Cyberaanval bij Bernardusscholen Oudenaarde: data van 4.200 leerlingen en personeel gestolen

Bernardusscholen Oudenaarde bevestigt een cyberaanval waarbij gegevens van zo’n 4.200 leerlingen en personeelsleden zijn buitgemaakt. De scholengroep blokkeerde uit voorzorg alle accounts en startte met een grootschalige wachtwoordreset.

Bernardusscholen Oudenaarde is getroffen door een cyberaanval waarbij persoonsgegevens werden gestolen. Het nieuws raakte bekend via Het Laatste Nieuws en werd bevestigd door de scholengroep, die 3.550 leerlingen en 650 personeelsleden telt.

Voor scholen en ICT-coördinatoren legt zo’n incident meteen het spanningsveld bloot tussen continuïteit in de klas en snelle incidentrespons. Tegelijk groeit de nood aan heldere communicatie naar leerlingen, ouders en personeel, zeker wanneer nog niet alle details vaststaan.

Welke gegevens zijn buitgemaakt en wat is al bekend?

Volgens directeur Rik Van Welden kregen de aanvallers toegang tot onder meer namen, e-mailadressen, stamboeknummers en thuisadressen van leerkrachten. Ook gegevens van leerlingen werden gestolen, al is op dit moment niet duidelijk welke gegevens dat precies zijn.

De omvang wordt door de scholengroep omschreven als data van zo’n 4.200 leerlingen en personeelsleden samen. Dat cijfer plaatst het incident in de categorie waarbij scholen rekening moeten houden met verhoogd risico op phishing en gerichte oplichting, omdat aanvallers voldoende context kunnen hebben om geloofwaardige berichten te sturen.

Welke maatregelen neemt de school nu concreet?

De scholengroep heeft uit voorzorg alle accounts geblokkeerd. Parallel loopt een operatie om wachtwoorden te wijzigen, die volgens de directie volop bezig is. Dat soort maatregel kan ook impact hebben op toegang tot leerplatformen, e-mail en andere digitale diensten binnen de schoolwerking.

Daarnaast deed de school aangifte bij de politie. Het onderzoek ligt nu bij het parket. Voor ICT-verantwoordelijken betekent dat doorgaans ook: logbestanden en sporen zo goed mogelijk bewaren, en intern afspraken maken over wie welke communicatie voert terwijl het onderzoek loopt.

Welke waarschuwingen krijgen leerlingen en personeel?

De scholengroep roept leerlingen en personeelsleden op om extra waakzaam te zijn. Concreet vraagt de school om de komende weken niet op onverwachte links te klikken, geen verdachte bijlagen te openen en altijd de naam van de afzender te controleren.

lees ook

Leerlinggegevens GDPR-veilig houden op school

European Teacher Survey 2026: meer AI-gebruik, maar vraag naar bewijs blijft

Leerkrachten gebruiken AI vaker, maar blijven voorzichtig over de impact op leerresultaten. Dat blijkt uit de European Teacher Survey 2026 van Sanoma Learning, gebaseerd op antwoorden van meer dan 20.000 leerkrachten in veertien landen, waaronder meer dan 1.100 uit België. Ze vragen vooral educatieve AI die pedagogisch onderbouwd is en aansluit bij leerplannen en vertrouwde leermiddelen.

Sanoma Learning, het moederbedrijf van uitgever Van In, peilde opnieuw naar hoe leerkrachten technologie inzetten in het klaslokaal. De bevraging loopt sinds 2021 jaarlijks en de dataverzameling gebeurde door GfK, een bedrijf van NIQ.

Voor Vlaamse scholen en ICT-coördinatoren is vooral relevant hoe het vertrouwen in generatieve AI groeit, terwijl het draagvlak voor leerlinggebruik beperkt blijft. Dat spanningsveld bepaalt mee welke tools ingang vinden en onder welke voorwaarden.

Gebruik stijgt, vertrouwen ook, maar leerwinst is nog niet bewezen

Het aandeel leerkrachten dat AI gebruikt, steeg van negenenveertig procent naar drieënzestig procent in 2026. Ook het vertrouwen in generatieve AI nam toe: van achtentwintig procent naar tweeënveertig procent op één jaar tijd.

Tegelijk blijft het bewijs voor leerwinst beperkt in de perceptie van leerkrachten. Slechts zeventien procent denkt dat AI vandaag al een positieve impact heeft op leerresultaten, tegenover vijftien procent in 2023. Drie op de vier leerkrachten blijven bovendien bezorgd over risico’s voor de onderwijskwaliteit, en slechts één op de drie staat achter AI-gebruik door leerlingen op school.

Leerkrachten willen educatieve AI, niet een aangepast consumententool

Leerkrachten wijzen AI niet af, maar willen vooral betrouwbare tools die passen binnen didactiek en leerplan. Afhankelijk van het land vindt vijfenzeventig tot tweeënnegentig procent dat educatieve AI moet vertrekken vanuit pedagogische principes.

Ook in België ligt die lat hoog. In Vlaanderen noemt negenenzeventig procent het vrij tot zeer belangrijk dat AI-tools een pedagogische insteek hebben voor gebruik in de klas; in Wallonië gaat het om zesentachtig procent. Cristina Taroiu, Chief Strategy Officer bij Sanoma Learning, stelt dat leerkrachten vooral tijdswinst zien, maar nog niet overtuigd zijn van betere leerresultaten. Vicky Adriaensen, ceo van Van In, verwacht AI die de leraar concreet ondersteunt.

VRT bundelt podcast en EDUbox om online pesten in de klas te bespreken

De VRT schuift met de podcast ‘Niemand vindt u leuk’ en de EDUbox Online pesten nieuw lesmateriaal naar voren om (online) pestgedrag bespreekbaar te maken. In de podcast gaat Jacotte Brokken in gesprek met lotgenoten en werkt ze met psycholoog Lennart aan onverwerkte trauma’s. De EDUbox richt zich op secundair onderwijs en leert jongeren hoe ze als omstaander kunnen ingrijpen.

De VRT positioneert de podcast ‘Niemand vindt u leuk’ expliciet als instap om het thema pesten in de klas te openen. Brokken koppelt persoonlijke getuigenissen aan gesprekken met mensen die gelijkaardige ervaringen hadden, met aandacht voor de impact van pesten.

Daarnaast is er de EDUbox Online pesten, een interactief lespakket dat jongeren via video’s, theorie, klasgesprekken en een tool laat oefenen op reacties in concrete chatsituaties. De focus ligt op wat leerlingen kunnen doen wanneer ze pesterijen zien passeren.

Podcast als getuigenis en gespreksstarter

In ‘Niemand vindt u leuk’ onderzoekt Jacotte Brokken wat pesten met iemand doet. De podcast vertrekt vanuit haar eigen confrontatie met pestgedrag en volgt een zoektocht waarin ze, samen met haar psycholoog Lennart, onverwerkte trauma’s probeert aan te pakken.

De VRT schuift het format naar voren als hulpmiddel voor leerkrachten die pesten bespreekbaar willen maken in de klas. Door gesprekken met lotgenoten te combineren met een therapeutische invalshoek ligt het accent op herkenning, impact en het benoemen van ervaringen.

EDUbox Online pesten: omstaanders als sleutelfiguur

De EDUbox Online pesten richt zich op leerlingen secundair onderwijs en vertrekt van een vaststelling: jongeren komen dagelijks met online pesten in aanraking, bij zichzelf of in hun omgeving. Het pakket legt eerst het verschil uit tussen plagen en (online) pesten en introduceert verschillende vormen van online pesten.

Daarna zoomt de EDUbox in op de rol van omstaanders, die volgens het lespakket “de sleutel in handen” hebben om pestgedrag te stoppen. Expert Sabine Coppens van Kies kleur tegen pesten licht vijf strategieën toe: de vijf A’s van Sensoa. Leerlingen passen die toe via een interactieve tool met chatberichten waarbij ze zelf kiezen hoe ze ingrijpen.

Kenniscentrum Digisprong lanceert Bootcamps voor ICT-coördinatie op scholen

Het Kenniscentrum Digisprong start met Bootcamps om de ICT-competenties van schoolteams te versterken. Scholen kunnen zich gratis inschrijven voor een traject rond teamgerichte ICT-coördinatie, dat loopt van januari 2026 tot januari 2028.

Met de Bootcamps wil het Kenniscentrum Digisprong scholen helpen om hun ICT-beleid professioneler aan te pakken. Het kenniscentrum schrijft daarvoor overheidsopdrachten uit, waarna een externe partner het traject uitwerkt op basis van het DigCompEdu-raamwerk. Scholen die zich inschrijven, volgen zo een op maat gemaakt professionaliseringstraject zonder kostprijs.

Teamgerichte aanpak voor ICT-beleid

De eerste Bootcamps focussen op teamgerichte ICT-coördinatie op school. Scholen die willen deelnemen, bouwen een kernteam van vijf à zes personen uit, met daarin minstens een directielid of beleidsverantwoordelijke en een ICT-coördinator. Heeft een school meerdere campussen, dan voegt ze per campus minstens één extra kernteamlid toe aan de groep.

Het traject richt zich op scholen, scholengroepen en scholengemeenschappen uit het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Na inschrijving volgt eerst een intakegesprek, waarna geselecteerde teams effectief van start gaan.

Praktisch verloop en doelstellingen

Scholen kunnen zich tot eind oktober 2026 inschrijven. Wie geselecteerd wordt, start aan een traject van ongeveer tien maanden, met een tijdsbesteding van gemiddeld drie uur per maand. Tijdens dat traject wisselen online leeractiviteiten af met live of online groepsmomenten samen met andere deelnemende schoolteams.

Het traject moet twee concrete resultaten opleveren: een ICT-beleidsplan dat voldoet aan de vereisten van het Digiplan, en een teamgerichte aanpak van ICT-coördinatie met duidelijke taken en rollen voor de verschillende teamleden.

Doorlopend engagement

Naast de lopende Bootcamps stelt het Kenniscentrum Digisprong ook materiaal van voorbije edities beschikbaar. Scholen die niet meteen kunnen instappen in het nieuwe traject, kunnen zo toch aan de slag met eerder ontwikkelde inhoud rond ICT-professionalisering.

lees ook

Stappenplan naar teamgerichte ICT-coördinatie

Onderwijs blijft doelwit: 85% van ransomware-aanvallen mikt op identiteit

Uit het State of Ransomware in Education 2026-rapport van Sophos blijkt dat 85 procent van de ransomware-aanvallen tegen onderwijsinstellingen gebruikmaakt van technieken gericht op identiteit, zoals phishing en gestolen inloggegevens. Herstel na zo’n aanval kost onderwijsinstellingen gemiddeld 2,26 miljoen dollar en duurt vaak veel langer dan in andere sectoren.

Het cijfer van 85 procent overstijgt het cross-sectorale gemiddelde van 79 procent en toont aan hoe belangrijk identiteitsdiefstal blijft bij ransomware-incidenten in zowel lager als hoger onderwijs. Kwaadwillige e-mails vormen de belangrijkste technische oorzaak, goed voor 31 procent van de aanvallen in het lager onderwijs en 29 procent in het hoger onderwijs.

Identiteit als zwakke schakel

Liefst 77 procent van de organisaties in het hoger onderwijs en 71 procent in het lager onderwijs geeft aan dat hun ransomware-incident tegelijk hun belangrijkste identiteitsaanval was. Ross McKerchar, chief information security officer bij Sophos, stelt dat aanvallers geen koevoet meer nodig hebben als ze sleutels kunnen stelen, en dat AI de snelheid en schaal van dergelijke aanvallen verder vergroot.

Het aandeel lager onderwijsinstellingen met versleutelde data is jaar op jaar meer dan verdubbeld, van 29 procent in 2025 naar 61 procent in 2026. Over de hele sector leidde 58 procent van de aanvallen tot versleutelde data, al herstelt meer dan driekwart van de lager onderwijsinstellingen dankzij back-ups.

Trage hersteltijden en menselijke tol

Onderwijsinstellingen hebben dubbel zo vaak één tot drie maanden nodig voor volledig herstel dan het cross-sectorale gemiddelde. Lager onderwijs scoort het slechtst: 31 procent had minstens een maand nodig. De mediane losgeldeis bedraagt 775.200 dollar, hoger dan het gemiddelde van 698.000 dollar, ondanks een dalende trend.

De druk op teams neemt toe: 53 procent van de teams in het hoger onderwijs meldt meer druk van senior leiders, en 39 procent van de organisaties ziet personeel uitvallen door stress. Het onderzoek is gebaseerd op een bevraging van 226 IT- en securityleiders in 17 landen.

Vooruitblik

De cijfers wijzen op een structureel probleem: onderwijsinstellingen missen vaak de middelen en expertise om identiteitsgerichte aanvallen te detecteren. Sterkere identiteitscontroles en geïntegreerde detectie blijven cruciaal om toekomstige incidenten te beperken.

lees ook

Onderwijsinstellingen betalen na een hack meer losgeld dan aanvankelijk geëist

AI in het onderwijs vraagt om meer dan richtlijnen

Ruim één op de vier jongeren van 16 tot 24 jaar in de Europese Unie beschikt niet over digitale basisvaardigheden, blijkt uit cijfers van Eurostat over 2025. Dat is een ongemakkelijke constatering nu generatieve AI in hoog tempo onderdeel wordt van het studentenleven. Studenten gebruiken de technologie om informatie te verzamelen, teksten samen te vatten en te vertalen, te programmeren, ontwerpen te maken, samen te werken en zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De vraag is daarom niet langer óf AI in het hoger onderwijs thuishoort, maar of studenten voldoende worden voorbereid om de technologie verantwoord te gebruiken.

AI wordt onderdeel van leren op een vergelijkbare manier als het internet dat ooit werd: eerst als een externe tool, vervolgens als een vanzelfsprekende laag in het dagelijks onderwijs. Het verschil is de snelheid. Generatieve AI is laagdrempelig, breed beschikbaar en steeds vaker geïntegreerd in de tools die studenten al gebruiken. Een nieuw AI-geletterdheidskader van de Europese Commissie stelt dat 68 procent van de tieners al AI gebruikt, terwijl veel onderwijssystemen nog geen structurele aanpak hebben om AI in het onderwijs te integreren.

De kansen zijn aanzienlijk. Goed ingezet kan AI studenten helpen betere vragen te stellen, ideeën te testen, gerichte feedback te krijgen en onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te verkennen. Tegelijkertijd zijn de risico’s breder dan alleen plagiaat en academische integriteit. AI kan overtuigende maar onjuiste antwoorden produceren, vooroordelen versterken en studenten een vals gevoel van zekerheid geven. Ook is niet altijd duidelijk wat er gebeurt met persoonlijke gegevens, onderzoeksdata of vertrouwelijke informatie die studenten invoeren. Zonder duidelijke kaders kunnen studenten bovendien steeds meer delen van hun denkwerk uitbesteden, waardoor hun resultaten verbeteren zonder dat zij de lesstof daadwerkelijk beter begrijpen.

Combineer AI-geletterdheid met menselijke controle

Onderwijsinstellingen moeten AI-geletterdheid structureel opnemen in opleidingen, zodat studenten niet alleen leren AI te gebruiken, maar ook de beperkingen en risico’s begrijpen en uitkomsten kritisch kunnen beoordelen. AI-geletterdheid betekent meer dan weten hoe je een goede prompt schrijft. Studenten moeten leren wanneer een uitkomst betrouwbaar is, hoe zij bias en hallucinaties herkennen, hoe zij gegevens beschermen en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden.

Tegelijkertijd zijn duidelijke verantwoordelijkheden nodig. Bij toepassingen die invloed hebben op beoordelingen, studieadvies of studentenwelzijn moet een bevoegde professional eindverantwoordelijk blijven.

Begin niet bij de tool, maar bij het doel

Een goede aanpak begint niet met de vraag welke AI-tool een instelling wil gebruiken, maar met het onderwijsdoel dat zij ermee wil bereiken. Kan de technologie studenten sneller van gerichte feedback voorzien? Kan zij docenten ondersteunen bij routinematige werkzaamheden? En levert AI in dat specifieke geval daadwerkelijk meerwaarde op? Een kleinschalige pilot kan helpen om de onderwijswaarde, risico’s en ervaringen van studenten en docenten te beoordelen voordat een toepassing breder wordt ingevoerd.

Daarna zijn duidelijke en praktisch toepasbare afspraken nodig. Studenten moeten weten welke toepassingen zijn toegestaan, welke gegevens zij niet mogen invoeren en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen toepassingen met een relatief laag risico, zoals hulp bij brainstormen, en toepassingen die gevolgen kunnen hebben voor beoordelingen, studieadvies of welzijn. Hoe groter de mogelijke impact op een student, hoe belangrijker menselijke controle wordt.

Ook de manier waarop studenten worden geëvalueerd, vraagt in dit veranderende landschap om herziening. Zo schrapt Hogeschool Odisee vanaf het academiejaar 2026-2027 de bachelor- en graduaatsproef uit haar opleidingen, omdat dergelijke opdrachten door de opkomst van grote taalmodellen minder uitdagend zijn geworden. In de plaats komen meer praktijkgerichte eindopdrachten, waarbij studenten hun kennis en beoordelingsvermogen in een concrete context moeten toepassen.

AI-geletterdheid wordt een basisvaardigheid op de arbeidsmarkt

De relevantie van AI-geletterdheid stopt niet bij het hoger onderwijs. Studenten bereiden zich voor op een arbeidsmarkt waarin AI steeds vaker onderdeel is van onderzoek, analyse, communicatie en creatieve processen, maar ook Belgische bedrijven maken hier steeds vaker gebruik van. In 2025 gebruikte 34,5 procent van de Belgische bedrijven met tien of meer werknemers ten minste één AI-technologie, tegenover 20 procent gemiddeld in de Europese Unie, volgens Statbel en Eurostat. AI-geletterdheid wordt daarmee een bredere basisvaardigheid, naast communicatie, onderzoek, digitale vaardigheden en kritisch denken.

Vertrouwen en beoordelingsvermogen zijn doorslaggevend

Regels alleen zijn echter niet voldoende. Studenten moeten leren de technologie kritisch te bevragen, de beperkingen ervan te begrijpen en te herkennen wanneer menselijk oordeel het belangrijkst is. De AI-campus moet daarom niet worden gedefinieerd door het aantal beschikbare toepassingen, maar door wat studenten ermee leren.

De studenten die straks vooroplopen, zijn niet degenen die AI het vaakst inzetten. Het zijn degenen die weten wanneer een uitkomst bruikbaar is, wanneer deze ter discussie moet worden gesteld, hoe zij AI kunnen inzetten om nieuwe ideeën te ontwikkelen en wanneer hun eigen oordeel doorslaggevend moet blijven. De AI-campus is er al. De vraag is of studenten worden uitgerust om er richting aan te geven.


Dit is een ingezonden bijdrage van Nele Vervenne, Field Product Manager bij Dell Technologies. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.

StudyChat helpt intussen meer dan 10.000 scholieren bij studiekeuze

StudyChat, het studiekeuze-initiatief van de Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA), bereikte vorig schooljaar meer dan 10.000 leerlingen uit het secundair onderwijs. Het platform biedt infosessies, workshops en klasgesprekken aan om scholieren te helpen bij hun keuze voor hoger onderwijs of de arbeidsmarkt.

Voor veel laatstejaars in het secundair onderwijs is de studiekeuze geen sinecure. Het aanbod aan opleidingen is groot en scholen hebben niet altijd de middelen om uitgebreide begeleiding te voorzien. StudyChat, zeven jaar geleden opgericht door de AUHA, springt in dat gat en groeide uit tot een vaste waarde in de studiekeuzebegeleiding in de regio Antwerpen.

Van 3.000 naar meer dan 10.000 leerlingen

In het eerste werkingsjaar, schooljaar 2019-2020, bereikte StudyChat iets meer dan 3.000 leerlingen. Dat aantal is intussen meer dan verdrievoudigd: afgelopen schooljaar deden 10.670 scholieren een beroep op het initiatief. Onder hen Marthe Jacobs, die na de richting Moderne Talen-Wetenschappen twijfelde tussen een STEM-opleiding en een taalgerichte studie.

Een klasgesprek, begeleid door StudyChat, hielp haar over de streep. Ze leerde er onder meer hoe het hoger onderwijs functioneert, van examens tot studiepunten en lessenroosters. Die kennis nam de onzekerheid weg en gaf haar de rust om uiteindelijk te kiezen voor de bachelor taal- en letterkunde Engels en theater-, film- en literatuurwetenschap aan de Universiteit Antwerpen.

Twijfels door AI

De opmars van artificiële intelligentie zorgt volgens StudyChat voor extra twijfel bij scholieren. Aicha Lannoo, projectcoördinator van StudyChat, merkt dat doemberichten op sociale media leerlingen doen afvragen of verder studeren nog zinvol is. Ze benadrukt dat niet alles wat online circuleert klopt en dat angst een slechte raadgever is bij het maken van zo’n belangrijke beslissing.

Herman Van Goethem, voorzitter van de AUHA, wijst erop dat hoger onderwijs relevant blijft, ook in een snel veranderende technologische context. Een studie scherpt volgens hem het denken aan, verbreedt de horizon en levert kennis en vaardigheden op die later in de loopbaan van pas komen.

Blijvende nood aan begeleiding

Het groeiende aantal leerlingen dat StudyChat weet te bereiken, toont dat er nood is aan laagdrempelige studiekeuzebegeleiding. Met de toenemende onzekerheid rond AI en de arbeidsmarkt lijkt die vraag de komende jaren enkel toe te nemen.

Inspiratiedag mediawijsheid in Brussel focust op nieuws en desinformatie

Op donderdag 29 oktober 2026 vindt in BeCentral in Brussel een gratis inspiratiedag plaats over mediawijsheid, nieuws en desinformatie. Het evenement richt zich op professionals die werken met kinderen, jongeren en volwassenen en combineert nieuw onderzoek met praktijkgerichte workshops.

De dag is een initiatief van Benedmo, Mediawijs, VRT, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en Netwerk Mediawijsheid, in samenwerking met Arteveldehogeschool. Het project ontvangt financiering van de Europese Unie. Benedmo brengt een expertisenetwerk samen rond desinformatie en factchecken vanuit een Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Onderzoek en praktijk centraal

Het programma start om tien uur met een keynote van onderzoekers van Arteveldehogeschool. Zij presenteren nieuw onderzoek naar de mediawijsheid van Vlamingen, waarbij verschillende generaties en aspecten aan bod komen: omgaan met informatie, artificiële intelligentie en influencers. Het onderzoek brengt kennis, vaardigheden en ervaringen van Vlamingen in kaart.

Aansluitend volgt een paneldiscussie waarin onderzoekers in gesprek gaan met professionals uit het werkveld. Centraal staat de vraag of onderzoeksresultaten overeenkomen met ervaringen op de werkvloer en hoe die resultaten in de praktijk gevaloriseerd kunnen worden. In de namiddag zijn er twee reeksen keuzesessies rond nieuws en informatie, gevolgd door een netwerkdrink.

Voor een breed publiek

De inspiratiedag richt zich op leerkrachten, medewerkers uit het volwassenenonderwijs, buurtwerkers, bibliotheekwerkers, educatieve medewerkers en onderzoekers. Deelname is volledig gratis. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven op een interesselijst via Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid.

Vooruitblik

Met dit evenement wil Benedmo professionals concrete handvatten bieden om desinformatie tegen te gaan in hun dagelijkse werking. De combinatie van vers onderzoek en uitwisseling van praktijkervaring moet zorgen voor een sterkere aanpak van mediawijsheid in Vlaanderen en Brussel.

Smartschool waarschuwt voor nep-extensie die persoonsgegevens doorsluist

Smartschool waarschuwt gebruikers dringend voor de browserextensie ‘Smartschool Radar’, die niet afkomstig is van het platform zelf. De extensie verzamelt privacygevoelige persoonsgegevens en stuurt die door naar een onbekende externe server.

De extensie ‘Smartschool Radar’ is beschikbaar via de Google Chrome Web Store en belooft leerlingen en ouders een overzichtelijke tabel te maken van alle schoolresultaten op Smartschool. Omdat de naam ‘Smartschool’ erin voorkomt, wekken veel gebruikers ten onrechte de indruk dat het om een officiële tool gaat.

Gevoelige gegevens op het spel

Smartschool stuurde een waarschuwing uit naar alle aangesloten scholen. De extensie, ook bekend als ‘Rapport Radar’, leest op de achtergrond gegevens uit die toegankelijk zijn voor de ingelogde gebruiker. Het gaat onder meer om profielgegevens, resultaten, rapporten en berichten met bijlagen, maar ook om gevoelige informatie zoals naam, geboortedatum, adres en rijksregisternummer.

Die gegevens worden doorgesluisd naar een externe server waarvan Smartschool zelf niet weet wie die beheert of waarvoor die dient. Dit soort privacyrisico’s zijn niet uniek voor Smartschool en vormen een groeiend probleem in het onderwijslandschap. Enkel toestellen waarop de extensie actief is, lopen risico. Het platform zelf blijft naar behoren werken.

Verwijdering vraagt om actie van gebruiker

Smartschool vraagt iedereen die de extensie installeerde om die onmiddellijk te verwijderen. Het bedrijf kan de extensie niet zelf blokkeren en vroeg Google al om de tool uit de Chrome Web Store te halen, tot nu toe zonder resultaat. Uit onderzoek blijkt dat de extensie waarschijnlijk ontwikkeld werd door een individu uit Antwerpen, op basis van een domeinnaam die in januari 2026 geregistreerd werd.

Wat nu?

Wie ‘Smartschool Radar’ geïnstalleerd heeft, verwijdert de extensie via de extensiebeheerder in Google Chrome. Ga naar het puzzelstukje rechtsboven, zoek de extensie op en klik op ‘verwijderen’. Herstart daarna de browser. Dit incident onderstreept het belang van digitale veiligheid voor alle gebruikers van onderwijsplatformen. Smartschool blijft aandringen bij Google om de tool zo snel mogelijk offline te halen.

lees ook

SURF waarschuwt onderwijsinstellingen voor privacyrisico’s Microsoft 365 Copilot

Scheppers Instituut Wetteren ontsnapt aan VMware-prijsstijgingen met Belgische cloud

Het Scheppers Instituut Wetteren migreerde zijn volledige VMware- en Horizon View-omgeving naar whitesky.cloud, een Belgisch soeverein cloudplatform. De technische school in Oost-Vlaanderen vermijdt zo de forse licentieverhogingen na de overname van VMware door Broadcom, en houdt tegelijk zijn bestaande hardware in gebruik.

Na de overname van VMware door Broadcom kregen veel organisaties te maken met licentieverhogingen tot vierhonderd procent. Voor scholen met beperkte IT-budgetten zijn zulke kostenstijgingen moeilijk op te vangen. Het Scheppers Instituut Wetteren, een technische secundaire school, zocht daarom naar een alternatief dat zowel betaalbaar als performant bleef.

Bestaande hardware blijft behouden

De migratie naar whitesky.cloud liet de school toe om haar bestaande hardware in gebruik te houden in plaats van volledig nieuwe hardware aan te kopen. De nieuwe omgeving omvat 105 TB software-defined storage, 828 vCPU en 3.044 GB RAM. Dat is voldoende rekenkracht om zware CAD- en grafische toepassingen vlot te laten draaien via een virtuele desktopomgeving.

Voor een technische school zijn die toepassingen geen luxe maar een noodzaak. Leerlingen werken dagelijks met veeleisende ontwerp- en tekensoftware. Dankzij de virtuele desktopinfrastructuur hoeven gezinnen geen dure laptops aan te schaffen, wat de toegankelijkheid van het technisch onderwijs ten goede komt.

Digitale soevereiniteit als extra argument

Whitesky.cloud positioneert zich als een Belgisch soeverein cloudplatform, wat betekent dat de data op Belgische bodem blijft. Voor een onderwijsinstelling die werkt met leerlingengegevens is dat een relevant gegeven, zeker in het licht van de Europese privacyregelgeving.

De keuze voor een Belgisch soeverein cloudplatform biedt niet alleen kostenvoordelen, maar draagt ook bij aan de digitale soevereiniteit van onderwijsinstellingen.

Vooruitblik

Het project van het Scheppers Instituut toont aan dat scholen niet automatisch moeten meegaan in de prijsverhogingen van grote softwareleveranciers. Door tijdig te migreren naar een alternatief platform combineerde de school kostenbesparing met meer voorspelbare IT-uitgaven, zonder in te boeten op prestaties.

lees ook

Leerlinggegevens GDPR-veilig houden op school

Waarom cybercriminelen scholen steeds aantrekkelijker vinden

Cybercriminelen kiezen hun slachtoffers niet willekeurig, en steeds vaker komen scholen bovenaan dat lijstje. Dat heeft weinig met pech te maken en alles met een ongelukkige combinatie: een school beheert de gegevens van honderden tot duizenden leerlingen, van rijksregisternummers tot zorgdossiers, terwijl er zelden genoeg IT-mankracht is om dat allemaal te bewaken. Het zijn bovendien gegevens van minderjarigen, wat onder de GDPR een extra zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt. De vraag is alleen: weet iedereen die er dagelijks mee werkt dat ook?

In de praktijk zit de bescherming van al die data zelden bij één IT-coördinator. Ze zit verspreid over elke leerkracht die inlogt op het leerlingvolgsysteem, elke secretariaatsmedewerker die een mail opent, en elke directielid dat met een laptop naar huis gaat. En precies daar, bij de mens, ligt de zwakste schakel.

Waarom scholen een aantrekkelijk doelwit zijn

Maar de aantrekkelijkheid stopt niet bij de data en de beperkte middelen. Voeg er een personeelsbestand aan toe dat in de eerste plaats met lesgeven bezig is en niet met cyberdreigingen, en het profiel is compleet. Daar komt bij dat veel scholen onderling verbonden systemen gebruiken, van leerlingvolgsysteem tot oudercommunicatie, waardoor één zwakke plek vaak toegang geeft tot veel meer.

De aanval begint zelden bij een technisch lek. Ze begint bij een klik. Een mail die lijkt te komen van het schoolbestuur, een nepfactuur van een vertrouwde leverancier, of een bericht dat zogenaamd van Smartschool of Microsoft komt. Eén leerkracht die zijn inloggegevens intikt op een valse pagina, en een aanvaller heeft toegang tot een account, en via dat account vaak tot veel meer.

Eén gekaapt account, en dan?

Stel: het account van een leerkracht wordt overgenomen. Wat ooit een onschuldige inbox leek, blijkt nu een sleutel. De aanvaller leest mee, ziet leerlingdossiers, stuurt vanuit dat vertrouwde adres nieuwe phishingmails naar collega’s en ouders, en in het slechtste geval versleutelt hij de hele schoolomgeving met ransomware.

Het gevolg is niet alleen technische schade. Een datalek met gegevens van minderjarigen is meldingsplichtig bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, brengt reputatieschade mee, en zorgt voor begrijpelijke onrust bij ouders. De kosten van dat ene verkeerde klikmoment zijn vele malen hoger dan de moeite die het kost om het te voorkomen.

De beste firewall van een school staat niet in de serverkast. Het is een personeelsbestand dat een verdachte mail herkent voordat erop geklikt wordt.

GDPR vraagt niet alleen techniek, maar ook gedrag

Veel scholen denken bij gegevensbescherming aan technische maatregelen: wachtwoorden, back-ups, toegangsrechten. Allemaal nodig, maar de GDPR vraagt uitdrukkelijk ook om het bewustzijn van de mensen die de gegevens verwerken. Je kunt op papier perfect in orde zijn en alsnog een datalek hebben omdat één medewerker niet herkende wat er misging.

Voor het onderwijs komt daar bovenop dat de Europese regelgeving rond cybersecurity blijft aanscherpen. Hoewel de meeste scholen niet rechtstreeks onder de strengste verplichtingen vallen, loont het de moeite om te weten wat NIS2 voor onderwijsinstellingen betekent, zeker voor grotere scholengroepen en hogeronderwijsinstellingen. De rode draad is overal dezelfde: aantoonbaar werk maken van de menselijke factor.

Bewustzijn opbouwen zonder je team te belasten

De reflex is vaak een jaarlijkse sessie of een lange e-learning. Het probleem: kennis die je één keer aanbiedt, verwatert binnen enkele maanden, en een leerkrachtenteam heeft simpelweg geen tijd voor uren extra opleiding. Wat wél werkt, is bewustzijn opbouwen in kleine, terugkerende stappen die in de drukke schoolweek passen.

Een paar minuten per week, met herkenbare voorbeelden uit de schoolcontext en geoefende phishingsimulaties, doet meer dan één lange sessie per jaar. Het houdt de kennis vers, het is laagdrempelig, en het levert je meteen het bewijs dat je als school aan je zorgplicht voldoet. Een aanpak met doorlopende security awareness training maakt van gegevensbescherming iets wat leeft bij het hele team in plaats van een vinkje in een dossier.

De gegevens van leerlingen beschermen is uiteindelijk geen IT-project, maar een gewoonte van de hele school. En gewoontes bouw je niet op met één moment van aandacht, maar met regelmaat.


Partner content in samenwerking met Guardey. Dit artikel is informatief bedoeld en vormt geen juridisch advies over de toepassing van de GDPR of NIS2.

Verbod op sociale media voor kinderen schiet zijn doel voorbij

Steeds meer landen verbieden kinderen de toegang tot sociale media, maar die aanpak pakt het echte probleem niet aan. Volgens de 5Rights Foundation moeten overheden techbedrijven ter verantwoording roepen in plaats van kinderen uit de digitale wereld te weren.

Vier landen ontzeggen kinderen al de toegang tot sociale media, vijf andere landen namen gelijkaardige wetgeving aan die nog geïmplementeerd moet worden, en een veertigtal landen overweegt soortgelijke maatregelen. Wat begon met een Australisch verbod voor jongeren onder de zestien, groeit razendsnel uit tot een wereldwijde trend.

Verbod mist de kern van het probleem

Marie-Ève Nadeau van de 5Rights Foundation stelt dat kinderen één op de drie internetgebruikers uitmaken en opgroeien in een digitale omgeving die niet is ontworpen met hun rechten of kwetsbaarheden in gedachten. Een verbod creëert een schijn van bescherming, maar laat schadelijke praktijken ongemoeid. Bovendien riskeren kinderen naar ongereguleerde omgevingen te worden gedreven, zoals AI-chatbots of gameplatformen, waar vergelijkbare risico’s bestaan met nog minder toezicht.

Verboden schenden ook andere kinderrechten dan enkel bescherming, zoals het recht op informatie, vrije meningsuiting en participatie. Nadeau wijst er ook op dat de verboden vaak gelden tot zestien jaar, terwijl kinderrechten doorlopen tot achttien. Kwetsbare kinderen zijn bovendien vaak sterk afhankelijk van digitale ruimtes voor expressie en identiteitsbescherming.

Techbedrijven dragen verantwoordelijkheid

Terwijl techbedrijven zwaar investeren in gerichte reclame en gepersonaliseerde content, steken ze weinig energie in de bescherming van kinderen. Uit cijfers van privacytoezichthouders blijkt dat 24 procent van de diensten geen enkel mechanisme voor leeftijdsverificatie heeft. Australië toont echter dat privacyvriendelijke verificatie mogelijk is zonder identiteitsgegevens prijs te geven.

Systemische aanpak als alternatief

Nadeau pleit voor een aanpak waarbij techbedrijven wettelijk verplicht worden te beoordelen hoe hun producten kinderen aan risico’s blootstellen, vergelijkbaar met de luchtvaart- of voedselveiligheidssector. In plaats van verboden pleiten experts voor strengere regels rond sociale media die techbedrijven ter verantwoording roepen. Meer dan 55 organisaties en experten wereldwijd schaarden zich al achter de tien principes die 5Rights Foundation ontwikkelde, met leeftijdsgeschikt ontwerp en verplichte impactbeoordelingen als kern.

lees ook

Hoge Gezondheidsraad vraagt strengere regels rond gsm’s en sociale media: wat betekent dat voor scholen?