niveau van de leerling ondersteuning te bieden.
  • eSignature: met deze tool kunnen leerkrachten op één plek contracten opstellen, handtekeningen aanvragen in Documenten en PDF’s in Drive, en contractsjablonen beheren.

Persoonlijker leren

Google lanceert nieuwe functies die, naar eigen zeggen, het leren persoonlijker maken met tools die boeien en beoordelen. Zo is het mogelijk om interactieve YouTube-video’s te maken. Studenten krijgen real-team feedback terwijl ze vragen beantwoorden. Binnenkort zullen leerkrachten AI-voorgestelde vragen kunnen testen. Ook in Oefensets kunnen leerkrachten, met hulp van AI, lessen meer interactief maken.

Om de connectiviteit tussen platforms en producten te verbeteren, heeft Google ook een paar nieuwe functies toegevoegd. Zo kunnen leerlingen binnenkort in één oogopslag aankomende Classroom-opdrachten zien. Later dit jaar zullen studenten en leerkrachten toegang krijgen tot verschillende tools om onder andere opdrachten beter te distribueren, analyseren en beoordelen. Een App Hub zal relevante apps, add-ons en dergelijke laten integreren met Chromebooks en Workspace.

Inclusieve, duurzame en veilige leeromgevingen

Een derde cluster nieuwe toepassingen moeten een inclusieve en veilige leeromgeving bevorderen. Het gaat om:

  • lesgeven en leren toegankelijker maken door tekst uit pdf’s te extraheren met behulp van Optical Character Recognition (OCR) op ChromeOS. Ook de leesmodus in de Chrome-browser krijgt verschillende nieuwe mogelijkheden zoals tekst markeren, hardop voorlezen, enzovoort.
  • Apparaten: Google lanceert 15 nieuwe Chromebooks en 10 jaar automatische updates sinds dit jaar. Het portfolio om Android- en iOS-apparaten te beheren wordt uitgebreid met Endpoint Education Upgrade.
  • Databescherming krijgt verbeterde opties in de beheersconsole waardoor beheerders gevoelige informatie beter kunnen beschermen.

lees ook

Meer hulp bij (wiskundige) problemen via Google Zoeken en Lens

De nieuwe reeks functies zijn ontworpen om zowel docenten als studenten te helpen tijd te besparen en zich aan te passen aan de huidige leeromgevingen. “Wanneer het om specifiek om AI gaat, hebben we geluisterd naar en samengewerkt met miljoenen docenten om te begrijpen hoe we deze technologie best in de klas brengen”, besluit Sinha.

EDEH publiceert rapport over AI in het onderwijs

De rapporten over het gebruik, de mogelijkheden én de gevaren van artificiële intelligentie verschijnen bij bosjes. Ook het European Digital Education Hub (EDEH) heeft een lijvig dossier opgesteld over de technologie. Daarin geeft de hub naast een overzicht ook enkele aanbevelingen voor verantwoord gebruik in het onderwijs.

Het rapport van de EDEH over AI in het onderwijs behandelt verschillende aspecten van AI, zoals de competenties en de ondersteuning van leraren. Het bespreekt ook scenario’s en praktijkvoorbeelden van AI-gebruik, het onderwijs over AI en de invloed van AI op het bestuur in het onderwijs. Ethiek, mensenrechten, wetgeving en gegevensbescherming, beoordeling, feedback en personalisering met AI kregen ook hun plaats.

Potentie en risico’s

“AI heeft de potentie om grote voordelen op te leveren voor het onderwijs”, stellen de auteurs. Ze zien echter ook dat er risico’s aan zijn verbonden. “Naarmate we afstappen van AI-gebruik als ondersteuningssysteem, neemt het risico toe. Zo kan het gebruik van learning analytics, zonder adequaat toezicht van de leerkracht, nadelig zijn voor bepaalde studenten. Het risicogehalte ligt niet zozeer binnen de tool, maar binnen de contexten waarin die wordt gebruikt.”

Menselijk toezicht kan volgens de studie helpen om sommige risico’s te beperken. Toch moeten we bewust zijn voor het gevaar van situaties waarbij mensen steeds afhankelijker worden van AI om beslissingen te nemen. Dit onderstreept volgens de onderzoekers het belang van ‘explainable AI’. Er moet altijd een evenwicht worden gevonden tussen het benutten van de voordelen van AI en het evalueren en beperken van potentiële risico’s. Menselijk toezicht moet worden opgenomen, zoadat menselijke waarden gediend blijven.

Belgisch tintje

We gaven het in de inleiding al mee, het resultaat is een flink uit de kluiten gewassen dossier. En er hangt een Belgische vlagje aan. De EDEH schetst de situatie rond de ontwikkeling en implementatie van AI in ons land. Machine Learning-expert Yann-Aël Le Borgne (ULB) schreef mee aan het rapport. Dat rapport is gebaseerd op verschillende bronnen zoals DigComp 2.2 en de Policy guidance on AI for Children (Unicef).

lees ook

Vicli organiseert online masterclasses AI en cybersecurity

De aanbevelingen van de EDEH over kunstmatige intelligentie in het onderwijs zijn gericht op het beschermen, voorzien en versterken van de behoeften en rechten van kinderen. Ze gaan ook over het verbeteren van de digitale competentie van burgers, leraren en leerlingen. Daarnaast is het waarborgen de kwaliteit, de transparantie, de eerlijkheid en de veiligheid van AI-systemen een prioriteit. AI moet bovendien inclusie, diversiteit en non-discriminatie bevorderen en een gunstig klimaat creëren voor kindgerichte AI.

Het volledige rapport kan je hier terugvinden.