“Het gaat niet alleen om het materiaal, maar ook om wat je ermee doet.” – Ann Jacobs

- Ilene Langen - 9 min

Na heel wat ICT-coördinatoren aan het woord te laten, is het nu de beurt aan directrice Ann Jacobs van Montessorischool Klimop in Gent. Zij vertelt ons waarom ze tien jaar geleden kozen voor iPads en hoe ze er nu mee aan de slag gaan.

Tien jaar geleden startte Montessorischool Klimop met zijn eigen Digisprong. Ann Jacobs, nu directrice maar toen nog ICT-coördinator, vertelt waarom het belangrijk is om vanuit een gedragen visie te starten en niet enkel naar de toestellen te kijken.

Montessori

Montessorionderwijs richt zich op drie pijlers: vredesopvoeding, kosmische opvoeding en emancipatorische opvoeding. Wat er voornamelijk in de kijker staat is respect, vertrouwen, verwondering, gelijkwaardigheid en zelfstandigheid.

“Een aantal jaren geleden hebben we gekeken hoe we technologie konden integreren met ons project”, geeft Ann aan. “We wilden de creativiteit bevorderen en de ouderbetrokkenheid vergroten.” Bovendien is personaliseren van leren en samenwerken erg belangrijk voor het team.

“We merkten dat er een duidelijke leerlijn moet zijn voor je kan starten. Daarom hebben we voor het digitaal portfolio Seesaw gekozen”, zegt Ann. Zowel de kleuters als de kinderen in de lagere school werken met het platform. Aan het einde van hun carrière kunnen ze dan ook terugkijken op een verzameling taken en werkjes die ze gemaakt hebben.

lees ook

Seesaw: het digitale platform om leerlingen, leerkrachten en ouders te verbinden

Niet alleen pret op de iPad

“Sinds 2012 gebruiken we ook enkel iPads in de klas.” Werken met één systeem is heel belangrijk voor Ann, naast het nascholen van leerkrachten en STEM als vast onderdeel in het curriculum van de derde graad. “iPads geven bovendien de mogelijkheid om creatief te zijn. Denk maar aan het maken van stopmotionfilmpjes of het ontwikkelen van eigen games.”

De leerkrachten zorgen ook voor digitale activiteiten die leerlingen op hun eigen tempo kunnen afwerken. Dat kan een oefening op de tablet zijn, maar ook projecten rond programmeren. “Met coderen zijn we al van in de kleuterklas bezig. We hebben bijvoorbeeld Bee-Bots en codeerapps maar ook kleurplaten met audio, zodat kinderen weten welke kleur ze moeten gebruiken.”

Leerlingen zijn tegenwoordig al heel vroeg weg met verschillende socialemediakanalen zoals Instagram en Snapchat. “Dat kan voor conflicten zorgen die tot in de klas of op de speelplaats komen. Daarom geven we ook lessen over cyberpesten en mediawijsheid.” Verder is er binnen Seesaw een functie waarbij de leerkracht de reacties van leerlingen eerst moet goedkeuren voor ze gepubliceerd worden. Zo leren ze wat kan en niet kan online.

Seesaw-platform

“Wat voor ons ook heel belangrijk is, is het verhogen van de ouderbetrokkenheid door digitale tools. We hebben namelijk veel anderstalige kinderen in de klas.” Dankzij Seesaw kunnen de leerkrachten zien welke ouders ze bereiken, wie er feedback heeft gegeven, maar worden ook de berichtjes van anderstalige ouders automatisch vertaald.

Wat voor ons heel belangrijk is, is het verhogen van de ouderbetrokkenheid door digitale tools.

Ann Jacobs, directie

Het platform lijkt een beetje op Facebook. Ouders kunnen het klasdagboek bekijken, maar ook de werkjes van hun eigen kind. In de kleuterschool worden deze door de leerkracht gepost, daarna door de leerlingen zelf.

“Het is handig om vanuit één platform te kunnen communiceren als school, al kan de leerkracht zelf ook nieuwsbrieven sturen. Bovendien is Seesaw gekoppeld aan onze website, waardoor we vanuit Seesaw gemakkelijk dingen kunnen uploaden”, voegt Ann er aan toe. De app kan ook op elk toestel geïnstalleerd worden, niet enkel op iPads.

Digitaal springen

“We zijn gestart met 10 iPads en hebben dan gekeken hoe we alles verder konden uitbouwen. We beheren nu alle toestellen met Jamf. Alle ouders zijn geconnecteerd van zodra ze de kinderen inschrijven en blijven gekoppeld tot de leerlingen de school verlaten.”

Op dit moment worden er al 126 iPads op school gebruikt. In elke klas van het vijfde en zesde leerjaar zijn er minstens 10 aanwezig. Deze zitten in zakken waardoor er makkelijk mee geschoven kan worden. “Ik vind het vooral belangrijk dat het materiaal aanwezig is en ook te allen tijde werkt”, zegt Ann.

Van ICT-coördinator tot directie

“Tot vorig jaar gaf ik enkele uren STEM en was ik ICT-coördinator, nu ben ik directie.” Het pakket van Ann is op dit moment verspreid over vier verschillende leerkrachten. Er is iemand die 2 uur aan pedagogische ICT in de kleuterklas besteedt en iemand die 4 uur in het lager onderwijs als technische ICT-coördinator werkt. Daarenboven geven twee leerkrachten STEM-vakken.

Ook is er een werkgroep Digisprong zodanig dat de expertise die er is, voldoende benut kan worden. “Op die manier kunnen we elkaar blijven inspireren. Het is namelijk de bedoeling om elkaar maandelijks onze best practices te tonen.”

Gedragen visie

“Je moet ook altijd starten met een groep mensen die de meerwaarde van het digitale inziet, zo blijft het gedragen”, zegt Ann. Gezien de school al meerdere jaren inzet op het digitale, had het team ook een groot voordeel tijdens de lockdown. “Iedereen kende het medium, waardoor het zowel voor ons als voor de ouders een makkelijke overstap was.”

Je moet altijd starten met een groep mensen die de meerwaarde van het digitale inziet, zo blijft het gedragen.

Ann Jacobs, directie

Om het ICT-beleidsplan op te stellen, hebben ze in kaart gebracht op welke bouwstenen ze wilden inzetten, al blijft het een werkdocument. Leerkrachten kunnen een iPad mee naar huis nemen, maar ook kiezen voor een laptop als ze dat graag willen. “We proberen wel met één partner te werken per toestel om alles eenduidig en simpel te houden.”

Professionalisering en netwerk

Daarnaast blijft professionalisering heel belangrijk. “Onze ICT-coördinator volgt op dit moment een opleiding tot mediacoach en we proberen ook prikkels te geven tijdens personeelsvergaderingen”, voegt Ann toe. “Via de werkgroep motiveren we de leerkrachten op de klasvloer.”

Ann geeft ook aan veel geïnvesteerd te hebben in het netwerk. “Het is belangrijk dat de wifi altijd werkt en leerlingen hun toestel kunnen gebruiken zonder problemen.” Een externe partner helpt bij grote moeilijkheden en de security. “Verder zijn er binnen de scholengemeenschap bijeenkomsten met ICT-coördinatoren waar we samen kunnen beslissen over aanbestedingen.”

Digisprong

De middelen van de Digisprong zal de school voornamelijk gebruiken om oudere toestellen te vervangen. “Die middelen zijn goed, maar dat is natuurlijk niet alles. Twee extra ICT-uren zijn niet veel als je honderden toestellen moet gaan inzetten”, geeft Ann aan. “Als het pedagogische zo weinig belang heeft, vind ik dat wel een gemiste kans.”

Ze geeft ook aan dat mensen met expertise deze moeten delen om het digitale verhaal levendig te houden. “Het gaat niet alleen om het materiaal, maar ook om wat je ermee doet. Daarom maken wij zelf uren vrij voor digitalisering.” Goed nadenken over de Digisprong is volgens Ann dan ook erg belangrijk, want over enkele jaren zullen er niet opnieuw zulke grote middelen komen.

lees ook

Doe slimmere tech-aankopen dankzij deze 6 tips


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.