Helft Vlaamse scholieren gebruikt AI wekelijks voor school, maar regels ontbreken

De helft van de Vlaamse middelbare scholieren gebruikt meerdere keren per week AI voor schoolwerk, blijkt uit de Grote Scholierenbevraging van 2026. Scholieren vragen zelf om duidelijke afspraken, terwijl een UGent-professor het debat op scherp zet door AI expliciet toe te laten op zijn examens.

De Vlaamse Scholierenkoepel publiceerde de eerste resultaten van zijn jaarlijkse bevraging. Dertig procent van de middelbare scholieren gebruikt AI-tools meerdere keren per week, twintig procent zelfs dagelijks. In de tweede en derde graad loopt dat gebruik op tot respectievelijk 55 en 60 procent. Slechts zeven procent gebruikt helemaal geen AI voor schoolopdrachten.

Weinig controle, versnipperde regels

De meeste scholieren, 72 procent, gebruiken AI om uitleg te vragen over leerstof. Veertien procent besteedt schoolwerk volledig uit aan AI. Zorgwekkend is dat 35 procent AI-informatie zelden of nooit controleert. Scholierenkoepel-vertegenwoordiger Lieselore Wouters pleit voor meer lestijd rond correct AI-gebruik, ook omdat 42 procent zich zorgen maakt over hoe medestudenten de technologie inzetten.

Het AI-beleid op scholen is bovendien versnipperd: 62 procent van de scholieren geeft aan dat regels rond AI verschillen per leerkracht. Wouters vraagt een duidelijk kader, opgesteld in overleg met scholieren. “Verantwoord AI-gebruik leert studenten de nodige vaardigheden voor de werkvloer van morgen”, klinkt het.

UGent-professor laat AI toe op examen

Ruben Verborgh, professor Web Development aan de UGent, kiest voor een andere aanpak: hij laat studenten tijdens het examen alles gebruiken, inclusief AI. Toch slaagden modellen als Claude, Gemini en ChatGPT niet verder dan vier op twintig op zijn proefexamen. Verborgh wil aantonen dat diepgaand begrip niet vervangbaar is door AI.

De professor waarschuwt dat het onderwijs tevergeefs tegen AI vecht. Op 7 mei kunnen ook niet-studenten deelnemen aan zijn examen, tijdens het event Connect IT in Antwerp Expo.

Conclusie

Zowel scholieren als onderwijsprofessionals beseffen dat AI niet meer weg te denken is uit het onderwijs. De vraag is niet langer of AI gebruikt mag worden, maar hoe scholen en universiteiten daar een coherent beleid rond bouwen dat studenten voorbereidt op de arbeidsmarkt.

Adobe lanceert gratis AI-studietool Student Spaces in Acrobat

Adobe breidt Acrobat uit met Student Spaces, een gratis AI-tool voor studenten. De tool moet van PDF’s, links en notities snel flashcards, quizzen, presentaties en andere studiematerialen maken.

Adobe richt zich met deze lancering nadrukkelijk op studenten, terwijl Acrobat tot nu toe vooral draaide rond functies voor professionals. Met Student Spaces probeert het bedrijf een plek te claimen naast bestaande studietools van onder meer Google, Goodnotes en Turbo AI.

De nieuwe functie staat los van de klassieke Acrobat-omgeving en is gratis te gebruiken zonder in te loggen. Adobe hoopt zo studenten sneller aan te spreken die al in Acrobat documenten lezen en er meteen studiemateriaal uit willen halen.

Wat Student Spaces kan doen

Student Spaces laat gebruikers verschillende soorten bestanden uploaden, zoals PDF’s, Docs, PowerPoint, Excel, URL’s, handgeschreven notities en transcriptbestanden. Daarna kan de tool daaruit flashcards, mindmaps, quizzen, podcasts en bewerkbare presentaties genereren via Adobe Express.

Daarnaast kan de tool ook studiegidsen en kaarten maken om een leertraject in kaart te brengen. Adobe voegde vorige maand al een functie toe om tweepersonen-AI-podcasts te maken op basis van documenten in Acrobat, en die mogelijkheid komt nu ook naar Student Spaces.

Concurrentie met andere studietools

Met Student Spaces gaat Adobe de concurrentie aan met tools zoals Google NotebookLM, Goodnotes en Turbo AI. Die laten studenten ook documenten opladen om er studiemateriaal uit af te leiden.

Om sneller tractie te krijgen, maakt Adobe de tool gratis en toegankelijk via een aparte webomgeving. Studenten kunnen meteen starten, zonder eerst een account aan te maken of bestanden tussen verschillende apps te moeten verplaatsen.

AI-assistent en test met studenten

Student Spaces bevat ook een chatoptie waarmee studenten vragen kunnen stellen aan een AI-assistent. Adobe zegt dat die assistent zijn antwoorden baseert op de geüploade documenten om fouten te beperken.

Het bedrijf testte de tool met 500 studenten en met studentengroepen van universiteiten zoals Harvard, Berkeley en Brown. Volgens Charlie Miller, vicepresident Education bij Adobe, wil het bedrijf een centrale plek bieden waar studenten documenten kunnen lezen én studiemateriaal kunnen maken.

Nieuwe Europese leeftijdslabels voor games vanaf 2026

Vanaf juni 2026 veranderen de Europese leeftijdslabels voor videogames. Niet alleen de inhoud van een game telt dan mee, maar ook systemen zoals loot boxes, battle passes en online interactie. Daardoor kunnen games sneller een 16+ of zelfs 18+ label krijgen.

De nieuwe regels moeten beter aansluiten bij hoe videogames vandaag werken. Leeftijdslabels zoals PEGI keken tot nu toe vooral naar geweld, taalgebruik of angst. Voortaan wegen ook de manier waarop een game spelers probeert te laten terugkeren en betalen mee in de beoordeling.

Verdienmodellen tellen voortaan mee

Games met betaalde kanssystemen, zoals loot boxes of kaartpacks waarbij spelers niet weten wat ze krijgen, krijgen voortaan minstens een 16+ label. Ook andere systemen die spelers actief blijven prikkelen, zoals tijdelijke beloningen, battle passes en dagelijkse inlogvoordelen, kunnen een hogere leeftijdsgrens opleveren.

Daarnaast krijgt online interactie meer gewicht. Games waarin spelers vrij met elkaar kunnen communiceren zonder duidelijke moderatie, kunnen hoger worden ingeschaald. Ook systemen rond gokken of verhandelbare digitale items worden strenger beoordeeld, met in sommige gevallen een 18+ label.

Waarom de regels veranderen

De videogame-industrie is sterk geëvolueerd en bouwt vandaag vaak op verdienmodellen die spelers langer aan een spel moeten binden. Snelle aankopen, willekeurige beloningen en tijdelijke voordelen spelen in op gedrag en motivatie, en kunnen spelers stimuleren om terug te keren en opnieuw te betalen.

Volgens de nieuwe regels hebben die mechanismen ook een impact, zeker bij jongeren. De Europese labels proberen daarom niet langer alleen de zichtbare inhoud van een game te beoordelen, maar ook de manier waarop die game is ontworpen.

Wat ouders en scholen ermee kunnen doen

Leeftijdslabels blijven een nuttig houvast, maar ze vormen geen sluitend systeem. Een hogere leeftijdsgrens zegt dus niet alleen iets over geweld of taal, maar ook over de manier waarop een game aandacht vasthoudt of betalingen uitlokt.

Desinformatie aanpakken met AI: kansen en risico’s

Wat gebeurt er als AI antwoorden genereert die foutieve info bevatten?

Een speech met foutieve citaten, gegenereerd door AI, bracht de rector van de UGent recent in opspraak. Het incident illustreert hoe krachtig en tegelijk risicovol generatieve AI vandaag is. Informatie was nog nooit zo toegankelijk, maar tegelijk verspreidt misinformatie zich sneller en op grotere schaal dan ooit tevoren. Dat zet niet alleen individuele gebruikers maar ook instellingen en media onder druk.

Waar we vroeger actief op zoek moesten naar informatie, wordt die vandaag continu aangeleverd via algoritmes op digitale platformen. Die verschuiving verandert fundamenteel hoe we informatie consumeren én hoe publieke opinie tot stand komt. In die context neemt artificiële intelligentie een centrale plaats in binnen het digitale ecosysteem.

Volgens Virginia Ghiara, Senior Research Manager bij Fujitsu Research Europe, biedt AI belangrijke mogelijkheden om informatie beter te analyseren en te structureren. Systemen kunnen grote hoeveelheden data verwerken, patronen detecteren en content evalueren. Zo kan AI bijdragen aan meer transparantie en betrouwbaarheid. Tegelijk benadrukt ze dat technologie op zich geen garantie biedt op positieve resultaten. De manier waarop systemen ontworpen en ingezet worden, blijft doorslaggevend.

Informatie als strategische troef

“Informatie is meer dan data,” stelt Ghiara. “Het is een strategische troef die aan de basis ligt van goed geïnformeerde beslissingen, burgerbetrokkenheid en vertrouwen in instellingen.” Wanneer die informatiestroom bewust wordt verstoord, blijven de gevolgen niet beperkt tot individuele misvattingen. Ze hebben een directe impact op maatschappelijke stabiliteit en democratische processen.

Concrete voorbeelden tonen hoe breed dat probleem is. Zo circuleerden er recent valse video’s van zogenaamd verloederde Europese steden, met als doel polarisatie aan te wakkeren. Ook werd een AI-versie van de Belgische koning gebruikt in een phishingcampagne. Internationaal leidde desinformatie zelfs tot onrust, zoals bij rellen in het Britse Southport. Tijdens de coronapandemie beïnvloedde foutieve informatie bovendien de bereidheid van mensen om zich te laten vaccineren.

AI: oplossing én probleem

AI biedt duidelijke opportuniteiten in de strijd tegen desinformatie. Denk aan geautomatiseerde contentanalyse, factchecking, detectie van gemanipuleerde media en het opsporen van gecoördineerde beïnvloedingscampagnes. Dergelijke toepassingen versterken het werk van journalisten, onderzoekers en publieke instellingen en helpen om sneller in te grijpen wanneer informatie vervalst wordt.

Tegelijk maakt dezelfde technologie het eenvoudiger om misleidende content te produceren. Synthetische teksten, beelden en video’s worden steeds moeilijker te onderscheiden van authentieke bronnen. Dat maakt AI tot een tweesnijdend zwaard en legt een gedeelde verantwoordelijkheid bij technologiebedrijven, beleidsmakers en eindgebruikers. Bovendien is AI-output nooit volledig neutraal: ontwerpkeuzes, datasets en governance bepalen mee de uiteindelijke impact.

Onderwijs als sleutel

Volgens Ghiara blijft onderwijs de meest duurzame verdediging tegen desinformatie. Kritisch denken, mediageletterdheid en digitaal bewustzijn zijn essentieel om informatie correct te interpreteren en te gebruiken. Technologie kan daarbij ondersteunen, maar niet vervangen.

Digitale geletterdheid gaat verder dan technische vaardigheden alleen. Het betekent ook dat gebruikers bronnen kritisch kunnen evalueren, context begrijpen en inzicht hebben in hoe algoritmes werken. AI kan het onderwijs versterken via gepersonaliseerd leren en meer transparantie over digitale processen, maar moet steeds ingebed worden in een bredere pedagogische aanpak.

Naar een weerbare informatiesamenleving

De aanpak van desinformatie vraagt meer dan technologie of regelgeving alleen. Er is nood aan samenwerking tussen onderwijs, media, overheid en de technologiesector. Elk van die actoren speelt een rol in het versterken van betrouwbare informatieomgevingen.

ICT-bedrijven moeten inzetten op ethisch ontwerp, transparante systemen en sterke data-governance. Overheden moeten een duidelijk en open informatiebeleid voeren. Onderwijsinstellingen moeten digitale en mediageletterdheid structureel verankeren. Uiteindelijk draait het niet alleen om toegang tot informatie, maar om het vermogen van burgers om die informatie kritisch en doordacht te gebruiken.

Microsoft haalt GitHub AI-modellen weg uit studentenplan

Microsoft heeft een onderdeel van het GitHub Student Developer Pack aangepast. De toegang tot bepaalde AI-modellen via GitHub Models wordt verwijderd uit het gratis studentenplan. Dat zorgt voor discussie binnen onderwijs- en ontwikkelaarskringen.

Minder AI-tools voor studenten

GitHub Models gaf studenten toegang tot verschillende AI-modellen waarmee ze konden experimenteren binnen ontwikkelprojecten. De functie maakte het mogelijk om generatieve AI te integreren in applicaties zonder zelf een complexe infrastructuur op te zetten.

Volgens berichtgeving van The Register verdwijnt deze toegang nu uit het GitHub Student Developer Pack. Het pakket blijft bestaan, maar bepaalde AI-functionaliteiten worden niet langer inbegrepen.

Microsoft heeft geen uitgebreide verklaring gegeven over de reden achter de wijziging.

Impact voor onderwijs en studenten

Het GitHub Student Developer Pack wordt wereldwijd gebruikt door universiteiten en hogescholen om studenten toegang te geven tot professionele ontwikkeltools. Vooral in opleidingen rond softwareontwikkeling, data science en AI was de integratie met GitHub Models een handige manier om met generatieve AI te experimenteren.

Het wegvallen van deze functie kan betekenen dat studenten alternatieve platforms moeten gebruiken wanneer ze AI willen integreren in projecten.

Voor onderwijsinstellingen die GitHub intensief inzetten in hun curriculum kan dit ook gevolgen hebben voor bepaalde lesmodules rond AI-ontwikkeling.

Groei van AI zorgt voor kosten en keuzes

De beslissing past binnen een bredere trend waarbij technologiebedrijven hun AI-diensten herbekijken. Het draaien van grote taalmodellen brengt aanzienlijke infrastructuurkosten met zich mee. Bedrijven zoeken daarom naar manieren om gratis toegang te beperken of te differentiëren tussen gebruikersgroepen.

Voor studenten blijven er wel andere AI-tools beschikbaar via het GitHub-platform en via externe diensten.

AI blijft belangrijk in IT-opleidingen

Ondanks deze wijziging blijft AI een belangrijk onderdeel van IT-onderwijs. Steeds meer opleidingen integreren generatieve AI, machine learning en automatisering in hun curriculum.

De aanpassing bij GitHub toont echter dat toegang tot AI-platformen niet vanzelfsprekend is en dat onderwijsinstellingen soms afhankelijk blijven van de strategische keuzes van technologiebedrijven.

lees ook

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs

Anthropic’s Claude introduceert interactieve visuals voor betere leerervaring

Anthropic breidt Claude uit met dynamische visualisaties die realtime interactieve beelden creëren tijdens gesprekken. Deze nieuwe functie helpt gebruikers bij het leren, plannen en analyseren zonder dat er code aan te pas komt.

De chatbot Claude, ontwikkeld door Anthropic, kreeg vorig jaar al de tijdelijke functie ‘Imagine with Claude’ waarmee gebruikers interactieve visuals konden maken zonder programmeerkennis. Nu integreert het bedrijf die mogelijkheid direct in de chat, waardoor visuele ondersteuning vanzelf verschijnt wanneer Claude dat nuttig acht. Dit moet gesprekken verrijken en complexere informatie toegankelijker maken.

De visuele elementen veranderen mee met het gesprek en kunnen op verschillende manieren worden ingezet, van educatieve diagrammen tot zakelijke grafieken. Dit maakt Claude meer dan een tekstgebaseerde assistent, met extra focus op interactief leren en inzicht.

Hoe werkt de nieuwe visualisatiefunctie?

Claude genereert automatisch een visualisatie in het gesprek wanneer dat relevant is. Bijvoorbeeld bij vragen over de periodieke tabel toont het een interactief schema waarin elk element aangeklikt kan worden voor meer info. Of bij praktische onderwerpen, zoals het vouwen van een papieren vliegtuigje, maakt Claude een stap-voor-stap diagram.

De visuals verschijnen inline, dus direct in het chatvenster, en zijn tijdelijk: ze passen zich aan of verdwijnen naarmate het gesprek vordert. Gebruikers kunnen ook zelf een visualisatie aanvragen, bijvoorbeeld door te zeggen: “visualiseer hoe dit in de tijd verandert.”

Wat zijn de toepassingen van Claude’s visuals?

Naast educatieve doeleinden kunnen de visuals ook zakelijke inzichten vergemakkelijken. Ondernemers kunnen Claude bijvoorbeeld vragen een grafiek te maken van hun omzet op basis van eerder gedeelde data. Dit helpt om informatie beter te begrijpen en te analyseren zonder aparte software nodig te hebben.

De visuele ondersteuning is ontworpen om het gesprek te versterken. Claude bouwt deze beelden op maat voor de context van het onderwerp en helpt zo de gebruiker om informatie sneller te verwerken en toe te passen.

lees ook

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs

ChatGPT introduceert interactieve visuals voor wiskunde en wetenschap

OpenAI heeft een nieuwe functie gelanceerd voor ChatGPT die interactieve visuals genereert om wiskunde- en wetenschapsconcepten beter te begrijpen. Gebruikers kunnen variabelen aanpassen en de invloed ervan op oplossingen visualiseren.

OpenAI heeft aangekondigd dat ChatGPT vanaf nu interactieve reacties zal genereren wanneer gebruikers vragen stellen over specifieke wetenschappelijke en wiskundige concepten. Dit initiatief is bedoeld om het leerproces te verbeteren, vooral voor studenten. De eerste onderwerpen waarvoor deze visuals beschikbaar zijn, omvatten onder andere de stelling van Pythagoras, de wet van Coulomb en lensvergelijkingen.

Bij deze nieuwe functie kunnen gebruikers de variabelen en de vergelijking zelf aanpassen, wat hen in staat stelt om direct te zien hoe deze veranderingen de uitkomst beïnvloeden. OpenAI meldt dat er meer dan zeventig concepten zijn waarvoor deze interactieve visuals beschikbaar zijn, met plannen om in de toekomst nog meer onderwerpen toe te voegen. Dit maakt het een waardevolle tool voor iedereen die wiskunde of wetenschap bestudeert, met een bijzondere focus op middelbare en universitaire studenten.

Verbetering van het leerproces

De lancering van interactieve visuals volgt op de introductie van de Study Mode in de zomer van 2025. Deze functie was een reactie op het toenemende gebruik van chatbots door studenten om hun huiswerk te maken. In plaats van directe antwoorden te geven, stimuleert de Study Mode gebruikers om zelf antwoorden te vinden, wat hun leerervaring verder versterkt. OpenAI benadrukt dat deze nieuwe functie slechts het begin is van hun plannen om interactieve leerervaringen uit te breiden.

Daarnaast zal OpenAI blijven werken aan de ontwikkeling van nieuwe tools die het leren met ChatGPT kunnen versterken. De organisatie is vastbesloten om onderwijs te ondersteunen door middel van technologie, en deze nieuwe functie is een stap in die richting.

Conclusie en vooruitblik

De introductie van interactieve visuals in ChatGPT biedt een innovatieve manier voor studenten om complexe concepten te begrijpen. Met de mogelijkheid om variabelen aan te passen, wordt de leerervaring interactiever en dynamischer. OpenAI’s toewijding aan het verbeteren van onderwijs door technologie belooft een positieve impact te hebben op de manier waarop studenten leren en problemen oplossen in de toekomst.

AI-studiedag voor leerkrachten: digitale geletterdheid in de praktijk

Digitale geletterdheid geldt als basisvaardigheid in het onderwijs. Toch blijkt dat veel scholen nog zoekende zijn in hun omgang met kunstmatige intelligentie. Terwijl leerlingen tools als ChatGPT, Copilot, Claude, Gemini, Canva en DALL-E dagelijks gebruiken, heeft meer dan de helft van de scholen nog geen uitgewerkt AI-beleid. Dat blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van Kennisnet.

Op het Marnix College in Ede organiseerde de schoolleiding daarom een AI-studiedag. Uit een interne inventarisatie bleek dat sommige docenten nog nooit ChatGPT hadden geopend, terwijl anderen al experimenteren met AI in hun lessen.

AI-studiedag voor leerkrachten brengt kennisniveau op één lijn

Directeur onderwijs Rieneke Brouwer wil met de studiedag vooral het gesprek structureren: wat kan AI betekenen voor de school, en waar liggen de grenzen? Docenten mogen AI-chatbots gebruiken, maar geen privacygevoelige gegevens invoeren. Daarmee volgt de school de AVG-richtlijnen.

Tijdens de studiedag licht een AI-expert van Wageningen University & Research de technologische basis toe. In de middag werken docenten in workshops aan concrete toepassingen. Organisator Docentenbijscholing merkt dat veel leraren AI vooral associëren met fraude of automatisch gegenereerde werkstukken. Volgens directeur Miriam Levy kan AI het leren versterken, mits docenten duidelijke afspraken maken en kritisch blijven.

AI in de klas: van generatieve tools tot adaptieve lesmethodes

AI in het onderwijs beperkt zich niet tot chatbots. Programma’s kunnen presentaties of oefentoetsen genereren, lesmateriaal differentiëren of ondersteunen bij nakijkwerk. Tegelijk vraagt verantwoord gebruik om duidelijke kaders en kennis van beperkingen.

Bij Lucas Onderwijs loopt op meerdere scholen een pilot waarin AI is geïntegreerd in Snappet. Deze pilot maakt deel uit van onderzoek van Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI). Leerkrachten krijgen suggesties over herhaling, verrijking of groepsindeling. Toch blijft professionele afweging noodzakelijk. Een leerling kan tijdelijk minder presteren door vermoeidheid of ziekte, context die AI niet kent. “Je moet geen dataslaaf worden,” klinkt het vanuit de praktijk.

AI is niet meer weg te denken: hoe begeleid jij dat?

AI is niet meer weg te denken. Leerlingen gebruiken het al. De vraag is hoe je hen begeleidt in kritisch en verantwoord gebruik.

Wil je klein beginnen? Download dan deze Gesprekskaarten over AI en kritisch denken voor in de klas. Met deze kaarten ga je in gesprek over vragen als: wanneer gebruik je AI wel of niet, hoe controleer je output en wat betekent eigenaarschap van werk?

lees ook

Worden Chromebooks duurder in 2026 door de AI-boom?

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs

61 procent van de Belgen maakte in 2025 gebruik van een AI-chatbot. Dat blijkt uit het “Our Life with AI”-rapport van Google, gebaseerd op onderzoek van Ipsos in 21 landen.

AI wint terrein in België. Volgens het onderzoek gebruikte 61 procent van de Belgen in 2025 een AI-chatbot. Bijna de helft van de bevolking (47 procent) staat positief tegenover AI. Dat aandeel stijgt tot 63 procent bij wie de technologie al gebruikte en tot 89 procent bij frequente gebruikers. De onderwijssector neemt de leidende rol op zich. In Europa gebruikte negen op de tien studenten ouder dan 18 jaar al een AI-toepassing.

Het onderzoek is gebaseerd op 21.000 interviews wereldwijd. In België bevroeg Ipsos 1.000 volwassenen tussen 22 september en 10 oktober 2025.

“Iets nieuws leren”

“Iets nieuws leren” was de meest genoemde toepassing. Van de Belgische AI-gebruikers zegt 68 procent de technologie te gebruiken om nieuwe onderwerpen te begrijpen. Daarnaast zet 67 procent AI in om beter te communiceren of teksten te formuleren.

Zestig procent gebruikt AI voor werkgerelateerde taken. Bijna de helft (46 procent) past de technologie toe bij dagelijkse activiteiten. Een derde gebruikte AI bij een belangrijke levensbeslissing.

Onderwijs als voortrekker

Studenten en leerkrachten behoren tot de meest actieve gebruikers. In Europa gebruikte negen op de tien studenten ouder dan 18 jaar al een AI-toepassing. Bij leerkrachten ligt dat cijfer op 76 procent. Daarmee liggen ze boven het Belgische gemiddelde.

Van de Belgen die AI inzetten voor leren of schoolwerk verwacht 52 procent betere leerresultaten. Daarnaast gelooft 69 procent dat AI een positieve impact heeft op de manier van leren. Op maatschappelijk niveau denkt 77 procent dat universiteitsstudenten baat hebben bij AI. Voor leerkrachten is dat 70 procent en voor leerlingen in het lager en secundair onderwijs 65 procent.

Jongeren stellen levensvragen steeds vaker aan AI: WAT WAT vernieuwt website

Het Vlaamse jeugdinformatiemerk WAT WAT lanceert een vernieuwde website. Met de update speelt het platform in op de groeiende rol van artificiële intelligentie in hoe jongeren vandaag informatie zoeken en vinden.

Op watwat.be vinden jongeren antwoorden op levensvragen, ervaringen van leeftijdsgenoten en doorverwijzingen naar hulp- en luisterlijnen. Voor het eerst in acht jaar kreeg de website een grondige opfrissing. Die moet beter aansluiten bij het veranderende online zoekgedrag en de snelle opkomst van AI-toepassingen.

AI verandert hoe jongeren informatie zoeken

Het voorbije jaar zag WAT WAT, ondersteund door De Ambrassade, het aantal bezoekers dalen. Volgens coördinator Jory Maeyaert hangt dat samen met de populariteit van chatbots en AI-zoekmachines.

Jongeren stellen hun vragen steeds vaker rechtstreeks aan AI-toepassingen. Ook zoekmachines zoals Google tonen bovenaan meteen een AI-gegenereerd antwoord, waardoor gebruikers minder snel doorklikken naar een website. Dat versnelt de zoektocht naar informatie, maar maakt het moeilijker om de betrouwbaarheid ervan in te schatten.

Die evolutie ziet WAT WAT niet alleen in Vlaanderen. Ook andere informatieplatformen in België en Europa merken een terugval in bezoekersaantallen.

Inzetten op Generative Engine Optimization

Met de vernieuwde website wil WAT WAT jongeren blijven voorzien van betrouwbare en begrijpelijke informatie. Daarom zet het platform in op Generative Engine Optimization (GEO). Dat betekent dat teksten zo worden opgebouwd dat ze correct en herkenbaar verschijnen in AI-gegenereerde antwoorden.

De inhoud van WAT WAT is gebaseerd op de expertise van meer dan 100 infopartners. Door die kennis ook toegankelijk te maken via AI-zoekresultaten, wil het platform kwaliteitsvolle informatie zichtbaar houden in een veranderend digitaal landschap.

Eenvoudiger en overzichtelijker

De vernieuwing kwam er na een participatief traject met meer dan 1.100 jongeren. Op basis van hun feedback werd de website eenvoudiger en vlotter doorzoekbaar. Vragen zijn nu gebundeld in duidelijke thema’s zoals ‘Seks en grenzen’, ‘Ik voel me niet goed’ en ‘Oorlog en vrede’.

Via de startpagina kunnen jongeren ook meteen een passende hulp- of luisterlijn vinden. Daarnaast deelt WAT WAT getuigenissen van andere jongeren, met herkenbare en minder-herkenbare verhalen over opgroeien, twijfels en eerste keren.

Betrouwbare informatie in een digitale omgeving

Met deze vernieuwde website wil WAT WAT een betrouwbaar aanspreekpunt blijven voor jongeren met vragen over opgroeien en keuzes maken. In een digitale omgeving waar AI steeds vaker het eerste antwoord geeft, blijft de uitdaging om correcte en begrijpelijke informatie zichtbaar en toegankelijk te houden.

lees ook

Red Flag: waar ligt de grens tussen persoonlijke vrijheid en digitale controle?

Italiaanse universiteit getroffen door cyberaanval: systemen liggen plat

De IT-systemen van de Italiaanse universiteit La Sapienza in Romeliggen al dagen plat na een cyberaanval.

In berichten op de Instagrampagina van de universiteit, opgemerkt door TechCrunch, liet de universiteit weten dat haar systemen uit voorzorg zijn uitgeschakeld ten gevolgen van een cyberaanval. De universiteit onderzoekt het incident en werkt momenteel aan een oplossing. De website van La Sapienza is op het moment van schrijven nog niet bereikbaar.

72 uur

De storing is het gevolg van een ransomware-aanval, volgens het Italiaanse dagblad Il Corriere della Sera. De school zelf heeft dit nog niet bevestigd. De kwaadwilligen zouden een link hebben verstuurd naar de school met het verzoek om losgeld te betalen. De universiteit zou 72 uur de tijd krijgen om het losgeld te betalen, voordat miljoenen data versleuteld blijven.

lees ook

Antwerpse school slachtoffer van cyberaanval, ook ouders ontvangen dreigmails

Onderzoek loopt

Volgens het Italiaanse dagblad wordt een pro-Russische bemanning niet uitgesloten. De technici van de universiteit ontdekten de cyberaanval en schakelden meteen de specialisten van de National Cybersecurity Agency in.

De cyberaanval valt midden in de examenperiode. Studenten dienen zich rechtstreeks bij de professoren in te schrijven voor hun examens. Bovendien voorziet de school infopunten waar studenten met hun vragen terecht kunnen.

OpenAI introduceert Prism: AI-native werkruimte voor onderzoekers

Prism. Bron: OpenAI

OpenAI introduceert Prism, een cloudgebaseerde LaTeX-werkruimte speciaal voor wetenschappers. De dienst moet het proces van het schrijven en reviseren van papers vereenvoudigen en samenbrengen.

OpenAI lanceert Prism, een nieuwe wetenschappelijke werkruimte die gratis beschikbaar is voor iedereen met een ChatGPT-account. De AI-native werkruimte helpt wetenschappers onderzoek te schrijven en samen te werken, en wordt aangedreven door GPT-5.2.

Prism combineert schrijven, revisie, samenwerking en publicatievoorbereiding in één cloudgebaseerde, LaTeX-native werkruimte. “In plaats van als een aparte tool naast het schrijfproces te functioneren, werkt GPT‑5.2 binnen het project zelf, met toegang tot de structuur van het document, vergelijkingen, referenties en de omringende context”, zo luidt het persbericht.

Geen contextverlies

Prism werkt als een cloudgebaseerde, LaTeX-native omgeving. GPT-5.2 draait niet naast het schrijfproces, maar binnen het project zelf. Daardoor kan het model rekening houden met de structuur van het document, vergelijkingen, referenties en omliggende tekst. Hierdoor verliezen onderzoekers minder context doordat er niet meer geschakeld moet worden tussen editors, PDF’s, referentietools en aparte chatinterfaces.

Binnen Prism kunnen onderzoekers met GPT-5.2 Thinking chatten om ideeën en hypotheses te verkennen, papers te schrijven en te reviseren met het volledige document als context (tekst, vergelijkingen, referenties, afbeeldingen en structuur), relevante literatuur zoals arXiv-bronnen op te zoeken en te verwerken, en vergelijkingen, bronverwijzingen en visuals te maken of te herschrijven met begrip van hun onderlinge samenhang.

OpenAI Prism
Het chatvenster van Prism. Bron: OpenAI

Daarnaast kan het whiteboardvergelijkingen of -diagrammen omzetten naar LaTeX, ondersteunt het realtime samenwerking met direct zichtbare opmerkingen, voert het wijzigingen meteen in het document door zonder kopieerwerk tussen tools, en biedt het optionele spraakgestuurde bewerking voor snelle aanpassingen tijdens het schrijven of nakijken.

Basis in Crixet

Prism bouwt voort op Crixet, een cloudgebaseerd LaTeX-platform dat OpenAI overnam en later samenvoegde tot één product. OpenAI wil met Prism ook drempels verlagen rond installatie en omgevingsbeheer, doordat teams geen lokale LaTeX-installatie nodig hebben. Dat moet versieconflicten en handmatige merges beperken.

Prism is vandaag beschikbaar voor persoonlijke accounts. OpenAI meldt dat de dienst binnenkort ook beschikbaar moet worden voor organisaties met ChatGPT Business-, Team-, Enterprise- en Education-abonnementen.