How to tool-uurtjes helpen leerkrachten door EdTech-landschap

De onlinesessies zoomen in op één of meerdere tools van het i-Learnplatform. Omdat de tijd van leerkrachten kostbaar is, kiest i-Learn voor sessies van een uurtje die de leerkrachten op weg kunnen helpen bij het gebruik van een bepaalde tool.

In 2019 investeerde de Vlaamse overheid liefst 20 miljoen euro in i-Learn, het portaal waar leerkrachten lesmethoden en andere digitale tools kunnen vinden. Het platform biedt die leerkrachten intussen al meer dan 50 didactische tools aan. Toch weten scholen en leerkrachten vaak niet welke tool het best bij hun past, laat staan hoe ze er mee aan de slag moeten. Het is om die reden dat i-Learn de ‘How to tool-uurtjes’ in het leven heeft geroepen.

Korte hands-on sessies

“We kiezen voor korte hands-on sessies omdat de tijd van leerkrachten heel kostbaar is”, zegt Sarah Doumen, communicatieverantwoordelijke van i-Learn. “Nog te vaak merken we dat scholen en leerkrachten niet goed kunnen kiezen welke tools bij hun passen. Bovendien moeten ze er nog mee leren werken ook. Daarom willen we enkele tools voorstellen in praktische vormingen die ongeveer een uur duren.”

De eerste How to tool-uurtjes vonden al plaats en handelden over BookWidgets, Junior Einstein, InterNED en Boekies. I-Learn voorziet de komende weken sessies over:

  • DigiTAAL werkboek (7 februari)
  • La Digitale (10 februari)
  • Digitale Methode (27 februari)
  • AssesslentQ (28 februari)
  • Wezooz Academy & FTRPRF (2 maart)
  • Xnapda, Oefen.be & Schooltv (6 maart)
  • Elena, Rekentuin & TaalZee (13 maart)

De how to tool-uurtjes blijven niet beperkt tot bovenstaande lijst. Leerkrachten die zelf een voorstel hebben, kunnen het thema via dit formulier aankaarten bij i-Learn. Meer info over de sessies en de manier van inschrijven is terug te vinden via de website van i-Learn.

European Teacher Survey 2026: meer AI-gebruik, maar vraag naar bewijs blijft

Leerkrachten gebruiken AI vaker, maar blijven voorzichtig over de impact op leerresultaten. Dat blijkt uit de European Teacher Survey 2026 van Sanoma Learning, gebaseerd op antwoorden van meer dan 20.000 leerkrachten in veertien landen, waaronder meer dan 1.100 uit België. Ze vragen vooral educatieve AI die pedagogisch onderbouwd is en aansluit bij leerplannen en vertrouwde leermiddelen.

Sanoma Learning, het moederbedrijf van uitgever Van In, peilde opnieuw naar hoe leerkrachten technologie inzetten in het klaslokaal. De bevraging loopt sinds 2021 jaarlijks en de dataverzameling gebeurde door GfK, een bedrijf van NIQ.

Voor Vlaamse scholen en ICT-coördinatoren is vooral relevant hoe het vertrouwen in generatieve AI groeit, terwijl het draagvlak voor leerlinggebruik beperkt blijft. Dat spanningsveld bepaalt mee welke tools ingang vinden en onder welke voorwaarden.

Gebruik stijgt, vertrouwen ook, maar leerwinst is nog niet bewezen

Het aandeel leerkrachten dat AI gebruikt, steeg van negenenveertig procent naar drieënzestig procent in 2026. Ook het vertrouwen in generatieve AI nam toe: van achtentwintig procent naar tweeënveertig procent op één jaar tijd.

Tegelijk blijft het bewijs voor leerwinst beperkt in de perceptie van leerkrachten. Slechts zeventien procent denkt dat AI vandaag al een positieve impact heeft op leerresultaten, tegenover vijftien procent in 2023. Drie op de vier leerkrachten blijven bovendien bezorgd over risico’s voor de onderwijskwaliteit, en slechts één op de drie staat achter AI-gebruik door leerlingen op school.

Leerkrachten willen educatieve AI, niet een aangepast consumententool

Leerkrachten wijzen AI niet af, maar willen vooral betrouwbare tools die passen binnen didactiek en leerplan. Afhankelijk van het land vindt vijfenzeventig tot tweeënnegentig procent dat educatieve AI moet vertrekken vanuit pedagogische principes.

Ook in België ligt die lat hoog. In Vlaanderen noemt negenenzeventig procent het vrij tot zeer belangrijk dat AI-tools een pedagogische insteek hebben voor gebruik in de klas; in Wallonië gaat het om zesentachtig procent. Cristina Taroiu, Chief Strategy Officer bij Sanoma Learning, stelt dat leerkrachten vooral tijdswinst zien, maar nog niet overtuigd zijn van betere leerresultaten. Vicky Adriaensen, ceo van Van In, verwacht AI die de leraar concreet ondersteunt.

VRT bundelt podcast en EDUbox om online pesten in de klas te bespreken

De VRT schuift met de podcast ‘Niemand vindt u leuk’ en de EDUbox Online pesten nieuw lesmateriaal naar voren om (online) pestgedrag bespreekbaar te maken. In de podcast gaat Jacotte Brokken in gesprek met lotgenoten en werkt ze met psycholoog Lennart aan onverwerkte trauma’s. De EDUbox richt zich op secundair onderwijs en leert jongeren hoe ze als omstaander kunnen ingrijpen.

De VRT positioneert de podcast ‘Niemand vindt u leuk’ expliciet als instap om het thema pesten in de klas te openen. Brokken koppelt persoonlijke getuigenissen aan gesprekken met mensen die gelijkaardige ervaringen hadden, met aandacht voor de impact van pesten.

Daarnaast is er de EDUbox Online pesten, een interactief lespakket dat jongeren via video’s, theorie, klasgesprekken en een tool laat oefenen op reacties in concrete chatsituaties. De focus ligt op wat leerlingen kunnen doen wanneer ze pesterijen zien passeren.

Podcast als getuigenis en gespreksstarter

In ‘Niemand vindt u leuk’ onderzoekt Jacotte Brokken wat pesten met iemand doet. De podcast vertrekt vanuit haar eigen confrontatie met pestgedrag en volgt een zoektocht waarin ze, samen met haar psycholoog Lennart, onverwerkte trauma’s probeert aan te pakken.

De VRT schuift het format naar voren als hulpmiddel voor leerkrachten die pesten bespreekbaar willen maken in de klas. Door gesprekken met lotgenoten te combineren met een therapeutische invalshoek ligt het accent op herkenning, impact en het benoemen van ervaringen.

EDUbox Online pesten: omstaanders als sleutelfiguur

De EDUbox Online pesten richt zich op leerlingen secundair onderwijs en vertrekt van een vaststelling: jongeren komen dagelijks met online pesten in aanraking, bij zichzelf of in hun omgeving. Het pakket legt eerst het verschil uit tussen plagen en (online) pesten en introduceert verschillende vormen van online pesten.

Daarna zoomt de EDUbox in op de rol van omstaanders, die volgens het lespakket “de sleutel in handen” hebben om pestgedrag te stoppen. Expert Sabine Coppens van Kies kleur tegen pesten licht vijf strategieën toe: de vijf A’s van Sensoa. Leerlingen passen die toe via een interactieve tool met chatberichten waarbij ze zelf kiezen hoe ze ingrijpen.

Belgische onderwijsapp Wooclap neemt Vevox over voor wereldwijde uitbreiding

Wooclap kondigt de overname aan van zijn concurrent Vevox, een Brits platform voor interactieve participatie. Samen bedienen ze meer dan 1.000 hogeronderwijsinstellingen en opleidingsteams in bedrijven.

Wooclap, bekend als platform voor actief leren tijdens live lessen en trainingen, kondigt de overname van concurrent Vevox aan. Het Britse Vevox staat bekend om zijn oplossingen voor inclusieve participatie in het onderwijs en het bedrijfsleven. De fusie volgt op een investering van Impact Expansion in Wooclap, waarmee de internationale groeiambities worden ondersteund.

Deze samenwerking wil inspelen op de uitdagingen die artificiële intelligentie met zich meebrengt voor het onderwijs. Beide platformen focussen op het omzetten van passieve deelnemers in actieve, betrokken studenten en medewerkers. De combinatie van hun expertise legt de basis voor innovatie in het leerproces, zowel in het hoger onderwijs als in bedrijfsopleidingen.

Actief en inclusief leren

Wooclap heeft zich de voorbije jaren onderscheiden door actief leren te combineren met inzichten uit de neurowetenschappen en technologie. Het platform stimuleert participatie, kritisch denken en betere leerresultaten. Vevox focust op het motto ‘Value Every Voice’ en ontwikkelt participatie-ervaringen waarbij elke stem telt en iedereen gehoord wordt.

Door beide benaderingen te integreren, ontstaat volgens de bedrijven een krachtig uitgangspunt voor leerervaringen die actiever, inclusiever en effectiever zijn. De samengevoegde groep ondersteunt universiteiten zoals Duke University, Universiteit Gent, Tilburg University en Durham University, en werkt voor bedrijven als Deloitte, BP, De Lijn en Dior.

Netwerkgroei

De overname betekent niet alleen een combinatie van technologieën, maar ook het samenbrengen van twee internationale netwerken van docenten, trainers en onderwijsexperts. Dit maakt het mogelijk grootschalig onderzoek te doen naar best practices en beter in te spelen op de specifieke noden van verschillende disciplines. Klanten kunnen voorlopig beide platformen blijven gebruiken zoals ze gewend zijn.

Op termijn is het de ambitie om het beste van Wooclap en Vevox samen te brengen in een uniforme ervaring, waarbij gebruiksgemak en een diep begrip van de behoeften van gebruikers centraal staan.

Kenniscentrum Digisprong lanceert Bootcamps voor ICT-coördinatie op scholen

Het Kenniscentrum Digisprong start met Bootcamps om de ICT-competenties van schoolteams te versterken. Scholen kunnen zich gratis inschrijven voor een traject rond teamgerichte ICT-coördinatie, dat loopt van januari 2026 tot januari 2028.

Met de Bootcamps wil het Kenniscentrum Digisprong scholen helpen om hun ICT-beleid professioneler aan te pakken. Het kenniscentrum schrijft daarvoor overheidsopdrachten uit, waarna een externe partner het traject uitwerkt op basis van het DigCompEdu-raamwerk. Scholen die zich inschrijven, volgen zo een op maat gemaakt professionaliseringstraject zonder kostprijs.

Teamgerichte aanpak voor ICT-beleid

De eerste Bootcamps focussen op teamgerichte ICT-coördinatie op school. Scholen die willen deelnemen, bouwen een kernteam van vijf à zes personen uit, met daarin minstens een directielid of beleidsverantwoordelijke en een ICT-coördinator. Heeft een school meerdere campussen, dan voegt ze per campus minstens één extra kernteamlid toe aan de groep.

Het traject richt zich op scholen, scholengroepen en scholengemeenschappen uit het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Na inschrijving volgt eerst een intakegesprek, waarna geselecteerde teams effectief van start gaan.

Praktisch verloop en doelstellingen

Scholen kunnen zich tot eind oktober 2026 inschrijven. Wie geselecteerd wordt, start aan een traject van ongeveer tien maanden, met een tijdsbesteding van gemiddeld drie uur per maand. Tijdens dat traject wisselen online leeractiviteiten af met live of online groepsmomenten samen met andere deelnemende schoolteams.

Het traject moet twee concrete resultaten opleveren: een ICT-beleidsplan dat voldoet aan de vereisten van het Digiplan, en een teamgerichte aanpak van ICT-coördinatie met duidelijke taken en rollen voor de verschillende teamleden.

Doorlopend engagement

Naast de lopende Bootcamps stelt het Kenniscentrum Digisprong ook materiaal van voorbije edities beschikbaar. Scholen die niet meteen kunnen instappen in het nieuwe traject, kunnen zo toch aan de slag met eerder ontwikkelde inhoud rond ICT-professionalisering.

lees ook

Stappenplan naar teamgerichte ICT-coördinatie

Onderwijs blijft doelwit: 85% van ransomware-aanvallen mikt op identiteit

Uit het State of Ransomware in Education 2026-rapport van Sophos blijkt dat 85 procent van de ransomware-aanvallen tegen onderwijsinstellingen gebruikmaakt van technieken gericht op identiteit, zoals phishing en gestolen inloggegevens. Herstel na zo’n aanval kost onderwijsinstellingen gemiddeld 2,26 miljoen dollar en duurt vaak veel langer dan in andere sectoren.

Het cijfer van 85 procent overstijgt het cross-sectorale gemiddelde van 79 procent en toont aan hoe belangrijk identiteitsdiefstal blijft bij ransomware-incidenten in zowel lager als hoger onderwijs. Kwaadwillige e-mails vormen de belangrijkste technische oorzaak, goed voor 31 procent van de aanvallen in het lager onderwijs en 29 procent in het hoger onderwijs.

Identiteit als zwakke schakel

Liefst 77 procent van de organisaties in het hoger onderwijs en 71 procent in het lager onderwijs geeft aan dat hun ransomware-incident tegelijk hun belangrijkste identiteitsaanval was. Ross McKerchar, chief information security officer bij Sophos, stelt dat aanvallers geen koevoet meer nodig hebben als ze sleutels kunnen stelen, en dat AI de snelheid en schaal van dergelijke aanvallen verder vergroot.

Het aandeel lager onderwijsinstellingen met versleutelde data is jaar op jaar meer dan verdubbeld, van 29 procent in 2025 naar 61 procent in 2026. Over de hele sector leidde 58 procent van de aanvallen tot versleutelde data, al herstelt meer dan driekwart van de lager onderwijsinstellingen dankzij back-ups.

Trage hersteltijden en menselijke tol

Onderwijsinstellingen hebben dubbel zo vaak één tot drie maanden nodig voor volledig herstel dan het cross-sectorale gemiddelde. Lager onderwijs scoort het slechtst: 31 procent had minstens een maand nodig. De mediane losgeldeis bedraagt 775.200 dollar, hoger dan het gemiddelde van 698.000 dollar, ondanks een dalende trend.

De druk op teams neemt toe: 53 procent van de teams in het hoger onderwijs meldt meer druk van senior leiders, en 39 procent van de organisaties ziet personeel uitvallen door stress. Het onderzoek is gebaseerd op een bevraging van 226 IT- en securityleiders in 17 landen.

Vooruitblik

De cijfers wijzen op een structureel probleem: onderwijsinstellingen missen vaak de middelen en expertise om identiteitsgerichte aanvallen te detecteren. Sterkere identiteitscontroles en geïntegreerde detectie blijven cruciaal om toekomstige incidenten te beperken.

lees ook

Onderwijsinstellingen betalen na een hack meer losgeld dan aanvankelijk geëist

AI in het onderwijs vraagt om meer dan richtlijnen

Ruim één op de vier jongeren van 16 tot 24 jaar in de Europese Unie beschikt niet over digitale basisvaardigheden, blijkt uit cijfers van Eurostat over 2025. Dat is een ongemakkelijke constatering nu generatieve AI in hoog tempo onderdeel wordt van het studentenleven. Studenten gebruiken de technologie om informatie te verzamelen, teksten samen te vatten en te vertalen, te programmeren, ontwerpen te maken, samen te werken en zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De vraag is daarom niet langer óf AI in het hoger onderwijs thuishoort, maar of studenten voldoende worden voorbereid om de technologie verantwoord te gebruiken.

AI wordt onderdeel van leren op een vergelijkbare manier als het internet dat ooit werd: eerst als een externe tool, vervolgens als een vanzelfsprekende laag in het dagelijks onderwijs. Het verschil is de snelheid. Generatieve AI is laagdrempelig, breed beschikbaar en steeds vaker geïntegreerd in de tools die studenten al gebruiken. Een nieuw AI-geletterdheidskader van de Europese Commissie stelt dat 68 procent van de tieners al AI gebruikt, terwijl veel onderwijssystemen nog geen structurele aanpak hebben om AI in het onderwijs te integreren.

De kansen zijn aanzienlijk. Goed ingezet kan AI studenten helpen betere vragen te stellen, ideeën te testen, gerichte feedback te krijgen en onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te verkennen. Tegelijkertijd zijn de risico’s breder dan alleen plagiaat en academische integriteit. AI kan overtuigende maar onjuiste antwoorden produceren, vooroordelen versterken en studenten een vals gevoel van zekerheid geven. Ook is niet altijd duidelijk wat er gebeurt met persoonlijke gegevens, onderzoeksdata of vertrouwelijke informatie die studenten invoeren. Zonder duidelijke kaders kunnen studenten bovendien steeds meer delen van hun denkwerk uitbesteden, waardoor hun resultaten verbeteren zonder dat zij de lesstof daadwerkelijk beter begrijpen.

Combineer AI-geletterdheid met menselijke controle

Onderwijsinstellingen moeten AI-geletterdheid structureel opnemen in opleidingen, zodat studenten niet alleen leren AI te gebruiken, maar ook de beperkingen en risico’s begrijpen en uitkomsten kritisch kunnen beoordelen. AI-geletterdheid betekent meer dan weten hoe je een goede prompt schrijft. Studenten moeten leren wanneer een uitkomst betrouwbaar is, hoe zij bias en hallucinaties herkennen, hoe zij gegevens beschermen en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden.

Tegelijkertijd zijn duidelijke verantwoordelijkheden nodig. Bij toepassingen die invloed hebben op beoordelingen, studieadvies of studentenwelzijn moet een bevoegde professional eindverantwoordelijk blijven.

Begin niet bij de tool, maar bij het doel

Een goede aanpak begint niet met de vraag welke AI-tool een instelling wil gebruiken, maar met het onderwijsdoel dat zij ermee wil bereiken. Kan de technologie studenten sneller van gerichte feedback voorzien? Kan zij docenten ondersteunen bij routinematige werkzaamheden? En levert AI in dat specifieke geval daadwerkelijk meerwaarde op? Een kleinschalige pilot kan helpen om de onderwijswaarde, risico’s en ervaringen van studenten en docenten te beoordelen voordat een toepassing breder wordt ingevoerd.

Daarna zijn duidelijke en praktisch toepasbare afspraken nodig. Studenten moeten weten welke toepassingen zijn toegestaan, welke gegevens zij niet mogen invoeren en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen toepassingen met een relatief laag risico, zoals hulp bij brainstormen, en toepassingen die gevolgen kunnen hebben voor beoordelingen, studieadvies of welzijn. Hoe groter de mogelijke impact op een student, hoe belangrijker menselijke controle wordt.

Ook de manier waarop studenten worden geëvalueerd, vraagt in dit veranderende landschap om herziening. Zo schrapt Hogeschool Odisee vanaf het academiejaar 2026-2027 de bachelor- en graduaatsproef uit haar opleidingen, omdat dergelijke opdrachten door de opkomst van grote taalmodellen minder uitdagend zijn geworden. In de plaats komen meer praktijkgerichte eindopdrachten, waarbij studenten hun kennis en beoordelingsvermogen in een concrete context moeten toepassen.

AI-geletterdheid wordt een basisvaardigheid op de arbeidsmarkt

De relevantie van AI-geletterdheid stopt niet bij het hoger onderwijs. Studenten bereiden zich voor op een arbeidsmarkt waarin AI steeds vaker onderdeel is van onderzoek, analyse, communicatie en creatieve processen, maar ook Belgische bedrijven maken hier steeds vaker gebruik van. In 2025 gebruikte 34,5 procent van de Belgische bedrijven met tien of meer werknemers ten minste één AI-technologie, tegenover 20 procent gemiddeld in de Europese Unie, volgens Statbel en Eurostat. AI-geletterdheid wordt daarmee een bredere basisvaardigheid, naast communicatie, onderzoek, digitale vaardigheden en kritisch denken.

Vertrouwen en beoordelingsvermogen zijn doorslaggevend

Regels alleen zijn echter niet voldoende. Studenten moeten leren de technologie kritisch te bevragen, de beperkingen ervan te begrijpen en te herkennen wanneer menselijk oordeel het belangrijkst is. De AI-campus moet daarom niet worden gedefinieerd door het aantal beschikbare toepassingen, maar door wat studenten ermee leren.

De studenten die straks vooroplopen, zijn niet degenen die AI het vaakst inzetten. Het zijn degenen die weten wanneer een uitkomst bruikbaar is, wanneer deze ter discussie moet worden gesteld, hoe zij AI kunnen inzetten om nieuwe ideeën te ontwikkelen en wanneer hun eigen oordeel doorslaggevend moet blijven. De AI-campus is er al. De vraag is of studenten worden uitgerust om er richting aan te geven.


Dit is een ingezonden bijdrage van Nele Vervenne, Field Product Manager bij Dell Technologies. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.

StudyChat helpt intussen meer dan 10.000 scholieren bij studiekeuze

StudyChat, het studiekeuze-initiatief van de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA), bereikte vorig schooljaar meer dan 10.000 leerlingen uit het secundair onderwijs. Het platform biedt infosessies, workshops en klasgesprekken aan om scholieren te helpen bij hun keuze voor hoger onderwijs of de arbeidsmarkt.

Voor veel laatstejaars in het secundair onderwijs is de studiekeuze geen sinecure. Het aanbod aan opleidingen is groot en scholen hebben niet altijd de middelen om uitgebreide begeleiding te voorzien. StudyChat, zeven jaar geleden opgericht door de AUHA, springt in dat gat en groeide uit tot een vaste waarde in de studiekeuzebegeleiding in de regio Antwerpen.

Van 3.000 naar meer dan 10.000 leerlingen

In het eerste werkingsjaar, schooljaar 2019-2020, bereikte StudyChat iets meer dan 3.000 leerlingen. Dat aantal is intussen meer dan verdrievoudigd: afgelopen schooljaar deden 10.670 scholieren een beroep op het initiatief. Onder hen Marthe Jacobs, die na de richting Moderne Talen-Wetenschappen twijfelde tussen een STEM-opleiding en een taalgerichte studie.

Een klasgesprek, begeleid door StudyChat, hielp haar over de streep. Ze leerde er onder meer hoe het hoger onderwijs functioneert, van examens tot studiepunten en lessenroosters. Die kennis nam de onzekerheid weg en gaf haar de rust om uiteindelijk te kiezen voor de bachelor taal- en letterkunde Engels en theater-, film- en literatuurwetenschap aan de Universiteit Antwerpen.

Twijfels door AI

De opmars van artificiële intelligentie zorgt volgens StudyChat voor extra twijfel bij scholieren. Aicha Lannoo, projectcoördinator van StudyChat, merkt dat doemberichten op sociale media leerlingen doen afvragen of verder studeren nog zinvol is. Ze benadrukt dat niet alles wat online circuleert klopt en dat angst een slechte raadgever is bij het maken van zo’n belangrijke beslissing.

Herman Van Goethem, voorzitter van de AUHA, wijst erop dat hoger onderwijs relevant blijft, ook in een snel veranderende technologische context. Een studie scherpt volgens hem het denken aan, verbreedt de horizon en levert kennis en vaardigheden op die later in de loopbaan van pas komen.

Blijvende nood aan begeleiding

Het groeiende aantal leerlingen dat StudyChat weet te bereiken, toont dat er nood is aan laagdrempelige studiekeuzebegeleiding. Met de toenemende onzekerheid rond AI en de arbeidsmarkt lijkt die vraag de komende jaren enkel toe te nemen.

Delaware leert 44 kinderen omgaan met AI en cybersecurity in Gent

Meer dan 44 kinderen tussen de acht en twaalf jaar oud krijgen bij het Gentse hoofdkantoor van Delaware een speelse kennismaking met artificiële intelligentie, cybersecurity en veilig digitaal gedrag. De workshop leert hen phishing herkennen, nadenken over sterke wachtwoorden en bewust omgaan met AI.

De timing is niet toevallig: met de zomervakantie in zicht brengen kinderen meer tijd online door. Uit onderzoek van professor Steven Van Belleghem blijkt dat een kwart van de kinderen tools zoals ChatGPT of Gemini inzet als een soort persoonlijke therapeut, om hun hart te luchten of advies te vragen.

Cyber Hero Challenge als blikvanger

De workshop is opgebouwd als een interactieve namiddag vol opdrachten en korte sessies. Begeleid door medewerkers van Delaware gaan de kinderen zelf aan de slag met digitale uitdagingen. Een centraal onderdeel is de “Cyber Hero Challenge”, waarin ze leren hoe ze phishing herkennen, veilige wachtwoorden aanmaken en zichzelf beschermen tegen online risico’s.

Evelien Vanhooren, partner bij Delaware Belux, legt uit dat digitale weerbaarheid niet pas op de werkvloer begint. Kinderen komen vandaag al vroeg in contact met AI, apps en online gevaren, vaak zonder het zelf te beseffen. De workshop wil hen op een positieve manier tonen hoe ze technologie veilig en kritisch kunnen gebruiken.

Praktische tips voor thuis

Naast de uitdagingen krijgen de kinderen vijf concrete tips mee. Ze leren nooit hun wachtwoord te delen, geen persoonlijke informatie zoals naam of adres online te zetten, en hun gevoel te vertrouwen wanneer iets vreemd aanvoelt. Ook het belang van open communicatie met ouders of leerkrachten bij ongemakkelijke situaties online komt aan bod.

Eerste editie in een breder engagement

Deze eerste editie in Gent past volgens Delaware binnen een breder engagement om digitale vaardigheden laagdrempelig dichter bij de volgende generatie te brengen. Het bedrijf wil tegelijk aantonen dat IT creatief, toegankelijk en leuk kan zijn voor jonge gebruikers.

lees ook

Bedrijven en scholen bundelen krachten voor veilig internetgebruik bij kinderen

De Liereling behaalt de eerste Digital Schools Award in de Benelux: robots, Chromebooks en een plan

Basisschool De Liereling in het Westland (Nederland) mag zich voortaan de allereerste Digital School van de Benelux noemen binnen het DSA-programma. WorkMyWay zakte af naar de feestelijke uitreiking en zag hoe leerlingen tussen Chromebooks, VR-brillen en zelfgebouwde robots een Europese award binnenhaalden.

In een kakelverse school in een al even verse nieuwbouwwijk verzamelt zich op een doordeweekse ochtend een opvallend gezelschap. Naast leerkrachten en kinderen schuiven ook de kersverse wethouder van Westland, iemand van het ministerie van Onderwijs en vertegenwoordigers van HP, AMD, Cloudwise en de Eduwinkel aan.

Waarom? De Liereling is de eerste school in de Benelux die het label ‘Digital School’ binnen dit programma binnenrijft. De award is een Europese erkenning voor scholen die hun digitale basis op orde hebben. Ceremoniemeester Linda Krul, die het programma naar Nederland en Vlaanderen haalde, vat de visie, de professionalisering van leerkrachten en de infrastructuur samen. Wat houdt die award nu precies in?

Wat zijn de Digital Schools Awards?

De Digital Schools Awards draaien al sinds 2015 in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, waar intussen meer dan 4200 scholen en meer dan een miljoen leerlingen het traject doorliepen. Achter het programma zit een onafhankelijke non-profitorganisatie met thuisbasis Ierland en dit programma wordt gesupport door ondermeer AMD en HP.

Foto: Dintell Productions

Het idee is even eenvoudig als ambitieus: scholen erkennen, stimuleren en ondersteunen die technologie slim en planmatig inzetten voor beter onderwijs. Het vertrekpunt is geen prijzenkast, maar een spiegel. Deelnemende scholen starten met een zelfevaluatie via SELFIE, de tool van de Europese Commissie, en werken van daaruit aan een verbeterplan rond visie, professionalisering en infrastructuur.

Pas wanneer dat staat, kan een school zich kandidaat stellen voor validatie. Chipfabrikant AMD stapte als industriepartner mee aan boord om het programma over heel Europa uit te rollen, en ook de Europese Unie legde via Erasmus+ mee geld op de tafel.

HP-vertegenwoordiger Herbert Wormgoor schetst de dubbele rol van zijn bedrijf: “Vanuit educatie heeft HP eigenlijk twee petten. Enerzijds leveren we de technologie, Daarnaast willen we vanuit die rol ook bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijs.”

“Het programma is geen extra last boven op het bestaande werk. Het is niet on top, maar het is juist een kanaliseren van waar je mee bezig bent, alleen wat gerichter.”

Foto: Dintell Productions

In de Benelux staat de teller op zo’n dertig aangemelde scholen, een vijftiental in Nederland (waarvan een in Aruba) en 13 in België. Het initiatief ging begin dit jaar van start. De Liereling is de allereerste die effectief gecertificeerd raakt. Daarmee is de school meteen het uithangbord van een programma dat in de Benelux nog aan zijn reis start.

Leerlingen aan het woord

Wie wil weten of de digitale basis echt op orde is, kan het beter aan de kinderen vragen dan aan de brochures. En die kinderen zijn verfrissend eerlijk. Rekenen, taal, en spelling gaan tegenwoordig grotendeels via het scherm, en daar zijn ze niet rouwig om. “Papier is saai”, zegt een leerling van De Liereling.

Of het mooie handschrift daar niet onder lijdt? Een eerlijke “nee” volgt, met een grijns. Maar de leerlingen doen veel meer dan typen alleen. Ze vertellen honderduit over de LEGO League, het ICT-circuit, VR-brillen en robotjes.

Papier is saai!

Leerling van De Liereling

Ook mediawijsheid zit er al stevig in. Informatie zoeken ze niet meer in de bibliotheek maar op de Chromebook. “We weten dat niet alles wat Google toont automatisch klopt”, zegt een leerling. Hoe ze dat checken? “Meerdere sites bezoeken”, antwoordt een leerling laconiek. Bronnenkritiek op de basisschool: precies waar het bij die digitale basis om draait.

Zichtbaar trots

Ook de gemeente kwam haar trots tonen. Dave van Koppen is sinds amper drie weken wethouder van Onderwijs in Westland, maar stond tot voor kort zelf als meester voor groep acht. Hij weet hoeveel werk er kruipt in het combineren van spelling, rekenen én digitale vaardigheden.

Om te tonen hoe diep digitalisering inmiddels zit, deelde hij twee anekdotes. In twaalf jaar voor de klas verzamelde hij naar eigen zeggen zo’n 22.000 mails in zijn mailbox. En zijn opa van 93 leerde hij ooit werken met Google Earth: “er ging een wereld voor hem open,” want plots kon hij terug naar alle plekken waar hij ooit op vakantie was geweest.

Foto: Dintell Productions

Dat digitale vaardigheden geen luxe zijn, illustreert hij met de eigen streek. Westland is tuinbouwgemeente bij uitstek, en tuinders regelen vandaag water, licht en warmte gewoon via hun telefoon. “Een zaadje in de grond gooien en wat water geven” volstaat al lang niet meer. Ook in een serre draait alles op technologie. Dat de basis daarvoor hier op school wordt gelegd, maakt hem zichtbaar trots.

HP en AMD

Voor HP en AMD is De Liereling meer dan een logo op een banner. Tijdens de ceremonie met betrokkenen, leraren en kinderen windt Herbert Wormgoor van HP er geen doekjes om wat het moment voor hem betekent: “Dit is het leukste wat ik doe deze hele maand.” Niet omdat de school met HP-spullen werkt, benadrukt hij, maar omdat je ziet wat deze school heeft bereikt, het enthousiasme ziet van de kinderen. Dat de digital school awards daar aan hebben kunnen bijdragen is geweldig.

Foto: Dintell Productions

Namens AMD bedankte Dominique Raijmann het schoolbestuur, de leerkrachten en bovenal de leerlingen. Zij plaatste de award in een groter plaatje: “Vanuit AMD lossen we hele moeilijke problemen in de wereld op met onze producten. Daarvoor heb je altijd mensen nodig. De leerlingen van vandaag zijn met andere woorden de probleemoplossers van morgen.”

Robots bouwen en programmeren

Een award uitreiken is leuk, maar de echte hoofdrol voor de leerlingen was deze ochtend weggelegd voor een doos vol losse onderdelen. Klaas Kuperus van de Eduwinkel pakte voor de gelegenheid een dozijn 3D-geprinte robotjes uit, die de kinderen in groepjes helemaal zelf in elkaar mochten schroeven.

De leerlingen sluiten kabels aan en zetten alle sensoren en motoren op de juiste plek. Het resultaat: een robot met een ultrasoonsensor die obstakels ziet, twee lijnvolgsensoren, twee motoren en een LED-ring bovenop. Wie de meegeleverde kleuren grijs en blauw maar niets vindt, print het frame gewoon in een eigen kleur met de 3D-printer op school. Je kan de robots programmeren, maar na een uur bouwen is daar geen tijd meer voor. “Volgende week”, zegt de leerkracht vol enthousiasme.

Het mooie aan die aanpak: de robots gaan na de les weer uit elkaar, zodat een volgende groep opnieuw kan bouwen. Bewust gekozen, vertelt Kuperus. “Hiermee laat je kinderen niet alleen programmeren, maar technologie ook echt beleven. Mét handen aan de schroevendraaier.”

Geen eindpunt, maar een beginpunt

Directeur Esther Malestein-Bultink nam de award, het certificaat en een bos bloemen in ontvangst. Ze kondigde meteen aan waar het bord komt te hangen: “Bij de voordeur, zodat mensen die bij ons aanbellen meteen weten dat wij deze award hebben.” Tegelijk relativeert ze de prijs ook fijntjes: zonder de kinderen, de leerkrachten én de ouders was die er nooit gekomen.

Dat de digitale wereld razendsnel verandert, beseft ze als geen ander. Soms zijn de leerlingen hun juf gewoon voor: “Even dat op Snapchat, juf — ja, dat je dat nou niet begrijpt, dat snap ik niet hoor.” Het houdt het team scherp, lacht ze, want ook leerkrachten moeten in beweging blijven. Zeker nu artificiële intelligentie er in een razend tempo bijkomt.

En zo eindigt een award-ceremonie eigenlijk niet met een eindstreep, maar met een startschot. Dominique Raijmann van AMD verwoordde het misschien wel het mooist: “Laat het niet een eindpunt zijn, maar juist een beginpunt om een nieuwe reis te maken. Om te gaan leiden, te innoveren en te creëren, met z’n allen.” En daarna werden de leerlingen getrakteerd op een ijsje om de dag compleet te maken.

Prowise All-in-One PC combineert tablet en computer voor de klas

Prowise brengt een all-in-one pc op de markt die speciaal is ontwikkeld voor gebruik in het onderwijs. Het toestel werkt zowel als computer als als tablet, heeft een batterijduur van zes uur en een 21,5 inch touchscreen met tien aanraakpunten.

De Prowise All-in-One PC richt zich op leerkrachten die flexibel willen werken in de klas. Het toestel draait op een Intel Core i5-12500H processor, beschikt over 8 GB DDR4-geheugen en 256 GB opslag. Windows 11 en Microsoft Office 365 zijn vooraf geïnstalleerd, mede dankzij het Microsoft Gold Partnership van Prowise.

Touchtafel en digibord in één workflow

In tabletstand functioneert het toestel als een touchtafel waarrond leerlingen in groepjes kunnen samenwerken. Via de tien aanraakpunten werken meerdere leerlingen tegelijk aan dezelfde opdracht, zoals een mindmap of een rekenrace in Prowise Presenter. Het grote scherm zorgt ervoor dat iedereen mee kan volgen.

Via Prowise Presenter maakt het toestel ook verbinding met het digibord in de klas. Zo kunnen leerkrachten opdrachten versturen naar individuele leerlingen of resultaten klassikaal bespreken, terwijl ze tegelijk op meerdere apparaten werken.

Camera, microfoon en hygiëne

Voor video-opnames of digitaal vergaderen beschikt het toestel over een microfoonarray en een camera van 13 megapixel. Een schuifbare webcamcover biedt extra privacy wanneer de camera niet in gebruik is. De speakercover heeft een antibacteriële coating, wat hygiëne in de klas ten goede komt.

Garantie en uitbreidingsopties

Prowise levert de All-in-One PC standaard met één jaar garantie via een pick-up en return-service. Scholen kunnen de garantie optioneel uitbreiden naar twee of drie jaar. Dat maakt het toestel ook op langere termijn inzetbaar binnen een schoolomgeving.

Dassault Systèmes lanceert 16e editie van AAKRUTI-wedstrijd voor studenten

Dassault Systèmes kondigt de 16e editie aan van de AAKRUTI Innovation Competition, een jaarlijkse ontwerpwedstrijd voor studenten wereldwijd. Dit jaar ligt de focus op robotica, gezondheidszorg, mobiliteit en lokale gemeenschapsproblemen, met een totaalpakket aan prijzen en licenties ter waarde van bijna één miljoen dollar.

Sinds de start namen al meer dan 75.000 studenten uit meer dan 1.000 instellingen in 37 landen deel aan de wedstrijd. De editie 2026-27 bouwt verder op die globale schaal en introduceert nieuwe thema’s en uitgebreidere beloningen voor deelnemers.

Vier thema’s en hogere prijzen

De wedstrijd draait dit jaar rond vier centrale thema’s: robotica, lokale gemeenschapsproblemen, gezondheidsinnovatie en mobiliteit. Studenten werken met de 3DEXPERIENCE-software en SOLIDWORKS van Dassault Systèmes om oplossingen te ontwerpen voor reële uitdagingen. De nadruk ligt op ontwerpdenken en meetbare impact.

De totale geldprijzen bedragen 20.000 dollar, aangevuld met SOLIDWORKS-licenties. Alle deelnemers krijgen toegang tot certificeringen zoals CSWA en CSWP. In de vorige editie werden meer dan 2.000 certificeringen uitgereikt, goed voor een opleidingswaarde van bijna 396.000 dollar. Op jaarbasis bereikt het totaalpakket aan licenties, certificeringen en prijzen bijna één miljoen dollar.

Finale op wereldevenement in Nashville

De wedstrijd sluit af met een wereldfinale tijdens 3DEXPERIENCE World 2027 in Nashville. Finalisten krijgen er de kans hun ontwerpen voor te stellen aan een internationaal publiek van professionals en experts uit de industrie.

Suchit Jain, vicepresident strategie bij Dassault Systèmes, benadrukt dat AAKRUTI is uitgegroeid van een klein initiatief tot een wereldwijde beweging. Vijfhonderd alumni werken inmiddels bij grote internationale organisaties, wat de relevantie van het programma voor de arbeidsmarkt aantoont.

lees ook

Meet the Expert: brug tussen bedrijven en leerkrachten versterkt STEM-onderwijs