Waarom cybercriminelen scholen steeds aantrekkelijker vinden

- Gastauteur

Cybercriminelen kiezen hun slachtoffers niet willekeurig, en steeds vaker komen scholen bovenaan dat lijstje. Dat heeft weinig met pech te maken en alles met een ongelukkige combinatie: een school beheert de gegevens van honderden tot duizenden leerlingen, van rijksregisternummers tot zorgdossiers, terwijl er zelden genoeg IT-mankracht is om dat allemaal te bewaken. Het zijn bovendien gegevens van minderjarigen, wat onder de GDPR een extra zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt. De vraag is alleen: weet iedereen die er dagelijks mee werkt dat ook?

In de praktijk zit de bescherming van al die data zelden bij één IT-coördinator. Ze zit verspreid over elke leerkracht die inlogt op het leerlingvolgsysteem, elke secretariaatsmedewerker die een mail opent, en elke directielid dat met een laptop naar huis gaat. En precies daar, bij de mens, ligt de zwakste schakel.

Waarom scholen een aantrekkelijk doelwit zijn

Maar de aantrekkelijkheid stopt niet bij de data en de beperkte middelen. Voeg er een personeelsbestand aan toe dat in de eerste plaats met lesgeven bezig is en niet met cyberdreigingen, en het profiel is compleet. Daar komt bij dat veel scholen onderling verbonden systemen gebruiken, van leerlingvolgsysteem tot oudercommunicatie, waardoor één zwakke plek vaak toegang geeft tot veel meer.

De aanval begint zelden bij een technisch lek. Ze begint bij een klik. Een mail die lijkt te komen van het schoolbestuur, een nepfactuur van een vertrouwde leverancier, of een bericht dat zogenaamd van Smartschool of Microsoft komt. Eén leerkracht die zijn inloggegevens intikt op een valse pagina, en een aanvaller heeft toegang tot een account, en via dat account vaak tot veel meer.

Eén gekaapt account, en dan?

Stel: het account van een leerkracht wordt overgenomen. Wat ooit een onschuldige inbox leek, blijkt nu een sleutel. De aanvaller leest mee, ziet leerlingdossiers, stuurt vanuit dat vertrouwde adres nieuwe phishingmails naar collega’s en ouders, en in het slechtste geval versleutelt hij de hele schoolomgeving met ransomware.

Het gevolg is niet alleen technische schade. Een datalek met gegevens van minderjarigen is meldingsplichtig bij de Gegevensbeschermingsautoriteit, brengt reputatieschade mee, en zorgt voor begrijpelijke onrust bij ouders. De kosten van dat ene verkeerde klikmoment zijn vele malen hoger dan de moeite die het kost om het te voorkomen.

De beste firewall van een school staat niet in de serverkast. Het is een personeelsbestand dat een verdachte mail herkent voordat erop geklikt wordt.

GDPR vraagt niet alleen techniek, maar ook gedrag

Veel scholen denken bij gegevensbescherming aan technische maatregelen: wachtwoorden, back-ups, toegangsrechten. Allemaal nodig, maar de GDPR vraagt uitdrukkelijk ook om het bewustzijn van de mensen die de gegevens verwerken. Je kunt op papier perfect in orde zijn en alsnog een datalek hebben omdat één medewerker niet herkende wat er misging.

Voor het onderwijs komt daar bovenop dat de Europese regelgeving rond cybersecurity blijft aanscherpen. Hoewel de meeste scholen niet rechtstreeks onder de strengste verplichtingen vallen, loont het de moeite om te weten wat NIS2 voor onderwijsinstellingen betekent, zeker voor grotere scholengroepen en hogeronderwijsinstellingen. De rode draad is overal dezelfde: aantoonbaar werk maken van de menselijke factor.

Bewustzijn opbouwen zonder je team te belasten

De reflex is vaak een jaarlijkse sessie of een lange e-learning. Het probleem: kennis die je één keer aanbiedt, verwatert binnen enkele maanden, en een leerkrachtenteam heeft simpelweg geen tijd voor uren extra opleiding. Wat wél werkt, is bewustzijn opbouwen in kleine, terugkerende stappen die in de drukke schoolweek passen.

Een paar minuten per week, met herkenbare voorbeelden uit de schoolcontext en geoefende phishingsimulaties, doet meer dan één lange sessie per jaar. Het houdt de kennis vers, het is laagdrempelig, en het levert je meteen het bewijs dat je als school aan je zorgplicht voldoet. Een aanpak met doorlopende security awareness training maakt van gegevensbescherming iets wat leeft bij het hele team in plaats van een vinkje in een dossier.

De gegevens van leerlingen beschermen is uiteindelijk geen IT-project, maar een gewoonte van de hele school. En gewoontes bouw je niet op met één moment van aandacht, maar met regelmaat.


Partner content in samenwerking met Guardey. Dit artikel is informatief bedoeld en vormt geen juridisch advies over de toepassing van de GDPR of NIS2.