Studiedag AI in het Onderwijs: uitdaging of kans?

In een wereld waar technologie steeds meer verweven raakt met het dagelijks leven, is het geen verrassing dat ook het onderwijsveld de invloed van kunstmatige intelligentie (AI) begint te voelen. Maar is dit een uitdaging of een kans voor het onderwijs? Op 18 november 2024 zal een studiedag in Brussel deze vraag uitgebreid behandelen.

AI heeft het potentieel om het leerproces te transformeren door personalisatie en efficiëntie. Leerlingen kunnen profiteren van op maat gemaakte leerervaringen, terwijl leraren ondersteund worden met administratieve taken. Dit kan leiden tot een meer betrokken en effectieve leeromgeving. Tijdens de studiedag in het Hendrik Consciencegebouw delen experts hun inzichten over AI in het onderwijs.

Interactieve sessies

De studiedag, georganiseerd door het Kenniscentrum Digisprong, is gratis toegankelijk en biedt een unieke kans voor onderwijsprofessionals om zich te verdiepen in de materie. Naast een inspirerende AI-talk door Jeroen Baert, biedt het programma interactieve sessies en workshops. Deze zijn ontworpen om deelnemers praktische tools en kennis te bieden voor de integratie van AI in hun lespraktijk of beleidsplan.

Een belangrijk onderdeel van de studiedag is de focus op ethiek en verantwoordelijkheid. Het doel is niet alleen om onderwijsprofessionals te informeren over de mogelijkheden van AI, maar ook om hen weerbaar te maken tegen de uitdagingen en hen te voorzien van de kennis om AI op een ethische manier toe te passen.

AI in het Onderwijs: uitdaging of kans? op 18 november belooft een belangrijk evenement te worden voor iedereen die betrokken is bij het onderwijs. Het zal licht werpen op zowel de kansen als de uitdagingen die AI met zich meebrengt en hoe we deze technologie kunnen omarmen om het onderwijs van morgen vorm te geven.

Derde congres 2LinK² voor leraren informatica en STEM

beeld: Image Creator

Op 11 juni organiseert de vereniging voor leraren informatica en STEM, 2LinK², een derde congres in Gent (Technologiepark-Zwijnaarde 126). Hoofdthema is Informaticawetenschappen en AI in de les. Het 2LinK² congres wil leerkrachten informatica en STEM ondersteunen met tal van boeiende lezingen en workshops.

Leraren, lerarenopleiders en academici brengen er activerende manieren om o.a. Informaticawetenschappen en AI in de les aan te pakken, zowel binnen het vak informatica als binnen de STEM-vakken. In de workshops en lezingen worden de deelnemers ondergedompeld en moeten ze actief deelnemen. Het worden intensieve sessies, zowel voor de lesgevers als voor de deelnemers.

Algoritmische revolutie

Na een kort welkomstwoord door Annick Van Daele, voorzitter van de vereniging voor leraren informatica en STEM 2LinK2 vzw volgt de keynote De algoritmische revolutie: zijn we klaar voor een toekomst met Artificiële Intelligentie? door Prof. dr. Y. Saeys. Daarna staan er tal van workshop op het programma waaronder:

* AI in de Klas: Van A tot Zwerfvuil

* Algoritmische technieken – kenniselement uit de nieuwe specifieke eindtermen

* Het Perceptron-algoritme en gradient descent: technieken aan de basis van de training van neurale netwerken

* Aan de slag met Python en relationele databanken

* Ontgrendel het potentieel van ChatGPT voor onderwijs

* Webscrapen met Python: Techniek en Ethiek

In de afsluitende plenaire sessie geeft de Onderwijsinspectie toelichting bij hoe de onderwijsdoelen uit sleutelcompetentie 4 zullen worden doorgelicht. Het programma kan u terugvinden op de website van 2LinK2 . De organisatie nodigt iedereen uit op 11 juni tussen 9 en 16u30 in het Technologiepark 126 in Gent-Zwijnaarde.

Weyts maakt extra geld vrij voor cyberveiligheid van scholen

Beeld: Shutterstock

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts maakt 1,2 miljoen euro extra middelen vrij om de digitale beveiligingsmuren rond onze scholen hoger en sterker te maken. Er komt onder meer betere monitoringssoftware en een responsteam met ICT- specialisten die scholen meteen ondersteunen bij een cyberaanval.

De extra middelen moeten scholen helpen om zich beter te beschermen tegen bijvoorbeeld leerlingen die hun eigen school willen hacken, tegen cybercriminelen die jacht maken op gevoelige informatie over leerkrachten en leerlingen en tegen buitenlandse mogendheden die onze democratie willen destabiliseren. De investering past in het beleid van deze regeerperiode om werk te maken van digitalisering in onderwijs.

Achterstand weggewerkt

“Onze scholen hebben een enorme Digisprong voorwaarts gemaakt de laatste jaren”, zegt Ben Weyts (N-VA). “Maar dat brengt ook nieuwe bedreigingen met zich mee. We investeren daarom nog extra in de cyberveiligheid van onze scholen”. Ons onderwijs had tot voor een paar jaar geleden een grote achterstand op digitaal gebied, maar Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts greep de coronacrisis aan om werk te maken van een grote Digisprong voorwaarts.

Zo werd er de voorbije jaren ongeveer een half miljard euro geïnvesteerd in ICT-toestellen, maar ook in ICT-coördinatoren, goede software en een Kenniscentrum dat scholen ondersteunt. Zo werden onze scholen op relatief korte tijd digitaler. Al brengt dat ook nieuwe gevaren met zich mee. Denk aan leerlingen die handig zijn met hacken en hun school digitaal willen binnendringen. Ook verstoring door buitenlandse mogendheden valt niet meer uit te sluiten.

Monitoringssoftware

Weyts maakt nu 1,2 miljoen euro extra vrij om de digitale beveiligingsmuren rond scholen hoger en sterker te maken. Zo komt er meer en betere monitoringssoftware om digitale bedreigingen sneller te detecteren. Er komt ook een responsteam met ICT-specialisten die scholen snel kunnen ondersteunen bij een cyberaanval. Scholen zullen ook beter geïnformeerd worden over mogelijke gevaren.

Het Kenniscentrum Digisprong zal de opgevoerde inspanningen coördineren. De extra investering past naadloos in de Digisprong van de laatst jaren en in een breder beleid rond cyberveiligheid. Zo kwam er onder meer ook al een actieplan cyberveiligheid, een resem opleidingen voor ICT-coördinatoren en leerkrachten specifiek rond cyberveiligheid en een raamovereenkomst rond glasvezelverbindingen, inclusief de nodige beschermingen tegen DDOS aanvallen die het netwerk van een school lam kunnen leggen.

“We moeten niet naïef zijn: scholen kunnen een doelwit worden. Soms gaat het om een leerling die zijn eigen punten wat wil verhogen, maar er zijn ook cybercriminelen die persoonlijke info buit willen maken en hackers die zoveel mogelijk systemen willen verlammen. Onze scholen moesten digitaler worden, maar ze mogen niet minder veilig worden”, besluit Weyts.

GameHive biedt jongeren (nieuwe) kansen via gaming

GameHive, een baanbrekend initiatief vanuit eduCentrum vzw in samenwerking met diverse partners, heeft als doel sociaal kwetsbare jongeren tussen 16 en 30 jaar te ondersteunen door hun digitale vaardigheden te verbeteren. Het project, gesteund door het Digital Belgium Skills Fund, biedt een unieke leeromgeving in Gent waar jongeren kunnen kennismaken met IT, innovatie en talentontwikkeling door middel van games.

GameHive richt zich op het aanleren van digitale competenties die essentieel zijn voor knelpuntberoepen. De (jonge) deelnemers worden op een speelse wijze gemotiveerd en krijgen hands-on ervaring met digitale tools, waardoor hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk worden vergroot, aldus een persbericht van GameHive.

Diverse Educatieve Trajecten 

Het project biedt vier trajecten aan: het bouwen van digitale escape rooms, gameontwikkeling met behulp van eenvoudige programmeertalen zoals Python, design van digitale personages en omgevingen, en het creëren van een virtuele 3D-tour. Deze trajecten maken gebruik van moderne technologieën zoals Meta Quest 3-brillen, 3D-printers en lasercutters.

Na de eerste sessies, die lopen tot november, streeft GameHive ernaar om het concept verder uit te breiden en toegankelijk te maken voor een breder publiek, waaronder scholen en lokale jeugdwerkplekken. Partners zoals Nintendo en Xbox leveren hardware en expertise, terwijl GameChangers en Impact Connecting hun netwerken en advies delen.

Meer informatie: lander@educentrum.be of de website van GameHive. De initiatiefnemers hopen dat GameHive als het ware een nieuwe hotspot wordt waar jongeren hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen in een unieke combinatie van digitale en praktische tools

Digisprong gaf Vlaams onderwijs ICT-boost

Het Vlaams Onderwijs heeft de afgelopen vijf jaar een grote sprong voorwaarts gemaakt op het gebied van ICT.

Uit de MICTIVO-studie blijkt dat scholen nu meer en nieuwere laptops hebben, leerkrachten en leerlingen over betere ICT-competenties beschikken en steeds meer scholen een doordacht ICT-beleid hanteren.

De vooruitgang is het resultaat van de Digisprong, een investering van ongeveer een half miljard euro in ICT-apparatuur en -ondersteuning. Minister van Onderwijs Ben Weyts benadrukt dat het Vlaams onderwijs van een achterstand naar een voorsprong is gegaan. Scholen beschikken nu over meer computers en moderne apparatuur, met een verschuiving naar mobiele apparaten zoals laptops. Hierdoor hebben de helft van de leerlingen in het lager onderwijs en alle leerlingen in het secundair onderwijs nu een eigen computer.

De ‘Monitor voor ICT-integratie in het Vlaams Onderwijs’ MICTIVO-studie, die elke vijf jaar wordt uitgevoerd, toont aan dat zowel leerkrachten als leerlingen hun ICT-competenties hebben verbeterd. Het gebruik van ICT in de klas is aanzienlijk gestegen, en er is een verdubbeling van het wekelijks gebruik van ICT voor lesvoorbereidingen. Bijna alle scholen hebben nu een ICT-coördinator en een specifiek ICT-beleidsplan.

Investeringen in de toekomst

De verbeteringen zijn vooral zichtbaar na de coronacrisis, toen duidelijk werd dat het onderwijs een grote achterstand had op het gebied van digitalisering. Minister Weyts greep deze crisis aan om de situatie te verbeteren, wat resulteerde in een enorme investering in ICT. Het budget voor digitalisering is nu vijftien keer hoger dan voorheen.

lees ook

Vlaams Parlement buigt zich over toekomst Digisprong

Weyts benadrukt dat de digitale transformatie van het onderwijs nog niet voltooid is. In de komende jaren wil hij leerkrachten verder bijscholen op het gebied van ICT en het sociale media-beleid in scholen verbeteren. Daarnaast is er al een fonds aangelegd voor toekomstige ICT-investeringen, zodat de volgende Vlaamse Regering kan starten met meer dan 100 miljoen euro. Alle politieke partijen erkennen inmiddels dat de Digisprong succesvol is geweest en een vervolg verdient.

De recente MICTIVO-studie levert opnieuw sterke argumenten voor verdere digitalisering van het onderwijs. De resultaten tonen aan dat de inzet op ICT een positieve invloed heeft op de onderwijskwaliteit, en dat de Vlaamse scholen goed op weg zijn naar een volledig gedigitaliseerde toekomst.

“Een beetje meer erkenning voor het werk kan een factor zijn om het lerarentekort terug te dringen” – ICT-coördinator Nick Peeters

Met het einde van het schooljaar in zicht, laten we graag nog een ICT-coördinator op je los. Nick Peeters (GO! Scholengroep Xpert) nam begin dit jaar deel aan onze ‘hoera, we zitten aan 1.000 LinkedIn-volgers’ wedstrijd. Aan zijn prijs (een Logitech Wired Zone Headset) hing nog een extra opdracht vast: een interview in deze rubriek.

Nick Peeters ging graag op onze uitnodiging, gelukkig maar. Hij is technisch ICT-coördinator voor de secundaire scholen van GO! Scholengroep Xpert (Limburg Noord). Voor hij die functie opnam, was Nick leerkracht Economie en Informatica. “Dat heb ik altijd graag gedaan, tot aan de onderwijshervorming. Voor mij bleek toen dat het geven van kennis aan leerlingen niet meer zo belangrijk was. Als je meer kleuterleider dan leerkracht moet zijn, dan houdt het voor mij op.”

Op de digikar

Net op het moment dat Nick Peeters zich minder kon vinden in het lesgeven, kwam de Vlaamse minister van Onderwijs op de proppen met het Digisprong-verhaal. “Dat was voor mij het perfecte moment om over te schakelen naar een rol als ICT-coördinator”, legt Nick Peeters uit. Het lesgeven en ICT heb ik een tijd gecombineerd omdat het niet mogelijk was voor de school in Lommel waar ik lesgaf om een voltijdse ICT-coördinator aan te stellen.”

Nick Peeters – GO! Scholengroep Xpert

De switch naar een voltijdse ICT-job kwam er voor Peeters toen de scholengemeenschap besliste om uren uit verschillende secundaire scholen bij elkaar te leggen. “Het gaat om vijf scholen (zeven vestigingen), met in totaal ongeveer 1.300 leerlingen en 300 leerkrachten en medewerkers. Toen ik begon was ik de enige ICT-coördinator maar na een halfjaar bleek dat niet werkbaar. Zeker omdat ook het pedagogische aspect er op dat moment nog bij was. En zelf wou ik me liever focussen op het technische gedeelte.”

Ik voelde mij op een gegeven moment meer werkman dan een ICT-coördinator. Gelukkig zag de scholengroep, ook mee door Digisprong, de noodzaak van een extra werkkracht.

Nick Peeters – ICT-coördinator GO! Scholengroep Xpert

Klusjemangehalte

Het verhaal van Nick is ongetwijfeld herkenbaar voor veel collega’s. “Het was nodig om een collega naast mij te hebben want ik had het gevoel dat ik enkel maar brandjes moest blussen en in zeven vestigingen vooral kabeltjes moest insteken of vervangen. Het ‘klusjesmangehalte’ was bijzonder groot. Ik voelde mij op een gegeven moment meer werkman dan een ICT-coördinator. Gelukkig zag de scholengroep, ook mee door Digisprong, de noodzaak in van een extra werkkracht.”

“Het is goed dat we met twee zijn voor de technische kant van het verhaal. Al zou er idealiter nog een derde persoon bij moeten. Want de afstand tussen de vestigingen is soms groot én meteen een struikelblok. Wanneer mijn collega een probleem heeft of simpelweg hulp nodig heeft in bijvoorbeeld Leopoldsburg, en ik vanuit Overpelt naar hem toe moet of vice versa, dan is dat al snel driekwartier rijden. Die tijd in de wagen is tijd die we verliezen en niet kunnen besteden aan het uitoefenen van de job.”

Planning

De samenwerking in het ICT-team verloopt goed en dat komt volgens Nick Peeters door goede afspraken. “We wisselen zoveel mogelijk onze aanwezigheid in de vestigingen af. Van bij de start hebben we afgesproken om niet van ‘nine to five’ aan een bureau te zitten, want dan kon ik net zo goed leerkracht blijven. De school gaf ons de kans om in redelijke vrijheid te werken. De afspraak is dat zolang alles bolt, we op dezelfde manier blijven werken.”

Elke dag in het schoolleven van Nick is anders, maar begint wel op dezelfde manier. “Via de helpdesk van Smartschool zie ik welke noden er zijn en zo stel ik mijn planning op. Al kan het goed zijn dat wanneer ik op een school ben, er een dringende oproep van een andere vestiging binnenkomt. Ja, dan moet je flexibel zijn. Een planning maken is één, maar die kunnen volgen is nog een andere uitdaging, hebben we gemerkt. We krijgen de vrijheid om een onderhoud te organiseren wanneer het best past. Soms is dat tijdens de schooluren, soms erbuiten.”

Geboeid door de computer

Dat Nick in de ICT-wereld zou belanden, stond klaarblijkelijk in de sterren geschreven. Al van in de kindertijd sprak de computer hem aan. “Als tienjarige was ik geboeid door de eerste computers die in de winkels lagen. Ik vond het fijn om die toestellen open te draaien en te kijken wat er gebeurt. Dan leerde ik ook dat een verkeerd pinnetje aansluiten, kan leiden tot het ontploffen van een toestel. Niet leuk, maar ik deed er wel de nodige kennis mee op.”

Rond zijn zestiende raakte Nick echt gefascineerd door de IT-wereld. “Ik had in die tijd een abonnement op een aantal boekjes zoals Netwerk en Clickx. Eigenlijk ben ik er altijd verder in gegaan, zelfs via de VDAB. Na mijn secundaire studies heb ik wat opleidingen gevolgd om uiteindelijk van mijn hobby mijn werk te maken. Al had ik het gevoel dat het nog niet helemaal klopte. En dan ben ik op mijn 22ste begonnen aan de lerarenopleiding.”

Als tienjarige was ik geboeid door de eerste computers die in de winkels lagen.

Nick Peeters – ICT-coördinator GO! Scholengroep Xpert

Nick Peeters maakte van zijn IT-hobby zijn beroep. Al voelt het voor hem zo niet aan. “Ik beschouw het niet als ‘het beroep’: omdat ik er graag mee bezig ben, blijft het als het ware een hobby. Ik sta elke ochtend gelukkig op omdat ik kan doen wat ik graag doe. Dat gevoel had ik bij het lesgeven een stuk minder, onder andere door al de (administratieve) dingen die daarbij kwamen kijken. Ik was leerkracht geworden om les te geven, niet om papieren in te vullen.”

Verschil in groei

Als overkoepelend ICT-coördinator ziet Peeters als geen ander dat scholen op hun eigen ritme meegaan op de digitale trein. “Toen ik halftijds ICT-coördinator was bij X plus in Lommel, zag de directeur daar het belang van ICT in. Hij ging mee in de noodzakelijke vernieuwing van verschillende toestellen en voorzag ook de nodige budgetten. Die school is op korte tijd op digitaal vlak 20 jaar vooruitgegaan. Dat was net voor het Digisprong verhaal.”

Nick Peeters kreeg een realitycheck toen hij als overkoepelend ICT-coördinator de toestand in sommige vestigingen zag. “Dankzij Digisprong konden we op korte termijn een aantal zaken vernieuwen. Het was pittig om op elke school hetzelfde te doen als in Lommel. We zijn er nog altijd mee bezig, trouwens. In elke school hebben we gekozen om tv-schermen te hangen. Die zijn goedkoper en vooral handiger dan grote touchscreens, al moeten we voor bepaalde vakken wel een toegeving doen naar het installeren van een touchscreentoestel.”

Grote tv-schermen bieden voor Nick Peeters heel wat voordelen

Tijd, tijd, tijd…

We gaan nog eens een open deur intrappen. Tijd is een kostbaar en veel te schaars goed in het leven van een ICT-coördinator. Ook Nick Peeters kan ervan meespreken. “We zitten met weken van 45 à 50 uur. Bij het begin en einde van het schooljaar mag je daar gerust nog 20 uur bijtellen. Het gebeurt dat we doorwerken in vakanties en toch blijven sommige problemen nog liggen. Dat zijn uitdagingen om aan te pakken.”

“Leerkrachten begrijpen dat we het druk hebben en we niet overal tegelijk kunnen zijn. Maar soms ‘vergeten’ ze dat wanneer ze met een acuut probleem zitten. We proberen hen zo goed als mogelijk te ondersteunen, al was het maar via een berichtje. Die eerstelijnsondersteuning is belangrijk, maar we zijn ook verantwoordelijk voor het opvolgen of bedenken van nieuwe projecten, onderhoud met klanten en leveranciers, enzovoort. Dat komt er ook allemaal bij, en dat zien leerkrachten soms niet.”

Nooit echt ‘klaar’

Nick zei al dat hij elke ochtend met veel enthousiasme opstaat en naar het werk trekt. Maar gaat hij ook tevreden naar bed, aan het eind van de dag? “Goh, ik heb er geen probleem mee om ’s avonds laat een mail te versturen of iets anders ‘werkgerelateerd’ te doen. Wat ik wel heb geleerd is dat, van het moment dat ik de laptop dichtplooi, de dag gedaan is. Dan heb ik er vrede mee dat bepaalde zaken nog niet af zijn. Want in een school ben je nooit klaar, een school is altijd in beweging en in vernieuwing. Als je je daar zo op instelt, dan valt de druk nog mee.”

Op sommige momenten kiest Nick er bewust voor om zich af te sluiten van het werk. Dat kan zijn om tijd te maken voor zijn vrienden, maar ook om pakweg te genieten van een voetbalwedstrijd. “Wanneer Anderlecht in het weekend speelt, dan moet alles wijken. Mijn vuistregel is eigenlijk heel simpel. Als het kan, dan mag een collega mij storen tijdens mijn vrije tijd. Maar wanneer het echt niet past, dan durf ik dat ook zeggen.”

School van de toekomst

De hype rond AI en de groeiende interesse voor XR heeft ervoor gezorgd dat de blik op het onderwijs verandert. Dat merkt ook Nick Peeters. “We hebben een school in Leopoldsburg (Campus FLX) die een aantal jaar geleden is gestart met VR in de zorg. Zij zijn echte voorlopers met workshops, lesmateriaal, enzovoort. Dat is ook opgepikt door andere vestigingen van onze school, ook zij zetten in op die nieuwe technieken.”

Meer erkenning kan een factor zijn om het lerarentekort mee te helpen oplossen.

Nick Peeters – ICT-coördinator GO! Scholengroep Xpert

“Het grote probleem nu is het vinden van geschoold en gemotiveerd personeel”, aldus Nick Peeters. “In Leopoldsburg waren ook de leerkrachten mee in het verhaal. Het is begrijpelijk dat in andere scholen leerkrachten niet altijd even ‘mee’ zijn met de nieuwe technologie. Ik hoop dat alle scholen over X-aantal jaar klaar zullen zijn om volledig digitaal les te kunnen geven. Ok, een leerling moet zeker nog kunnen schrijven maar alles in het werkveld gebeurt steeds vaker digitaal. Ze moeten klaar zijn om op die manier te kunnen werken en daar zijn nog stappen te nemen.”

Belang van erkenning

Aan het eind van ons boeiende gesprek willen we graag weten of Nick nog bepaalde wensen heeft. Ja, zo blijkt. “Ik merk dat snel wordt vergeten hoeveel werk een ICT-coördinator verricht. Het zal niet slecht bedoeld zijn, maar regelmatig blijft de erkenning achterwege. Het is een feit dat veel mensen uit het onderwijs stappen omdat ze gebrek aan erkenning ervaren. Dat geldt zeker ook voor leerkrachten. Ik denk dat iets meer erkenning een factor kan zijn om het lerarentekort mee te helpen oplossen.”

Bedankt Nick voor deze inkijk in jouw leven en werk (hobby, sorry) als ICT-coördinator. Deze rubriek is in het leven geroepen om voor een stuk de erkenning waarover je sprak vorm te geven. Veel succes met alles wat je doet binnen en buiten de schoolmuren van GO! Scholengroep Xpert.


Dit is een interview binnen de ‘ICT-coördinator aan het woord’-reeks. Met deze rubriek willen wij ICT-coördinatoren hun verhaal laten doen. Op die manier kunnen ze van elkaar leren en eens gluren bij de buren. Wil jij graag zelf deelnemen of ken je iemand in je omgeving? Contacteer ons via info@schoolit.be voor een eerste kennismaking.

Kenniscentrum Leerpunt krijgt extra middelen van Weyts

Beeld: Leerpunt

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) verzekert de werking van het nieuwe kenniscentrum Leerpunt voor de volgende jaren. Concreet kan Leerpunt, bovenop de eerder vrijgemaakte budgetten, al zeker tot 2028 rekenen op 2 miljoen euro per jaar om leerkrachten te ondersteunen.

Het onafhankelijke kenniscentrum onder leiding van pedagoog Pedro De Bruyckere vertaalt waardevolle inzichten uit de wetenschap en effectieve lesmethodes naar de klasvloer. Zo kan er voor scholen in de komende jaren meer duidelijkheid komen in oude onderwijsdiscussies en zijn leerkrachten beter gewapend om zich te focussen op hun kerntaak: lesgeven. “We willen komaf maken met onnodige nieuwlichterij en roekeloos geëxperimenteer”, zegt Weyts in een persbericht.

Onafhankelijk kenniscentrum

De Vlaamse Regering gaf vorig jaar groen licht voor de oprichting van Leerpunt, in navolging van soortgelijke kenniscentra in het Verenigd Koningrijk (de ‘Education Endowment Foundation’, EEF) en Nederland (het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, NRO). De oprichting van dergelijk onafhankelijk kenniscentrum voor het Vlaams onderwijs was een van de belangrijkste aanbevelingen van de Commissie Beter Onderwijs, om leerkrachten beter te ondersteunen.

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts maakte meteen ook heel wat middelen vrij voor Leerpunt: een opstartbedrag van 2,6 miljoen euro en nog eens 6 miljoen euro om een werking op te bouwen specifiek rond de brede basiszorg en de verhoogde zorg in scholen. Leerpunt nam al enkele initiatieven, zoals de lancering van een toolkit voor het kleuteronderwijs.

Vaste waarde

Weyts verzekert nu de werking van het nieuwe kenniscentrum Leerpunt voor de volgende jaren. Concreet kan Leerpunt bovenop de eerder vrijgemaakte budgetten al zeker tot het einde van schooljaar 2027-2028 rekenen op 2 miljoen euro per jaar. Zo kan Leerpunt uitgroeien tot een vaste waarde en een scheidsrechter in eeuwige onderwijsdiscussies zoals de zin en onzin van huiswerk, de voor- en nadelen van zittenblijven of het potentieel van hybride onderwijs.

Leerpunt zal fungeren als herkenbaar en laagdrempelig platform voor kennisdeling met de scholen. Leerkrachten, directeurs, lerarenopleiders, pedagogische begeleiders en andere onderwijsactoren kunnen bij Leerpunt ook aangeven welke vragen zij beantwoord willen zien. Leerpunt gaat dan kwaliteitsvol wetenschappelijk onderzoek uitbesteden in samenwerking met bestaande expertisecentra en werkt samen met soortgelijke  buitenlandse instellingen.

lees ook

Startvideo Kenniscentrum Digisprong brengt DigCompEdukader in beeld

“Leerpunt wordt in de komende jaren een belangrijke hefboom voor méér onderwijskwaliteit”, zegt Weyts. “Er zijn jammer genoeg nog altijd veel onzinnige leermethodes in omloop, omdat leerkrachten niet altijd zeker kunnen weten wat werkt en wat niet werkt. Leerpunt zal mee helderheid scheppen. Leerkrachten zullen meer dan ooit kunnen rekenen op wetenschappelijk getoetste handvaten en lesmethodes die hun nut al bewezen hebben”.

Scan en evalueer het ‘XR-gehalte’ van jouw school

Beeld: Shutterstock

Binnen het XR Actieplan dat in 2021 startte richt één pijler zich naar praktijkgericht onderzoek. Onderzoekers van de UGent, samen met vijf hogescholen, ontwikkelen binnen die tak een scan waarmee scholen hun XR-gehalte kunnen meten.

De opdrachthouder voor deze scan is de vakgroep Onderwijskunde van Ugent (prof. Tammy Schellens, dr. Tijs Rotsaert en Stéphanie Vanneste). De vakgroep krijgt versterking en medewerking van Charlotte Larmuseau (HoWest), Charlotte Paulyn (HoGent), Thomas More (Carl Boel), Vincent Vanrusselt (PXL) en Bart Boelen (UCLL). Een tijdje geleden lanceerde de vakgroep een oproep tot evaluatie van het XR Actieplan.

Visueel overzicht

“Zie het als een soort Digisnap-tool”, legt Carl Boel uit. De onderzoeker en XR-expert werkt mee aan het XR Actieplan. Dat is voor alle duidelijkheid een initiatief van de Vlaamse overheid binnen het Digisprong-verhaal. “De scan zal scholen in staat stellen om hun actuele XR-niveau in kaart te brengen. Op basis van de scan krijgen de scholen een visueel overzicht en gerichte feedback om op bepaalde aspecten groeistappen te maken in het XR-verhaal.”

De onderzoekers hebben dit instrument opgesteld op basis van een kader met acht domeinen. Wie deelneemt aan de scan, krijgt ongeveer tien vragen voorgeschoteld. Op die manier zien scholen in grote lijnen waar ze staan op het vlak van XR-implementatie. “De bedoeling is om scholen feedback en tips te geven”, gaat Carl Boel verder. “Zo willen we het gebruik van XR meer ingang laten vinden. De scan is een eerste indicatie voor scholen waarmee ze aan de slag kunnen.

lees ook

OMG-Gameforum (27 mei) brengt game- en onderwijssectoren samen

De XR-scan is een work in progress. De onderzoekers verfijnen de tool onder andere aan de hand van de feedback die ze krijgen uit de XR-bevraging (die trouwens nog altijd open staat). In principe zou de scan tegen september klaar moeten zijn. Met de scan en de opvolging die daaruit volgt worden vooral secundaire scholen, maar ook het volwassenenonderwijs, gestimuleerd om aan de slag te gaan met XR. De voorlopige scan kan je via deze link bereiken.

Apestaartjaren 2024: kritische jongeren en nood aan extra bescherming

Beeld: Apestaartjaren

Er is de afgelopen tijd heel wat gezegd en geschreven over op welke leeftijd kinderen hun eerste smartphone mogen krijgen en vanaf wanneer ze sociale media mogen gebruiken. De stem van kinderen en jongeren is in dit debat minstens even belangrijk, aldus een persbericht van Mediawijs naar aanleiding van het jaarlijkse onderzoek Apestaartjaren.

Volgens dat onderzoek bij meer dan 7.000 kinderen en jongeren zijn deze  wel degelijk kritisch tegenover hun mediagebruik en staan ze stil bij hun online gebruik en gedrag. Wat niet wil zeggen dat ze soms geen nood hebben aan extra bescherming. Het Apenstaartjarenonderzoek van Mediaraven, Mediawijs, de onderzoeksgroep imec-mict-UGent en Link in de Kabel onderzoekt tweejaarlijks het mediagebruik en mediawijsheid van 6 tot 18-jarigen.

Boeiende inzichten

Deze editie was er aandacht voor enkele nieuwe thema’s zoals cybersecurity, politieke advertenties op sociale media, digitaal welzijn en – hoe kan het ook anders – generatieve AI. Zoals steeds, levert dit onderzoek heel wat boeiende inzichten op. “Deze studie is een goed voorbeeld van hoe belangrijk het is om te luisteren naar kinderen en jongeren”, zegt Vlaams minister van Jeugd, Media en Armoedebestrijding Benjamin Dalle (Open VLD).

“Ik ben blij dat deze 9e editie enkele nieuwe thema’s bevraagd, zoals cybersecurity en digitaal welzijn. Nieuw is ook de bevraging naar interesse in politiek. Daar baart het wel zorgen dat 2 op 3 jongeren aangeven niet erg geïnteresseerd te zijn in politiek. Apenstaartjaren houdt de vinger aan de pols en veel van deze inzichten zullen hopelijk inspiratie bieden om het beleid de komende periode mee vorm te geven.”

Wanneer de eerste smartphone?

Kinderen gebruiken – naast de televisie – het vaakst een tablet. Toch is er zelfs in de eerste graad (23%) en tweede graad (34%) lager onderwijs al een vrij grote groep kinderen met een smartphone. Vaak gaat het hier om een gebruikt toestel van hun ouders, zonder data-abonnement. In veel gezinnen is dit dus gewoon een extra tablet, maar dan iets kleiner uitgevallen.

De eerste smartphone is dus voor veel kinderen een toestel waarmee ze nog niet volledig geconnecteerd zijn en waarmee ze vaak ook nog geen gebruik maken van sociale media. We mogen ons dus niet blindstaren op de gemiddelde leeftijd waarop kinderen een eigen telefoon krijgen.

Het aantal kinderen dat een eigen smartphone met data-abonnement heeft, neemt – logischerwijs – geleidelijk aan toe naarmate ze ouder worden. In de derde graad is een grote tweedeling: de helft van de kinderen met eigen smartphone, die al volop gebruik maakt van allerlei sociale media (hoewel ze te jong zijn om een eigen account te mogen hebben) en de andere helft die nog geen smartphone heeft. Zij krijgen hun smartphone bij de overgang naar het secundair onderwijs.

Sociale mediagebruik schuift op naar middelbaar onderwijs

In de vorige editie bleek dat tieners uit de derde graad lager onderwijs massaal platformen als TikTok en Instagram begonnen te gebruiken. Nu is die transitie naar sociale media vooral in de eerste graad secundair onderwijs merkbaar: in het eerste trimester hebben bijna alle jongeren uit het eerste middelbaar hun eigen toestel op zak, de grote meerderheid gebruikt dan ook volop alle social media kanalen.

De onderzoekers zien uit gesprekken met kinderen en jongeren een aantal mogelijke verklaringen: een behoefte aan digitaal ontkoppelen na corona, een groter bewustzijn bij ouders rond het mediagebruik van hun kroost of een positieve impact van regulering van platformen (zoals de Digital Services Act).

Bezorgdheid over kwetsbare achtergrond 

Er zijn duidelijke verschillen tussen de groep die aangeeft voldoende geld te hebben en de groep die zegt soms geld te kort te hebben om te doen wat hun leeftijdsgenoten doen. Zo hebben kinderen en jongeren die opgroeien in een financieel moeilijke situatie minder toegang tot verschillende toestellen, ze hebben er veel minder vaak een persoonlijk toestel en ook hun internettoegang werkt slechter.

Ze maken minder afspraken thuis over het gebruik van media én zijn gemiddeld iets jonger als ze hun eerste eigen smartphone krijgen. Ze hebben eveneens een grotere kans om tot de 10 procent van de tieners en jongeren te behoren die voor thema’s als cyberpesten, sexting of online veiligheid bij niemand terecht kunnen als ze problemen hebben. 

Mediaopvoeding en bescherming voor iedereen

Het massale gebruik van digitale media en de razendsnelle doorbraak van nieuwe technologieën als generatieve AI (66% van de tieners en jongeren gebruikte het al eens) plaatst ons voor een aantal brede maatschappelijke uitdagingen. Bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren – en dan zeker zij die in een kwetsbare context opgroeien – is nodig en het meest effectief als dit op twee manieren gebeurt.

lees ook

Vijfde leerjaar Sint-Paulus Hansbeke is meest mediawijze klas van Vlaanderen

Enerzijds vinden de onderzoekers dat moet worden gezocht naar manieren om kinderen en jongeren te beschermen als hun integriteit of rechten in het gedrang komen. Anderzijds moeten men de kansen blijven grijpen om hen al van jongs af aan mee te pakken in een gezonde kritische en actieve houding ten opzichte van media en technologie. 

Het volledige rapport kan je hier downloaden.

Google’s nieuwste AI-model richt zich op onderwijs

Beeld: Google

Google heeft aangekondigd dat het nieuwste AI-model, LearnLM, zich helemaal richt op studenten. Volgens de techreus zal het model helpen met het huiswerk, coaching en betrokkenheid. Google werkte voor LearnLM samen met de AI-, EdTech- en onderwijswerled om de positieve impact en het potentieel ervan op verantwoorde wijze te maximaliseren.

Het nieuwe LearnLM-model is gebaseerd op Google’s vlaggenschip Gemini. In een blogpost geeft het Amerikaanse bedrijf tekst en uitleg. LearnLM is al geïntegreerd in Google-producten zoals Android en YouTube en de Gemini-chatbot. Zo kunnen klanten via Circle to Search (Android) wiskundige of natuurkundige vraagstukken aanduiden, waarna LearnLM bijspringt om tot een oplossing te komen. Op YouTube kunnen gebruikers tijdens het kijken van een (les)video vragen stellen en het model zal reageren met de nodige uitleg.

Google beweert dat de wiskundebenchmark van Gemini, waarop LearnLM is gebaseerd, beter scoort dan GPT-4. Het model moet een concurrent worden van onder andere het Microsoft-model Orca-Math AI, dat wiskundige vraagstukken al met vrij grote betrouwbaarheid weet te beantwoorden. Volgens Google is LearnLM specifiek verfijnd om alleen te reageren en antwoorden te vinden op basis van onderwijsonderzoek.

Classroom

In de blogpost gaat Google dieper in op enkele samenwerkingsverbanden. Zo krijgt het in een nieuw proefprogramma op Google Classroom steun van docenten. De bedoeling is om het plannen van lessen te vereenvoudigen. Google experimenteert ook met Illuminate, een platform dat onderzoekpapers opsplitst in korte audioclips met AI-gegenereerde stemmen, wat de student moet helpen om complexe informatie beter te begrijpen.

Naast LearnLM en Illuminate presenteerde Google ook Learn About. Die toepassing stelt te gebruiker in staat om, door middel van onder andere foto’s en video’s, hoogwaardige inhoud, leerwetenschap en chatervaring samen te brengen. Learn About laat ook toe om bestanden opf notities te uploaden en vragen te stellen. Wie geïnteresseerd is in deze toepassing kan zich registreren op een wachtlijst als vroege tester.

Google’s zoekmachine krijgt AI-injectie met verhalende antwoorden

Foto: GEG BE/NL

Techgigant Google heeft een nieuwe versie van de bekende, en nog altijd meest gebruikte, zoekmachine aangekondigd. De resultaten van een zoekopdracht zullen verschijnen in de vorm van door AI opgestelde antwoorden. Zoals wel vaker krijgt thuisbasis VS de primeur. Andere delen van de wereld volgen later dit jaar.

Een dag nadat OpenAI het nieuwste GPT-model aankondigde, pakt nu ook Alphabet uit met (groot) AI-nieuws. Het moederbedrijf van Google test al een tijd AI-gegenereerde antwoorden, weten persbureau Belga en andere media. Al moesten de gebruikers vooraf intekenen om de experimentele versie te testen. Tijdens de jaarlijkse I/O-ontwikkelaarsconferentie gaf topman Sundar Pichai aan dat de nieuwe versie tot ‘meer opzoekingen en tevredenheid leidt’.

Verhalende antwoorden

Wie een zoekopdracht ingeeft, zal bij de nieuwe versie meer verhalende antwoorden voorgeschoteld krijgen. Daardoor zou de gebruiker minder vaak moeten doorklikken op verschillende links, op zoek naar het meest geschikte antwoord. De AI-gegenereerde antwoorden komen bovenaan de resultatenpagina met daaronder suggesties voor bijkomende vragen. Lager op de pagina, zoals het nu is, links naar websites op basis van het zoekcriterium.

Voor de AI-gegenereerde antwoorden doet Google beroep op het recent voorgestelde AI-model Gemini. De nieuwe functie is getest in verschillende landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk. Toch rolt Google de nieuwste zoekmachine eerst uit in de Verenigde Staten. Volgens Liz Reid, hoofd van Google Search, zullen de AI-overzichten tegen het einde van het jaar beschikbaar zijn voor meer dan een miljard mensen.

AI-ontwikkelingen

Tijdens de I/O ontwikkelaarsconferentie wierp Google nog een blik op enkele ‘werken in uitvoering’. Zo test het bedrijf een nieuw AI-model voor tekst-naar-video conversie. Gebruikers kunnen computer gegenereerde beelden maken via tekstopdrachten. Daarmee lijkt Google de concurrentiestrijd aan te gaan met Sora van OpenAI. Veo vertoont vergelijkbare functies en zal naar verwachting later dit jaar worden voorgesteld.

lees ook

Twee op drie docenten denkt dat AI tijd zal uitsparen bij administratieve taken

Een andere ontwikkeling speelt zich af binnen het project Astra. Dat moet een AI-assistent worden die locaties kan identificeren, code kan lezen en allitererende zinnen kan maken met behulp van een smartphonecamera. De volgens Sundar Pichai ‘behoorlijk magische’ tool zal wellicht in het tweede deel van het jaar zijn debuut maken. Pichai liet ook weten dat er een snellere versie van Gemini (A.5 Flash) aankomt met een bijgewerkt (en minder bevooroordeeld) beeldgeneratormodel.  

‘Hé ChatGPT!’ OpenAI lanceert nieuwe versie van populaire chatbot

Beeld: Shutterstock

OpenAI stelde naast het nieuwe AI-model ook een desktopversie van ChatGPT voor. Het model, GPT-4o is in staat om gesprekken te voeren. Daarmee zal ChatGPT wellicht een belangrijke concurrent kunnen zijn voor stemassistenten genre Amazon (Alexa), Apple (Siri) en Google.

Het nieuwe programma kan informatie verwerken op basis van gesproken opdrachten, communiceert menselijke stem met de gebruiker en vertaalt tussen verschillende talen, weet persbureau Belga. “Dit is de eerste keer dat we echt een enorme stap vooruit hebben gezet wanneer het gaat om gebruiksgemak”, aldus Mira Murati, hoofd technologie bij OpenAI. Volgens het bedrijf zal het nieuwe GPT-4o model ook beschikbaar zijn voor gratis gebruikers.

Sneller en beter

De topvrouw van OpenAI liet verstaan dat het nieuwe model ‘veel sneller’ is, met meer mogelijkheden op vlak van tekst, video en audio. Het uiteindelijke doel is om gebruikers te laten videochatten met ChatGPT. CNBC weet dat de ‘o’ in GPT-4o staat voor ‘omni’. Het nieuwe model stelt ChatGPT in staat 50 talen te beter en sneller te verwerken. Het zal ook beschikbaar zijn via OpenAI’s API, waardoor ontwikkelaars meteen aan de slag kunnen met het model.

Tijdens de presentatie van GPT-4o demonstreerde OpenAI de audiomogelijkheden van het model. Volgens onderzoeker Mark Chen is het model zelfs in staat emotie waar te nemen en heeft geen moeite met gebruikers die een gesprek onderbreken. Nog volgens het OpenAI-team kan het model ook gezichtsuitdrukkingen analyseren om aansluitend commentaar te geven op de emoties die een persoon mogelijks ervaart.

Testfase

OpenAI gaat de spraakmodus van GPT-4o de komende weken testen. De toepassing zal in een latere fase beschikbaar zijn voor alle gebruikers. Betalende abonnees krijgen sneller toegang tot de tool. Volgens OpenAI zou het model pijlsnel reageren op gesproken prompts. De reactietijd van gemiddeld 320 milliseconden zou vergelijkbaar zijn met de menselijke reactietijd in een gesprek.

lees ook

Copilot Pro in Microsoft 365 verstaat nu ook Nederlands

GPT-4o zou zelfs een concurrent kunnen worden voor GitHub Copilot (Microsoft). Het model kan wiskundige vergelijkingen oplossen en helpen bij het schrijven van code. De timing van de presentatie is interessant want vandaag houdt Google zijn jaarlijkse ontwikkelaarsconferentie, waarop aankondigingen worden verwacht over nieuwe functies met artificiële intelligentie. Een paar maanden geleden liet Google al zien hoe zijn AI-software Gemini gesproken en visuele informatie kan verwerken.