Ben Weyts breidt Excellentiefonds uit

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) maakt extra middelen vrij voor het Excellentiefonds zodat er nog meer projecten ondersteund kunnen worden om leerlingen extra uit te dagen. Dat nieuws raakte bekend bij de start van de EdTechbeurs Sett, waar Weyts een blitsbezoek bracht.

Concreet stijgt het budget voor het Excellentiefonds nu naar 2 miljoen euro, een half miljoen méér dan toen het fonds vorig jaar werd opgericht. De bedoeling was om bijvoorbeeld meer olympiades en schoolwedstrijden te organiseren, want die halen het beste boven in leerlingen, luidt het persbericht. Daarbij lag de focus op het technisch en beroepsonderwijs, omdat bestaande wedstrijden vaak geënt zijn op het algemeen secundair onderwijs.

Interesse uit verschillende velden

Scholen, maar ook bedrijven en andere organisaties, toonden het voorbije jaar veel interesse in het Excellentiefonds. Wegens succes wordt het fonds nu dus uitgebreid. “Excellentie is géén vies woord”, vindt Vlaams minister Ben Weyts. Hij bracht woensdag een kort bezoek aan Sett in Mechelen. “We moeten excelleren net aanmoedigen en belonen. Ook in het BSO en TSO is er een grote drang om uit te blinken. Met deze extra middelen willen we dat maximaal ondersteunen”.

Minister Ben Weyts (midden) met Bart Somers (rechts) bij de start van Sett Vlaanderen in Mechelen. Foto: EasyFairs, Thomas Geuens.

Schoolwedstrijden en olympiades zijn vandaag vaak versnipperd of relatief bescheiden en doorgaans vooral gericht op het ASO. Daarom riep de minister vorig jaar een nieuw ‘Excellentiefonds’ in het leven om zeker ook leerlingen van technische en beroepsscholen extra uit te dagen. Weyts maakte 1,5 miljoen euro vrij, waarmee dit schooljaar 15 projecten worden ondersteund. Door onverhoopt grote belangstelling vanuit scholen, bedrijven en andere organisaties zijn er nog veel meer projecten ingediend voor steun uit het Excellentiefonds.

Verhoging van middelen

Weyts verhoogt de middelen naar 2 miljoen euro. Zo wil de minister nog meer kwaliteitsvolle wedstrijden voor het TSO en BSO organiseren in heel Vlaanderen. Eén van de projecten van huidig schooljaar is bijvoorbeeld WOOD SKILLS, waarbij leerlingen uit de richtingen hout(technieken) of schrijnwerkerij worden uitgedaagd om bijvoorbeeld milieuvriendelijke meubels te ontwerpen of met recyclagemateriaal aan de slag te gaan.

lees ook

Excellentiefonds steunt voor het eerst ambitieuze projecten

Er is ook Whizzkids: ICT-wedstrijden gericht op het testen van de online vaardigheden van leerlingen. Horeca Vlaanderen gaat dan weer ‘EersteKlas’ organiseren waarbij leerlingen horeca en voeding een hotel of grootkeuken kunnen overnemen. Maar er zit nog veel meer ambitie in ons BSO en TSO en elk nieuw project versterkt de uitstraling van het arbeidsmarktgericht onderwijs. Scholen, bedrijven, beroepsfederaties en andere organisaties krijgen nu tot en met 25 maart de tijd om een project in te dienen bij het Excellentiefonds.

Startvideo Kenniscentrum Digisprong brengt DigCompEdukader in beeld

Het DigCompEdukader, ook wel gekend als het Digital Competence Framework for Educators, maakt duidelijk voor leerkrachten wat het in deze tijd betekent om digitaal vaardig te zijn. Om dit referentiekader overzichtelijk in beeld te brengen, zet Kenniscentrum Digisprong DigCompEdu maandelijks in de kijker.

Leerkrachten moeten zich tegenwoordig aan een hoog tempo bijscholen om de digitale versnelling in het onderwijs bij te kunnen houden. De lijst van competenties waarover een leerkracht moet beschikken, wordt dan ook steeds langer.

DigCompEdukader

Het DigCompEdukader of het Digital Competence Framework for Educators probeert al deze competenties in kaart te brengen. Op die manier weten leerkrachten – van alle onderwijsniveaus – wat er vandaag de dag van hen verwacht wordt op digitaal vlak.

Het raamwerk is ontstaan vanuit Europees onderzoek en focust zowel op de leerkrachten als op de leerlingen. Want een leerkracht moet namelijk ook weten welke digitale competenties leerlingen dienen te ontwikkelen.

Domeinen en competenties

Het kader bestaat uit 6 overkoepelende domeinen en 24 competenties.

Bron: KlasCement

Het oranje taartstukje verwijst naar professioneel engagement waarin technologie ondersteuning biedt in professionalisering. Daarnaast focust het groene domein ‘digitale bronnen’ op het kunnen gebruiken, vinden, creëren en delen van digitaal lesmateriaal.

De twee blauwe domeinen in het midden staan voor ‘lesgeven en leren’ en ‘evalueren’. Hier gaat het vooral over het gebruik van digitale tools tijdens de les en het digitaal afnemen van toetsen. Verder staat het paarse taartstukje voor het ondersteunen van de leerlingen met digitale tools. Het zesde en laatste domein focust op het aanleren van digitale competenties van leerlingen.

lees ook

Kenniscentrum Digisprong publiceert visietekst over gebruik AI

Startvideo

Als leerkracht kan je dankzij het framework ingedeeld worden volgens verschillende vaardigheidsniveaus. Je hebt zowel de nieuwkomers met weinig ervaring als de pioniers die zelf reeds expert en rolmodel zijn op digitaal vlak. Daartussen vind je nog de ontdekkingsreizigers, gebruikers, deskundigen en de leiders.

Het Kenniscentrum Digisprong zal de komende maanden het referentiekader in de kijker zetten. Te beginnen met een korte video waarin leerkrachten kennis maken met de 24 competenties, onderverdeeld in zes domeinen. De nadruk van het kader ligt niet op wat de leerkracht technisch kan, maar vooral hoe die zijn/haar onderwijspraktijk kan verrijken door digitale technologieën te gebruiken.

De video kan je bekijken via dit kanaal en de website van Kenniscentrum Digisprong.

Prijs en levensduur prioriteit bij aankoop digitaal bord

© Twycer / www.twycer.nl

“Toestellen moeten vooral langer meegaan dan de garantie”

De digitalisering van het onderwijs kreeg met Digisprong een boost, voornamelijk met investeringen in laptops en tablets. Schoolit, CTOUCH en Marcelis brachten zes experts uit het onderwijsveld rond de tafel om te praten over het nut en de rol van digitale, interactieve borden in het klaslokaal. In dit derde en laatste deel komen duurzaamheid, veiligheid en een blik op de toekomst aan bod.


Dit artikel is het eerste stuk in een driedelige reeks rond digitale borden. Je vindt alle artikelen terug op deze themapagina.


Panel: Bertien Boon (ICT-coördinator TA Halle), Filip De Pril (directeur ICT GO! Scholengroep Brussel), Joost Dendooven (pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Peter De Deyn (IT-adviseur scholen Broeders van Liefde), Louise Van Lint (verantwoordelijke Google for Education Be-Lux), Rhys Duindam (innovation manager CTOUCH).

Wanneer scholen beslissen om te investeren in een digitaal, hoogtechnologisch bord dan is het logisch dat er heel wat verwachtingen zijn gekoppeld aan het apparaat. De meerwaarde van een digitaal bord bespraken we al met het panel. Er zijn ook verwachtingen op vlak van duurzaamheid, gebruiksgemak en, niet onbelangrijk voor de ICT-coördinator, veiligheid. “Het is belangrijk om te voorkomen dat er overal data kan worden achtergelaten”, stelt Bertien Boon.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is een rekbaar begrip. Wat verstaan ICT-coördinatoren en pedagogische begeleiders onder die term? “Dat het langer leeft dan de garantietermijn, is al een goed begin. En ook dat er geen herstellingen nodig zijn”, vindt Joost Dendooven. “Dat geldt ook voor andere toestellen in scholen. Het is frustrerend wanneer een toestel vaak vastloopt of een herstelling nodig heeft. De toestellen moeten stabiel zijn, en het liefst nog weinig kosten vragen ook.”

“Een belangrijke factor voor een langere levensduur is de uniformiteit, het ecosysteem dat achter borden zit”, vult Peter De Deyn aan. “Het maakt niet uit of dat Google, Apple of Microsoft is. Wanneer leerkrachten gewoon zijn om met hetzelfde systeem te werken, dan zullen ze gemakkelijker overschakelen naar andere borden. Het is een uniformiteit die je als school de leerkrachten kan aanbieden.”

Bully proof

Wat je als school wil vermijden is dat leerlingen, bewust of onbewust, instellingen veranderen of bepaalde, weinig educatieve zaken uitspoken met het digitale bord. De monkellachjes bij de tafelgasten verraden dat  er wel al eens iets in die richting is fout gelopen. “In principe mogen de leerlingen niet aan de instellingen kunnen”, zegt Filip De Pril. “Bij ons worden borden ook in een MDM (Mobile device management) gezet. Op die manier kunnen we eenvoudig zaken afschermen.”

© Twycer / www.twycer.nl

Voor ons is het ook belangrijk dat de schermen ‘bully proof’ zijn, dat ze tegen een flinke stoot kunnen”, haalt Peter De Deyn aan. “In principe zou je met een hamer tegen het scherm mogen stoten. Misschien moeten we dat na het gesprek eens proberen?” De hamer bleef uiteindelijk in de gereedschapstas van de RWDM-klusjesman. Het panel stelde zich tevreden met de uitleg van Rhys Duindam die zei dat hij in het CTOUCH-depot ooit een ferme tik mocht geven op het glas, met enkel een kleine kras als resultaat.”

Circulaire IT

Uit het gesprek valt af te leiden dat scholen voornamelijk kijken naar de levensduur van toestellen. “Circulaire IT in scholen omvat een toestel aankopen en tot op de draad verslijten”, geeft Peter De Deyn toe. “Onze afgedankte toestellen brengen we naar een beschermde werkplaats waar verschillende componenten uit worden gehaald.” Filip De Pril noemt het ‘de derde leeftijd’. “Bij ons worden nog heel wat toestellen op dat moment overgekocht door de leerlingen”, geeft Bertien Boon mee.

Volgens Filip De Pril houden scholen nog te weinig rekening met de ‘total cost of ownership’, wat de impact van een toestel is over de volledige levensduur. “Bij een aankoop hoort altijd een marktonderzoek en de prioriteiten liggen eenvoudigweg bij prijs, opleiding en levensduur. Het ‘as a service’-verhaal neemt ook een steeds groter plaats in. Op die manier moet je als school niet meteen het volledige bedrag op tafel leggen.”

Refurbished ongekend

Een onderdeel van het duurzaamheidsverhaal in de technologie is het aanbieden van refurbished-toestellen. Zowel online als bij retailers zijn tweedehands smartphones, tv’s, etc. te verkrijgen. Rhys Duindam wil weten of die trend ook bij digitale borden is waar te nemen. Zijn perceptie is eerder dat scholen kiezen voor nieuwe toestellen. “Eerlijk, ik heb die tweedehandstoestellen nog niet aangeboden gekregen”, repliceert Peter De Deyn.

“Wij hebben er ook nog niet over gedacht”, gaat Filip De Pril verder. “De vraag is in welke staat die toestellen zich bevinden, ook al zullen er ongetwijfeld garanties aan zijn verbonden. Je mag niet vergeten dat die toestellen dagelijks ongeveer acht uur draaien. Wij geven onze toestellen ook niet meer weg. Eens ze van de klasmuur worden gehaald, dan zijn die borden helemaal opgebruikt.”

Nieuwe technologie

Aan het einde van het gesprek laten de deelnemers zich van hun meest creatieve kant zien. Hoe ziet de toekomst, zeker met de opkomst van XR en AI, eruit voor digitale borden? “Voor ons als ICT-coördinatoren zijn er veel mogelijkheden, maar hoe kijkt een aanbieder van digitale borden naar die vernieuwingen?”, vraagt Bertien Boon zich af. “Wel, alles staat of valt met de content. Zolang die er nog niet veel is, dan is de evolutie op dat vlak eerder beperkt”, weet Rhys Duindam.

Ook hier speelt eenvoud in gebruik een bepalende rol, vinden de deelnemers. “Zodra er voldoende uniformiteit is, dan zal het gemakkelijker zijn om met VR, AR en XR aan de slag te gaan. Op dit moment zijn de beschikbare toepassingen nog te weinig schaalbaar en dus moeilijk algemeen te maken in onze school”, aldus Bertien.

lees ook

De rol van interactieve borden in lager en secundair onderwijs

(Digitale) borden blijven nog even

De digitale borden zullen nog een tijd in de klaslokalen te zien en gebruiken zijn, is de overtuiging bij het panel. “De borden zorgen voor een bepaalde betrokkenheid, zowel van de leerlingen als de leerkracht. Nu is dat nog van één object naar meerdere studenten. Als technologie zoals XR blijft groeien en algemeen gangbaar wordt, dan komt het er op aan al die devices met elkaar te laten communiceren” aldus Louise Van Lint.

© Twycer / www.twycer.nl

“Klopt, de evolutie van AR en VR zal bepalen hoe lang zo een bord nog blijft hangen”, gaat Filip De Pril verder. “Als je inzet op bepaalde technologie, dan is het andere wellicht verouderd  of minder noodzakelijk. Je kan nu al het scherm van een VR-bril delen met de klas via een digitaal bord. Er komen alleszins boeiende tijden aan. De belangrijkste vraag voor het onderwijs zal zijn of het betaalbaar is.”

lees ook

Opleiding rond gebruik digitale borden van onschatbaar belang

Zes personen, zes invalshoeken: dat was de insteek van het rondetafelgesprek. Om een nieuwe technologie, zoals een digitaal bord, vlot ingang te laten krijgen is het noodzakelijk om de gebruiker goed op te leiden, maar speelt ook de prijs en de levensduur een belangrijke rol. De panelleden zijn het eens dat digitale borden nog een tijdje in (de juiste) klas mogen blijven hangen. Toch zullen aanbieders rekening moeten houden met technologieën zoals XR, en ervoor moeten zorgen dat alle apparaten eenvoudig met elkaar kunnen communiceren.


Dit is een driedelige commerciële samenwerking met CTOUCH. Voor meer informatie over de duurzaamheidsaspecten van de digitale borden van CTOUCH kan je terecht op deze website. Alle schooloplossingen van Marcelis vind je hier.

[Adv] Lenovo stilt je digitale honger op de SETT-beurs

[Advertorial] Op woensdag 28 en donderdag 29 januari vindt in de Nekkerhallen in Mechelen de SETT-beurs plaats. Leerkrachten en andere onderwijsprofessionals maken er kennis met oplossingen voor het onderwijs van de toekomst. Ook Lenovo is aanwezig en stilt met interessante sessies de digitale honger van de leerkrachten.

SETT is dé onderwijsbeurs waar leerkrachten en andere onderwijsprofessionals meer leren over de digitale transformatie en technologie in de sector. Lenovo begrijpt de noden van het moderne onderwijs en wil leerkrachten maximaal ondersteunen om in optimale omstandigheden les te geven.

Aan de Lenovo-stand kunnen bezoekers hun digitale honger stillen. Zo geven de experts van Lenovo meer uitleg over de Microsoft-oplossingen die het onderwijs naar een hoger niveau tillen. Zowel op woensdag als donderdag staan er interessante sessies op het programma. Een overzicht:

09u30 – 09u55: Microsoft Copilot: jouw AI-assistent voor onderwijs

10u00 – 10u15: Vergroot de betrokkenheid in de klas. Boost het potentieel van studenten. Met LanSchool en Netfilter

11u30 – 11u55: Verbeter leesvaardigheden met de AI-gestuurde Reading Coach & Progress

14u00 – 14u25: Versterk je output dankzij het verbeteren van je prompting skills in Copilot

14u30 – 14u45: Vergroot de betrokkenheid in de klas. Boost het potentieel van studenten. Met LanSchool en Netfilter

15u00 – 15u25: Leer hoe andere scholen Generatieve AI-tools in de klas gebruiken 

Wil jij graag deelnemen aan één of meerdere sessies? Schrijf je dan in via  https://forms.office.com/r/kNL5M4t6z1 .

Bovendien stilt Lenovo niet alleen je digitale honger. Tijdens de middag geniet je aan de stand ook van een warme wafel. Bezoekers kunnen bovendien deelnemen aan een enquête waarin Lenovo polst naar de digitale noden van hun school. Zo maken ze kans op het bezoek van een Lenovo-expert die over deze uitdagingen komt spreken.

Je vindt Lenovo op beursstand 1206.


Dit is een commerciële bijdrage van Lenovo. Voor meer informatie over de toestellen en diensten kan je terecht op deze website.

GO! investeert netbreed in digitaal lesmateriaal

Het GO! onderwijs wil meer en beter digitaal lesmateriaal ontwikkelen dat aansluit bij de leerplannen en de visie van het net. Daarom zet het een samenwerking op tussen de scholengroepen, de centrale diensten en de pedagogische begeleidingsdienst. Zo wil het GO! de onderwijskwaliteit verhogen, de taakbelasting van de leerkrachten verlagen en de kosten voor de ouders drukken.

Sinds de coronacrisis is het gebruik van digitale leermiddelen in het onderwijs sterk toegenomen, staat te lezen in een persbericht. Het aanbod van de uitgeverijen is niet altijd aangepast aan de noden van het GO!. Vooral voor de kleinere en praktijkgerichte studierichtingen is er amper kwaliteitsvol digitaal materiaal beschikbaar. Bovendien sluiten niet alle leermiddelen van commerciële spelers aan bij de leerplandoelen en de visie van het GO!.

Drie sporen voor samenwerking

Daarom neemt het GO! het heft in eigen handen en investeert het in de ontwikkeling van eigen digitaal lesmateriaal (e-content). Het doel is om materiaal te maken dat pedagogisch sterk is, dat breed gedeeld kan worden binnen het net en dat de leerkrachten ondersteunt in hun lespraktijk.Om dit te realiseren, verkent het GO! drie sporen voor samenwerking.

Een eerste spoor is een eigen toolbox zodat leerkrachten zelf e-content kunnen ontwikkelen en delen met anderen. Een voorbeeld hiervan is een leerpad over slijp- en kapwerken, dat in verschillende arbeidsmarktgerichte studierichtingen gebruikt kan worden. Het leerpad is gebaseerd op de principes van effectieve didactiek, biedt differentiatiemogelijkheden en wordt aangevuld met een VR-applicatie waarmee leerlingen veilig kunnen oefenen.

Uitgeverij en leergemeenschappen

Een tweede spoor is samenwerken met een uitgeverij. Voor de eerste graad klassieke talen vond het GO! op de commerciële markt geen methode die aansluit bij zijn visie op het vak Latijn. Daarom zette het een samenwerking op waarbij enkele GO! leerkrachten, samen met educatieve uitgeverij Lernova, e-content ontwikkelen. Het resultaat is pedagogisch kwalitatief materiaal dat naadloos aansluit bij de leerplannen en GO! scholen minder op kosten jaagt.

Een derde spoor is het opzetten van professionele leergemeenschappen. Dat houdt in dat leerkrachten uit verschillende scholen samenkomen en onder begeleiding van een pedagogisch adviseur zelf leermiddelen ontwikkelen. Ook deze leermiddelen kunnen breed gedeeld worden in het net.

lees ook

Vierde editie Digiwijs legt focus op waardevol omgaan met AI in de klas

Het GO! benadrukt dat e-content heel wat troeven heeft, maar dat het essentieel is dat het op een goede manier wordt ingezet. Zo is het zeker niet de bedoeling om volledig over te schakelen naar digitale leermiddelen. Het project geeft ook de nood aan voor professionalisering van schoolteams. Niet voor niets pleit het GO! in zijn nieuwe memorandum onder meer voor bijkomende professionalisering van onderwijsprofessionals én bijkomende ICT-ondersteuning op maat van de specifieke onderwijscontext, dicht bij de klaspraktijk.

Vierde editie Digiwijs legt focus op waardevol omgaan met AI in de klas

Na drie succesvolle edities organiseert Digiwijs een ‘special edition’. Ingebed in het Learning Bytes Festival van FTI Kortrijk voorziet Digiwijs workshops, specifiek gericht op leerkrachten. “Van deepfakes tot creative writing: leerkrachten krijgen de nodige handvatten om AI zinvol én veilig in te zetten in de lespraktijk”, zegt Astrid Monteyne, Project manager bij Smart Education @ Schools.

Het Learning Bytes Festival, georganiseerd door imec en EdTech Station, is een jaarlijks event dat de onderzoeksresultaten van imec Smart Education in de spotlight zet. Imec Smart Education is een programma waarin onderzoekers van KU Leuven, UGent en VUB samenwerken aan toekomstgerichte oplossingen voor slimmer leren, onderwijzen en trainen. Ook de projectoproep Smart Education @ Schools, dat leerkrachten aan het stuur zet van technologische onderwijsinnovatie, is onderdeel van dat programma. Dit jaar focust het festival op het potentieel van AI in onderwijs en training.

Flanders Technology and Innovation

Het Learning Bytes Festival zit dit jaar uitzonderlijk ingebed in het regeringsproject Flanders Technology and Innovation (FTI). FTI wil heel Vlaanderen samenbrengen rond technologie en innovatie tijdens technologiebeurzen in zes Vlaamse steden: Kortrijk, Brussel, Gent, Leuven, Antwerpen en Hasselt. Tijdens het festival in Kortrijk zet het Learning Bytes Festival educatieve technologie op spectaculaire wijze in de kijker.

lees ook

‘Brussel heeft te weinig STEM-opleidingen’

Bezoekers maken tijdens Learning Bytes kennis met de meest recente onderzoeksinzichten en technologiesnufjes. Op het festival voorziet Digiwijs acht sessies. “Het zijn hands-on sessies waarmee je zinvol én waardevol leert omgaan met AI in de les”, legt Astrid Monteyne uit. “Deepfakes en nepnieuws, creatief leren schrijven met AI, bias ontdekken in AI-systemen via de microscoop. De leerkrachten krijgen de nodige handvatten en tools om meteen in te zetten in de lespraktijk.”

Learning Bytes vindt plaats op woensdag 20 maart (9u tot 16u30) op het Buda-eiland in Kortrijk. Een ticket kost 80 euro. Heb je een lerarenkaart, dan krijg je 30 euro korting. Meer informatie vind je via de website van Digiwijs of bezoek de stand tijdens Sett Vlaanderen.

Filmpjesreeks ‘In Beeld’ zet leraren kritische bril op

ICT-praktijkdag, Sett Vlaanderen, Learning Bytes,… Het voorjaar is traditioneel de periode waarin leerkrachten, ICT-coördinatoren en directies de nieuwe EdTech-toepassingen kunnen ontdekken op tal van events. De vraag is of al die ‘snufjes’ wel noodzakelijk zijn in de klas.

Door de snelle evolutie van nieuwe technologieën zoals AI, komt er heel wat af op het onderwijsveld. Hoe hou je als leerkracht het overzicht van wat werkelijk nuttig is voor de klaspraktijk. Om op die vraag te kunnen antwoorden, maakten pedagogische begeleiders Joost Dendooven en Gerben Wieczerniak (Katholiek Onderwijs Vlaanderen) een reeks korte YouTube-video’s, vertrekkend van de leerplandoelen.

Van noodhulp naar duurzame implementatie

“De aanleiding voor het maken van de filmpjes is eigenlijk vertrokken vanuit een vraag. Wat na Digisprong”, zegt Joost Dendooven. “We willen een inhaalbeweging maken met de digitale competenties van de leerkrachten. Wat we doen startte eigenlijk als noodhulp omdat we merkten dat veel leerkrachten met vragen zitten over al die nieuwe toepassingen. Met kleine, praktische tips willen we het digitale verhaal duurzaam maken.”

Samen met collega en voormalig kleuterleider Gerben Wieczerniak vertrok Dendooven vanuit het leerplan voor het katholiek basisonderwijs, Zin in Leren! Zin in Leven!. “Het uitgangspunt voor het inzetten van digitale middelen moet altijd de klascontext zijn. Welke doelen wil je dat jouw leerlingen bereiken? Als je die doelen kan inzetten met digitale middelen, dan kunnen die tools een meerwaarde zijn. Belangrijk hierbij is dat de leraar de regisseur blijft van de leeromgeving van de leerlingen.”

Kritische blik en inspiratiebron

De reeks ‘In Beeld: Mediakundige Ontwikkeling’ omvat twaalf video’s die telkens één mediakundig doel uit het leerplan Zin in Leren! Zin in Leven!  in de kijker plaatst. Elke video geeft uitleg bij het doel maar geeft ook praktische voorbeelden van hoe je ICT en media doelgericht in de klaspraktijk kan inzetten.

“Wanneer leraren met een digitale tool aan de slag gaan wordt die tool soms een doel op zich. Niet voor alle doelen die je voor jouw leerlingen in de focus plaatst zijn digitale tools een meerwaarde. Ook om leraren bij deze kritische denkoefening te ondersteunen, ontwikkelden we deze filmreeks”, zegt Dendooven.

lees ook

Katholiek Onderwijs Vlaanderen vraagt verduurzaming Digisprong

De filmreeks ‘In Beeld’ is een instrument voor elke leraar in het kleuter en lager onderwijs. Ook voor collega’s  uit andere onderwijsnetten kan de filmreeks een inspiratiebron zijn. De filmreeks  geeft ook handvatten om met een kritische blik te kijken naar de (commerciële) overvloed van digitale middelen die op scholen afkomen. De videoreeks kun je alvast hier bekijken.

Opleiding rond gebruik digitale borden van onschatbaar belang

“Het onderwijs heeft nood aan leerkrachten die elkaar inspireren om nieuwe dingen te implementeren”

De digitalisering van het onderwijs kreeg met Digisprong een boost, voornamelijk met investeringen in laptops en tablets. Schoolit en CTOUCH brachten zes experts uit het onderwijsveld rond de tafel om te praten over het nut en de rol van digitale, interactieve borden in het klaslokaal. Het tweede deel belicht het belang van opleiding en rolmodellen voor de implementatie van nieuwe toepassingen.


Dit artikel is het eerste stuk in een driedelige reeks rond digitale borden. Je vindt alle artikelen terug op deze themapagina.


Panel: Bertien Boon (ICT-coördinator TA Halle), Filip De Pril (directeur ICT GO! Scholengroep Brussel), Joost Dendooven (pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Peter De Deyn (IT-adviseur scholen Broeders van Liefde), Louise Van Lint (verantwoordelijke Google for Education Be-Lux), Rhys Duindam (innovation manager CTOUCH). Locatie rondetafel: RWDM-stadion te Brussel in samenwerking met Marcelis.

De meerwaarde van nieuwe technologie, of dat nu digitale borden zijn of iets anders, wordt pas bereikt wanneer de gebruiker ermee leert werken en de potentiële kansen ziet om de les te versterken. Tijdens het panelgesprek kwam al snel ter sprake dat een goede opleiding van de leerkracht een absolute voorwaarde is om vernieuwing te verwezenlijken. “Leerkrachten leren nog het meest van collega’s die al vertrouwd zijn met de nieuwe technologie. Zeker omdat de opleiding vanuit de toestelaanbieders vaak beperkt blijft tot de basis, tot knoppentraining”, aldus het panel.

Rol pedagogische ICT-coördinator

“Het mentorschap in de scholen is een belangrijke factor”, zegt Joost Dendooven. “Volgens mij moeten we in de toekomst de rol van de pedagogische ICT-coördinator anders bekijken. Als je als school gaat groeien naar een nieuw profiel van leerkracht, waar die digitale competenties in de basisdidactiek zijn ingekanteld, dan moet de rol van de pedagogische ICT-coördinator worden herbekeken.”

‘Teach the teacher’, omschrijft Filip De Pril het. Vaak komen leerkrachten uit de lerarenopleiding, zonder de nodige kennis over verschillende digitale middelen die ze ter beschikking krijgen. Duurzame ondersteuning is daarom een factor waar scholen volgens de gesprekspartners nog meer moeten op inzetten. “Veel is op dit moment afhankelijk van de trekkers in de school. Met digitaal sterke mensen kan je die richting uitgaan om leerkrachten (door collega’s) te laten ondersteunen.”

“Tien jaar geleden is zo de pedagogische coördinator ontstaan”, pikt Peter De Deyn in. “Dat waren mensen uit het werkveld die elkaar inspireerden. De technische IT’er was eigenlijk de persoon die alles wist, maar waar ze zich niet aan konden spiegelen. Ondertussen zit de pedagogische ICT-coördinator ook weer een trapje hoger. De beste manier om leerkrachten nieuwe dingen aan te leren, is hem of haar te inspireren door collega-leerkrachten. Vaak is de schrik om iets fout te doen ook al een drempel.”

Angst voor het onbekende

Rhys Duindam legt het begrip artificiële intelligentie op tafel tijdens het gesprek. “Hoe kijken leerkrachten en ICT-coördinatoren tegen dergelijke nieuwe technologieën en moet de visie van een school niet dringend veranderen door de komst van AI?”, vraagt hij zich af. “We voelen bij directies en leerkracht op dit punt wel wat weerstand”, repliceert Bertien Boon.

Veel is op dit moment afhankelijk van de trekkers in de school. Met digitaal sterke mensen kan je die richting uitgaan om leerkrachten (door collega’s) te laten ondersteunen.

Filip De Pril – Directeur ICT GO! Scholen Brussel

“Sommigen zeggen ‘AI, dat gaan we niet doen’, alsof ze een keuze hebben. Het fenomeen is aanwezig in de wereld en de school staat in de wereld. Achteruit gaan kan niet. Ze zitten uit angst voor het onbekende nog in de ontkenningsfase. Hopelijk komen ze snel in de tweede fase waarin ze de vernieuwing accepteren en de mogelijkheden ontdekken. Zo moeten ze leren om hun manier van denken om te draaien wanneer ze pakweg ChatGPT gebruiken.”

80-20 principe

Het is een utopie om te veronderstellen dat elke leerkracht helemaal ‘mee’ zal zijn met nieuwe toepassingen. Verschillende factoren spelen daarbij een rol. “80 procent van de leerkrachten zijn geen ‘geeks’, ze zijn gebruikers”, haalde Peter De Deyn hierover al aan in het eerste verslag van het debat. “Leerkrachten willen pasklare antwoorden, het moet direct werken zodat ze hun core business (lesgeven) kunnen uitvoeren.”

Is het aan de pedagogisch ICT-coördinator om elke leerkracht apart op te leiden? “Dat is niet realistisch”, vindt Bertien Boon. “Laatst sprak ik met iemand die van de directie de vraag had gekregen om alle leerkrachten apart op te leiden en hun competenties in kaart te brengen. Dan stel ik me de vraag of dat wel de taak is van een school. Moeten we voornamelijk meten en in kaart brengen wat er bij de leerling gebeurt?”

“De competenties mogen en moeten er zijn. Toen ik vroeger directeur was, bracht ik de digitale competenties van het schoolteam in kaart”, haalt Joost Dendooven aan. “Leerkrachten die in de eerste fase zaten, kregen een ‘buddy’ die hen daarin liet groeien. Als je als school digitaal wil groeien, dan moeten er verwachtingen van de leerkracht zijn. Als ze die competenties onder de knie hebben, zal het effect naar de klasvloer volgen.”

Transformatieproces

Niemand rond de tafel twijfelt aan het nut van professionalisering, ook al kruipt er veel tijd en energie in. “Een transformatieproces, om tot het 80-20 verhaal te komen waarbij 80 procent de digitale competenties goed onder de knie heeft, kan jaren duren. Maar het is absoluut nodig”, geeft Joost Dendooven aan. “Daar ben ik het mee eens, al denk ik dat we ze vanuit de school meer als groep moeten benaderen rond bepaalde thema’s en onderwerpen”, aldus Bertien Boon.

“Het opstellen van een beginsituatie is een belangrijke eerste stap”, zegt Filip De Pril. “Van daaruit kan je het leerkrachtenteam vragen hoe zij het zien. De richting waar de school uit wil is één zaak, maar hoe de leerkrachten dat zien is ook belangrijk.” Peter De Deyn pikt hierop in. “Om te weten welke richting je uit wil, moet je weten wat er mogelijk is. En daarom is het van belang om leerkrachten ‘goesting’ te doen krijgen.”

(Te) bescheiden Vlaming

Peter De Deyn wijst naar leerkrachten die al vlot werken met nieuwe technologieën als sleutel tot succes. “Zij moeten worden overtuigd om hun ‘goede praktijken’ te tonen aan collega’s. Wanneer die collega’s zien hoe eenvoudig, tijdbesparend, of handig een tool is, dan zullen ze sneller goesting krijgen om er zelf mee aan de slag te gaan.” De oplossing is gevonden: elke leerkracht moet vol enthousiasme zijn of haar kennis kunnen tonen, toch?

Leraren die van collega’s zien hoe eenvoudig, tijdbesparend, of handig een tool is, zullen sneller goesting krijgen om er zelf mee aan de slag te gaan.

Peter De Deyn – IT-adviseur Scholen Broeders van Liefde

“Dat is net het probleem in het Vlaamse onderwijslandschap: we zijn te bescheiden”, vult Joost Dendooven aan. “Leraren die fantastische dingen doen, durven vaak hun voorbeeld niet tonen. Dat kan komen door angst voor reacties van collega’s, maar ook door de schoolcultuur. Soms zijn ze niet eens bewust van hun talent. Die goede praktijkvoorbeelden proberen we als organisatie te capteren en in de kijker te plaatsen. Het is net door die bescheidenheid niet altijd even gemakkelijk.”

Kennis delen

Op vlak van opleiding beweegt er veel vanuit de verschillende grote platformen zoals Google for Education, Microsoft en Apple. De badges en medailles die ICT-coördinatoren en leraren kunnen verdienen, zie je haast dagelijks op sociale media. “We spreken in dit geval over de tien tot vijftien procent van de leerkrachten die vertrouwd is met de nieuwe technologie”, gaat Peter De Deyn verder. “Het zijn belangrijke mensen, maar vaak zie je op events altijd opnieuw dezelfde gezichten.”

© Twycer / www.twycer.nl

Veel opleidingen, door de school of via professionele aanbieders, vinden plaats buiten de werkuren. “Dat is altijd het probleem met professionalisering”, gaat Bertien Boon verder. “Ofwel halen we de leerkracht uit de klas maar we hebben al leerkrachten te weinig, dus dat is geen optie. Ofwel komt het bovenop hun takenpakket. Het maakt niet uit wie ze aanbiedt, de tijd voor opleidingen is niet structureel voorzien, al is dat eigenlijk wel nodig.”

“In scholengroepen waar ik regelmatig langs kom, merk ik vaak dat die interesse niet alleen bij kleinere groepjes leeft maar wordt gedragen door zo goed als de volledige school”, zegt Louise Van Lint.  “Wat mij daarbij opvalt, is dat die scholen een goed evenwicht hebben gevonden tussen gestructureerde kennisdeling of professionalisering (die vast wordt opgelegd) en de meer spontane kennisdeling waarbij een voortrekkersgroepje het niet erg vindt om de kleinste vragen constant te beantwoorden. Die combinatie goed in evenwicht krijgen is niet altijd even gemakkelijk lijkt me.”

lees ook

De rol van interactieve borden in lager en secundair onderwijs

Zes personen, zes invalshoeken: dat was de insteek van het rondetafelgesprek. Om een nieuwe technologie, zoals een digitaal bord, vlot ingang te laten krijgen is het noodzakelijk om de gebruiker goed op te leiden. Een stevige visie op professionalisering is één zaak, maar het is minstens even belangrijk dat leerkrachten elkaar inspireren met praktijkvoorbeelden. In het derde deel praat het panel over duurzaamheid, veiligheid en de toekomst van digitale borden. Dat verslag lees je binnen enkele dagen op Schoolit.


Dit is een driedelige redactionele samenwerking met CTOUCH en Marcelis. Je vindt alle artikelen op deze themapagina. Voor meer informatie over de digitale borden van CTOUCH kan je terecht op hun website. Alle schooloplossingen van Marcelis vind je hier.

ASUS innoveert en focust op veilige digitale toestelervaring

De digitalisering van de klasomgeving draait sinds enkele jaren overuren. Onder meer door Digisprong kregen scholen meer middelen om te investeren in toestellen en andere digitale leermiddelen. Net als voor onderwijsinstellingen was het ook voor aanbieders van pakweg schoollaptops snel en accuraat schakelen om de klanten optimaal te bedienen. Schoolit sprak over die (r)evolutie met Dave Cohen van ASUS.

De miljoenen euro’s van Digisprong overvielen haast letterlijk schooldirecties, leerkrachten, ICT-coördinatoren en niet in het minst de leerlingen zelf. De coronapandemie plaatste de omschakeling in een enorme stroomversnelling. Plots kregen schoolteams laptops en tablets in de schoot geworpen, zonder een gepaste visie op het gebruik. Ook voor aanbieders zoals ASUS was het een logistieke uitdaging om de trein niet te missen.

Spin-off-markt

Noem het toeval of een goed uitgekiende strategie, maar ‘pas’ vijf jaar geleden stortte het Taiwanese ASUS zich opnieuw op de business-markt. “De educatieve markt groeide in covidtijden uit van een spin-off naar een volwaardige tak van het bedrijf. De voorbije jaren zijn een leercurve geweest, waar we veel van hebben opgestoken”, zegt Dave Cohen. Hij is sinds drie jaar Country Manager van ASUS voor de Benelux.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

Cohen stuurt het commerciële team, waaronder de educatietak, rechtstreeks aan en zag de evolutie vanop de eerste rij. Samen met Dave Cohen bespreken we de boeiende periode en proberen we even in de toekomst te kijken. “Tijdens corona was er een enorme vraag naar toestellen. Verschillende van onze concurrenten konden daar niet aan voldoen, maar ASUS wel omdat wij net een volledig edu-portfolio hadden gelanceerd waardoor we gemakkelijk onze intrede konden maken. Zo verkregen we snel een aanzienlijk marktaandeel in België.”

Schoolgerichte toestellen

“Vijf jaar geleden zetten we de eerste stappen met de introductie van Chromebooks, en drie jaar geleden hebben we onze productlijn verder versterkt met Microsoft-toestellen. Sindsdien creëerden we een diverse en uitgebreide line-up om aan de uiteenlopende behoeften van onze gebruikers te voldoen. Dat kan gaan van de compacte eenvoud van clamshell-apparaten tot de veelzijdigheid van convertibles of de robuustheid van ruggedized toestellen. Ons engagement voor innovatie en variatie is en blijft om ervoor te zorgen dat onze gebruikers de perfecte educatieve oplossing kunnen vinden voor hun specifieke eisen en voorkeuren.”

De educatieve markt groeide in covidtijden uit van een spin-off naar een volwaardige tak van het bedrijf.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

ASUS werkt voor de Belgische markt samen met Signpost voor de verdeling van de toestellen. “Signpost dekt een groot deel van de markt af, dus is het logisch dat zij veruit onze grootste educatieve partner zijn. Het is Signpost als reseller die voor een groot deel bepaalt welke van onze toestellen het aan de man wil brengen in de scholen. We streven ernaar ons te onderscheiden van de concurrentie door unieke features zoals geavanceerde AI-noise cancelling, ingebouwde privacy shutters, duurzaamheid volgens militaire standaard en andere innovatieve extra’s die veilig en verantwoord leren bevorderen.”

Kwaliteit voorop

Om een plaatsje te veroveren op de educatieve markt is een kleine dosis meeval nodig, zoals die markt op het juiste moment betreden. Nog veel belangrijker is om producten aan te bieden die zich onderscheiden van de concullega’s. En die zijn best talrijk, weet ook Dave Cohen. “We zetten daarom in op de features die ik al heb vermeld, maar zeker ook op de prijszetting en andere aspecten die het hele plaatje vullen.”

Eén van die andere aspecten is de service nadat het toestel bij de klant is gebracht. “We merken dat de meeste spelers goed zitten wat prijs betreft. Het verschil wordt gemaakt nadien: wat als er een herstelling nodig is? We zijn één van de weinige spelers in de Benelux die een eigen, Europees servicecenter heeft, in het Nederlandse Emmen. Daardoor kunnen we snel op de bal spelen en dat is ook nodig.”

“Net omdat we pas later op de markt zijn ingestapt, moeten we ons dubbel zo hard bewijzen en onderscheiden op vlak van kwaliteit, prijs en service. Servicepartners zoals Signpost zijn door ons getraind om onze devices te herstellen waardoor reparatietijden verminderen, de kwaliteit gegarandeerd blijft en er minder complexiteit is voor de klant.”

Gaming

ASUS heeft, lang voor het zich op de educatieve markt begaf, een sterke reputatie uitgebouwd op vlak van performante toestellen. Die ervaring brengt het nu ook naar de onderwijswereld, waar games en gamification steeds meer aan populariteit winnen. “We hebben ongeveer 800 gaming devices geleverd en gestandaardiseerd aan een school die game development-opleidingen voorziet op een hoog aangeschreven niveau.”

“Het is dankzij onze jarenlange ervaring dat we ons anders in de markt kunnen plaatsen en we vaak onderdeel zijn van grote dossiers die Signpost heeft gewonnen. De verwachting is dan ook dat we dit jaar een nieuwe groei zullen kennen.”

Duurzaamheidsverhaal

Geen enkele school, groot of klein, ontsnapt nog aan een gezond duurzaamheidsverhaal, gelukkig maar. Dat geldt minstens evenveel voor technologiebedrijven die duurzaamheid en de ecologische voetafdruk hoog in het vaandel moeten dragen. Ook ASUS heeft een duidelijke doelstelling op papier, of beter online, gezet. “Het gaat heel ver, de plannen zijn tot 2050 uitgestippeld.”

Het bedrijf heeft de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen in een website gegoten. Want het is voor hen, net als voor elke andere grootspeler, een essentieel onderdeel geworden. “Sustainability is vanzelfsprekend een belangrijk thema voor ASUS. Zo maken we nu een apart businessmodel van het refurbishen van toestellen. Dat doen we uiteraard al, maar er zijn verschillende manier om dat aan te pakken en daar maken we nu werk van.”

“Zo zorgt het modulair ontwerp van onze laptops ervoor dat de toestellen gemakkelijker kunnen worden hersteld, met een langere levensduur als gevolg. We gebruiken ook zogenaamde PIR-materialen (post industrial recycled) in het producieproces.”

Scholen letten steeds meer op de duurzaamheid, herstelbaarheid en de algemene ecologische impact van hun aankopen.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

“Los van het steeds actuelere onderwerp, wil je als bedrijf ook jouw steentje bijdragen aan de klimaatverbetering. Zo is het de bedoeling om tegen 2035 alle operationele centers van ASUS 100 procent op hernieuwbare energie te laten draaien. Die doelstellingen leggen we vast en daar kunnen we op worden afgerekend. Langs de andere kant is het absoluut een onderdeel van ons beleid om bepaalde tenders binnen te halen want scholen letten effectief op de duurzaamheid, herstelbaarheid en de algemene ecologische impact van hun aankopen.”

Veilige digitale beleving

Het doel van ASUS is logischerwijze het aanbieden en verkopen van digitale toestellen. Het bedrijf surft daarom mee op de groter wordende digitale golf in het (Vlaamse) onderwijs. Daarbij staat het gebruik door leerlingen, leerkrachten en ander schoolpersoneel centraal. “Er zijn strenge regels opgelegd waaraan laptops en devices moeten voldoen. Zo moeten we instellingen respecteren om de impact van het scherm op de ogen te beperken”, legt Cohen uit.

ASUS zet daarnaast in op een veilige digitale beleving. “De digitalisering gaan we zeker niet afremmen. We focussen zelf op aspecten zoals ergonomie, waardoor het gemakkelijker typen is. Ook privacy-toepassingen zoals een hardwarematige blokkering van de webcam krijgen veel aandacht. We zijn ook constant in gesprek met partners zoals Microsoft om te zien hoe zij het gebruikersgemak van het besturingssysteem of de leerervaring van kinderen kunnen verbeteren.”

Op maat van de klant

Vijf jaar geleden dook ASUS op in de onderwijssector met een ‘eenvoudige’ Chromebook. Sindsdien is het aanbod stevig uitgebreid waardoor scholen toestellen op maat en in functie van het gebruik kunnen aankopen. “Grosso modo zien we drie types van toestellen: voor leerlingen, leerkrachten en ondersteunend personeel en directies. Het is ook afhankelijk van de opleiding. Gaming devices zijn verschillend van toestellen voor het lager onderwijs.”

In het tweede kwartaal zal ASUS een aantal nieuwe toestellen en nieuwe features de wereld insturen. “We gaan een transformatie maken van 11 inch naar 12 inch toestellen. Uiteraard blijven we de huidige toestellen verkopen. Het zal exact hetzelfde device zijn, maar met een groter scherm. Clamshell touch is een andere nieuwigheid, binnen het Chromebook- en Microsoftgamma. Dat toestel kan niet omgedraaid worden, maar heeft wel touchscreen.”

AI is een interessante toevoeging in de onderwijswereld.

Dave Cohen – Country Manager ASUS Benelux

Efficiënter werken door AI

ASUS ontsnapt, net als de rest van de EdTech-wereld, niet aan de ontwikkelingen op vlak van artificiële intelligentie (AI). “We verwachten dat AI in de nabije toekomst een interessante toevoeging zal zijn in de onderwijswereld”, aldus Dave Cohen. “Zo zullen leerkrachten efficiënter lesvoorbereidingen kunnen maken. De lessen zelf kunnen gemakkelijker worden toegespitst op de behoeften van de leerling.”

Dave Cohen en zijn collega’s bij ASUS zien de trend in AI graag opkomen. “We zijn vastberaden om in de nabije toekomst laptops aan te bieden die volledig klaar zijn voor deze, en toekomstige, AI-toepassingen.”

BYOD

ASUS wil dit jaar een nieuw segment in de onderwijsmarkt aanboren. “Tot nu hebben we ingezet op tender driven business, openbare aanbestedingen dus. Dit jaar zullen we met onze resellers meer de focus leggen op Bring Your Own Device (BYOD) projecten. Vooral in het secundair en hoger onderwijs zien we steeds vaker dat scholen een brief sturen naar de ouders om een bepaald type toestel aan te schaffen.”

lees ook

Asus BR1402C review: betrouwbare klasgenoot

Bij BYOD kopen de ouders het toestel en neemt de leerling het mee naar school. Het feit dat de eerste middelen van Digisprong stilaan zijn opgebruikt, zal de markt wellicht meer naar die richting pushen. “Veel hangt af van de budgetten van de scholen en of er middelen vanuit de overheid beschikbaar zullen zijn. In tegenstelling tot onze concurrenten zijn we het voorbije jaar gegroeid en die verwachting, vooral door onze prijs gecombineerd met service, verwachten we dit jaar opnieuw.”


Dit is een commerciële bijdrage in samenwerking met ASUS. Voor meer informatie over toestellen en service van ASUS Benelux, klik hier.

De rol van interactieve borden in lager en secundair onderwijs

“Een digitaal bord als leermiddel kan een meerwaarde zijn voor het leren”

De digitalisering van het onderwijs kreeg met Digisprong een boost, voornamelijk met investeringen in laptops en tablets. Schoolit en CTOUCH brachten zes experts uit het onderwijsveld rond de tafel om te praten over het nut en de rol van digitale, interactieve borden in het klaslokaal. In dit eerste deel bespreekt het panel de belangrijke rol van de leerkracht.


Dit artikel is het eerste stuk in een driedelige reeks rond digitale borden. Je vindt alle artikelen terug op deze themapagina.


Een touchscreen of interactief bord in een klas lijkt een evidentie, maar is dat ook zo? We vielen meteen met die vraag in huis. “Wat mij betreft is dat niet zo”, zegt Filip De Pril. Voor de directeur ICT van de GO! Scholengroep Brussel hangt het gebruik van dergelijke borden af van de klassituatie. “Zeker in het basisonderwijs kan dit een meerwaarde zijn voor de les. Wanneer het enkel dient om iets op te projecteren, wat vaak het geval is in het secundair onderwijs, dan is het alleen een duur toestel.”

Panel: Bertien Boon (ICT-coördinator TA Halle), Filip De Pril (directeur ICT GO! Scholengroep Brussel), Joost Dendooven (pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen, Peter De Deyn (IT-adviseur scholen Broeders van Liefde), Louise Van Lint (verantwoordelijke Google for Education Be-Lux), Rhys Duindam (innovation manager CTOUCH). Locatie rondetafel: RWDM-stadion te Brussel in samenwerking met Marcelis.

Focus op gebruik

“Helemaal akkoord, je moet altijd rekening houden met de klascontext”, vult Joost Dendooven aan. Hij is als pedagogisch begeleider in het Katholiek Onderwijs Vlaanderen dagelijks bezig met nieuwe technologie. “Het is een leermiddel dat perfect als ondersteuning kan dienen in een klas, op voorwaarde dat het een meerwaarde is voor het leren. Alleen weten heel veel leerkrachten niet wat de mogelijkheden zijn, of hoe ze met die toestellen moeten werken.”

Volgens Joost kunnen traditionele krijt- of stiftborden nog altijd hun plaats opeisen in het hedendaagse onderwijs. “Dat is gewoon zo, ook al klinkt dat van ons misschien vreemd”, pikt Rhys Duindam, innovation manager bij CTOUCH, in. “Het is uiteindelijk slechts een tool en het ligt aan de leerkracht om te bepalen wat ze ermee willen doen. Daarom is het belangrijk om niet zomaar iets in een klas te zetten net omdat het een nieuwe technologie is. Er moet worden over nagedacht.”

Voor het gebruik van een digitaal bord, moet altijd rekening worden gehouden met de klascontext.

Joost Dendooven – Pedagogisch begeleider Katholiek Onderwijs Vlaanderen

Nieuwe klasopstelling

Sinds enkele jaren denken organisaties en scholen na over hoe een klas er moet uitzien. Zeker in het lager onderwijs, waar leerkrachten inzetten op hoekenwerk, is de functie van een bord niet langer dezelfde als tien jaar geleden. “We hebben die evolutie ook in onze school gezien”, gaat Bertien Boon, ICT-coördinator Technisch Atheneum Halle, verder. “Een bord is een element in de architectuur van een klaslokaal.”

“Naarmate scholen evolueren en de rol van de leerkracht verandert, moeten de borden andere dingen kunnen en andere werkvormen ondersteunen. Die verandering zet zich ook door in secundair onderwijs waar leerlingen op sommige momenten meer collaboratief werken of wanneer ze technieken leren en dingen maken. Vaak hebben borden op dat moment niet een meerwaarde in de klas.”

Een andere klasopstelling is volgens Bertien Boon logisch. “Kinderen komen uit de kleuterklas en daar kennen ze hoekenwerk, rondlopen en ‘ik kies wat ik ga doen’. Plots komen ze in het eerste leerjaar, waar de klassieke opstelling heerst. Pas in de derde graad basisonderwijs wordt terug gesproken over flexwerking. De leerlingen kenden op zich het principe al en ik verwacht dat de evolutie naar een flexibelere klasopstelling nog meer ingang zal vinden.”

Regierol leerkracht

Bertien haalde het al even aan, de rol van de leerkracht evolueert. Ook Joost Dendooven schaart zich achter de ICT-coördinator uit Halle. “De regierol van de leerkracht is in die flexibele klasopstelling heel belangrijk. Met de blik op het digitale ben ik van mening dat we moeten groeien naar een nieuw profiel van leerkracht. Die leraar moet de digitale competenties bezitten, ongeacht wat er nog van digitale leermiddelen of tools op de markt zal komen.”

Het is dus aan de leerkracht om, met een kritische blik, te kijken naar de eigen klascontext. Op die manier moet de leerkracht kunnen bepalen welk digitaal materiaal, inclusief digitale en interactieve borden, een waardevolle ondersteuning kan zijn voor de les. “Een digitale tool heeft pas meerwaarde wanneer de basisdidaktiek van de leerkracht ook goed zit. Als een leraar moeite heeft met het lesgeven, dan zal een hoogtechnologisch digibord geen hulp zijn.”

De technologie van digitale borden heeft meer mogelijkheden in het lager dan in het secundair onderwijs.

Filip De Pril – ICT-directeur GO! scholen Brussel

Digitaal duurzaam

Enkele jaren geleden kregen scholen vanuit Vlaanderen (en Europa) middelen die voornamelijk zijn geïnvesteerd in netwerken en leerlingentoestellen. De onderwijsminister vroeg van de scholen om een ICT-beleid uit te werken. “Voor de technische zaken kan dat, maar voor de pedagogische kant bestaat er eigenlijk al een visie en dat is het schoolbeleid”, legt Dendooven uit. “De vraag is hoe het digitale verhaal daar een plaats in krijgt. Het gevaar door de commercialisatie van Digisprong schuilt erin dat scholen één bepaald ondersteuningsplatform kiezen. Dat kan leiden tot ‘siloscholen’ waardoor de leerkracht niet meer de eigenaar is van hoe zijn les vorm krijgt.”

“Ik ben het daar niet mee eens”, laat Peter De Deyn weten. “De context van de ondersteuning speelt ook een rol. De mensen die ondersteuning bieden, kan je niet in alles expert laten worden. Daar is gewoon te weinig tijd voor. Eén van de problemen die het optimaal gebruikvan de schermen in de weg staat, vooral in het secundair onderwijs, is dat een leerkracht er vaak moet hoppen van klas naar klas. Als er dan inelk lokaal een ander of zelfs geen bord staat, kan dat een probleem zijn voor de manier van lesgeven.”

© Twycer / www.twycer.nl

“Onlangs las ik dat nieuwe technologieën ervoor kan zorgen dat taken die al deden, nu gewoon sneller doen”, aldus Louise Van Lint van Google for Education. Los van haar functie heeft ze een duidelijke visie op nieuwe technologie in de klas. “De nieuwe technologie moet in plaats daarvan worden ingezet als middel om de pedagogische doelstellingen anders en beter te bereiken. Het is noodzakelijk dat scholen goed nadenken over het doel van, in dit geval interactieve borden, voor ze worden aangekocht.”

Core business van de leerkracht

Opleiding is een noodzakelijke voorwaarde voor goed gebruik van digitale middel.. Zonder die opleiding is het moeilijk om iets nieuws te integreren. “Het is simpel: de meeste leerkrachten zijn geen geeks”, aldus Peter De Deyn. “Zij willen niet testen, maar gewoon de tool gebruiken. Het moet direct werken, zonder dat er veel bij komt kijken. Want hun core business is lesgeven in geschiedenis, aardrijkskunde of wat dan ook.”

“Het gevaar is hier dan weer dat leraren durven vergeten om na te denken”, werpt Joost Dendooven op. “Dat is soms ook het geval wanneer het om hun les gaat. Een methode is heel gemakkelijk, maar daardoor bestaat de kans dat leerkrachten minder reflecteren over de doelen die ze in de focus plaatsen vanuit hun klascontext. De regie moet bij de leerkracht liggen. Of dat nu is rond digitale borden of ChatGPT: ze moeten erover nadenken hoe die technologie een meerwaarde kan zijn in hun klas.”

Grotere functie in basisonderwijs

Onder de panelleden heerst overeenstemming over de gebrekkige kennis over digitale borden. Er is volgens hen ook een groot verschil tussen het lager en secundair onderwijs. “De technologie heeft bijzonder veel mogelijkheden in het basisonderwijs, meer dan in het secundair”, vindt Filip De Pril. “Net omdat het één leerkracht is die continu met die klas bezig is en steeds van voortbouwen op wat de leerlingen al kennen.”

De ICT-directeur geeft meteen een voorbeeld. “Een leerkracht gebruikt vaak bordschema’s. Het is belangrijk om dat schema gemakkelijk te kunnen meegeven met de leerlingen. Vroeger moest je wachten tot iedereen dat schema had overgeschreven. Met de nieuwe technologie kan een leerkracht eenvoudig een pdf trekken en doorsturen naar de leerlingen. Dit kan zorgen voor gebruiksgemak én vooral tijdwinst.”

De nieuwe technologie moet worden ingezet als middel om de pedagogische doelstellingen anders en beter te bereiken.

Louise Van Lint – Google for Education België-Luxemburg

In het basisonderwijs hebben de meeste klassen dan ook een digitaal bord, aldus De Pril. Of de leerkracht het goed gebruikt, is een andere discussie. “Er zijn zeker voldoende kansen, op voorwaarde dat de leerkracht bereid is los te komen van enkel maar bordboeken projecteren”, zegt Joost Dendooven. “Dat is een uitdaging want leerkrachten durven wel eens honkvast te zijn.”

Kostprijs vs functie

Volgens Peter De Deyn ligt naast het gebruik door de leerkracht nog een element aan de basis van de implementatie. “Omdat er in de basisscholen steeds vaker hoekenwerk wordt verricht, is een kleiner digitaal scherm voldoende. Zo een scherm is uiteraard een stuk goedkoper dan een groot toestel dat in een secundaire school staat. Daarnaast was en is het wisselen van de klas door de leerkracht in sommige scholen een hinderpaal.”

© Twycer / www.twycer.nl

Volgens De Deyn is de interactiviteit aan het bord ook een probleem. “In sommige scholen is dat opgelost door de leerkracht met een stylus te laten werken. Zo kan de leerkracht het bord van overal bedienen. Daar ligt volgens mij de meerwaarde omdat de leerkracht de interactiviteit meeneemt naar de volgende klas.” Bertien Boon beaamt volmondig. “Het voordeel is ook dat leerkrachten hun eigen toestel gebruiken via eShare. Dat is een groot gemak voor de leerkracht.”

“In het lager onderwijs gaat de aandacht van de leerlingen naar waar de leerkracht staat. Dus is het logisch dat die vooraan blijft staan. Maar in het secundair kunnen de leerlingen het cognitief wel aan dat de leerkracht achteraan staat. Wat ook meespeelt is dat leerlingen in het secundair een eigen laptop hebben. Dat is in het lager niet het geval. Zelfs in de derde graad hebben niet alle leerlingen een toestel. En dus kunnen de mogelijkheden van digitale borden er beter worden benut, besluit Bertien Boon.

lees ook

CTOUCH lanceert twee nieuwe modellen in Riva 2-reeks

Zes personen, zes invalshoeken: dat was de insteek van het rondetafelgesprek. Wanneer het op over het nut en de rol van digitale schermen gaat, kan komt de rol van de leerkracht nadrukkelijk in beeld. Voor de gesprekspartners is het duidelijk: de context waarin het bord gebruikt zal worden, bepaalt grotendeels het nut ervan. Om helemaal van een succesvolle integratie te spreken, is het belangrijk om de gebruiker (de leerkracht) goed op te leiden. Dat is meteen de insteek van het tweede deel van het panelgesprek. Dat verslag lees je binnen enkele dagen op Schoolit.


Dit is een driedelige redactionele samenwerking met CTOUCH en Marcelis. Je vindt alle artikelen op deze themapagina. Voor meer informatie over de digitale borden van CTOUCH kan je terecht op hun website. Alle schooloplossingen van Marcelis vind je hier.

Meer dan 100 STEMfluencers inspireren leerlingen

Jongeren inspireren voor de wondere wereld van techniek, chemie en wetenschap. Dat is wat STEMfluencers uit chemie en farma doen. Nog tot 31 mei geven meer dan 100 jonge medewerkers van chemie- en life sciencesbedrijven gastlessen in de eerste graad van het middelbaar onderwijs in scholen over heel Vlaanderen en Brussel.

Voor de derde editie van dit onderwijsproject slaan essenscia vlaanderen en Vlajo opnieuw de handen in elkaar om duizenden meisjes en jongens warm te maken voor een boeiende toekomst in STEM. Sinds de start in 2021 lieten STEMfluencers 7.000 jongeren van dichtbij kennismaken met STEM, chemie en life sciences. Ook dit schooljaar trekken meer dan 100 jonge medewerkers uit de sector naar middelbare scholen om er als STEM-ambassadeurs hun persoonlijk verhaal te vertellen. 

Nood aan STEM-talent

Voor leerlingen en leerkrachten is er een uitgebreid educatief lessenpakket om de gastlessen van de STEMfluencers voor te bereiden. Technopolis ontwikkelde speciaal voor de lessenreeks een aantal spectaculaire chemieproefjes om te demonstreren in de klas. De STEMfluencers kregen ook een specifieke opleiding om hun gastlessen op een boeiende en interactieve manier in te vullen.

Alle studies en enquêtes maken duidelijk dat bedrijven, zeker in de sector van chemie, kunststoffen, farma en biotech, nood hebben aan jong STEM-talent. Toch kiezen nog altijd te weinig jongeren voor een STEM-studierichting. Volgens cijfers uit de meest recente STEM-monitor gaat het om 37 procent van de leerlingen in het eerste jaar van de tweede graad secundair onderwijs. Net iets meer dan 1 op de 4 van die leerlingen is een meisje (29%).

lees ook

Festivalgame moet jongeren overtuigen voor STEM te kiezen

“Met initiatieven als STEMfluencers slaan we als chemie- en life sciencessector niet alleen een stevige brug tussen onderwijs en bedrijfswereld”, verklaart Ann Wurman, directeur essenscia vlaanderen. “We blijven ook de kar trekken om meer jongeren te inspireren voor wetenschap en techniek. Ik ben blij én trots dat heel wat jonge medewerkers zich engageren om leerlingen warm te maken voor STEM. Het is door hun persoonlijke verhalen en ervaringen te delen dat ze jongeren een duidelijk beeld geven van hoe zij zelf via STEM-studies en -beroepen kunnen meewerken aan een meer duurzame wereld.”

Europese Commissie opent formeel onderzoek naar TikTok

De Europese Commissie wil nagaan of de sociale media-app TikTok overtredingen begaat op het vlak van de bescherming van minderjarigen en verslavend ontwerp, en opent daarvoor een formeel onderzoek. Dat heeft ze maandag bekendgemaakt, schrijft persbureau Belga.

De Commissie baseert zich op de voorschriften van de Europese digitale dienstenwet (DSA), die vorig jaar in werking trad en internetgebruikers meer rechten en bescherming moet bieden. Met zijn 135,9 miljoen maandelijkse gebruikers in de EU staat TikTok binnen het kader van de DSA-wetgeving te boek als ‘zeer groot online platform’ (VLOP), waarvoor de strengste regels gelden. Het deelt die positie als ‘poortwachters’ met bedrijven zoals Meta (Facebook, Instagram), Alphabet (Google) en Microsoft.

‘Rabbit hole’


Nu wordt TikTok, een bedrijf van het Chinese Bytedance, er door de Commissie van verdacht de voorschriften met betrekking tot de bescherming van minderjarigen niet na te leven. Ook met zijn transparantie op het vlak van reclame, de toegang tot bedrijfsdata voor onderzoekers en het risicomanagement wat betreft verslavend ontwerp en schadelijke inhoud zijn er mogelijk problemen.

De commissie vreest onder meer gevreesd dat gebruikers van TikTok met een ‘rabbit hole’-effect te maken krijgen. Dat betekent dat ze, door de specifieke algoritmes die het van Bytedance gebruikt, bij filmpjes terecht kunnen komen die verdergaan op het filmpje waarvoor ze gekozen hebben, maar extremer zijn. De risicobeheersing die TikTok toepast, schiet mogelijk tekort, met alle mogelijke gevolgen voor het mentale en fysieke welbevinden van de (minderjarige) gebruikers als gevolg en voor het risico op radicalisering.

lees ook

CEO’s techgiganten op de rooster in Amerikaanse senaat

De Commissie ontving van TikTok reeds een gedetailleerde risicoanalyse, maar die overtuigde dus niet. Daarom wordt nu een formeel onderzoek opgestart. Hoe lang dat onderzoek gaat duren, is niet duidelijk. Als TikTok inderdaad fouten heeft begaan, kan het een boete krijgen die oploopt tot 6 procent van de jaaromzet van het bedrijf. Ook andere bedrijven blijven in het vizier van de Europese Commissie. Tegen hen is (voorlopig) nog geen officieel onderzoek gestart.