Lenovo breidt Chromebook-aanbod uit voor leerlingen, docenten en IT-teams
Lenovo introduceert drie nieuwe Chromebooks voor het onderwijs: de Chromebook 100e Gen 5, Chromebook 500e 2-in-1 Gen 5 en Chromebook Plus i 14.
Lenovo lanceert drie nieuwe Chromebook-modellen die geschikt zijn voor leerlingen, docenten en IT-teams, met een focus op beheer, connectiviteit en beveiliging. Daarnaast voegt Lenovo ondersteuning voor ChromeOS toe aan zijn beheerplatform Lenovo Device Orchestration. De toestellen komen in de eerste helft van 2026 ook naar de Benelux. De fabrikant maakte nog geen prijzen bekend.
Voor leerlingen, docenten en IT-teams
De Lenovo Chromebook 100e Gen 5 richt zich op basis- en secundair onderwijs. Het toestel komt met een Intel Processor N150 of MediaTek Kompanio 540 en met een 11,6- of 12,2-inch scherm, met of zonder touchscreen. Lenovo benadrukt dat het ontwerp bedoeld is voor intensief dagelijks gebruik en dat onderdelen via CRU-componenten vervangbaar zijn. De Chromebook 100e krijgt een 50Wh-batterij en ondersteuning voor Wi-Fi 7 en optioneel 4G LTE.
lees ook
Worden Chromebooks duurder in 2026 door de AI-boom?
De Lenovo Chromebook 500e 2-in-1 Gen 5 is een convertible met keuze uit Intel Processor N150 of N250, of MediaTek Kompanio 540. Scholen kunnen kiezen tussen 11,6- en 12,2-inch touchscreens in hetzelfde chassis. Het model ondersteunt een USI 2.0-stylus die in het toestel kan worden opgeborgen. Lenovo vermeldt een batterijduur tot 16 uur en voorziet ook hier Wi-Fi 7 en twee USB-C-poorten.

Voor docenten en beheerders is er de Lenovo Chromebook Plus i 14 met een Intel Core 3 Processor N355. Het toestel weegt volgens Lenovo vanaf 1,4 kilogram en krijgt een 16:10-display, Waves Maxx Audio en een 5MP-camera met fysieke privacysluiter. Lenovo verwijst ook naar toegang tot Google AI-functies binnen ChromeOS voor taken zoals contentcreatie en beeldbewerking.
ChromeOS-beheer via Lenovo Device Orchestration
Lenovo Device Orchestration (LDO) krijgt ondersteuning voor ChromeOS. IT-teams kunnen Chromebooks onboarden via een koppeling met de Google Admin Console en ze centraal bekijken in een Chrome Management-pagina binnen LDO. Lenovo vermeldt dat beheerders daarbij telemetriegegevens kunnen raadplegen, zoals laatste check-in, batterijstatus en laatste gebruiker, om het beheer en de beveiliging te ondersteunen.
LEGO Education zet in op hands-on leren voor wetenschap, computer science en AI
Hands-on leren speelt een cruciale rol in het ontwikkelen van zelfvertrouwen, probleemoplossend vermogen en kritisch denken bij leerlingen. Toch krijgt wereldwijd slechts iets meer dan de helft van de leerlingen voldoende praktijkervaring in wetenschap en technologie. Met nieuwe leermiddelen voor wetenschap én computer science & AI wil LEGO Education hier verandering in brengen.
Hands-on wetenschapsonderwijs met LEGO Education Science
Met LEGO Education Science introduceert LEGO Education een leeroplossing voor het basis- en lager secundair onderwijs (K-8) die wetenschap tastbaar en toegankelijk maakt. Het programma bestaat uit meer dan 120 kant-en-klare lessen, afgestemd op internationale leerplandoelen en opgebouwd rond onderzoekend leren.
Elke les start met een centrale onderzoeksvraag die nieuwsgierigheid prikkelt en leerlingen uitnodigt om samen oplossingen te bedenken. Door te bouwen, testen en verbeteren koppelen leerlingen abstracte wetenschappelijke concepten aan concrete ervaringen. De lessen stimuleren niet alleen inzicht in wetenschap, maar ook samenwerking, creativiteit en communicatie.
Uit onderzoek van LEGO Education blijkt dat veel leerlingen wetenschap als moeilijk ervaren en weinig vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Vooral meisjes zijn hierin oververtegenwoordigd. Hands-on leren verlaagt die drempel en vergroot de betrokkenheid in de klas.
Digitale geletterdheid en AI in de klas
Naast wetenschap lanceert LEGO Education ook een nieuwe leerlijn rond computer science en artificiële intelligentie: LEGO Education Computer Science & AI. Deze oplossing richt zich op dezelfde leeftijdsgroep en helpt scholen om digitale vaardigheden en AI-geletterdheid structureel in het curriculum op te nemen.
Leerlingen werken in kleine groepen met LEGO-materialen en combineren bouwen met zowel schermvrije als digitale programmeeractiviteiten. Zo leren ze niet alleen hoe technologie werkt, maar ook hoe ze die kritisch en verantwoord kunnen gebruiken. De lessen zijn leeftijdsgericht opgebouwd en bieden ruimte voor zowel beginners als gevorderde leerlingen.
Volgens een internationaal rapport van LEGO Education ervaren veel leerkrachten een tekort aan geschikte middelen om computer science en AI boeiend te onderwijzen. Tegelijk geven ze aan dat deze vaardigheden essentieel zijn voor de toekomst van hun leerlingen. De nieuwe leerlijn speelt in op die behoefte met direct inzetbare lessen en duidelijke didactische ondersteuning.
Samen leren, bouwen en onderzoeken
Wat beide leeroplossingen verbindt, is de nadruk op samenwerking en actieve betrokkenheid. Leerlingen werken samen aan opdrachten, nemen verschillende rollen op en leren door te experimenteren. Dat sluit aan bij de groeiende vraag naar onderwijs dat verder gaat dan kennisoverdracht en ook inzet op vaardigheden zoals kritisch denken, creativiteit en probleemoplossend vermogen.
LEGO Education Science is beschikbaar vanaf augustus 2025. LEGO Education Computer Science & AI volgt in april 2026 en is voorlopig enkel beschikbaar in de Verenigde Staten, met de intentie om later ook andere regio’s te bedienen.
lees ook
VEX Robotics maakt robotica toegankelijk voor iedere student
Digital Schools Awards ondersteunen scholen bij digitale vaardigheden
Scholen staan voor de uitdaging om leerlingen goed voor te bereiden op een steeds digitalere samenleving. Digitale vaardigheden zijn daarbij geen extra’s meer, maar een vast onderdeel van toekomstgericht onderwijs. Met de Digital Schools Awards krijgen scholen in Nederland en België een praktisch kader om hun digitale strategie te versterken en gericht te verbeteren.
Wat zijn de Digital Schools Awards?
De Digital Schools Awards zijn een Europees initiatief van HP, AMD en de Europese Unie. Het programma helpt scholen om technologie effectief in te zetten binnen onderwijs en organisatie. Deelname start met een zelfevaluatie via de SELFIE-tool, waarmee scholen inzicht krijgen in hun huidige digitale volwassenheid.
Op basis van deze evaluatie werken scholen stap voor stap aan verbetering binnen meerdere domeinen. Wanneer zij voldoen aan vastgestelde kwaliteitscriteria, ontvangen zij per onderdeel een badge en uiteindelijk de officiële Europese erkenning als digitale school.
Digitale vaardigheden als fundament voor onderwijsontwikkeling
Digitalisering raakt alle aspecten van het onderwijs: van didactiek en leermiddelen tot professionele ontwikkeling van docenten. De Digital Schools Awards bieden scholen structuur en richting bij deze transitie. Het programma richt zich onder andere op:
- leiderschap en visie op digitalisering
- integratie van ICT in het onderwijs
- digitale cultuur binnen de school
- professionele ontwikkeling van medewerkers
- ICT-middelen en infrastructuur
Door deze samenhangende aanpak krijgen scholen niet alleen inzicht, maar ook concrete handvatten om gericht te verbeteren.
Samen leren binnen een Europees netwerk
Scholen die deelnemen, maken deel uit van een Europees netwerk waarin kennisdeling centraal staat. Binnen de eigen school ontstaat vaak een leercommunity rond thema’s zoals digitale inclusie, online veiligheid en duurzame ICT-oplossingen. Scholen die uitzonderlijk goed presteren, kunnen worden aangewezen als mentorschool en andere instellingen begeleiden in hun ontwikkeling.
Erkenning en tastbare resultaten
De behaalde badges zijn drie jaar geldig en laten zien waar een school staat op het gebied van digitale ontwikkeling. Scholen die alle onderdelen succesvol afronden, ontvangen de officiële Digital School Award. In de Benelux worden de eerste onderscheidingen in het voorjaar van 2026 uitgereikt. Naast Europese erkenning ontvangen winnende scholen een geldprijs van 500 euro, vrij te besteden aan onderwijsgerelateerde doelen.
Waarom deelname relevant is voor scholen
De Digital Schools Awards maken digitale ambities concreet en meetbaar. Scholen werken doelgericht aan verbetering, krijgen toegang tot Europese expertise en laten zien dat zij leerlingen serieus voorbereiden op de digitale toekomst. Deelname is kosteloos en direct mogelijk voor scholen in Nederland en België.
lees ook
“Het nieuwe Digiteam vormt een ideaal klankbord voor wat leeft in de klas” – Tom Schockaert
Apple bundelt creatieve apps in nieuw abonnement Creator Studio
Apple bundelt zijn creatieve software in een alles-in-één pakket: Apple Creator Studio.
Apple introduceert Apple Creator Studio, een nieuw abonnement dat toegang biedt tot een bundel creatieve apps voor videobewerking, muziekproductie, beeldbewerking en productiviteit, met nieuwe AI-functionaliteiten en extra content.
Creatieve tools gebundeld
Apple Creator Studio bestaat uit apps zoals Final Cut Pro, Logic Pro, Pixelmator Pro, Motion, Compressor en MainStage. Abonnees krijgen ook toegang tot extra content en functies in Keynote, Pages en Numbers, en later ook in Freeform.
Final Cut Pro bevat nieuwe AI-functies zoals Zoeken in Transcripten en Visueel Zoeken, die het gemakkelijker maken om specifieke fragmenten in video’s terug te vinden. Ritmedetectie zorgt ervoor dat beeldmateriaal automatisch op het ritme van muziek gemonteerd wordt. Op iPad komt daar Montagemaker bij, waarmee AI automatisch een montage maakt uit de beste videomomenten.
Logic Pro krijgt ook nieuwe functies. Synth Player en Chord ID gebruiken AI om muzikale ideeën automatisch uit te werken. Logic Pro bevat een uitgebreide bibliotheek met rechtenvrije samples en ondersteunt nu ook natuurlijke taalcommando’s voor het zoeken naar geluiden.
Focus op iPad en AI-ondersteuning
Pixelmator Pro is vanaf nu ook beschikbaar op iPad, met ondersteuning voor Apple Pencil en aanraakbediening. Gebruikers kunnen lagen manipuleren, afbeeldingen bijsnijden met Auto Crop of verbeteren met Super Resolution. In Keynote, Pages en Numbers krijgen gebruikers toegang tot premium sjablonen, beelden en AI-gegenereerde functies zoals automatische presentatienotities en het herschikken van dia’s. Freeform wordt later toegevoegd aan het aanbod.
Naast het abonnement van 12,99 euro per maand kunnen gebruikers de apps ook eenmalig aankopen in de Mac App Store. Dat is een groot verschil ten opzichte van de grootste aanbieder van creatieve software: Adobe. In 2013 besliste laatstgenoemde om komaf te maken met applicatielicenties en over te schakelen op een Creative Cloud Pro-abonnement van 73,90 euro per maand. Een abonnement per app kost je maandelijks 22,36 euro.
De aparte versies van Final Cut Pro (€ 349,99), Logic Pro (€ 229,99), Pixelmator Pro (€ 59,99), Motion (€ 59,99), Compressor (€ 59,99) en MainStage (€ 34,99) zijn als eenmalige aankoop verkrijgbaar in de Mac App Store. Apple Creator Studio is verkrijgbaar vanaf woensdag 28 januari voor 12,99 euro per maand of 129 euro per jaar. Het ondersteunt gezinsdeling met maximaal zes personen.
ICT-praktijkdag 2026 verwelkomt directies, ICT-coördinatoren en leerkrachten
De ICT-praktijkdag keert op maandag 2 februari 2026 terug naar de UCLL-campus Connect in Leuven. De dag richt zich opnieuw tot drie belangrijke profielen in het onderwijs: directies, ICT-coördinatoren en leerkrachten. Voor elk van hen staat een aanbod klaar dat inspeelt op hun specifieke noden.
Programma voor elke rol in de school
De organisatie werkt opnieuw samen met een brede groep leerkrachten en experten om een gevarieerd programma samen te stellen.
• Directies volgen sessies die inzicht geven in sterke ICT-beleidsplannen.
• ICT-coördinatoren kiezen uit workshops over artificiële intelligentie en de praktische implementatie van nieuwe digitale technologie.
• Leerkrachten kunnen zich verdiepen in Canva, digitale tools, STEAM, gamification en andere inspirerende toepassingen voor de klaspraktijk.
Keynote van een internationale spreker
Nieuw dit jaar is zijn de uitgebreide keynotes van toonaangevende sprekers die impact maken met visie op ICT en onderwijs. De deelnemers mogen rekenen op een inspirerend verhaal over digitalisering en innovatie. Na de plenaire sessie kunnen deelnemers nog twee workshops volgen en de beursvloer bezoeken.
Verlaagd tarief voor deelnemers
De deelnameprijs bedraagt dit jaar 150 euro, inclusief keynote, workshops, beursbezoek, catering, parking en vestiaire. De organisatie wil de drempel verlagen voor scholen die met meerdere collega’s willen deelnemen.
WAT WAT en Mediawijs lanceren campagne over online beïnvloeding bij jongeren
Wat jongeren online zien, heeft invloed op hoe ze denken, voelen en handelen. Van inspirerende communities tot schadelijke trends: sociale media spelen een grote rol in hun leefwereld. Daarom lanceren WAT WAT en Mediawijs op maandag 15 december een nieuwe campagne rond online beïnvloeding, gericht op jongeren tussen 14 en 18 jaar.
Online beïnvloeding bij jongeren en identiteitsontwikkeling
Online zijn is voor veel jongeren nauw verbonden met hun identiteitsontwikkeling. Via sociale media ontdekken ze nieuwe interesses, stijlen en overtuigingen. Algoritmes versterken dat proces door hen content te tonen die aansluit bij hun kijkgedrag. Zo vinden jongeren makkelijk hun weg naar online subculturen zoals BookTok, QueerTok of cosplay communities, waar ze zich vaak begrepen en gesteund voelen.
Tegelijk schuilt daar ook een risico. Diezelfde algoritmes kunnen jongeren meenemen in negatieve bubbels waarin haatdragende boodschappen, desinformatie, ongezonde schoonheidsidealen of extreme beelden circuleren. Voorbeelden daarvan zijn de manosfeer, skinnytok of politieke propaganda. Wat begint als onschuldige content kan zo ongemerkt een grote emotionele impact krijgen.
Bewustwording van online beïnvloeding zonder taboe
Jongeren beseffen meestal wel dat influencers en bedrijven inspelen op hun emoties en onzekerheden. Toch vinden ze het lastig om toe te geven dat online content ook hén beïnvloedt. Ze ervaren tegelijk een gevoel van controle, bijvoorbeeld door bewust te scrollen, content te liken of net te vermijden.
Met deze campagne willen WAT WAT en Mediawijs dat spanningsveld bespreekbaar maken. De centrale boodschap is duidelijk: iedereen wordt beïnvloed door wat hij of zij online ziet, en dat is niets om zich voor te schamen. Door jongeren zelf aan het woord te laten, doorbreekt de campagne het taboe rond online beïnvloeding.
What’s in my algorithm? Jongeren en influencers aan het woord
Een belangrijk onderdeel van de campagne is de YouTube-reeks ‘What’s in my algorithm?’. In deze reeks nemen influencers en content creators een kijkje in elkaars algoritmes. Ze bespreken hoe hun feed eruitziet, welke content hen raakt en hoe ze proberen om controle te houden over wat ze te zien krijgen. Ze leggen uit hoe algoritmes werken, hoe moeilijk het soms is om eraan te ontsnappen en welke invloed bepaalde content op hun welzijn heeft. Daarnaast vertellen jongeren openlijk over zowel positieve als negatieve ervaringen met sociale media, van eindeloze brainrot content tot video’s die hen motiveren om te gaan sporten of nieuwe dingen te proberen.
De video’s verschijnen vanaf 15 december op de sociale mediakanalen van WAT WAT, waaronder TikTok, Instagram en YouTube.
Online beïnvloeding bespreekbaar maken in onderwijs en thuis
Naast de campagnevideo’s biedt watwat.be toegankelijke informatie voor jongeren én volwassenen. Ze vinden er antwoorden op vragen zoals hoe je herkent of influencers de waarheid spreken, of iedereen hetzelfde algoritme heeft en of je moet meedoen aan trends en challenges op sociale media.
De campagne richt zich ook expliciet tot ouders, leerkrachten en andere begeleiders. Jongeren geven aan dat de bezorgdheid bij volwassenen groot is, maar dat ze zich niet altijd begrepen voelen. Daarom ligt de focus op een open gesprek zonder vooroordelen, gebaseerd op kennis van hun online leefwereld.
Leerkrachten vinden extra ondersteuning en tools op Mediawijs.be, terwijl ouders terechtkunnen op MediaNest.be. In januari lanceert Mediawijs bovendien een nieuw lespakket rond online invloeden. Voor het jeugdwerk bundelt De Ambrassade bestaande methodieken om met dit thema aan de slag te gaan.
lees ook
Kan ChatGPT je beste vriend zijn?
Vlaanderen ziet af van socialemediaverbod voor jongeren onder 16
De Vlaamse regering voert geen algemeen verbod in op sociale media voor kinderen en jongeren onder de 16 jaar. Dat bevestigde Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter in het actieplan Safe Online. Het plan erkent de risico’s van sociale media, maar kiest bewust voor strengere handhaving en educatie in plaats van een totaalverbod.
Geen socialemediaverbod onder 16 in Vlaanderen
Het debat over sociale media en jongeren sleept al geruime tijd aan. Jongeren komen steeds vaker in contact met schadelijke inhoud, desinformatie, verslavende algoritmes en onveilige interacties. Toch kiest Vlaanderen ervoor om de huidige minimumleeftijd van 13 jaar te behouden.
Coalitiepartners Vooruit en CD&V pleitten voor een hogere leeftijdsgrens van 15 of 16 jaar, geïnspireerd door recente maatregelen in Australië. De partij N-VA verzette zich tegen een algemeen verbod en kreeg daarbij steun van de Hoge Gezondheidsraad, die waarschuwde voor ongewenste neveneffecten.
Waarom Vlaanderen geen totaalverbod invoert
Volgens Van Achter werkt een verbod averechts. Jongeren zouden sociale media niet verlaten, maar uitwijken naar minder gereguleerde platforms, zoals gamingomgevingen of chatapps. Ook leeftijdsverificatie roept vragen op rond privacy en kan een vals gevoel van veiligheid creëren.
Daarnaast benadrukt de minister dat sociale media voor veel jongeren ook positieve functies hebben, zoals informatie, zelfexpressie en sociale ondersteuning. Een totaalverbod zou deze aspecten volledig negeren.
Meer verantwoordelijkheid voor socialemediabedrijven
In plaats van een verbod legt Vlaanderen de nadruk op de verantwoordelijkheid van platformen zelf. Het actieplan vraagt om:
- strengere controle op de minimumleeftijd van 13 jaar
- het afschaffen van verslavende functies zoals oneindig scrollen
- een verbod op gepersonaliseerde reclame voor minderjarigen
Bedrijven die structureel weigeren om jongeren te beschermen, riskeren zware sancties. In extreme gevallen kan Vlaanderen eisen dat platforms tijdelijk offline worden gehaald, vergelijkbaar met onveilige producten die uit de handel worden genomen.
Europese aanpak en strijd tegen desinformatie
Van Achter verwijst naar het optreden van de Europese Commissie tegen onder meer TikTok Lite als bewijs dat handhaving mogelijk is. Ook desinformatie krijgt extra aandacht. Volgens de minister verdienen grote platforms zoals Meta aanzienlijk aan misleidende advertenties.
Wat offline illegaal is, mag online niet worden getolereerd. Die visie sluit aan bij de Europese Digital Services Act, die sociale mediabedrijven verplicht om gebruikers beter te beschermen.
Mediawijsheid als basisvaardigheid
Naast regelgeving zet Vlaanderen sterk in op mediawijsheid. Het actieplan wil dat elke Vlaming leert omgaan met desinformatie, deepfakes en AI-gestuurde manipulatie. Die vaardigheden moeten jongeren én volwassenen weerbaarder maken in een digitale samenleving.
lees ook
Jongeren met psychische problemen ervaren sociale media anders
Sociale robot wedstrijd 2025-2026
Dit schooljaar organiseert Dwengo de tweede editie van de sociale robot wedstrijd. Leerlingen ontwerpen en bouwen in team een robot die een maatschappelijk probleem aanpakt. Deelnemers combineren technische kennis met sociale vaardigheden en ontdekken hoe robotica een rol kan spelen binnen uitdagingen uit de echte wereld.
Wat houdt de sociale robot wedstrijd in?
Teams van maximaal vier leerlingen ontwikkelen een sociale robot die een concrete maatschappelijke uitdaging oplost. Tijdens de wedstrijd werken ze een technische fiche uit, die ze bijsturen naarmate hun project vordert. Elke groep maakt ook een filmpje waarin ze hun robot voorstellen en toelichten hoe die een probleem aanpakt. De inzending bestaat uit het filmpje en de definitieve technische fiche, die uiterlijk op 22 april 2026 bij Dwengo moet zijn.
De zestien best beoordeelde projecten gaan door naar de finale op 27 mei 2026 in De Krook in Gent. Daar stellen de teams hun robot voor aan een professionele jury. Die beoordeelt zowel het gekozen maatschappelijke probleem als de technische en conceptuele uitwerking van de oplossing. Naast de algemene prijzen reikt Dwengo een aparte prijs uit voor de beste opvoedrobot: een robot die gezinnen ondersteunt bij een zorgzame en evenwichtige opvoeding.
Wie kan deelnemen aan de sociale robot wedstrijd?
Leerlingen uit de eerste en tweede graad secundair onderwijs kunnen deelnemen in groepjes van twee tot vier. De eindbeoordeling houdt rekening met zowel het technische als het sociale aspect van de robot. Teams met leerlingen uit verschillende studierichtingen kunnen elkaars vaardigheden versterken. Inschrijven gebeurt via de school. Leerlingen die willen deelnemen, overtuigen een leerkracht om hun team te registreren.
Waarom deelnemen aan de sociale robot wedstrijd?
Computers en robots maken steeds vaker deel uit van het dagelijks leven. Inzicht in de achterliggende concepten wordt daarom steeds belangrijker. Door deel te nemen ontdekken leerlingen op een toegankelijke manier de basis van robotica. Ze oefenen computationele en sociale vaardigheden door samen te werken aan een open probleem. Deelname is gratis. Scholen kunnen de benodigde elektronica ontlenen via de onderwijskoepel. Materialen voor de bouw van de robot voorzien teams zelf, met ruimte voor creativiteit.
Hoe start je met de sociale robot wedstrijd?
De deelname verloopt via de school. Een leerkracht vraagt de nodige elektronica aan en begeleidt het team bij het ontwerp en de bouw van de robot. Na inschrijving krijgen scholen alle praktische informatie. Het materiaal biedt structuur tijdens het ontwerp- en bouwproces en helpt teams om gericht te werken.
Nascholing en ondersteuning voor leerkrachten
Leerkrachten kunnen terugvallen op het uitgebreide lessenpakket van het project Sociale robot. Dat pakket ondersteunt de minimumdoelen van meerdere sleutelcompetenties. Scholen kunnen elektronica gratis ontlenen via de onderwijskoepel of via uitleendiensten van de cel iSTEM inkleuren en de Provincie Oost-Vlaanderen. Een programmeeromgeving met simulator maakt het mogelijk om te starten zonder fysieke hardware. Bij vragen kan je contact opnemen met Dwengo, een infosessie bekijken of deelnemen aan een van de nascholingen.
Speciale categorie: de opvoedrobot
Binnen deze editie ontwerpen teams ook een opvoedrobot. Deze robot ondersteunt gezinnen bij dagelijkse opvoedtaken, zoals afspraken beheren, conflicten helpen oplossen of structuur bieden bij huiswerk en schermgebruik. De robot kan ouders, kinderen en hun omgeving dichter bij elkaar brengen. Teams kiezen zelf hoe hun robot gezinnen ontlast en het samenleven eenvoudiger maakt. Op de website van COMON vinden leerlingen achtergrondinformatie over opvoedstress, inspiratie en voorbeelden.
Scholen vinden alle formulieren, minimumdoelen, het wedstrijdreglement en de infosessies via de wedstrijdpagina.
lees ook
VEX Robotics maakt robotica toegankelijk voor iedere student
Workshop cybersecurity Technopolis bereikt leerlingen in de eerste graad
Technopolis en Cybermacht lanceren een nieuwe workshop waarin jongeren al spelend kennismaken met cybersecurity. Met Cyber(s)pionnen ervaren leerlingen uit de eerste graad secundair welke risico’s online schuilen en welke vaardigheden helpen om veilig te blijven in een digitale omgeving.
Wat houdt de workshop cybersecurity Technopolis in?
Cyber(s)pionnen is een coöperatief bordspel dat leerlingen uitdaagt om een onzichtbare cyberspion te slim af te zijn. Tijdens het spel beantwoorden ze quizvragen en voeren ze opdrachten uit die aansluiten bij thema’s zoals cyberpesten, cybercriminaliteit, phishing, deepfakes, ethisch hacken en fake news. De workshop toont hoe diverse vormen van online misleiding werken en hoe jongeren zich ertegen kunnen wapenen.
Niet geluk, maar inzicht in belangrijke cybersecurityconcepten bepaalt of het team de cyberspion kan uitschakelen. Leerlingen ontdekken zo dat digitale veiligheid een combinatie is van bewustzijn, kennis en samenwerking.
Waarom deze workshop cybersecurity Technopolis belangrijk is
Online risico’s zoals desinformatie, spionage en cyberaanvallen groeien verder, terwijl er tegelijk te weinig ICT-profielen beschikbaar zijn. Jongeren vroeg vertrouwd maken met cybersecurity is dan ook essentieel. Cybermacht zocht een partner om deze missie te ondersteunen en vond die in Technopolis. Cybermacht ontwikkelde de inhoud; Technopolis nam het educatieve en creatieve luik op zich.
Dankzij de steun van Cybermacht konden scholen die er snel bij waren de workshop gratis boeken. Om afstand en vervoerskosten geen drempel te laten vormen, wordt de workshop zowel in Technopolis als op school aangeboden. Daarnaast zijn online leerfiches beschikbaar zodat leerkrachten de thema’s verder kunnen behandelen in de klas.
Volgens Technopolis geeft de workshop jongeren niet alleen kennis mee, maar ook inspiratie om later misschien iets te doen met ICT of cybersecurity. De samenwerking met Cybermacht sluit nauw aan bij die missie.
Toegankelijk voor scholen in heel Vlaanderen
Technopolis zet al langer in op workshops op locatie, zodat afstand geen hindernis vormt voor STEM-activiteiten. De aanpak maakt het mogelijk om zoveel mogelijk leerlingen te bereiken. Via Cyber(s)pionnen ontdekken jongeren op een laagdrempelige manier hoe digitale gevaren werken en welke rol ze zelf kunnen spelen in een veiligere online omgeving.
Over Cybermacht
Cybermacht staat in voor de cyberveiligheid van de netwerken en systemen van Defensie. De dienst verzamelt informatie voor de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid en voert operaties uit in cyberspace. Samen met nationale en internationale partners, de academische wereld, industrie en verenigingen versterkt Cybermacht dagelijks de digitale veiligheid van het land.
lees ook
IT-beveiliging in scholen: zo hou je het veilig
VRT lanceert nieuwe EDUbox om leerlingen bewuster te leren omgaan met schermgebruik
VRT introduceert een nieuwe EDUbox die leerlingen helpt hun digitale gewoontes beter te begrijpen en bij te sturen. Met EDUbox Digitale balans: De impact van schermen op jouw welbevinden krijgen leerlingen uit het secundair onderwijs inzicht in hoe smartphonegebruik, sociale media en andere schermactiviteiten hun dagelijkse leven beïnvloeden. Het lespakket wil jongeren ondersteunen in het vinden van een gezonde digitale balans.
Waarom digitale balans een thema blijft in scholen
Jongeren leven in een wereld waarin schermen vanzelfsprekend zijn. Smartphones, laptops en wearables bieden kansen om te leren en te communiceren, maar kunnen tegelijk concentratie, slaap en sociaal contact onder druk zetten. De nieuwe EDUbox helpt leerlingen herkennen welke factoren hun digitale balans verstoren en hoe ze opnieuw controle kunnen nemen.
De box bevat video’s, opdrachten, inzichten en een interactieve zelftest. Leerlingen onderzoeken hoe digitale prikkels hun welzijn beïnvloeden en werken op het einde van de les toe naar een persoonlijk actieplan dat hen helpt bewustere keuzes te maken.
EDUbox Digitale balans als onderdeel van een bredere aanpak
De EDUbox maakt deel uit van een tweeluik rond digitale mediageletterdheid. Waar EDUbox Sociale media focust op de maatschappelijke impact en de rol van technologiebedrijven, legt EDUbox Digitale balans de nadruk op het individuele welzijn van jongeren.
Het doel is niet om schermgebruik te ontmoedigen, maar jongeren veerkrachtiger te maken in een digitale leefwereld. De box sluit daarmee aan bij de bredere vraag van scholen naar concreet lesmateriaal over mediawijsheid.
Wetenschappelijke inzichten als basis van de EDUbox
Voor deze EDUbox werkte VRT samen met experten uit verschillende onderzoeksdomeinen. Onder andere professor Mariek Vanden Abeele (UGent) licht het verschil toe tussen afhankelijkheid en verslaving in het gebruik van sociale media en games. Dr. Marijn Martens (UGent) bespreekt de drie belangrijkste oorzaken van verstoringen in digitale balans.
De ontwikkeling van de box gebeurde in samenwerking met een brede groep partners: Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, imec, MICT, Universiteit Gent, Mediawijs, ERC, Universiteit Antwerpen, MIOS, Vlaanderen en Betternet. De interactieve tool werd gebouwd door Tree company en de EDUbox kreeg steun van de Europese Unie.
Wat betekent dit voor scholen?
Het lespakket biedt leerkrachten een kant-en-klaar instrument om gesprekken over schermtijd, welbevinden en online gewoontes te structureren. Het ondersteunt scholen die inzetten op mediawijsheid en kan zowel in vakoverschrijdende projecten, CLIL, lessen PAV, maatschappelijke vorming of in welbevindingsinitiatieven worden geïntegreerd.
De EDUbox is gratis beschikbaar en kan onmiddellijk ingezet worden in de klas.
Hoge Gezondheidsraad vraagt strengere regels rond gsm’s en sociale media: wat betekent dat voor scholen?
De Hoge Gezondheidsraad publiceerde een nieuw rapport over de impact van smartphones en sociale media op kinderen en jongeren. Het advies benadrukt dat strengere regulering nodig is, maar dat een volledig smartphoneverbod voor kinderen onder 13 weinig effect zou hebben. Voor scholen blijft de uitdaging groot: hoe ga je om met schermtijd, digitale druk en online gedrag, zonder te vervallen in simplistische oplossingen?
Waarom strengere regels geen simpel smartphoneverbod betekenen
Volgens het rapport zijn kinderen onder 13 cognitief en emotioneel nog niet klaar voor de complexiteit van sociale media. Toch pleiten de experts niet voor een algemeen smartphoneverbod. Een reden is dat zo’n maatregel nauwelijks afdwingbaar is en weinig draagvlak heeft. Bovendien zijn smartphones en sociale media niet per definitie schadelijk; de impact verschilt sterk per kind.
Wat weten we wél over de impact op leerlingen?
De risico’s zijn bekend: slaapproblemen, cyberpesten, afleiding, druk rond uiterlijke vergelijking en blootstelling aan extreme content. Toch wijzen onderzoekers erop dat schermtijd op zich weinig zegt over mentale gezondheid. Problemen ontstaan vooral wanneer sociale media negatieve patronen versterken die al aanwezig zijn, zoals onzekerheid of een gebrek aan sociale steun.
Bij andere jongeren werkt dezelfde technologie dan weer verbindend. Ze gebruiken sociale media om contact te onderhouden, creatief te zijn of samen te werken rond interesses.
Sociale media zijn complexer dan één leeftijdsgrens
Veel experts vinden een verbod op sociale media onder de 13 wél zinvol, maar de praktijk is ingewikkelder. De grens tussen messaging-apps, gamingplatformen en sociale netwerken vervaagt. Jongeren gebruiken apps als WhatsApp, Snapchat, Roblox en Fortnite vaak door elkaar, waardoor er geen duidelijke scheiding bestaat tussen chatten, gamen en sociale interactie.
Voor scholen en ouders is het daardoor moeilijk om één duidelijke lijn te trekken.
Geen eenvoudig causaal verband
Het debat kreeg extra aandacht door het boek The Anxious Generation, waarin een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen sociale media en depressieve klachten. Volgens onderzoekers is dat te simplistisch. De impact hangt vooral af van hoe jongeren sociale media gebruiken, welke functies ze actief inzetten en welke persoonlijke kwetsbaarheden zij hebben.
Passief scrollen en vergelijken kan negatieve effecten hebben, terwijl actief contact met vrienden of gedeelde interesses net ondersteunend kan werken.
Wat kunnen scholen en ouders dan wél doen?
Volledige controle is niet realistisch. Technologiebedrijven schuiven vaak verantwoordelijkheid door naar ouders, maar veel monitoringtools zijn complex en onpraktisch. Ouders en leerkrachten kunnen wel inzetten op mediawijsheid, gesprekken over online gedrag en duidelijke klasafspraken.
Voor scholen betekent dat:
– duidelijke, haalbare afspraken over smartphonegebruik;
– aandacht voor online sociale dynamieken in de klas;
– begeleiding bij thema’s als vergelijken, identiteit en welzijn;
– samenwerking met ouders om verwachtingen op elkaar af te stemmen;
– ondersteuning voor leerlingen die kwetsbaarder zijn voor sociale druk.
Regulering door overheden en betere bescherming door technologiebedrijven blijven essentieel. Scholen kunnen deze evolutie niet alleen dragen.
Vlaamse overheid wil beter toezicht op leeftijdsgrenzen
De Vlaamse minister van Media ondersteunt de aanbevelingen: de bestaande leeftijdsgrens van 13 jaar moet beter worden afgedwongen. Daarnaast legt het rapport de nadruk op begeleid gebruik in plaats van verbod. Kinderen uit hun digitale leefwereld halen is geen oplossing; die leefwereld veiliger maken wél.
lees ook
Ouders vragen duidelijker toezicht op schoollaptops
Google Classroom krijgt toegang tot grote bibliotheek met publieke NotebookLM-materialen
Google rolt een nieuwe functie uit die het voor leerkrachten eenvoudiger maakt om AI-ondersteund lesmateriaal in te zetten. Vanaf deze week kunnen ze niet alleen eigen NotebookLM-notities koppelen aan opdrachten in Google Classroom, maar ook gebruikmaken van publieke notebooks die wereldwijd door andere gebruikers zijn gedeeld.
Meer leermateriaal binnen handbereik
NotebookLM groeide het afgelopen jaar uit tot een AI-ondersteunde onderzoekstool waarmee leerkrachten eigen cursussen, bronnen en opdrachten kunnen samenstellen. Het opbouwen van lesmateriaal kost echter tijd. Met de nieuwe update verdwijnt die drempel grotendeels: iedereen met Google Workspace for Education krijgt toegang tot een grote bibliotheek publieke notebooks die direct in lessen geïntegreerd kunnen worden.
Specifiek vermeldt Google dat ook bronnen uit de samenwerking met OpenStax beschikbaar zijn. Dat betekent dat leerkrachten open leermaterialen uit het OpenStax-aanbod kunnen inzetten en leerlingen via NotebookLM kunnen laten samenvatten, vragen laten beantwoorden of audio-overzichten laten genereren.
NotebookLM groeit uit tot gedeeld leerplatform
Door publieke notebooks toe te voegen aan Classroom-opdrachten wordt NotebookLM een gedeelde omgeving in plaats van een individueel werktuig. Het platform ondersteunt zo sterkere samenwerking tussen scholen, leraren en educatieve organisaties.
De uitrol startte op 1 december 2025 en is beschikbaar voor Google Workspace Education Fundamentals, Standard en Plus. Beheerders moeten enkel controleren of NotebookLM ingeschakeld staat voor de juiste groepen of organisatie-eenheden.
Beschikbaarheid en beheer
Scholen die NotebookLM al gebruiken hoeven weinig aan te passen. Zodra de update beschikbaar is, kunnen leerkrachten tijdens het aanmaken van een opdracht een publieke notebook selecteren als bronmateriaal. Leerlingen krijgen die dan automatisch te zien in hun Classroom-omgeving.
lees ook