Inspiratiedag mediawijsheid in Brussel focust op nieuws en desinformatie
Op donderdag 29 oktober 2026 vindt in BeCentral in Brussel een gratis inspiratiedag plaats over mediawijsheid, nieuws en desinformatie. Het evenement richt zich op professionals die werken met kinderen, jongeren en volwassenen en combineert nieuw onderzoek met praktijkgerichte workshops.
De dag is een initiatief van Benedmo, Mediawijs, VRT, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Netwerk Mediawijsheid, in samenwerking met Arteveldehogeschool. Het project ontvangt financiering van de Europese Unie. Benedmo brengt een expertisenetwerk samen rond desinformatie en factchecken vanuit een Vlaams-Nederlandse samenwerking.
Onderzoek en praktijk centraal
Het programma start om tien uur met een keynote van onderzoekers van Arteveldehogeschool. Zij presenteren nieuw onderzoek naar de mediawijsheid van Vlamingen, waarbij verschillende generaties en aspecten aan bod komen: omgaan met informatie, artificiële intelligentie en influencers. Het onderzoek brengt kennis, vaardigheden en ervaringen van Vlamingen in kaart.
Aansluitend volgt een paneldiscussie waarin onderzoekers in gesprek gaan met professionals uit het werkveld. Centraal staat de vraag of onderzoeksresultaten overeenkomen met ervaringen op de werkvloer en hoe die resultaten in de praktijk gevaloriseerd kunnen worden. In de namiddag zijn er twee reeksen keuzesessies rond nieuws en informatie, gevolgd door een netwerkdrink.
Voor een breed publiek
De inspiratiedag richt zich op leerkrachten, medewerkers uit het volwassenenonderwijs, buurtwerkers, bibliotheekwerkers, educatieve medewerkers en onderzoekers. Deelname is volledig gratis. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven op een interesselijst via Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid.
Vooruitblik
Met dit evenement wil Benedmo professionals concrete handvatten bieden om desinformatie tegen te gaan in hun dagelijkse werking. De combinatie van vers onderzoek en uitwisseling van praktijkervaring moet zorgen voor een sterkere aanpak van mediawijsheid in Vlaanderen en Brussel.
Smartschool waarschuwt voor nep-extensie die persoonsgegevens doorsluist
Smartschool waarschuwt gebruikers dringend voor de browserextensie ‘Smartschool Radar’, die niet afkomstig is van het platform zelf. De extensie verzamelt privacygevoelige persoonsgegevens en stuurt die door naar een onbekende externe server.
De extensie ‘Smartschool Radar’ is beschikbaar via de Google Chrome Web Store en belooft leerlingen en ouders een overzichtelijke tabel te maken van alle schoolresultaten op Smartschool. Omdat de naam ‘Smartschool’ erin voorkomt, wekken veel gebruikers ten onrechte de indruk dat het om een officiële tool gaat.
Gevoelige gegevens op het spel
Smartschool stuurde een waarschuwing uit naar alle aangesloten scholen. De extensie, ook bekend als ‘Rapport Radar’, leest op de achtergrond gegevens uit die toegankelijk zijn voor de ingelogde gebruiker. Het gaat onder meer om profielgegevens, resultaten, rapporten en berichten met bijlagen, maar ook om gevoelige informatie zoals naam, geboortedatum, adres en rijksregisternummer.
Die gegevens worden doorgesluisd naar een externe server waarvan Smartschool zelf niet weet wie die beheert of waarvoor die dient. Dit soort privacyrisico’s zijn niet uniek voor Smartschool en vormen een groeiend probleem in het onderwijslandschap. Enkel toestellen waarop de extensie actief is, lopen risico. Het platform zelf blijft naar behoren werken.
Verwijdering vraagt om actie van gebruiker
Smartschool vraagt iedereen die de extensie installeerde om die onmiddellijk te verwijderen. Het bedrijf kan de extensie niet zelf blokkeren en vroeg Google al om de tool uit de Chrome Web Store te halen, tot nu toe zonder resultaat. Uit onderzoek blijkt dat de extensie waarschijnlijk ontwikkeld werd door een individu uit Antwerpen, op basis van een domeinnaam die in januari 2026 geregistreerd werd.
Wat nu?
Wie ‘Smartschool Radar’ geïnstalleerd heeft, verwijdert de extensie via de extensiebeheerder in Google Chrome. Ga naar het puzzelstukje rechtsboven, zoek de extensie op en klik op ‘verwijderen’. Herstart daarna de browser. Dit incident onderstreept het belang van digitale veiligheid voor alle gebruikers van onderwijsplatformen. Smartschool blijft aandringen bij Google om de tool zo snel mogelijk offline te halen.
lees ook
SURF waarschuwt onderwijsinstellingen voor privacyrisico’s Microsoft 365 Copilot
Scheppers Instituut Wetteren ontsnapt aan VMware-prijsstijgingen met Belgische cloud
Het Scheppers Instituut Wetteren migreerde zijn volledige VMware- en Horizon View-omgeving naar whitesky.cloud, een Belgisch soeverein cloudplatform. De technische school in Oost-Vlaanderen vermijdt zo de forse licentieverhogingen na de overname van VMware door Broadcom, en houdt tegelijk zijn bestaande hardware in gebruik.
Na de overname van VMware door Broadcom kregen veel organisaties te maken met licentieverhogingen tot vierhonderd procent. Voor scholen met beperkte IT-budgetten zijn zulke kostenstijgingen moeilijk op te vangen. Het Scheppers Instituut Wetteren, een technische secundaire school, zocht daarom naar een alternatief dat zowel betaalbaar als performant bleef.
Bestaande hardware blijft behouden
De migratie naar whitesky.cloud liet de school toe om haar bestaande hardware in gebruik te houden in plaats van volledig nieuwe hardware aan te kopen. De nieuwe omgeving omvat 105 TB software-defined storage, 828 vCPU en 3.044 GB RAM. Dat is voldoende rekenkracht om zware CAD- en grafische toepassingen vlot te laten draaien via een virtuele desktopomgeving.
Voor een technische school zijn die toepassingen geen luxe maar een noodzaak. Leerlingen werken dagelijks met veeleisende ontwerp- en tekensoftware. Dankzij de virtuele desktopinfrastructuur hoeven gezinnen geen dure laptops aan te schaffen, wat de toegankelijkheid van het technisch onderwijs ten goede komt.


Digitale soevereiniteit als extra argument
Whitesky.cloud positioneert zich als een Belgisch soeverein cloudplatform, wat betekent dat de data op Belgische bodem blijft. Voor een onderwijsinstelling die werkt met leerlingengegevens is dat een relevant gegeven, zeker in het licht van de Europese privacyregelgeving.
De keuze voor een Belgisch soeverein cloudplatform biedt niet alleen kostenvoordelen, maar draagt ook bij aan de digitale soevereiniteit van onderwijsinstellingen.
Vooruitblik
Het project van het Scheppers Instituut toont aan dat scholen niet automatisch moeten meegaan in de prijsverhogingen van grote softwareleveranciers. Door tijdig te migreren naar een alternatief platform combineerde de school kostenbesparing met meer voorspelbare IT-uitgaven, zonder in te boeten op prestaties.
lees ook
Leerlinggegevens GDPR-veilig houden op school
Waarom cybercriminelen scholen steeds aantrekkelijker vinden
Cybercriminelen kiezen hun slachtoffers niet willekeurig, en steeds vaker komen scholen bovenaan dat lijstje. Dat heeft weinig met pech te maken en alles met een ongelukkige combinatie: een school beheert de gegevens van honderden tot duizenden leerlingen, van rijksregisternummers tot zorgdossiers, terwijl er zelden genoeg IT-mankracht is om dat allemaal te bewaken. Het zijn bovendien gegevens van minderjarigen, wat onder de GDPR een extra zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt. De vraag is alleen: weet iedereen die er dagelijks mee werkt dat ook?
In de praktijk zit de bescherming van al die data zelden bij één IT-coördinator. Ze zit verspreid over elke leerkracht die inlogt op het leerlingvolgsysteem, elke secretariaatsmedewerker die een mail opent, en elke directielid dat met een laptop naar huis gaat. En precies daar, bij de mens, ligt de zwakste schakel.
Waarom scholen een aantrekkelijk doelwit zijn
Maar de aantrekkelijkheid stopt niet bij de data en de beperkte middelen. Voeg er een personeelsbestand aan toe dat in de eerste plaats met lesgeven bezig is en niet met cyberdreigingen, en het profiel is compleet. Daar komt bij dat veel scholen onderling verbonden systemen gebruiken, van leerlingvolgsysteem tot oudercommunicatie, waardoor één zwakke plek vaak toegang geeft tot veel meer.
De aanval begint zelden bij een technisch lek. Ze begint bij een klik. Een mail die lijkt te komen van het schoolbestuur, een nepfactuur van een vertrouwde leverancier, of een bericht dat zogenaamd van Smartschool of Microsoft komt. Eén leerkracht die zijn inloggegevens intikt op een valse pagina, en een aanvaller heeft toegang tot een account, en via dat account vaak tot veel meer.
Eén gekaapt account, en dan?
Stel: het account van een leerkracht wordt overgenomen. Wat ooit een onschuldige inbox leek, blijkt nu een sleutel. De aanvaller leest mee, ziet leerlingdossiers, stuurt vanuit dat vertrouwde adres nieuwe phishingmails naar collega’s en ouders, en in het slechtste geval versleutelt hij de hele schoolomgeving met ransomware.
Het gevolg is niet alleen technische schade. Een datalek met gegevens van minderjarigen is meldingsplichtig bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, brengt reputatieschade mee, en zorgt voor begrijpelijke onrust bij ouders. De kosten van dat ene verkeerde klikmoment zijn vele malen hoger dan de moeite die het kost om het te voorkomen.
De beste firewall van een school staat niet in de serverkast. Het is een personeelsbestand dat een verdachte mail herkent voordat erop geklikt wordt.
GDPR vraagt niet alleen techniek, maar ook gedrag
Veel scholen denken bij gegevensbescherming aan technische maatregelen: wachtwoorden, back-ups, toegangsrechten. Allemaal nodig, maar de GDPR vraagt uitdrukkelijk ook om het bewustzijn van de mensen die de gegevens verwerken. Je kunt op papier perfect in orde zijn en alsnog een datalek hebben omdat één medewerker niet herkende wat er misging.
Voor het onderwijs komt daar bovenop dat de Europese regelgeving rond cybersecurity blijft aanscherpen. Hoewel de meeste scholen niet rechtstreeks onder de strengste verplichtingen vallen, loont het de moeite om te weten wat NIS2 voor onderwijsinstellingen betekent, zeker voor grotere scholengroepen en hogeronderwijsinstellingen. De rode draad is overal dezelfde: aantoonbaar werk maken van de menselijke factor.
Bewustzijn opbouwen zonder je team te belasten
De reflex is vaak een jaarlijkse sessie of een lange e-learning. Het probleem: kennis die je één keer aanbiedt, verwatert binnen enkele maanden, en een leerkrachtenteam heeft simpelweg geen tijd voor uren extra opleiding. Wat wél werkt, is bewustzijn opbouwen in kleine, terugkerende stappen die in de drukke schoolweek passen.
Een paar minuten per week, met herkenbare voorbeelden uit de schoolcontext en geoefende phishingsimulaties, doet meer dan één lange sessie per jaar. Het houdt de kennis vers, het is laagdrempelig, en het levert je meteen het bewijs dat je als school aan je zorgplicht voldoet. Een aanpak met doorlopende security awareness training maakt van gegevensbescherming iets wat leeft bij het hele team in plaats van een vinkje in een dossier.
De gegevens van leerlingen beschermen is uiteindelijk geen IT-project, maar een gewoonte van de hele school. En gewoontes bouw je niet op met één moment van aandacht, maar met regelmaat.
Partner content in samenwerking met Guardey. Dit artikel is informatief bedoeld en vormt geen juridisch advies over de toepassing van de GDPR of NIS2.
Verbod op sociale media voor kinderen schiet zijn doel voorbij
Steeds meer landen verbieden kinderen de toegang tot sociale media, maar die aanpak pakt het echte probleem niet aan. Volgens de 5Rights Foundation moeten overheden techbedrijven ter verantwoording roepen in plaats van kinderen uit de digitale wereld te weren.
Vier landen ontzeggen kinderen al de toegang tot sociale media, vijf andere landen namen gelijkaardige wetgeving aan die nog geïmplementeerd moet worden, en een veertigtal landen overweegt soortgelijke maatregelen. Wat begon met een Australisch verbod voor jongeren onder de zestien, groeit razendsnel uit tot een wereldwijde trend.
Verbod mist de kern van het probleem
Marie-Ève Nadeau van de 5Rights Foundation stelt dat kinderen één op de drie internetgebruikers uitmaken en opgroeien in een digitale omgeving die niet is ontworpen met hun rechten of kwetsbaarheden in gedachten. Een verbod creëert een schijn van bescherming, maar laat schadelijke praktijken ongemoeid. Bovendien riskeren kinderen naar ongereguleerde omgevingen te worden gedreven, zoals AI-chatbots of gameplatformen, waar vergelijkbare risico’s bestaan met nog minder toezicht.
Verboden schenden ook andere kinderrechten dan enkel bescherming, zoals het recht op informatie, vrije meningsuiting en participatie. Nadeau wijst er ook op dat de verboden vaak gelden tot zestien jaar, terwijl kinderrechten doorlopen tot achttien. Kwetsbare kinderen zijn bovendien vaak sterk afhankelijk van digitale ruimtes voor expressie en identiteitsbescherming.
Techbedrijven dragen verantwoordelijkheid
Terwijl techbedrijven zwaar investeren in gerichte reclame en gepersonaliseerde content, steken ze weinig energie in de bescherming van kinderen. Uit cijfers van privacytoezichthouders blijkt dat 24 procent van de diensten geen enkel mechanisme voor leeftijdsverificatie heeft. Australië toont echter dat privacyvriendelijke verificatie mogelijk is zonder identiteitsgegevens prijs te geven.
Systemische aanpak als alternatief
Nadeau pleit voor een aanpak waarbij techbedrijven wettelijk verplicht worden te beoordelen hoe hun producten kinderen aan risico’s blootstellen, vergelijkbaar met de luchtvaart- of voedselveiligheidssector. In plaats van verboden pleiten experts voor strengere regels rond sociale media die techbedrijven ter verantwoording roepen. Meer dan 55 organisaties en experten wereldwijd schaarden zich al achter de tien principes die 5Rights Foundation ontwikkelde, met leeftijdsgeschikt ontwerp en verplichte impactbeoordelingen als kern.
lees ook
Hoge Gezondheidsraad vraagt strengere regels rond gsm’s en sociale media: wat betekent dat voor scholen?
Fedustria brengt 200 jongeren samen voor STEM-evenement Twiinz.world
Fedustria organiseert op 25 mei 2026 de tweede editie van Twiinz.world, een STEM-evenement voor jongeren tussen tien en twaalf jaar. Het initiatief wil de dalende interesse in STEM-richtingen in Vlaanderen een halt toeroepen.
De meest recente STEM-monitor voor Vlaanderen toont een zorgwekkende trend: het aandeel STEM-leerlingen in het secundair onderwijs daalt opnieuw, van 37,5 procent naar 36,44 procent. Fedustria, de Belgische federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie, reageert daarop met een eigen aanpak.
Van virtuele droomwereld naar fysiek ontwerp
Twiinz.world is een 3D STEM-tool waarmee jongeren een virtuele droomwereld ontwerpen met Belgische meubels, houtproducten en textielmaterialen. Sinds de lancering in april 2024 vonden al ongeveer 250 workshops plaats, waarbij 4.000 jongeren de tool gebruikten.
Het evenement op 25 mei vindt plaats op domein Puyenbroeck, aansluitend bij het Nerdland Festival. In totaal nemen 200 leerlingen deel. Zij brengen hun eerder digitaal ontworpen droomklas of droomslaapkamer tot leven met miniatuurmeubels, stalen van Belgische stoffen en andere materialen. Een vakjury van sectorvertegenwoordigers beoordeelt de projecten op creativiteit, materiaalgebruik en afwerking.
Trofeeën en toekomstperspectief
De organisatie reikt twee trofeeën uit: één voor de beste droomklas en één voor de beste droomslaapkamer. De awards komen uit handen van twinfluencer Esther, bekend als ZicZacKitty, en Karla Basselier, CEO van Fedustria.
Basselier benadrukt dat de instroom van jongeren cruciaal blijft voor de sector. Met Twiinz.world wil Fedustria jongeren op een creatieve manier vertrouwd maken met technologie en design, zodat ze later ook hout-, meubel- en textielopleidingen overwegen. Het initiatief slaat zo een brug tussen de leefwereld van jongeren en de Belgische maakindustrie.
lees ook
Vlaanderen scherpt digitale competenties in onderwijsdoelen aan
Scivil zoekt leerkrachten voor AI-taalproject Maarallee in de klas
Scivil lanceert een lesbundel over sociolinguïstiek en AI voor leerlingen vanaf zestien jaar en zoekt leerkrachten Nederlands uit de derde graad om die in de praktijk te testen. Via de Maarallee-app dragen leerlingen rechtstreeks bij aan de ontwikkeling van AI die Vlaamse taalvariatie begrijpt.
De lesbundel brengt twee thema’s samen die zelden in één lessenpakket aan bod komen: hoe taal verschilt tussen sociale groepen, en hoe AI daarmee omgaat. Leerlingen verkennen hoe taal wordt verworven, zowel door mensen als door machines, en ontdekken waarom taaldiversiteit een rol speelt in de ontwikkeling van spraaktechnologie.
Leerlingen als bijdragers aan citizen science
Concreet spreken leerlingen zinnen in via de Maarallee-app en analyseren ze taalvariatie. Die opnames voeden een citizen science-project dat als doel heeft AI te trainen op authentiek Vlaams taalgebruik. Leerlingen ervaren zo dat hun eigen stem een directe impact kan hebben op technologie in ontwikkeling.
Het project richt zich op leerkrachten die nieuwsgierig zijn naar het snijpunt tussen taal, technologie en maatschappij, en die bereid zijn vernieuwende lespraktijken uit te proberen. Scivil omschrijft het als een kans om leerlingen actief te laten deelnemen aan een echt lopend onderzoeksproject.
Deelname en planning
Leerkrachten die willen meewerken, kunnen de bundel testen, inzetten of mee verder vormgeven. Scivil plant testmomenten in april, mei, juni, september en oktober. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen via het team van Maarallee voor meer informatie over deelname.
Onderwijs en AI-ontwikkeling verbinden
Het initiatief toont hoe onderwijs en technologisch onderzoek elkaar kunnen versterken. Door leerlingen te betrekken bij de training van AI-systemen, brengt Scivil de abstracte wereld van machine learning dichter bij de klas. Voor leerkrachten biedt het een concrete manier om AI niet alleen als onderwerp te bespreken, maar ook tastbaar te maken.
Helft Vlaamse scholieren gebruikt AI wekelijks voor school, maar regels ontbreken
De helft van de Vlaamse middelbare scholieren gebruikt meerdere keren per week AI voor schoolwerk, blijkt uit de Grote Scholierenbevraging van 2026. Scholieren vragen zelf om duidelijke afspraken, terwijl een UGent-professor het debat op scherp zet door AI expliciet toe te laten op zijn examens.
De Vlaamse Scholierenkoepel publiceerde de eerste resultaten van zijn jaarlijkse bevraging. Dertig procent van de middelbare scholieren gebruikt AI-tools meerdere keren per week, twintig procent zelfs dagelijks. In de tweede en derde graad loopt dat gebruik op tot respectievelijk 55 en 60 procent. Slechts zeven procent gebruikt helemaal geen AI voor schoolopdrachten.
Weinig controle, versnipperde regels
De meeste scholieren, 72 procent, gebruiken AI om uitleg te vragen over leerstof. Veertien procent besteedt schoolwerk volledig uit aan AI. Zorgwekkend is dat 35 procent AI-informatie zelden of nooit controleert. Scholierenkoepel-vertegenwoordiger Lieselore Wouters pleit voor meer lestijd rond correct AI-gebruik, ook omdat 42 procent zich zorgen maakt over hoe medestudenten de technologie inzetten.
Het AI-beleid op scholen is bovendien versnipperd: 62 procent van de scholieren geeft aan dat regels rond AI verschillen per leerkracht. Wouters vraagt een duidelijk kader, opgesteld in overleg met scholieren. “Verantwoord AI-gebruik leert studenten de nodige vaardigheden voor de werkvloer van morgen”, klinkt het.
UGent-professor laat AI toe op examen
Ruben Verborgh, professor Web Development aan de UGent, kiest voor een andere aanpak: hij laat studenten tijdens het examen alles gebruiken, inclusief AI. Toch slaagden modellen als Claude, Gemini en ChatGPT niet verder dan vier op twintig op zijn proefexamen. Verborgh wil aantonen dat diepgaand begrip niet vervangbaar is door AI.
De professor waarschuwt dat het onderwijs tevergeefs tegen AI vecht. Op 7 mei kunnen ook niet-studenten deelnemen aan zijn examen, tijdens het event Connect IT in Antwerp Expo.
Conclusie
Zowel scholieren als onderwijsprofessionals beseffen dat AI niet meer weg te denken is uit het onderwijs. De vraag is niet langer of AI gebruikt mag worden, maar hoe scholen en universiteiten daar een coherent beleid rond bouwen dat studenten voorbereidt op de arbeidsmarkt.
GRITT wil chatbot en AI-studiepartner in één abonnement combineren
GRITT is gelanceerd als chatbot die zich nadrukkelijk richt op studeren, bijles en persoonlijke documentatie. Het platform koppelt een gesprekspartner aan functies voor studiemateriaal, gedeelde samenvattingen en een grotendeels Europese infrastructuur, met abonnementen vanaf één euro per maand plus verbruik.
GRITT positioneert zich niet als gewone AI-chatbot, maar als studiepartner die mee door cursusmateriaal gaat en zich aanpast aan kennisniveau, interesses en leerstijl. Volgens de productbeschrijving kan de dienst studieteksten, handleidingen, notities en huiswerk verwerken om daarna uitleg te geven, oefeningen te bedenken en gebruikers uit te dagen.
Het nieuwsfeit is dus dat GRITT nu beschikbaar is en daarbij meteen verschillende gebruiksscenario’s samenbrengt. Naast studiehulp mikt het platform ook op persoonlijke documentatie via een aparte functie, terwijl het prijsmodel zowel occasioneel als intensief gebruik moet opvangen.
Focus op studeren en gesprek
De kern van GRITT ligt bij studeerondersteuning. Het platform spreekt over een AI-variant van bijles, huiswerkbegeleiding en tentamentraining, waarbij de chatbot niet alleen antwoorden geeft, maar ook een gesprek opbouwt rond de leerstof. Dat gesprek moet volgens de makers helpen om informatie beter te onthouden.
Daarbij verwijst GRITT ook naar humor, kritische interactie en een minder formele stijl dan een studieboek. In combinatie met FUGA moet het systeem afgestemd zijn op de gebruiker, met ruimte voor niveautests, herhaling, extra uitleg en oefeningen. Het platform zegt ook studietechnieken, pedagogische stijlen en didactische vaardigheden toe te voegen.
Prijsmodel, documenten en privacy
GRITT werkt met drie formules. Flex kost één euro per maand, aangevuld met automatisch top-up-verbruik: tien euro levert 100 credits op. Basic kost vijftien euro per maand en is bedoeld voor dagelijkse studiegesprekken, terwijl Premium vijftig euro per maand kost voor intensiever gebruik met meer ruimte voor uploads en langdurig werken.
Naast studeren introduceert GRITT ook Personal Dox, een systeem voor persoonlijke documenten zoals recepten, reisplannen, dagboeken en notities. Via Ghostlink kunnen gebruikers de invloed van die documenten delen zonder de bestanden zelf zichtbaar te maken. Volgens de beschrijving ontstaat zo een vorm van sociale connectiviteit met extra privacy-instellingen per document.
The Rent Company België wordt Easy4u voor digitaal onderwijs
The Rent Company België verandert van naam en gaat voortaan verder als Easy4u. Volgens het bedrijf past die naam beter bij wat het al jaren doet: scholen, leerlingen en ouders ontzorgen rond laptops, beheer en toegang tot digitaal onderwijs.
De naamswijziging komt niet uit de lucht vallen. In de visie van het bedrijf is een laptop maar één schakel in een veel grotere keten, waarin ook wifi, ondersteuning, financiering en onderhoud een rol spelen.
Daarachter zit een bredere verschuiving in het onderwijs. Leerlingen groeien op in een digitale wereld, terwijl leerkrachten hun rol meer als coach dan als pure kennisbron invullen. Technologie moet dat proces ondersteunen, niet bemoeilijken.
Van laptopverhuur naar toegang tot onderwijs
Niel Van Meeuwen, verantwoordelijk voor The Rent Company België, zegt dat het bedrijf geen laptops verkoopt, maar toegang tot digitaal onderwijs. De laptop is daarbij een middel, net als een stabiele verbinding, training voor leerkrachten en een vervangtoestel wanneer iets stukgaat.
Easy4u wil die randvoorwaarden centraal beheren, zodat scholen zich kunnen focussen op hun pedagogische opdracht. Het bedrijf levert toestellen, haalt defecte exemplaren op en biedt gespreide betalingen aan ouders aan. Tegen 1 september moeten de toestellen in Vlaanderen en Wallonië uitgeleverd zijn.
AI verhoogt de druk op scholen
Volgens Van Meeuwen maakt AI die ondersteuning nog belangrijker. Een kapotte laptop is in een klaslokaal waar AI-tools dagelijks worden ingezet geen klein ongemak meer, maar een onderwijsprobleem. Ook de hardware zelf krijgt meer eisen opgelegd, omdat AI extra rekenkracht vraagt.
Patrick De Smedt, voorzitter van het bedrijf en oud-medewerker van Microsoft, ziet daarin opnieuw een technologische verschuiving. Hij zegt dat leerlingen en leerkrachten zich op hun kernactiviteit moeten blijven richten, terwijl de technologie errond beheerd en onder controle blijft. Easy4u speelt daar volgens hem een operationele rol in.
Inclusie als basisrecht
Van Meeuwen koppelt digitaal onderwijs expliciet aan het recht op onderwijs. Omdat onderwijs steeds digitaler wordt, moet toegang tot digitale middelen volgens hem ook breed beschikbaar zijn. Voor gezinnen die de maandelijkse kost moeilijk dragen, zoekt het bedrijf oplossingen.
lees ook
AI-studiedag voor leerkrachten: digitale geletterdheid in de praktijk
Adobe lanceert gratis AI-studietool Student Spaces in Acrobat
Adobe breidt Acrobat uit met Student Spaces, een gratis AI-tool voor studenten. De tool moet van PDF’s, links en notities snel flashcards, quizzen, presentaties en andere studiematerialen maken.
Adobe richt zich met deze lancering nadrukkelijk op studenten, terwijl Acrobat tot nu toe vooral draaide rond functies voor professionals. Met Student Spaces probeert het bedrijf een plek te claimen naast bestaande studietools van onder meer Google, Goodnotes en Turbo AI.
De nieuwe functie staat los van de klassieke Acrobat-omgeving en is gratis te gebruiken zonder in te loggen. Adobe hoopt zo studenten sneller aan te spreken die al in Acrobat documenten lezen en er meteen studiemateriaal uit willen halen.
Wat Student Spaces kan doen
Student Spaces laat gebruikers verschillende soorten bestanden uploaden, zoals PDF’s, Docs, PowerPoint, Excel, URL’s, handgeschreven notities en transcriptbestanden. Daarna kan de tool daaruit flashcards, mindmaps, quizzen, podcasts en bewerkbare presentaties genereren via Adobe Express.
Daarnaast kan de tool ook studiegidsen en kaarten maken om een leertraject in kaart te brengen. Adobe voegde vorige maand al een functie toe om tweepersonen-AI-podcasts te maken op basis van documenten in Acrobat, en die mogelijkheid komt nu ook naar Student Spaces.
Concurrentie met andere studietools
Met Student Spaces gaat Adobe de concurrentie aan met tools zoals Google NotebookLM, Goodnotes en Turbo AI. Die laten studenten ook documenten opladen om er studiemateriaal uit af te leiden.
Om sneller tractie te krijgen, maakt Adobe de tool gratis en toegankelijk via een aparte webomgeving. Studenten kunnen meteen starten, zonder eerst een account aan te maken of bestanden tussen verschillende apps te moeten verplaatsen.
AI-assistent en test met studenten
Student Spaces bevat ook een chatoptie waarmee studenten vragen kunnen stellen aan een AI-assistent. Adobe zegt dat die assistent zijn antwoorden baseert op de geüploade documenten om fouten te beperken.
Het bedrijf testte de tool met 500 studenten en met studentengroepen van universiteiten zoals Harvard, Berkeley en Brown. Volgens Charlie Miller, vicepresident Education bij Adobe, wil het bedrijf een centrale plek bieden waar studenten documenten kunnen lezen én studiemateriaal kunnen maken.
Demir wil schermgebruik van leerlingen op schoollaptops in kaart brengen
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir wil proefprojecten opstarten om het digitale gedrag van leerlingen beter te begrijpen. Ondanks het smartphoneverbod verschuift de schermtijd volgens onderzoek van de smartphone naar de schoollaptop.
Demir koppelt het plan aan de vraag hoe jongeren echt omgaan met digitale prikkels tijdens de schooldag. Volgens professor Lieven De Marez van Imec weten scholen vandaag te weinig over wat leerlingen precies doen op hun laptop.
Het smartphoneverbod zorgt wel voor meer rust in de klas, maar het lost het bredere schermgebruik niet op. Daarom wil de Vlaamse regering nu ook kijken naar laptopgebruik in scholen, zonder de privacy van leerlingen te schenden.
Schermtijd verschuift naar de laptop
Vanaf dit schooljaar geldt in Vlaanderen een absoluut smartphoneverbod in het basisonderwijs en in de eerste en tweede graad van het middelbaar onderwijs. Toch daalde de schermtijd van jongeren niet, zegt De Marez. Volgens hem verschuift het gebruik gewoon van de smartphone naar de schoollaptops, ook tijdens de lesuren.
Leerlingen gebruiken op hun laptop vaak webversies van apps zoals Snapchat en WhatsApp. Wat daar precies gebeurt, blijft onduidelijk. De Marez noemt schoollaptops daarom een zwarte doos: scholen varen volgens hem blind zolang ze geen zicht hebben op het digitale gedrag van leerlingen.
Onderzoek naar gedrag, niet naar berichten
De proefprojecten moeten onderzoekers helpen om patronen in kaart te brengen. Het gaat niet om meelezen met berichten, benadrukt De Marez, maar om te zien hoe vaak leerlingen schakelen tussen apps, hoe lang ze hun aandacht vasthouden en hoe ze omgaan met meldingen.
Dat is nodig, zegt hij, omdat jongeren vaak zelf niet beseffen hoeveel tijd ze verliezen. Eén minuut gericht gebruik kan volgens hem snel uitmonden in tientallen minuten afleiding. Ook digitale treintjes, zoals doorklikken naar TikTok, Zalando of WhatsApp na een korte taak, spelen daarin een rol.
Daarnaast krijgen jongeren vaak honderden meldingen per dag. Vooral Snapchat vraagt veel aandacht. Demir en De Marez willen leerlingen bewuster te leren omgaan met schermgebruik, zodat ze leren focussen en hun gedrag beter reguleren.
lees ook