Onderwijssector boekt vooruitgang tegen ransomware, maar druk op IT-teams neemt toe
Steeds minder scholen betalen losgeld bij ransomware-aanvallen, en de hersteltijd daalt. Maar die vooruitgang heeft een keerzijde: IT-personeel voelt zich overbelast en kampt met burn-outs.
De onderwijssector slaagt er beter in om ransomware-aanvallen het hoofd te bieden. Dat blijkt uit het vijfde jaarlijkse ‘State of Ransomware in Education’-rapport van Sophos. In het onderzoek werden 441 IT- en cybersecurityspecialisten uit het secundair en hoger onderwijs bevraagd. Een opvallende vaststelling is dat 97% van de getroffen instellingen hun versleutelde gegevens wist te herstellen. Ook het aantal organisaties dat het losgeld daadwerkelijk betaalde, blijft dalen. Wanneer er toch werd betaald, lag het bedrag aanzienlijk lager dan in vorige jaren.
Zo daalde het gemiddelde losgeld voor middelbare scholen van 6 miljoen naar 800.000 dollar. In het hoger onderwijs zakte dit van 4 miljoen naar 463.000 dollar. De herstelkosten zijn eveneens gedaald: 39% in het secundair onderwijs en 77% in het hoger onderwijs. Toch blijven de herstelkosten voor middelbare scholen het hoogste in vergelijking met andere sectoren.
Daarnaast gaven meer scholen aan dat ze aanvallen konden blokkeren nog vóór er gegevens versleuteld werden. In het secundair onderwijs lukte dat bij 67% van de aanvallen, in het hoger onderwijs bij 38%.
Menselijke impact blijft groot
Hoewel de cijfers aantonen dat scholen beter voorbereid zijn op ransomware, neemt de druk op IT-teams toe. Uit het rapport blijkt dat 40% van het personeel kampt met stress of angststoornissen na een aanval. Een op de vier personeelsleden nam zelfs verlof. Veel respondenten gaven aan zich schuldig te voelen over het niet kunnen voorkomen van een incident.
Een andere zorgwekkende vaststelling is dat 64% van de getroffen instellingen onvoldoende beveiliging had op het moment van de aanval. Daarnaast gaf 66% aan dat het beschikbare personeel onvoldoende was opgeleid of onderbezet was, en 67% kampte met bekende beveiligingslekken.
Sophos wijst op nieuwe gevaren zoals AI-gestuurde phishingaanvallen, deepfakes en stemvervalsing. Vooral instellingen die werken met gevoelige datasets en AI-onderzoek blijven aantrekkelijke doelwitten voor cybercriminelen.
Volgens het rapport is investeren in preventie essentieel. Scholen worden aangeraden om niet alleen te investeren in technologie, maar ook in samenwerking met externe beveiligingspartners. Verder moeten ze hun herstelstrategieën blijven versterken en personeel ondersteunen om langdurige schade te vermijden.
Het onderzoek liep van januari tot maart 2025 en focuste op instellingen die in het afgelopen jaar geconfronteerd werden met ransomware. De deelnemende organisaties kwamen uit 17 landen en hadden tussen de 100 en 5.000 medewerkers.
OpenAI test nieuw veiligheidssysteem en ouderlijk toezicht in ChatGPT
OpenAI introduceert veiligheidsrouter en ouderlijk toezicht in ChatGPT, als reactie op toenemende zorgen over schadelijke AI-interacties.
OpenAI is begonnen met het testen van een nieuw veiligheidssysteem in ChatGPT dat gesprekken actief omleidt naar een veiliger AI-model. Tegelijk lanceerde het bedrijf ouderlijk toezicht voor tienergebruikers van de chatbot. De maatregelen volgen na aanhoudende kritiek op eerdere modellen die gevoelige onderwerpen onvoldoende aankonden.
Chatrouter stuurt gevoelige gesprekken naar GPT-5
De nieuwe routerfunctie detecteert emotioneel beladen gesprekken en schakelt automatisch naar GPT-5, een model dat volgens OpenAI beter is uitgerust om op een veilige manier met gevoelige onderwerpen om te gaan. GPT-5 is getraind met zogenoemde ‘safe completions’ die risicovolle vragen niet ontwijken, maar wel voorzichtig benaderen.
De maatregel volgt op meerdere incidenten waarbij eerdere modellen gebruikers bevestigden in verontrustende denkpatronen. In één geval wordt OpenAI aangeklaagd wegens een vermeende rol van ChatGPT in de zelfdoding van een tiener.
Gebruikers kunnen merken dat het model tijdens een gesprek verandert. Nick Turley, VP van de ChatGPT-app, legt uit dat de router per bericht beslist welk model wordt ingezet. Gebruikers kunnen vragen welk model actief is. Volgens Turley maakt deze aanpak deel uit van een bredere testperiode van 120 dagen om veiligheidsmechanismen in de praktijk te evalueren en bij te sturen.
Ouderlijk toezicht roept verdeelde reacties op
Naast de router introduceerde OpenAI ook ouderlijk toezicht. Ouders kunnen instellingen aanpassen voor tieneraccounts, zoals het uitschakelen van spraakmodus of beeldgeneratie, en het beperken van modeltraining.
Ook zijn er filters toegevoegd die grafische of lichaamsgerelateerde inhoud verminderen. Daarnaast bevat het systeem een detectiemodule die signalen van zelfbeschadiging probeert te herkennen. In dergelijke gevallen kan een speciaal team de situatie beoordelen en, indien nodig, ouders waarschuwen via e-mail, sms of notificatie.
Sommige gebruikers verwelkomen deze bescherming, terwijl anderen vrezen dat OpenAI hiermee volwassenen als kinderen behandelt. De AI-ontwikkelaar erkent dat het systeem fouten kan maken, maar stelt dat het beter is om vals alarm te slaan dan geen actie te ondernemen.
OpenAI werkt ook aan een systeem dat bij acuut gevaar hulpdiensten kan verwittigen als ouders onbereikbaar zijn.
Proximus lanceert online tool om digitale veiligheid te verbeteren
Proximus lanceert een interactieve webtool die burgers helpt om digitale dreigingen beter te begrijpen en er gepast op te reageren. De toepassing is gratis en beschikbaar voor iedereen, ongeacht of men klant is.
De nieuwe tool van Proximus bundelt informatie van onder andere het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) en Child Focus. Gebruikers krijgen er advies over onderwerpen zoals phishing, cyberpesten en onlineveiligheid van kinderen. Dankzij artificiële intelligentie biedt de tool gepersonaliseerde antwoorden op vragen. Hij wordt ook regelmatig geüpdatet met nieuwe inzichten en aanbevelingen over digitale dreigingen.
Proximus wil met dit initiatief digitale veiligheid toegankelijker maken. Gebruikers kunnen bij twijfel – bijvoorbeeld over verdachte berichten of links – snel nagaan of er risico’s zijn en hoe ze gepast reageren. De tool is vanaf nu beschikbaar via www.proximus.be/slimmeronline.
Digitale bescherming achter de schermen
Naast deze sensibiliseringstool onderneemt Proximus ook technische acties om digitale dreigingen te weren. Zo blokkeert het bedrijf maandelijks bijna 400 miljoen frauduleuze e-mails en meer dan 2 miljoen valse sms-berichten. Ook worden 1,5 miljoen verdachte internationale oproepen onderschept voor ze klanten bereiken.
Proximus is betrokken bij verschillende samenwerkingen rond cybersecurity. Het bedrijf werkt onder meer mee aan campagnes van het CCB en is medeoprichter van de Cyber Security Coalition. Met deze initiatieven wil het niet alleen waarschuwen voor onlinegevaren, maar ook actief bijdragen aan een veiliger digitaal landschap.
Om het brede publiek te informeren over de nieuwe tool, lanceert Proximus een sensibiliseringscampagne in stations en via verschillende mediakanalen. Die campagne legt de nadruk op waakzaamheid tegenover phishing, cyberpesten en online gevaren voor kinderen.
Microsoft verlengt gratis Windows 10-updates ook voor scholen
Gebruikers in het onderwijs die Windows 10 gebruiken, krijgen ook een extra jaar gratis beveiligingsupdates. Die verlenging geldt voor wie een Microsoft-account heeft en zich in de Europese Economische Ruimte bevindt.
Microsoft breidt het eerder aangekondigde verlengde updateprogramma voor Windows 10 verder uit. Naast consumenten met een Home- of Pro-editie, komen ook gebruikers met de Pro Education- en Workstation-editie in aanmerking voor gratis Extended Security Updates (ESU). Het aanbod geldt volgens Tweakers voor toestellen die particulier gebruikt worden, dus niet voor commerciële systemen. De enige voorwaarde die nog overblijft, is het gebruik van een Microsoft-account.
Oorspronkelijk wilde Microsoft vanaf 14 oktober 2025, het moment waarop de standaardondersteuning van Windows 10 stopt, 30 euro vragen voor een extra jaar beveiligingsupdates. Het bedrijf kwam daar echter op terug voor gebruikers in de Europese Economische Ruimte. Zij kunnen zich nu kosteloos inschrijven, mits ze beschikken over de meest recente versie van Windows 10 en een Microsoft-account.
Alternatieven met beperkingen
Eerder bood Microsoft al gratis alternatieven aan voor wie extra updates wilde ontvangen. Daarvoor moesten gebruikers wel extra Microsoft-diensten zoals OneDrive of Windows Back-up activeren. Een andere optie was het gebruik van Bing of Edge, wat punten opleverde binnen Microsoft Rewards. Die punten konden ingewisseld worden voor een jaar aan beveiligingsupdates.
Met de nieuwe regeling komt Microsoft tegemoet aan kritiek op de voorwaarden en biedt het nu ook onderwijsgebruikers een eenvoudigere en kosteloze weg naar een extra jaar ondersteuning. Het aanbod loopt tot 13 oktober 2026.
Wifi van op de speelplaats tot in de klas: hoe ziet een performant schoolnetwerk eruit?
Zonder netwerk, geen digitale lessen: niet alleen data staan in de cloud, ook applicaties hebben steeds vaker een online component. Chromebooks zijn zelfs gebouwd met een permanente internetverbinding in het achterhoofd. Hoe ziet een performant schoolnetwerk er dan uit?
Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.
Een schoolnetwerk bestaat net als een bedrijfsnetwerk uit verschillende bouwstenen, die allemaal een impact hebben op de betrouwbaarheid en de prestaties. De keuzes beginnen bij de selectie van draadloze toegangspunten (kies je Wifi 7 of Wifi 6) en de plaatsing ervan, maar gaan verder over de ruggengraat van het netwerk (10 GbE), tot aan de aansluiting naar het internet.
We overlopen de belangrijkste componenten en de afwegingen die erbij komen kijken in deze gids, op maat van het Belgische scholenlandschap.
Wifi-standaarden: 6, 6E of 7?
Zeg niet zomaar Wifi. De standaard achter de draadloze connectiviteit die veel gebruikers vereenzelvigen met ‘het internet’ krijgt om de paar jaar een upgrade. Iedere versie behoudt compatibiliteit met vorige varianten, maar voegt nieuwe capaciteiten toe. Vandaag zitten we aan Wifi 7, maar ook Wifi 6 is alomtegenwoordig.
Vandaag zitten we aan Wifi 7, maar ook Wifi 6 is alomtegenwoordig.
De verschillen
Wifi 6 (802.11ax) levert vooral efficiëntiewinst op tegenover zijn voorganger Wifi 5 in drukke omgevingen. De standaard benut de twee klassieke Wifi-banden: 2,4 en 5 GHz. Wifi 6E voegt daar in Europa de 6 GHz-band (5.945–6.425 GHz) aan toe, met extra capaciteit en minder interferentie. In België heeft het BIPT dat 6 GHz-raamwerk vastgelegd. Wifi 6E met zijn extra band biedt meer capaciteit en een extra betrouwbare verbinding voor meer toestellen tegelijkertijd.

Wifi 7 (802.11be) verdubbelt kanaalbreedtes tot 320 MHz, ondersteunt 4K-QAM en introduceert Multi-Link Operation (MLO). Je krijgt meer gelijktijdig verkeer over meerdere banden voor hogere doorvoer en lagere, stabielere latency. In mensentaal: Wifi 7 verbreedt niet alleen de datasnelweg, maar voorziet zelfs een parallelweg.
Loont upgraden?
Kom je van Wifi 5/6 en zit je 5 GHz vol, dan is Wifi 6E een logische, kostenefficiënte tussenstap: je wint capaciteit zonder dat meteen de hele infrastructuur op de schop moet. De extra frequentieband in het 6 GHz-spectrum is binnen gebouwen toegelaten en biedt meerwaarde. Compatibele toestellen zullen de band benutten en de andere frequentiebanden meteen ontlasten.
Kom je van Wifi 5/6 en zit je 5 GHz vol, dan is Wifi 6E een logische, kostenefficiënte tussenstap: je wint capaciteit zonder dat meteen de hele infrastructuur op de schop moet.
Is het tijd voor een volledige vernieuwing? Dan kan je meteen voor Wifi 7 gaan. Daarmee krijg je extra marge. Alleen: toestellen zoals laptops moeten Wifi 7 ondersteunen alvorens je ervan kan profiteren. Met goedkopere en soms oudere educatieve toestellen zal dat niet meteen het geval zijn. Wifi 7 is dus een keuze voor de toekomst.
Goed bereik
Heb je de technologie voor de toegangspunten gekozen, dan is het tijd voor slimme plaatsing en configuratie. Zet toegangspunten altijd in de klaslokalen zelf in de plaats van gangen. Dat zorgt voor minder storing en een goede overlapping.
Plan en bedenk vooraf hoeveel toestellen gelijktijdig een verbinding zullen nodig hebben in ieder lokaal. Begin met 20/40 MHz-kanalen in drukke lokalen en ga voor 5 GHz en 6 GHz als de primaire banden. 2,4 GHz kan nog een rol spelen voor legacy-laptops en om eventuele IoT-toestellen aan te sluiten.
Plan en bedenk vooraf hoeveel toestellen gelijktijdig een verbinding zullen nodig hebben in ieder lokaal.
Buiten op de speelplaats gelden specifieke regels. De nuttige 6G-frequentieband van Wifi 6E en Wifi 7 kan je op dit moment niet zomaar buitenshuis gebruiken. Kies voor geschikte outdoor-toegangspunten.

De kabels achter de wifi
De wifi-toegangspunten hebben een stevige ruggengraat nodig. Voor de toegangspunten kies je vandaag best voor 2,5 GbE of 5 GbE. Belangrijk: dit betekent niet dat je ook internetlijnen nodig hebt van 2,5 Gbps of 5 Gbps. Wie het kan financiëren, prima, maar je komt vandaag ook al ver met stabiel gigabit-internet.
Voor het core-netwerk moet je wel naar 10 GbE kijken. Zo bouw je in principe een netwerk uit zonder flessenhalzen. Cat6A-kabels zijn je vriend. Als de mogelijkheid er is, kan je voor glasvezel kiezen om verschillende gebouwen te verbinden.
Internetverbinding
Een sterk intern netwerk is slechts een deel van de puzzel. De connectiviteit naar de buitenwereld toe zal in de praktijk de kwaliteit van de ervaring van de leerlingen bepalen. De Vlaamse overheid heeft voor connectiviteit een raamcontract afgesloten met Telenet Business. Daarin gaat de overheid uit van een minimumcapaciteit van 2 Mbps per leerling.
Om te berekenen hoeveel bandbreedte je internetlijn nodig heeft, volstaat een eenvoudige berekening.
Om te berekenen hoeveel bandbreedte je internetlijn nodig heeft, volstaat een eenvoudige berekening. Vermenigvuldig volgende factoren:
- Het aantal internetgebruikers (leerlingen, leerkrachten, administratie)
- Het percentage tegelijkertijd actieve gebruikers (op basis van het beleid van de school)
- De minimale bandbreedte in Mbps (met 2 Mbps als ondergrens)
- Een veiligheidsmarge (de overheid raadt factor 1,2 aan)
De overheid suggereert dat scholen het raamcontract Schoolnet+ Fiber met Telenet Business gebruiken om een adequate glasvezelverbinding te voorzien. Idealiter gaat het om symmetrische glasvezel, bijgestaan door een redundante connectie zodat de hele school niet zonder internet valt bij een storing.
In de praktijk
We vatten de vuistregels nog even samen. Die kunnen helpen om een praktisch plan uit te werken:
- Toegangspunten horen in de klaslokalen. Een upgrade naar Wifi 6E is relevant gezien de mogelijkheden van de 6 GHz-band. Voldoende client-toestellen zullen compatibel zijn.
- Verbindt de toegangspunten met minstens 2,5 GbE-links en kies 10 GbE voor het kernnetwerk. Overweeg glasvezel voor de connectie tussen verschillende hubs op de schoolcampus als dat aan de orde is.
- Gebruik de formule van de overheid om de minimumbandbreedte naar het internet uit te rekenen. Voor een school met 1.000 leerlingen, leerkrachten en medewerkers, waarvan er maximaal 70 procent tegelijkertijd online is, ziet die er als volgt uit: (1.000 x 0,7 x 2) + 20 procent marge = 1.680 Mbps.
- Ga voor een symmetrische connectie aangezien ook upload belangrijk is voor wie in de cloud werkt.
Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.
Port of Antwerp-Bruges lanceert Fortnite-module om jongeren dichter bij de haven te brengen
Port of Antwerp-Bruges lanceert Fortnite-module om jongeren dichter bij de haven te brengen
Met een eigen spelmodule in Fortnite wil Port of Antwerp-Bruges jongeren op een nieuwe manier laten kennismaken met de haven. In The Riftmaster ontdekken spelers via minigames hoe veelzijdig de havenwereld is, van containerterminals en logistiek tot cybersecurity en industrie. Het spel is de start van een bredere campagne die jongeren dichter bij de haven brengt en het verouderde beeld van “kranen en containers” doorbreekt.
Gaming als toegangspoort tot de haven
Uit reputatiecijfers blijkt dat 9 op de 10 jongeren zichzelf geen carrière in de haven ziet, vaak door een te beperkt beeld van de sector. Nochtans schuilt er een breed scala aan jobs achter de kades, van techniek en IT tot administratie en innovatie. Omdat meer dan de helft van de Belgen regelmatig gamet, kiest de haven bewust voor een kanaal dat jongeren écht bereikt. Volgens havenschepen en voorzitter van de Raad van Bestuur Johan Klaps is dit een bewuste keuze: “Met deze aangepaste Fortnite-module brengen we een alternatieve versie van de haven naar de leefwereld van jongeren. Zo krijgen ze hopelijk de smaak te pakken om ook jobs in de echte haven te ontdekken.”
Wie verslaat The Riftmaster?
In samenwerking met BBDO en Spacefwd werd The Riftmaster ontwikkeld. Spelers nemen het op tegen een mysterieuze tegenstander die rifts veroorzaakt in een fictieve haven. Via vijf minigames leren ze de diversiteit en dynamiek van de sector kennen. “Gaming is hét kanaal om jongeren te engageren,” zegt game-ontwikkelaar Spacefwd. “Met The Riftmaster combineren we fun en storytelling, zodat jongeren een spannend avontuur beleven én ontdekken dat de haven veel meer is dan ze denken.”
Van virtueel naar echte jobs
Het spel is gelinkt aan Havenjobs.com, het platform voor vacatures in de haven. Jongeren kunnen The Riftmaster deze week testen tijdens Students on Stage in Antwerpen (22 september) en Student Welcome Brugge (25 september). Daarna volgen online toernooien, influencersamenwerkingen en gerichte advertenties. “De war for talent is vandaag een realiteit,” benadrukt burgemeester Dirk De fauw, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur. “We moeten creatiever zijn om jongeren te overtuigen, en gaming is daarvoor een krachtig kanaal.”
Volgens Fiona Boyle van marketingpartner BBDO maakt de game de sector tastbaar voor een generatie die veel tijd doorbrengt in digitale werelden: “Door de haven tot leven te brengen in Fortnite tonen we jongeren dat er achter de poorten van de haven inspirerende carrièremogelijkheden schuilgaan.”
Digital Schools Awards plant webinar (21 okt.) rond digitale innovatie van scholen
Digitale vaardigheden zijn vandaag onmisbaar voor leerlingen en voor leerkrachten. Op 21 oktober is er een webinar georganiseerd als kennismaking met een nieuw Europees programma voor scholen.
Ontdek het Europese programma Digital Schools Awards: hét initiatief dat scholen inspireert, ondersteunt en erkent die uitblinken in digitaal leren.
Wat houdt Digital Schools Awards in?
Met de steun van HP, AMD en het Erasmus+ programma van de Europese Commissie krijgt uw school de kans om:
- Deel uit te maken van een Europese community van innovatieve digitale scholen.
- Gratis gebruik te maken van de SELFIE-tool voor zelfevaluatie en strategische planning rond digitale geletterdheid.
- Toegang te krijgen tot ondersteuning, webinars en mentorscholen in binnen- en buitenland.
- De zichtbaarheid en erkenning van uw school te vergroten, nationaal én Europees.
Webinar als introductie
Kom meer te weten tijdens het webinar ‘Kennismaking met Digital Schools Awards’. Tijdens die sessie ontdek je hoe het programma aansluit bij de doelen van jouw school en welke stappen je kan zetten richting digitale expertise.
Het webinar vindt plaats op dinsdag 21 oktober 2025 van 15:30 tot 16:30 uur.
Software zelf bouwen, kopen of toch maar SaaS: wat is het voordeligst?
Software kan je zelf bouwen, kopen of huren. SaaS-abonnementen winnen steeds meer aan populariteit, maar is het ook de meest voordelige keuze?
Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.
Het SaaS-model (Software as a Service) is vandaag alomtegenwoordig in de IT-sector. Zowel gebruikers als leveranciers zien het als een interessante optie voor het aankopen of verkopen van nieuwe software. De webversies van Google- en Microsoft-applicaties zijn maar enkele bekende voorbeelden die het personeel en/of de leerlingen vandaag misschien al gebruiken.
SaaS heeft de reputatie voordeliger en gebruiksvriendelijker te zijn dan traditionele softwarelicenties, al zijn die laatste ook zeker nog niet verdwenen. Ook zijn er nog steeds moedige IT-teams die hun software zelf bouwen. Is SaaS wel zo voordelig als beweerd wordt? We wegen de voordelen van SaaS af tegenover software zelf bouwen of kopen.
Kunnen wij het maken?
Het stereotiep zegt dat de Belg een baksteen in de maag heeft, dus ook in IT zullen er altijd mensen met bouwkoorts zijn. Software is vaak een buy or build-beslissing: zelf bouwen of iets kant-en-klaar kopen. Wie de kennis én tijd heeft, kan een doe-het-zelf-project overwegen.
Eén foute regel en je kan weer helemaal van nul beginnen en het werk begint pas eens de leerlingen ermee aan de slag gaan.
Het voordeel is dat je een oplossing kan bouwen op maat van je specifieke noden. Een bekwame IT’er zal zich hier zeker mee kunnen uitleven, maar dit kost tijd en middelen. Eén foute regel en je kan weer helemaal van nul beginnen en het werk begint pas eens de leerlingen ermee aan de slag gaan. Dan komen schoonheidsfoutjes snel naar boven.
Voor scholen met een klein intern IT-team is zelf beginnen te bouwen sterk af te raden. Je moet ook niet aan een renovatieproject beginnen als je twee linkerhanden hebt of snel wilt verhuizen. Het zal je simpelweg te veel tijd, geld en overwerkt IT-personeel kosten.

Licentie: wat je koopt, is van jou
Licenties zijn nog steeds een gangbare praktijk in de IT-wereld. De tijd dat je een cd-rom gaat halen in de pc-winkel om de hoek om de nieuwste Microsoft Office-versie te installeren, mag dan al een tijdje voorbij zijn, maar het principe is niet veranderd. Je betaalt één keer voor een softwareproduct en dan installeer je het op eigen hardware.
Dat is dan ook het grootste voordeel van een licentie: wat je koopt, is van jou. Licenties kunnen per individuele gebruiker of voor de volledige school in één keer aangekocht worden, met optioneel onderscheid tussen beheerders en gebruikers. Er gelden natuurlijk altijd wel enkele voorwaarden (heb je de terms & conditions gelezen?). Het intellectuele eigendom blijft bij de vendor en je mag je licentie niet zomaar doorverkopen.
Wat je koopt, is van jou. Dat is het grootste voordeel van een licentie
Bij licenties horen ook enkele verantwoordelijkheden. Zodra je de licentie gekocht hebt, neemt de verkoper zijn handen af. Het installeren van updates is dus jouw verantwoordelijkheid en in de praktijk loopt dit vaak mis. Ook is de instapkost hoger omdat je meteen voor het volledige pakket moet betalen.
Het licentiemodel staat stilaan onder druk in de IT-sector. Vendoren zijn er niet meer zo happig om ‘eeuwige’ licenties uit te delen en duwen klanten liever richting abonnementsformules.

SaaS: software leasen
Dat brengt ons tot bij de derde optie: SaaS. SaaS-software wordt verkocht via abonnementsformules en is via het internet beschikbaar. Je kan SaaS vergelijken met het leasen van een wagen. Je hoeft de wagen niet zelf te kopen en onderhoud zit inbegrepen in het contract, maar na afloop word je wel verwacht de wagen terug te brengen.
Het SaaS-model maakt op deze manier de aankoop van software laagdrempelig. Partijen zoals Microsoft en Google bieden toegewijde formules voor scholen aan. Verder hoef je je over weinig zorgen te maken: de leverancier neemt de verantwoordelijkheid op zich dat de software werkt. Omdat de software via het internet beschikbaar is, kunnen leerlingen thuis eenvoudig verder werken na de schooluren.
Toch zijn er ook bij SaaS enkele valkuilen. De instapprijs mag dan lager liggen, maar op termijn kan de maandelijkse abonnementskost hoger oplopen dan de kost van een eenmalige licentie. Ook bestaan er terechte zorgen over privacy en beveiliging.
Bij SaaS kan de instapprijs lager liggen, maar op termijn kan de maandelijkse abonnementskost hoger oplopen dan de kost van een eenmalige licentie.
Om SaaS-diensten te kunnen gebruiken, dien je data te delen met de provider. Die staat deels in voor beveiliging, maar als gebruiker draag je gedeelde verantwoordelijkheid. Bovendien durven providers je de overstap naar een concurrerende dienst wel eens te belemmeren.
Wat met opensource?
Ben je liever niet afhankelijk van een vendor, dan is opensource software nog een vierde alternatief. Opensource verschilt van software- en SaaS-licenties omdat de licentiehouder de code vrij ter beschikking stelt. Iedereen die wil, kan de code inkijken en er zelfs actief aan bijdragen. Linux is bijvoorbeeld het opensource alternatief voor Windows.
Wederom zijn er argumenten voor en tegen. De instapkosten van opensource zijn over het algemeen laag omdat de code vrij ter beschikking is, al klopt het ook niet dat opensource per definitie gratis is. Opensource software biedt meer vrijheid om een software naar je hand te zetten. Je kan zelf sleutelen, zonder vanaf een lege codeerterminal te moeten starten.

Dat is evengoed ook een nadeel van opensource. Er is geen roadmap uitgetekend die je vertelt welke functies wanneer zullen worden toegevoegd. Het gebeurt regelmatig dat software start in opensource, maar achter een licentie of SaaS-abonnement verdwijnt eens het gebruik toeneemt. Opensource is over het algemeen ook net iets complexer om mee aan de slag te gaan dan kant-en-klare software. De punten voor informatica zullen een stuk lager liggen als je leerlingen met Linux laat werken.
Over de veiligheid van opensource bestaan tegenstrijdige meningen. De ene vindt het net veiliger omdat ‘veel ogen’ naar de code kijken, de andere zegt dat het net moeilijker om de kwaliteit te beoordelen.
Over de veiligheid van opensource bestaan tegenstrijdige meningen.
Er is geen ‘perfecte’ oplossing voor software. De instapdrempel ligt het laagst bij SaaS, maar het gevaar is dat je vast komt te zitten in het ecosysteem van de leverancier. Zelf bouwen kan je dan weer veel tijd en stress kosten. Software kopen lijkt de gulden middenweg, maar denk goed na over wat je koopt. Wat voor je school het meest voordelig is, hangt af van hoeveel tijd en middelen je hebt, en je bereidheid om de controle uit handen te geven.
Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.
ChatGPT-gebruik in kaart gebracht: schrijven, zoeken of meedenken?
In amper drie jaar tijd is ChatGPT uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Maar waar gebruiken mensen het eigenlijk voor?
Sinds de lancering van OpenAI’s ChatGPT groeit de AI-tool razendsnel. In juni bereikte het de kaap van 700 miljoen wekelijks actieve gebruikers. Het Amerikaanse National Bureau of Economic Research (NBER) publiceerde een rapport over het gebruik van ChatGPT. Daaruit blijkt dat ChatGPT zich steeds meer positioneert als een digitale assistent, en dat niet-werkgerelateerde toepassingen de bovenhand nemen. De paper baseert zich op 1,1 miljoen unieke gesprekken van 15 mei 2024 tot 26 juni 2025.

Privégebruik groeit, werkgebruik daalt
Uit het rapport blijkt dat in juni 2024 ongeveer 47 procent van alle berichten werkgerelateerd was. Een jaar later is dat gedaald naar slechts 27 procent. In die periode groeide het privégebruik van 53 procent naar 73 procent van alle berichten. De onderzoekers benadrukken dat die stijging niet komt door nieuwe recreationele gebruikers, maar vooral door de gedragsverandering van bestaande gebruikers.
De populairste onderwerpen zijn:
- Praktisch advies (zoals over gezondheid, leren of creativiteit)
- Informatie opzoeken (zoals een zoekmachine)
- Schrijven (zoals hulp bij e-mails, vertalingen of samenvattingen)
Samen zijn deze drie categorieën goed voor bijna 80 procent van alle ChatGPT-gesprekken.

Ondanks de reputatie van AI-tools als codeerassistenten blijkt dat amper 4,2 procent van ChatGPT-berichten te maken heeft met programmeren. Schrijven is wel bijzonder populair, en dan vooral in een werkcontext. In juni 2025 ging 40 procent van alle werk gerelateerde berichten over schrijfopdrachten. Het ging dan meer over het herschrijven of redigeren van bestaande teksten, en minder over volledig nieuw werk.
lees ook
Wie gebruikt ChatGPT?
De gebruikersgroep is de afgelopen jaren sterk veranderd. In het begin waren vooral mannen de grootste gebruikersgroep (80%), maar ondertussen stijgt ook het vrouwelijk aandeel. Ook blijkt dat bijna de helft van alle berichten afkomstig is van gebruikers onder de 26 jaar. Daarnaast is er een sterke groei in lageloonlanden vergeleken met rijkere landen. Dat betekent dat het AI-model ook buiten het Westen gebruikt en omarmd wordt.
De onderzoekers delen het soort gebruik op in drie hoofdcategorieën van alle berichte nop basis van de output die gebruikers verwachten:
- ‘Asking’: vragen stellen of informatie zoeken (49%)
- ‘Doing’: opdrachten geven, zoals iets schrijven of maken (40%)
- ‘Expressing’: meningen geven (11%)
In de werkcontext ligt de nadruk op ‘Doing’ (56 %), en dan voornamelijk op schrijven. ‘Asking’ en ‘Doing’ zijn in werkcontext goed voor respectievelijk 35 procent en negen procent. In privécontext is ‘Asking’ het populairst, wat aantoont dat mensen ChatGPT het meetst gebruiken voor informatie, advies en hulp bij beslissingen.
Conclusie
De studie toont aan dat ChatGPT vooral gebruikt wordt voor persoonlijke ondersteuning en praktische begeleiding, eerder dan voor traditionele werkproductiviteit. Waar zoekmachines vooral feitelijke informatie toonden, blinkt ChatGPT uit in het leveren van persoonlijke antwoorden en teksten met context.
Vooral bij kenniswerkers (zoals management, wetenschap en onderwijs) speelt de chatbot een waardevolle rol als digitale assistent. Het is niet zo dat AI werk daar volledig vervangt, maar het ondersteunt bepaalde denkprocessen en beslissingen die waarde kunnen toevoegen.
SURF waarschuwt onderwijsinstellingen voor privacyrisico’s Microsoft 365 Copilot
Onderwijs- en onderzoeksinstellingen moeten voorzichtig omgaan met het gebruik van Microsofts AI-assistent Copilot in Microsoft 365. Dat adviseert ict-coöperatie SURF, die de privacyrisico’s recent opnieuw beoordeelde.
Van rood naar oranje
Eind vorig jaar raadde SURF het gebruik van Microsoft 365 Copilot nog volledig af na een DPIA (data protection impact assessment). Toen kwamen er vier hoge privacyrisico’s aan het licht.
Na gesprekken met Microsoft en de Rijksoverheid zijn inmiddels verbeteringen doorgevoerd. Daardoor verlaagt SURF de status van Copilot van rood naar oranje. Het gebruik wordt dus niet meer volledig afgeraden, maar voorzichtigheid blijft geboden.
Advies: duidelijke afspraken over AI-gebruik
Volgens SURF zijn niet alle risico’s overtuigend weggenomen. Instellingen krijgen daarom het advies om:
- duidelijke afspraken te maken over het gebruik van AI-tools,
- een helder AI-gebruiksbeleid op te stellen,
- en goed te monitoren hoe Copilot in de praktijk wordt ingezet.
Zo kunnen onderwijs- en onderzoeksinstellingen beter waarborgen dat gegevensbescherming en privacy niet in het gedrang komen.
lees ook
Microsoft 365 Copilot helpt onderwijspersoneel administratieve taken te vereenvoudigen
Laptop voor op de schoolbanken: waar moet je op letten?
Hoe kies je een laptop voor op de schoolbanken? Welke opties zijn er? En hoef je zelfs voor Windows te gaan?
Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.
Laptops in het klaslokaal moeten aan heel wat vereisten voldoen die specifiek zijn voor de schoolomgeving. Zo is robuustheid en betaalbaarheid prioritair en pure rekenkracht misschien wat minder. Niet iedere lessenaar heeft een stopcontact, dus ook voor de batterij zijn er specifieke vereisten. We onderzoeken de belangrijkste specificaties.
Windows of ChromeOS
In de meeste bedrijven kan je met een Chromebook niet zoveel komen doen, maar in het klaslokaal komen de computers voorzien van het besturingssysteem van Google om verschillende redenen wel tot hun recht. Natuurlijk heeft ook Windows zijn troeven.
ChromeOS
Heel wat fabrikanten maken Chromebook specifiek gericht op de educatiemarkt. De toestellen zijn robuust, gaan lang mee op één batterijlading en kosten doorgaans een stuk minder dan equivalente Windows-computers.

Dat komt onder andere omdat ChromeOS een licht besturingssysteem is, dat voor veel toepassingen op de cloud vertrouwt. Dat maakt het mogelijk om performante laptops te leveren zonder al te straffe hardware.
Bijkomend is het beheer van Chromebooks eenvoudig via de cloud-console die Google levert. Beleid kan per toestel of leerling worden uitgerold. Wanneer de school laptops zelf moet beheren, kan die eenvoud doorwegen.
ChromeOS is een licht besturingssysteem dat voor veel toepassingen op de cloud vertrouwt.
Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. ChromeOS heeft serieuze beperkingen wat compatibiliteit betreft. De laptops zijn ideaal voor applicaties die in de browser draaien. Denk aan de apps van Google Workspace of Microsoft 365 Web. Richtingen met een sterke STEM-component vereisen in de hogere graad soms specifieke software die niet op ChromeOS werkt.
Ook wat randapparatuur betreft, zijn de toestellen minder flexibel. Eén extern scherm aansluiten is doorgaans geen probleem, maar met meerdere monitors steken uitdagingen de kop op. Die compatibiliteitsbeperkingen nopen verschillende scholengroepen om Chromebooks af te raden.
Windows 11
Windows 11 is een zwaarder besturingssysteem dat meer van de hardware vergt, dus Windows-laptops zijn iets duurder. Voor de meerprijs krijg je wel veel in de plaats. Windows is de norm wat compatibiliteit betreft. Zelfs in de tweede of derde graad zullen leerlingen niet tegen de beperkingen aanlopen wanneer ze specifieke software nodig hebben.

Microsoft heeft met Intune (voor educatie) ook een beheeroplossing die zeker even krachtig is als het alternatief voor ChromeOS, dus beheer hoeft geen beperking te zijn. Windows correct up-to-date houden vereist wel wat extra aandacht.
Windows 11 is een zwaarder besturingssysteem dat laptops duurder maakt, maar je krijgt wel veel in de plaats.
De stevigere hardware van de Windows-laptop en de brede compatibiliteit hebben een nadeel: de toestellen zijn minder zuinig en vergen meer van hun batterij. Het is uitdagender om een Windows-laptop aan een scherp prijskaartje te vinden die een hele dag op één lading meekan.
De juiste keuze
In de praktijk is de Chromebook populair bij de digitalisering van het basisonderwijs, merkt het Rekenhof op. In de hogere jaren wegen de beperkingen steviger door, waardoor menig scholengroep specifiek Windows-toestellen vereist in het middelbaar, en al zeker de tweede en de derde graad.
MacOS is niet echt aan de orde. MacBooks zijn duurder en lopen tegen compatibiliteitsverschillen aan met Windows, wat ze minder geschikt maakt om op grote schaal aan leerlingen toe te wijzen.
Bouwkwaliteit
Laptops voor scholen maken wel wat mee. Zeker in het basisonderwijs zijn de gebruikers niet altijd even secuur. Een val van een lessenaar of een onbedoelde doop met een beker fruitsap zijn snel gebeurd.

Wat valbestendigheid betreft, voldoen laptops voor de educatieve markt aan gelijkaardige eisen als zakelijke toestellen. Ze moeten tegen een stootje kunnen en voldoen doorgaans aan MIL-STD-810H-tests. Gespecialiseerde fabrikanten kennen intussen de pijnpunten van gebruik door kinderen, en voorzien aanpassingen zoals extra stevige poorten en scharnieren.
Specifiek voor het gevaar van fruitsap heeft een goede schoollaptop een toetsenbord dat resistent is tegen morsen. De toetsen zelf zijn idealiter ook extra stevig bevestigd, zodat de knoppen er niet worden afgehaald.
Gespecialiseerde fabrikanten kennen intussen de pijnpunten van gebruik door kinderen, en voorzien aanpassingen zoals extra stevige poorten en scharnieren.
Binnen raamcontracten wordt rekening gehouden met defecten. Drie jaar service op locatie met een verzekering tegen zelf veroorzaakte schade zijn geen uitzondering.
Schermkwaliteit
In het secundair onderwijs vragen veel scholen minstens Full HD (1.920 x 1.080 pixels), vaak op 14-inch. 1.366 x 768 pixels was lang courant en is goedkoper. Om te multitasken is zo’n bescheiden hoeveelheid pixels echter krap.
Het schermpaneel moet voldoende goed zijn om de leerlingen en hun ogen te sparen, maar een fortuin uitgeven hoeft niet. Mik op een degelijk IPS-paneel en laat dure oled-technologie links liggen. Denk ook aan de schermhelderheid. Lichte en zonovergoten klaslokalen zijn een uitdagende omgeving voor te donkere displays.

Ook een aanraakscherm is overbodig, tenzij er een heel duidelijke didactische reden is om toch voor touch te kiezen. Een aanraakscherm jaagt de prijs de hoogte in, dus denk goed na alvorens deze vereiste in te bouwen. In veel gevallen raden scholen aanraakschermen specifiek af.
Batterij
Niet iedere lessenaar heeft een stopcontact. Hoe lang de batterij van een laptop moet meegaan, hangt af van het belang van de laptop in het onderwijsproject. Verschillende scholen verwachten dat een toestel toch de hele lesdag meegaat en eisen dus een autonomie van acht uur of meer.
Niet iedere lessenaar heeft een stopcontact.
De verantwoordelijkheid voor de autonomie ligt ook voor een stuk bij de leerling. Het is niet ongehoord om het schoolreglement in te zetten. Den Edugo-scholengroep eist bijvoorbeeld expliciet dat leerlingen met een volgeladen laptop naar school komen.
Levensduur
Een laptop in een educatieve context moet doorgaans zeker vier jaar meegaan. Het secundair onderwijs mikt op één toestel voor de tweede en de derde graad en ook raamcontracten hanteren die vierjarige cyclus.

In principe is dat geen probleem. Zowel ChromeOS als Windows blijven voldoende lang van ondersteuning genieten, al zal een tussentijdse upgrade naar een nieuwe versie van het besturingssysteem wel aan de orde zijn.
Belangrijker is de robuustheid van de hardware. Worden de laptops door de school zelf voorzien, dan is een contract met ondersteuning op locatie, voor zeker drie jaar en liefst vier, een goed idee. Zo wordt de uitval beperkt.
Keuzegids
Welke laptop het meest geschikt is, hangt af van het educatieve project van de school, de graad van de leerling en de gekozen richting. In alle gevallen is adequate connectiviteit belangrijk. In principe zit goede wifi-ondersteuning langs de kant van de laptop wel correct ingebakken.
Werk minimumspecificaties uit en benut raamcontracten.
Een school kan leerlingen niet zomaar opleggen een toestel van één fabrikant te open. Ze kan wel minimumspecificaties uitwerken of raamcontracten benutten. Volgende specificaties geven een idee van welke richtlijnen mogelijk zijn
- Basisonderwijs, 1ste graad (basisgebruik): ChromeOS of Windows kan; ChromeOS scoort op vlak van beheer, snelheid, autonomie en prijs, maar heeft compatibiliteitsbeperkingen.
- 2de/3de graad (richtingsgebonden): Windows is doorgaans de norm omwille van specifieke softwarevereisten.
- Minimumhardware: 14″ FHD non-touch, 8 GB RAM (soms 16 GB wenselijk in 4-jaars cyclus), 256 GB SSD, degelijk chassis (MIL-STD), 8 tot 10 uur batterij.
Gewapend met bovenstaande informatie is het mogelijk om geïnformeerd te beslissen welke laptops geschikt zijn voor welke leerlingen. De schoolomgeving heeft specifieke vereisten, maar dat weten fabrikanten. Het aanbod aan geschikte toestellen is dan ook ruim.
Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.
EDUbox Online pesten: handleiding voor leerkrachten
De EDUbox Online pesten: van omstaander tot sleutelfiguur helpt leerkrachten om het thema online pesten bespreekbaar te maken in de klas. Het lesmateriaal is ontwikkeld door VRT in samenwerking met onder meer de Vlaamse Overheid, Kies Kleur tegen Pesten, Mediawijs en Pimento.
Wat is een EDUbox?
EDUbox is een educatief format van VRT waarmee jongeren in het secundair onderwijs op een interactieve manier maatschappelijke thema’s ontdekken. Leerlingen werken zelfstandig of in groep met fiches, video’s, interactieve tools en opdrachten. De rol van de leerkracht is vooral begeleidend.
EDUbox Online pesten: aanpak en tips
Vooraleer je met de EDUbox aan de slag gaat, raadt men leerkrachten aan om:
- een trigger warning te geven, zodat leerlingen zich kunnen voorbereiden op een gevoelig thema,
- een joker te voorzien voor leerlingen die bepaalde vragen niet willen beantwoorden,
- en contact te nemen met de leerlingbegeleiding indien er signalen van pesten zijn in de klasgroep.
De EDUbox gebruikt jongerentaal in de chatgesprekken voor herkenbaarheid, terwijl de rest in Standaardnederlands blijft.
Link met eindtermen
De EDUbox sluit aan bij verschillende sleutelcompetenties en eindtermen in de eerste en tweede graad secundair onderwijs, zoals:
- doelgericht communiceren,
- respectvol omgaan met anderen,
- regels rond digitale technologie naleven,
- en constructief in dialoog gaan over maatschappelijke thema’s.
Praktische organisatie
- Duur: ongeveer twee aaneensluitende lesuren.
- Werkvorm: zelfstandig groepswerk in groepjes van maximaal vijf leerlingen.
- Materiaal: digitale versie via interactieve website (aanbevolen) of pdf, pc/tablet met internet, en eventueel smartphones.
Opbouw EDUbox Online pesten
De EDUbox bestaat uit vijf delen:
- Van plagerijen tot problemen: verschil tussen plagen en pesten, getuigenissen en vormen van online pesten.
- Jij als omstaander: de cruciale rol van omstaanders en de 5 A’s van Sensoa.
- Aan de slag: leerlingen oefenen met een simulator en nemen beslissingen in pestsituaties.
- To snitch or not to snitch: verschil tussen klikken en melden, plus tips bij het zoeken van hulp.
- Meer weten: extra materiaal voor leerlingen, ouders en leerkrachten.
Toolbox voor ouders
Naast de EDUbox is er ook een digitale toolbox voor ouders: Online pesten ontrafeld. Deze longread helpt ouders om gepast te reageren als hun kind online gepest wordt.
Extra bronnen
Leerkrachten vinden bijkomende info en materiaal rond online pesten bij o.a. Mediawijs, Pimento, Kies Kleur tegen Pesten, WAT WAT, Child Focus en de Universiteit van Vlaanderen.
Bron: VRT EDUbox