Onderwijs blijft doelwit: 85% van ransomware-aanvallen mikt op identiteit

Uit het State of Ransomware in Education 2026-rapport van Sophos blijkt dat 85 procent van de ransomware-aanvallen tegen onderwijsinstellingen gebruikmaakt van technieken gericht op identiteit, zoals phishing en gestolen inloggegevens. Herstel na zo’n aanval kost onderwijsinstellingen gemiddeld 2,26 miljoen dollar en duurt vaak veel langer dan in andere sectoren.

Het cijfer van 85 procent overstijgt het cross-sectorale gemiddelde van 79 procent en toont aan hoe belangrijk identiteitsdiefstal blijft bij ransomware-incidenten in zowel lager als hoger onderwijs. Kwaadwillige e-mails vormen de belangrijkste technische oorzaak, goed voor 31 procent van de aanvallen in het lager onderwijs en 29 procent in het hoger onderwijs.

Identiteit als zwakke schakel

Liefst 77 procent van de organisaties in het hoger onderwijs en 71 procent in het lager onderwijs geeft aan dat hun ransomware-incident tegelijk hun belangrijkste identiteitsaanval was. Ross McKerchar, chief information security officer bij Sophos, stelt dat aanvallers geen koevoet meer nodig hebben als ze sleutels kunnen stelen, en dat AI de snelheid en schaal van dergelijke aanvallen verder vergroot.

Het aandeel lager onderwijsinstellingen met versleutelde data is jaar op jaar meer dan verdubbeld, van 29 procent in 2025 naar 61 procent in 2026. Over de hele sector leidde 58 procent van de aanvallen tot versleutelde data, al herstelt meer dan driekwart van de lager onderwijsinstellingen dankzij back-ups.

Trage hersteltijden en menselijke tol

Onderwijsinstellingen hebben dubbel zo vaak één tot drie maanden nodig voor volledig herstel dan het cross-sectorale gemiddelde. Lager onderwijs scoort het slechtst: 31 procent had minstens een maand nodig. De mediane losgeldeis bedraagt 775.200 dollar, hoger dan het gemiddelde van 698.000 dollar, ondanks een dalende trend.

De druk op teams neemt toe: 53 procent van de teams in het hoger onderwijs meldt meer druk van senior leiders, en 39 procent van de organisaties ziet personeel uitvallen door stress. Het onderzoek is gebaseerd op een bevraging van 226 IT- en securityleiders in 17 landen.

Vooruitblik

De cijfers wijzen op een structureel probleem: onderwijsinstellingen missen vaak de middelen en expertise om identiteitsgerichte aanvallen te detecteren. Sterkere identiteitscontroles en geïntegreerde detectie blijven cruciaal om toekomstige incidenten te beperken.

lees ook

Onderwijsinstellingen betalen na een hack meer losgeld dan aanvankelijk geëist

AI in het onderwijs vraagt om meer dan richtlijnen

Ruim één op de vier jongeren van 16 tot 24 jaar in de Europese Unie beschikt niet over digitale basisvaardigheden, blijkt uit cijfers van Eurostat over 2025. Dat is een ongemakkelijke constatering nu generatieve AI in hoog tempo onderdeel wordt van het studentenleven. Studenten gebruiken de technologie om informatie te verzamelen, teksten samen te vatten en te vertalen, te programmeren, ontwerpen te maken, samen te werken en zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De vraag is daarom niet langer óf AI in het hoger onderwijs thuishoort, maar of studenten voldoende worden voorbereid om de technologie verantwoord te gebruiken.

AI wordt onderdeel van leren op een vergelijkbare manier als het internet dat ooit werd: eerst als een externe tool, vervolgens als een vanzelfsprekende laag in het dagelijks onderwijs. Het verschil is de snelheid. Generatieve AI is laagdrempelig, breed beschikbaar en steeds vaker geïntegreerd in de tools die studenten al gebruiken. Een nieuw AI-geletterdheidskader van de Europese Commissie stelt dat 68 procent van de tieners al AI gebruikt, terwijl veel onderwijssystemen nog geen structurele aanpak hebben om AI in het onderwijs te integreren.

De kansen zijn aanzienlijk. Goed ingezet kan AI studenten helpen betere vragen te stellen, ideeën te testen, gerichte feedback te krijgen en onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te verkennen. Tegelijkertijd zijn de risico’s breder dan alleen plagiaat en academische integriteit. AI kan overtuigende maar onjuiste antwoorden produceren, vooroordelen versterken en studenten een vals gevoel van zekerheid geven. Ook is niet altijd duidelijk wat er gebeurt met persoonlijke gegevens, onderzoeksdata of vertrouwelijke informatie die studenten invoeren. Zonder duidelijke kaders kunnen studenten bovendien steeds meer delen van hun denkwerk uitbesteden, waardoor hun resultaten verbeteren zonder dat zij de lesstof daadwerkelijk beter begrijpen.

Combineer AI-geletterdheid met menselijke controle

Onderwijsinstellingen moeten AI-geletterdheid structureel opnemen in opleidingen, zodat studenten niet alleen leren AI te gebruiken, maar ook de beperkingen en risico’s begrijpen en uitkomsten kritisch kunnen beoordelen. AI-geletterdheid betekent meer dan weten hoe je een goede prompt schrijft. Studenten moeten leren wanneer een uitkomst betrouwbaar is, hoe zij bias en hallucinaties herkennen, hoe zij gegevens beschermen en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden.

Tegelijkertijd zijn duidelijke verantwoordelijkheden nodig. Bij toepassingen die invloed hebben op beoordelingen, studieadvies of studentenwelzijn moet een bevoegde professional eindverantwoordelijk blijven.

Begin niet bij de tool, maar bij het doel

Een goede aanpak begint niet met de vraag welke AI-tool een instelling wil gebruiken, maar met het onderwijsdoel dat zij ermee wil bereiken. Kan de technologie studenten sneller van gerichte feedback voorzien? Kan zij docenten ondersteunen bij routinematige werkzaamheden? En levert AI in dat specifieke geval daadwerkelijk meerwaarde op? Een kleinschalige pilot kan helpen om de onderwijswaarde, risico’s en ervaringen van studenten en docenten te beoordelen voordat een toepassing breder wordt ingevoerd.

Daarna zijn duidelijke en praktisch toepasbare afspraken nodig. Studenten moeten weten welke toepassingen zijn toegestaan, welke gegevens zij niet mogen invoeren en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen toepassingen met een relatief laag risico, zoals hulp bij brainstormen, en toepassingen die gevolgen kunnen hebben voor beoordelingen, studieadvies of welzijn. Hoe groter de mogelijke impact op een student, hoe belangrijker menselijke controle wordt.

Ook de manier waarop studenten worden geëvalueerd, vraagt in dit veranderende landschap om herziening. Zo schrapt Hogeschool Odisee vanaf het academiejaar 2026-2027 de bachelor- en graduaatsproef uit haar opleidingen, omdat dergelijke opdrachten door de opkomst van grote taalmodellen minder uitdagend zijn geworden. In de plaats komen meer praktijkgerichte eindopdrachten, waarbij studenten hun kennis en beoordelingsvermogen in een concrete context moeten toepassen.

AI-geletterdheid wordt een basisvaardigheid op de arbeidsmarkt

De relevantie van AI-geletterdheid stopt niet bij het hoger onderwijs. Studenten bereiden zich voor op een arbeidsmarkt waarin AI steeds vaker onderdeel is van onderzoek, analyse, communicatie en creatieve processen, maar ook Belgische bedrijven maken hier steeds vaker gebruik van. In 2025 gebruikte 34,5 procent van de Belgische bedrijven met tien of meer werknemers ten minste één AI-technologie, tegenover 20 procent gemiddeld in de Europese Unie, volgens Statbel en Eurostat. AI-geletterdheid wordt daarmee een bredere basisvaardigheid, naast communicatie, onderzoek, digitale vaardigheden en kritisch denken.

Vertrouwen en beoordelingsvermogen zijn doorslaggevend

Regels alleen zijn echter niet voldoende. Studenten moeten leren de technologie kritisch te bevragen, de beperkingen ervan te begrijpen en te herkennen wanneer menselijk oordeel het belangrijkst is. De AI-campus moet daarom niet worden gedefinieerd door het aantal beschikbare toepassingen, maar door wat studenten ermee leren.

De studenten die straks vooroplopen, zijn niet degenen die AI het vaakst inzetten. Het zijn degenen die weten wanneer een uitkomst bruikbaar is, wanneer deze ter discussie moet worden gesteld, hoe zij AI kunnen inzetten om nieuwe ideeën te ontwikkelen en wanneer hun eigen oordeel doorslaggevend moet blijven. De AI-campus is er al. De vraag is of studenten worden uitgerust om er richting aan te geven.


Dit is een ingezonden bijdrage van Nele Vervenne, Field Product Manager bij Dell Technologies. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.

Dassault Systèmes lanceert 16e editie van AAKRUTI-wedstrijd voor studenten

Dassault Systèmes kondigt de 16e editie aan van de AAKRUTI Innovation Competition, een jaarlijkse ontwerpwedstrijd voor studenten wereldwijd. Dit jaar ligt de focus op robotica, gezondheidszorg, mobiliteit en lokale gemeenschapsproblemen, met een totaalpakket aan prijzen en licenties ter waarde van bijna één miljoen dollar.

Sinds de start namen al meer dan 75.000 studenten uit meer dan 1.000 instellingen in 37 landen deel aan de wedstrijd. De editie 2026-27 bouwt verder op die globale schaal en introduceert nieuwe thema’s en uitgebreidere beloningen voor deelnemers.

Vier thema’s en hogere prijzen

De wedstrijd draait dit jaar rond vier centrale thema’s: robotica, lokale gemeenschapsproblemen, gezondheidsinnovatie en mobiliteit. Studenten werken met de 3DEXPERIENCE-software en SOLIDWORKS van Dassault Systèmes om oplossingen te ontwerpen voor reële uitdagingen. De nadruk ligt op ontwerpdenken en meetbare impact.

De totale geldprijzen bedragen 20.000 dollar, aangevuld met SOLIDWORKS-licenties. Alle deelnemers krijgen toegang tot certificeringen zoals CSWA en CSWP. In de vorige editie werden meer dan 2.000 certificeringen uitgereikt, goed voor een opleidingswaarde van bijna 396.000 dollar. Op jaarbasis bereikt het totaalpakket aan licenties, certificeringen en prijzen bijna één miljoen dollar.

Finale op wereldevenement in Nashville

De wedstrijd sluit af met een wereldfinale tijdens 3DEXPERIENCE World 2027 in Nashville. Finalisten krijgen er de kans hun ontwerpen voor te stellen aan een internationaal publiek van professionals en experts uit de industrie.

Suchit Jain, vicepresident strategie bij Dassault Systèmes, benadrukt dat AAKRUTI is uitgegroeid van een klein initiatief tot een wereldwijde beweging. Vijfhonderd alumni werken inmiddels bij grote internationale organisaties, wat de relevantie van het programma voor de arbeidsmarkt aantoont.

lees ook

Meet the Expert: brug tussen bedrijven en leerkrachten versterkt STEM-onderwijs

Waarom cybercriminelen scholen steeds aantrekkelijker vinden

Cybercriminelen kiezen hun slachtoffers niet willekeurig, en steeds vaker komen scholen bovenaan dat lijstje. Dat heeft weinig met pech te maken en alles met een ongelukkige combinatie: een school beheert de gegevens van honderden tot duizenden leerlingen, van rijksregisternummers tot zorgdossiers, terwijl er zelden genoeg IT-mankracht is om dat allemaal te bewaken. Het zijn bovendien gegevens van minderjarigen, wat onder de GDPR een extra zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt. De vraag is alleen: weet iedereen die er dagelijks mee werkt dat ook?

In de praktijk zit de bescherming van al die data zelden bij één IT-coördinator. Ze zit verspreid over elke leerkracht die inlogt op het leerlingvolgsysteem, elke secretariaatsmedewerker die een mail opent, en elke directielid dat met een laptop naar huis gaat. En precies daar, bij de mens, ligt de zwakste schakel.

Waarom scholen een aantrekkelijk doelwit zijn

Maar de aantrekkelijkheid stopt niet bij de data en de beperkte middelen. Voeg er een personeelsbestand aan toe dat in de eerste plaats met lesgeven bezig is en niet met cyberdreigingen, en het profiel is compleet. Daar komt bij dat veel scholen onderling verbonden systemen gebruiken, van leerlingvolgsysteem tot oudercommunicatie, waardoor één zwakke plek vaak toegang geeft tot veel meer.

De aanval begint zelden bij een technisch lek. Ze begint bij een klik. Een mail die lijkt te komen van het schoolbestuur, een nepfactuur van een vertrouwde leverancier, of een bericht dat zogenaamd van Smartschool of Microsoft komt. Eén leerkracht die zijn inloggegevens intikt op een valse pagina, en een aanvaller heeft toegang tot een account, en via dat account vaak tot veel meer.

Eén gekaapt account, en dan?

Stel: het account van een leerkracht wordt overgenomen. Wat ooit een onschuldige inbox leek, blijkt nu een sleutel. De aanvaller leest mee, ziet leerlingdossiers, stuurt vanuit dat vertrouwde adres nieuwe phishingmails naar collega’s en ouders, en in het slechtste geval versleutelt hij de hele schoolomgeving met ransomware.

Het gevolg is niet alleen technische schade. Een datalek met gegevens van minderjarigen is meldingsplichtig bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, brengt reputatieschade mee, en zorgt voor begrijpelijke onrust bij ouders. De kosten van dat ene verkeerde klikmoment zijn vele malen hoger dan de moeite die het kost om het te voorkomen.

De beste firewall van een school staat niet in de serverkast. Het is een personeelsbestand dat een verdachte mail herkent voordat erop geklikt wordt.

GDPR vraagt niet alleen techniek, maar ook gedrag

Veel scholen denken bij gegevensbescherming aan technische maatregelen: wachtwoorden, back-ups, toegangsrechten. Allemaal nodig, maar de GDPR vraagt uitdrukkelijk ook om het bewustzijn van de mensen die de gegevens verwerken. Je kunt op papier perfect in orde zijn en alsnog een datalek hebben omdat één medewerker niet herkende wat er misging.

Voor het onderwijs komt daar bovenop dat de Europese regelgeving rond cybersecurity blijft aanscherpen. Hoewel de meeste scholen niet rechtstreeks onder de strengste verplichtingen vallen, loont het de moeite om te weten wat NIS2 voor onderwijsinstellingen betekent, zeker voor grotere scholengroepen en hogeronderwijsinstellingen. De rode draad is overal dezelfde: aantoonbaar werk maken van de menselijke factor.

Bewustzijn opbouwen zonder je team te belasten

De reflex is vaak een jaarlijkse sessie of een lange e-learning. Het probleem: kennis die je één keer aanbiedt, verwatert binnen enkele maanden, en een leerkrachtenteam heeft simpelweg geen tijd voor uren extra opleiding. Wat wél werkt, is bewustzijn opbouwen in kleine, terugkerende stappen die in de drukke schoolweek passen.

Een paar minuten per week, met herkenbare voorbeelden uit de schoolcontext en geoefende phishingsimulaties, doet meer dan één lange sessie per jaar. Het houdt de kennis vers, het is laagdrempelig, en het levert je meteen het bewijs dat je als school aan je zorgplicht voldoet. Een aanpak met doorlopende security awareness training maakt van gegevensbescherming iets wat leeft bij het hele team in plaats van een vinkje in een dossier.

De gegevens van leerlingen beschermen is uiteindelijk geen IT-project, maar een gewoonte van de hele school. En gewoontes bouw je niet op met één moment van aandacht, maar met regelmaat.


Partner content in samenwerking met Guardey. Dit artikel is informatief bedoeld en vormt geen juridisch advies over de toepassing van de GDPR of NIS2.

Bedrijf achter Canvas sluit akkoord met hackers: studentengegevens opnieuw veilig

Het moederbedrijf achter het gehackte leerplatform Canvas heeft een akkoord bereikt met de cybercriminelen. Gestolen data, onder andere van de VUB en Vlaamse hogescholen, zouden terug veilig zijn.

Instructure, het bedrijf achter Canvas, heeft voor de opgegeven deadline van 12 mei een akkoord gesloten met de cybercriminelen van Shinyhunters. Die konden op 29 april en 7 mei binnenbreken in het leerplatform. Vorige week werd de omvang van het hack duidelijk: de hackers konden gegevens van 275 miljoen studenten van bijna 9.000 scholen wereldwijd stelen. In België konden de VUB en verschillende hogescholen zich tot de slachtoffers rekenen.

Gevoelige gegevens zoals gebruikersnamen, mailadressen, informatie over de inschrijving bij een onderwijsinstelling en berichten werden buitgemaakt. Shinyhunters dreigde ermee om de gestolen data voor vandaag publiek te maken.

Succesvolel onderhandelingen

Infrastructure heeft nu laten weten dat er effectief onderhandeld werd met de criminelen. Details over de overeenkomst weten we niet, maar de slachtoffers van het Canvas-hack zouden wel opnieuw op twee oren kunnen slapen.

Alle gestolen data zijn teruggegeven aan Infrastructure en het bedrijf heeft een digitale bevestiging van de vernietiging van gestolen data bij de hackers ontvangen. Shinyhunters laat ook weten geen slachtoffers te zullen afpersen. De overeenkomst heeft betrekking op alle studenten en scholen die betrokken waren bij het hack.

Transparantie

Het is redelijk uitzonderlijk dat een onderneming die het slachtoffer is geworden van zo’n publieke hack ook openlijk uitkomt voor het feit dat er onderhandelend een overeenkomst is bereikt. Die transparantie is lovenswaardig.

Onderhandelingen gebeuren vaak, maar worden zelden aan de grote klok gehangen. Dat de onderhandeling ontkend kan worden, is soms zelfs deel van de gesloten overeenkomst. Criminelen publiceren dan bijvoorbeeld valse waardeloze data, waardoor het lijkt dat er niet betaald is, en ze enkel rommel hadden gestolen.

Instructure kiest hier voor een redelijk niveau van openheid. Of het bedrijf betaald heeft en hoeveel, weten we niet. De kans dat Shinyhunters en Instructure tot een financiële overeenkomst zijn gekomen, is wel enorm groot.

Geen sluitende garanties

Wat de garanties van Shinyhunters betreft, zijn enkele kanttekeningen noodzakelijk. Hackers-collectieven zoals Shinyhunters houden in principe hun woord: wanneer er een overeenkomst wordt gesloten, stopt de afpersing. Die reputatie is essentieel: anders zou niemand losgeld betalen.

Of data echt verwijderd zijn, is echter onmogelijk te bewijzen. De logs tonen enkel dat een kopie van de data is gewist, niet dat het zeker de enige kopie was. In principe kunnen slachtoffers nu wel gerust zijn dat dit voor hen het einde van het Canvas-hackverhaal is.

Na het hack heeft Instructure Canvas uit veiligheidsoverwegingen offline gehaald. Het portaal staat intussen terug live. Steve Daly, de CEO van Instructure, biedt tot slot nog zijn uitdrukkelijke excuses aan.

Scivil zoekt leerkrachten voor AI-taalproject Maarallee in de klas

Scivil lanceert een lesbundel over sociolinguïstiek en AI voor leerlingen vanaf zestien jaar en zoekt leerkrachten Nederlands uit de derde graad om die in de praktijk te testen. Via de Maarallee-app dragen leerlingen rechtstreeks bij aan de ontwikkeling van AI die Vlaamse taalvariatie begrijpt.

De lesbundel brengt twee thema’s samen die zelden in één lessenpakket aan bod komen: hoe taal verschilt tussen sociale groepen, en hoe AI daarmee omgaat. Leerlingen verkennen hoe taal wordt verworven, zowel door mensen als door machines, en ontdekken waarom taaldiversiteit een rol speelt in de ontwikkeling van spraaktechnologie.

Leerlingen als bijdragers aan citizen science

Concreet spreken leerlingen zinnen in via de Maarallee-app en analyseren ze taalvariatie. Die opnames voeden een citizen science-project dat als doel heeft AI te trainen op authentiek Vlaams taalgebruik. Leerlingen ervaren zo dat hun eigen stem een directe impact kan hebben op technologie in ontwikkeling.

Het project richt zich op leerkrachten die nieuwsgierig zijn naar het snijpunt tussen taal, technologie en maatschappij, en die bereid zijn vernieuwende lespraktijken uit te proberen. Scivil omschrijft het als een kans om leerlingen actief te laten deelnemen aan een echt lopend onderzoeksproject.

Deelname en planning

Leerkrachten die willen meewerken, kunnen de bundel testen, inzetten of mee verder vormgeven. Scivil plant testmomenten in april, mei, juni, september en oktober. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen via het team van Maarallee voor meer informatie over deelname.

Onderwijs en AI-ontwikkeling verbinden

Het initiatief toont hoe onderwijs en technologisch onderzoek elkaar kunnen versterken. Door leerlingen te betrekken bij de training van AI-systemen, brengt Scivil de abstracte wereld van machine learning dichter bij de klas. Voor leerkrachten biedt het een concrete manier om AI niet alleen als onderwerp te bespreken, maar ook tastbaar te maken.

Helft Vlaamse scholieren gebruikt AI wekelijks voor school, maar regels ontbreken

De helft van de Vlaamse middelbare scholieren gebruikt meerdere keren per week AI voor schoolwerk, blijkt uit de Grote Scholierenbevraging van 2026. Scholieren vragen zelf om duidelijke afspraken, terwijl een UGent-professor het debat op scherp zet door AI expliciet toe te laten op zijn examens.

De Vlaamse Scholierenkoepel publiceerde de eerste resultaten van zijn jaarlijkse bevraging. Dertig procent van de middelbare scholieren gebruikt AI-tools meerdere keren per week, twintig procent zelfs dagelijks. In de tweede en derde graad loopt dat gebruik op tot respectievelijk 55 en 60 procent. Slechts zeven procent gebruikt helemaal geen AI voor schoolopdrachten.

Weinig controle, versnipperde regels

De meeste scholieren, 72 procent, gebruiken AI om uitleg te vragen over leerstof. Veertien procent besteedt schoolwerk volledig uit aan AI. Zorgwekkend is dat 35 procent AI-informatie zelden of nooit controleert. Scholierenkoepel-vertegenwoordiger Lieselore Wouters pleit voor meer lestijd rond correct AI-gebruik, ook omdat 42 procent zich zorgen maakt over hoe medestudenten de technologie inzetten.

Het AI-beleid op scholen is bovendien versnipperd: 62 procent van de scholieren geeft aan dat regels rond AI verschillen per leerkracht. Wouters vraagt een duidelijk kader, opgesteld in overleg met scholieren. “Verantwoord AI-gebruik leert studenten de nodige vaardigheden voor de werkvloer van morgen”, klinkt het.

UGent-professor laat AI toe op examen

Ruben Verborgh, professor Web Development aan de UGent, kiest voor een andere aanpak: hij laat studenten tijdens het examen alles gebruiken, inclusief AI. Toch slaagden modellen als Claude, Gemini en ChatGPT niet verder dan vier op twintig op zijn proefexamen. Verborgh wil aantonen dat diepgaand begrip niet vervangbaar is door AI.

De professor waarschuwt dat het onderwijs tevergeefs tegen AI vecht. Op 7 mei kunnen ook niet-studenten deelnemen aan zijn examen, tijdens het event Connect IT in Antwerp Expo.

Conclusie

Zowel scholieren als onderwijsprofessionals beseffen dat AI niet meer weg te denken is uit het onderwijs. De vraag is niet langer of AI gebruikt mag worden, maar hoe scholen en universiteiten daar een coherent beleid rond bouwen dat studenten voorbereidt op de arbeidsmarkt.

GRITT wil chatbot en AI-studiepartner in één abonnement combineren

GRITT is gelanceerd als chatbot die zich nadrukkelijk richt op studeren, bijles en persoonlijke documentatie. Het platform koppelt een gesprekspartner aan functies voor studiemateriaal, gedeelde samenvattingen en een grotendeels Europese infrastructuur, met abonnementen vanaf één euro per maand plus verbruik.

GRITT positioneert zich niet als gewone AI-chatbot, maar als studiepartner die mee door cursusmateriaal gaat en zich aanpast aan kennisniveau, interesses en leerstijl. Volgens de productbeschrijving kan de dienst studieteksten, handleidingen, notities en huiswerk verwerken om daarna uitleg te geven, oefeningen te bedenken en gebruikers uit te dagen.

Het nieuwsfeit is dus dat GRITT nu beschikbaar is en daarbij meteen verschillende gebruiksscenario’s samenbrengt. Naast studiehulp mikt het platform ook op persoonlijke documentatie via een aparte functie, terwijl het prijsmodel zowel occasioneel als intensief gebruik moet opvangen.

Focus op studeren en gesprek

De kern van GRITT ligt bij studeerondersteuning. Het platform spreekt over een AI-variant van bijles, huiswerkbegeleiding en tentamentraining, waarbij de chatbot niet alleen antwoorden geeft, maar ook een gesprek opbouwt rond de leerstof. Dat gesprek moet volgens de makers helpen om informatie beter te onthouden.

Daarbij verwijst GRITT ook naar humor, kritische interactie en een minder formele stijl dan een studieboek. In combinatie met FUGA moet het systeem afgestemd zijn op de gebruiker, met ruimte voor niveautests, herhaling, extra uitleg en oefeningen. Het platform zegt ook studietechnieken, pedagogische stijlen en didactische vaardigheden toe te voegen.

Prijsmodel, documenten en privacy

GRITT werkt met drie formules. Flex kost één euro per maand, aangevuld met automatisch top-up-verbruik: tien euro levert 100 credits op. Basic kost vijftien euro per maand en is bedoeld voor dagelijkse studiegesprekken, terwijl Premium vijftig euro per maand kost voor intensiever gebruik met meer ruimte voor uploads en langdurig werken.

Naast studeren introduceert GRITT ook Personal Dox, een systeem voor persoonlijke documenten zoals recepten, reisplannen, dagboeken en notities. Via Ghostlink kunnen gebruikers de invloed van die documenten delen zonder de bestanden zelf zichtbaar te maken. Volgens de beschrijving ontstaat zo een vorm van sociale connectiviteit met extra privacy-instellingen per document.

Adobe lanceert gratis AI-studietool Student Spaces in Acrobat

Adobe breidt Acrobat uit met Student Spaces, een gratis AI-tool voor studenten. De tool moet van PDF’s, links en notities snel flashcards, quizzen, presentaties en andere studiematerialen maken.

Adobe richt zich met deze lancering nadrukkelijk op studenten, terwijl Acrobat tot nu toe vooral draaide rond functies voor professionals. Met Student Spaces probeert het bedrijf een plek te claimen naast bestaande studietools van onder meer Google, Goodnotes en Turbo AI.

De nieuwe functie staat los van de klassieke Acrobat-omgeving en is gratis te gebruiken zonder in te loggen. Adobe hoopt zo studenten sneller aan te spreken die al in Acrobat documenten lezen en er meteen studiemateriaal uit willen halen.

Wat Student Spaces kan doen

Student Spaces laat gebruikers verschillende soorten bestanden uploaden, zoals PDF’s, Docs, PowerPoint, Excel, URL’s, handgeschreven notities en transcriptbestanden. Daarna kan de tool daaruit flashcards, mindmaps, quizzen, podcasts en bewerkbare presentaties genereren via Adobe Express.

Daarnaast kan de tool ook studiegidsen en kaarten maken om een leertraject in kaart te brengen. Adobe voegde vorige maand al een functie toe om tweepersonen-AI-podcasts te maken op basis van documenten in Acrobat, en die mogelijkheid komt nu ook naar Student Spaces.

Concurrentie met andere studietools

Met Student Spaces gaat Adobe de concurrentie aan met tools zoals Google NotebookLM, Goodnotes en Turbo AI. Die laten studenten ook documenten opladen om er studiemateriaal uit af te leiden.

Om sneller tractie te krijgen, maakt Adobe de tool gratis en toegankelijk via een aparte webomgeving. Studenten kunnen meteen starten, zonder eerst een account aan te maken of bestanden tussen verschillende apps te moeten verplaatsen.

AI-assistent en test met studenten

Student Spaces bevat ook een chatoptie waarmee studenten vragen kunnen stellen aan een AI-assistent. Adobe zegt dat die assistent zijn antwoorden baseert op de geüploade documenten om fouten te beperken.

Het bedrijf testte de tool met 500 studenten en met studentengroepen van universiteiten zoals Harvard, Berkeley en Brown. Volgens Charlie Miller, vicepresident Education bij Adobe, wil het bedrijf een centrale plek bieden waar studenten documenten kunnen lezen én studiemateriaal kunnen maken.

Nieuwe Europese leeftijdslabels voor games vanaf 2026

Vanaf juni 2026 veranderen de Europese leeftijdslabels voor videogames. Niet alleen de inhoud van een game telt dan mee, maar ook systemen zoals loot boxes, battle passes en online interactie. Daardoor kunnen games sneller een 16+ of zelfs 18+ label krijgen.

De nieuwe regels moeten beter aansluiten bij hoe videogames vandaag werken. Leeftijdslabels zoals PEGI keken tot nu toe vooral naar geweld, taalgebruik of angst. Voortaan wegen ook de manier waarop een game spelers probeert te laten terugkeren en betalen mee in de beoordeling.

Verdienmodellen tellen voortaan mee

Games met betaalde kanssystemen, zoals loot boxes of kaartpacks waarbij spelers niet weten wat ze krijgen, krijgen voortaan minstens een 16+ label. Ook andere systemen die spelers actief blijven prikkelen, zoals tijdelijke beloningen, battle passes en dagelijkse inlogvoordelen, kunnen een hogere leeftijdsgrens opleveren.

Daarnaast krijgt online interactie meer gewicht. Games waarin spelers vrij met elkaar kunnen communiceren zonder duidelijke moderatie, kunnen hoger worden ingeschaald. Ook systemen rond gokken of verhandelbare digitale items worden strenger beoordeeld, met in sommige gevallen een 18+ label.

Waarom de regels veranderen

De videogame-industrie is sterk geëvolueerd en bouwt vandaag vaak op verdienmodellen die spelers langer aan een spel moeten binden. Snelle aankopen, willekeurige beloningen en tijdelijke voordelen spelen in op gedrag en motivatie, en kunnen spelers stimuleren om terug te keren en opnieuw te betalen.

Volgens de nieuwe regels hebben die mechanismen ook een impact, zeker bij jongeren. De Europese labels proberen daarom niet langer alleen de zichtbare inhoud van een game te beoordelen, maar ook de manier waarop die game is ontworpen.

Wat ouders en scholen ermee kunnen doen

Leeftijdslabels blijven een nuttig houvast, maar ze vormen geen sluitend systeem. Een hogere leeftijdsgrens zegt dus niet alleen iets over geweld of taal, maar ook over de manier waarop een game aandacht vasthoudt of betalingen uitlokt.

Desinformatie aanpakken met AI: kansen en risico’s

Wat gebeurt er als AI antwoorden genereert die foutieve info bevatten?

Een speech met foutieve citaten, gegenereerd door AI, bracht de rector van de UGent recent in opspraak. Het incident illustreert hoe krachtig en tegelijk risicovol generatieve AI vandaag is. Informatie was nog nooit zo toegankelijk, maar tegelijk verspreidt misinformatie zich sneller en op grotere schaal dan ooit tevoren. Dat zet niet alleen individuele gebruikers maar ook instellingen en media onder druk.

Waar we vroeger actief op zoek moesten naar informatie, wordt die vandaag continu aangeleverd via algoritmes op digitale platformen. Die verschuiving verandert fundamenteel hoe we informatie consumeren én hoe publieke opinie tot stand komt. In die context neemt artificiële intelligentie een centrale plaats in binnen het digitale ecosysteem.

Volgens Virginia Ghiara, Senior Research Manager bij Fujitsu Research Europe, biedt AI belangrijke mogelijkheden om informatie beter te analyseren en te structureren. Systemen kunnen grote hoeveelheden data verwerken, patronen detecteren en content evalueren. Zo kan AI bijdragen aan meer transparantie en betrouwbaarheid. Tegelijk benadrukt ze dat technologie op zich geen garantie biedt op positieve resultaten. De manier waarop systemen ontworpen en ingezet worden, blijft doorslaggevend.

Informatie als strategische troef

“Informatie is meer dan data,” stelt Ghiara. “Het is een strategische troef die aan de basis ligt van goed geïnformeerde beslissingen, burgerbetrokkenheid en vertrouwen in instellingen.” Wanneer die informatiestroom bewust wordt verstoord, blijven de gevolgen niet beperkt tot individuele misvattingen. Ze hebben een directe impact op maatschappelijke stabiliteit en democratische processen.

Concrete voorbeelden tonen hoe breed dat probleem is. Zo circuleerden er recent valse video’s van zogenaamd verloederde Europese steden, met als doel polarisatie aan te wakkeren. Ook werd een AI-versie van de Belgische koning gebruikt in een phishingcampagne. Internationaal leidde desinformatie zelfs tot onrust, zoals bij rellen in het Britse Southport. Tijdens de coronapandemie beïnvloedde foutieve informatie bovendien de bereidheid van mensen om zich te laten vaccineren.

AI: oplossing én probleem

AI biedt duidelijke opportuniteiten in de strijd tegen desinformatie. Denk aan geautomatiseerde contentanalyse, factchecking, detectie van gemanipuleerde media en het opsporen van gecoördineerde beïnvloedingscampagnes. Dergelijke toepassingen versterken het werk van journalisten, onderzoekers en publieke instellingen en helpen om sneller in te grijpen wanneer informatie vervalst wordt.

Tegelijk maakt dezelfde technologie het eenvoudiger om misleidende content te produceren. Synthetische teksten, beelden en video’s worden steeds moeilijker te onderscheiden van authentieke bronnen. Dat maakt AI tot een tweesnijdend zwaard en legt een gedeelde verantwoordelijkheid bij technologiebedrijven, beleidsmakers en eindgebruikers. Bovendien is AI-output nooit volledig neutraal: ontwerpkeuzes, datasets en governance bepalen mee de uiteindelijke impact.

Onderwijs als sleutel

Volgens Ghiara blijft onderwijs de meest duurzame verdediging tegen desinformatie. Kritisch denken, mediageletterdheid en digitaal bewustzijn zijn essentieel om informatie correct te interpreteren en te gebruiken. Technologie kan daarbij ondersteunen, maar niet vervangen.

Digitale geletterdheid gaat verder dan technische vaardigheden alleen. Het betekent ook dat gebruikers bronnen kritisch kunnen evalueren, context begrijpen en inzicht hebben in hoe algoritmes werken. AI kan het onderwijs versterken via gepersonaliseerd leren en meer transparantie over digitale processen, maar moet steeds ingebed worden in een bredere pedagogische aanpak.

Naar een weerbare informatiesamenleving

De aanpak van desinformatie vraagt meer dan technologie of regelgeving alleen. Er is nood aan samenwerking tussen onderwijs, media, overheid en de technologiesector. Elk van die actoren speelt een rol in het versterken van betrouwbare informatieomgevingen.

ICT-bedrijven moeten inzetten op ethisch ontwerp, transparante systemen en sterke data-governance. Overheden moeten een duidelijk en open informatiebeleid voeren. Onderwijsinstellingen moeten digitale en mediageletterdheid structureel verankeren. Uiteindelijk draait het niet alleen om toegang tot informatie, maar om het vermogen van burgers om die informatie kritisch en doordacht te gebruiken.

Microsoft haalt GitHub AI-modellen weg uit studentenplan

Microsoft heeft een onderdeel van het GitHub Student Developer Pack aangepast. De toegang tot bepaalde AI-modellen via GitHub Models wordt verwijderd uit het gratis studentenplan. Dat zorgt voor discussie binnen onderwijs- en ontwikkelaarskringen.

Minder AI-tools voor studenten

GitHub Models gaf studenten toegang tot verschillende AI-modellen waarmee ze konden experimenteren binnen ontwikkelprojecten. De functie maakte het mogelijk om generatieve AI te integreren in applicaties zonder zelf een complexe infrastructuur op te zetten.

Volgens berichtgeving van The Register verdwijnt deze toegang nu uit het GitHub Student Developer Pack. Het pakket blijft bestaan, maar bepaalde AI-functionaliteiten worden niet langer inbegrepen.

Microsoft heeft geen uitgebreide verklaring gegeven over de reden achter de wijziging.

Impact voor onderwijs en studenten

Het GitHub Student Developer Pack wordt wereldwijd gebruikt door universiteiten en hogescholen om studenten toegang te geven tot professionele ontwikkeltools. Vooral in opleidingen rond softwareontwikkeling, data science en AI was de integratie met GitHub Models een handige manier om met generatieve AI te experimenteren.

Het wegvallen van deze functie kan betekenen dat studenten alternatieve platforms moeten gebruiken wanneer ze AI willen integreren in projecten.

Voor onderwijsinstellingen die GitHub intensief inzetten in hun curriculum kan dit ook gevolgen hebben voor bepaalde lesmodules rond AI-ontwikkeling.

Groei van AI zorgt voor kosten en keuzes

De beslissing past binnen een bredere trend waarbij technologiebedrijven hun AI-diensten herbekijken. Het draaien van grote taalmodellen brengt aanzienlijke infrastructuurkosten met zich mee. Bedrijven zoeken daarom naar manieren om gratis toegang te beperken of te differentiëren tussen gebruikersgroepen.

Voor studenten blijven er wel andere AI-tools beschikbaar via het GitHub-platform en via externe diensten.

AI blijft belangrijk in IT-opleidingen

Ondanks deze wijziging blijft AI een belangrijk onderdeel van IT-onderwijs. Steeds meer opleidingen integreren generatieve AI, machine learning en automatisering in hun curriculum.

De aanpassing bij GitHub toont echter dat toegang tot AI-platformen niet vanzelfsprekend is en dat onderwijsinstellingen soms afhankelijk blijven van de strategische keuzes van technologiebedrijven.

lees ook

Zes op tien Belgen gebruikten in 2025 een AI-chatbot, voornamelijk in onderwijs