Het onderwijs in de publieke, private of hybride cloud?
Je data on-premises, in de cloud of toch een combinatie van beide? De keuze voor een bepaald type cloud is sterk afhankelijk van organisatie tot organisatie.
Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.
Steeds meer organisaties verplaatsen hun IT-infrastructuur naar de cloud. Of dit dan de private, publieke of een combinatie van beide is, hangt af van verschillende factoren. Ook in de onderwijssector is de keuze voor de locatie van jouw IT-infrastructuur onontbeerlijk. In deze sector circuleren diverse soorten data zoals studentengegevens, cijfers of onderzoeksdata, maar waar bewaar je het best welke gegevens?
Piekmomenten
Wanneer organisaties de overstap naar de cloud overwegen, is de publieke cloud een logische optie. Bij een publieke cloud levert een externe aanbieder IT-diensten via het internet op een gedeelde infrastructuur maar in gescheiden omgevingen. Bekende platformen zijn Microsoft Azure, Google Cloud Platform en Amazon Web Services.

Voor onderwijsinstellingen is het grootste voordeel de schaalbaarheid: tijdens piekperiodes zoals inschrijvingen of examenweken, kan je snel en kostenefficiënt opschalen en nadien weer afschalen.
Omdat lessen en leermateriaal steeds vaker online of hybride worden aangeboden, biedt de publieke cloud bovendien de flexibiliteit en beschikbaarheid om studenten en docenten overal een vlotte ervaring te geven, met bijvoorbeeld video-streaming, opslag en samenwerkingstools.
Voor onderwijsinstellingen is het grootste voordeel van de publieke cloud de schaalbaarheid.
Bestaande SaaS-oplossingen zoals Google Workspace en Microsoft 365 (OneDrive, Teams) sluiten hier naadloos op aan, waardoor lesmateriaal en opdrachten breed toegankelijk blijven, veilig gedeeld kunnen worden en centraal beheerd blijven.
Gevoelige data
Binnen een onderwijsinstelling circuleert er ook heel wat informatie die je liever niet in de publieke cloud hebt. Denk hierbij aan gevoelige data zoals gegevens van studenten, cijfers of onderzoeksdata. In dat geval is de private cloud een betere keuze. Binnen een private cloud is de IT-omgeving exclusief voor één onderwijsinstelling, met volledige controle over datalocatie, toegang en encryptiesleutels.

Daar staat tegenover dat een private cloud minder elastisch is dan publieke alternatieven: je moet zelf capaciteit plannen, investeren en de omgeving beheren. Schalen kan, maar vergt hardware, tijd en expertise.
De VUB investeerde recent in een eigen datacenter ‘Nexus’ en ze hebben een eigen VUB-cloud. De universiteit bewaart hier onder andere onderzoeksdata.
Hybride in het onderwijs
De ‘ideale cloudoplossing’ voor onderwijsinstellingen ligt ergens in het midden. Steeds meer scholen kiezen dan ook voor een hybride model, waarbij de publieke- en private cloud gebundeld wordt, vaak in combinatie met een eigen datacenter.
De ‘ideale cloudoplossing’ voor onderwijsinstellingen ligt ergens in het midden.
Daarmee combineren ze flexibiliteit met controle over gevoelige data. Deze aanpak koppelt eigen infrastructuur aan publieke clouddiensten zodat scholen sneller kunnen schalen en tegelijk aan regels voldoen.
Connectiviteit
Zonder vlotte, stabiele internetverbinding valt digitaal leren stil. Studenten studeren vandaag de dag van overal, op de campus, thuis of onderweg, waardoor een goede connectiviteit cruciaal is. De cloud maakt die toegankelijkheid eenvoudig. Studenten kunnen vaak snel en gemakkelijk via een browser inloggen. Wanneer je uitsluitend on prem werkt, moeten er meer “bruggetjes” gelegd worden naar het schoolnetwerk en vraagt dit om meer beheerwerk en expertise.
Een hybride cloudmodel geeft scholen het beste van twee werelden: gevoelige data blijven veilig en dichtbij in de eigen omgeving, terwijl je voor piekmomenten soepel kunt opschalen in de publieke cloud. Zo behoud je controle en privacy waar het moet, en bied je studenten en leerkrachten overal vlotte toegang.
Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.
Projectoproep Smart Education at Schools 2026
Wil jij met je school of organisatie een innovatief onderwijsproject opstarten? Dan is de projectoproep Smart Education at Schools 2026 misschien iets voor jou. Op deze pagina ontdek je stap voor stap hoe je een projectaanvraag indient en welke ondersteuning je daarbij krijgt.
Laat je idee niet verloren gaan
Heb jij een innovatief idee om een uitdaging in jouw klas aan te pakken? Dat komt goed uit, want met de nieuwe projectoproep van Smart Education @ Schools kun je tot 75.000 euro aan subsidies ontvangen om je idee werkelijkheid te laten worden.
Dien je idee in voor 14 oktober 2025 en wie weet wordt jouw technologische oplossing binnenkort echt gebruikt in het klaslokaal!
Van idee tot project: het aanvraagproces
Intakegesprek
Heb je een idee maar weet je nog niet goed hoe je het moet aanpakken of met wie je kan samenwerken? Vraag dan een online intakegesprek aan met het team van Smart Education at Schools.
Tijdens dit gesprek bekijk je samen of je idee binnen de oproep past en krijg je praktische tips om het verder uit te werken. Een intakegesprek kun je het hele jaar door aanvragen via het contactformulier (vermeld Smart Education at Schools).
Indienen van het projectidee
De eerste formele stap is het indienen van een projectidee van maximaal 1.500 woorden.
In deze fase ligt de nadruk op de doelstellingen en verwachte impact van het idee. De samenstelling van het team en het budget hoeven nog niet volledig uitgewerkt te zijn.
Gebruik het sjabloon onderaan de pagina en dien je voorstel in tegen de aangegeven deadline. De jury maakt een eerste selectie op basis van vooraf vastgelegde evaluatiecriteria.
Oefenpitch
De geselecteerde teams presenteren hun idee tijdens een oefenpitch aan collega’s en experts uit de onderwijs- en bedrijfswereld. Dankzij de feedback kun je het voorstel verder verbeteren en verfijnen.
Workshop ‘Van idee naar projectvoorstel’
Na de oefenpitch volgt in januari een praktische workshop. Daar leer je hoe je je idee omzet in een concreet projectvoorstel, met duidelijke doelstellingen, mijlpalen en een realistisch projectplan.
Indienen van het projectvoorstel en pitch
In deze laatste fase werk je het volledige projectvoorstel uit (ongeveer 7.000 woorden) en voeg je een kostenbegroting toe.
Het team stelt het voorstel vervolgens voor aan een onafhankelijke jury via een pitchmoment.
Start van de geselecteerde projecten
Na de beoordeling door de jury en de stuurgroep worden ongeveer drie projecten geselecteerd.
De gekozen projecten starten op 1 september 2026 en lopen maximaal één jaar.
STEM-inschrijvingen in Vlaanderen dalen naar laagste peil in 10 jaar: gevolgen voor de toekomst van onderwijs en economie
Hoewel er een stijging is te zien in de inschrijvingen voor STEM graduaatsopleidingen maakt de Vlaamse overheid zich zorgen over de daling van STEM-inschrijvingen in het secundair. Een derde van de leerlingen kiest voor exacte wetenschappen, technologie, engineering en wiskunde (STEM). Dit is het laagste percentage in tien jaar tijd. Als de trend zich voortzet, zal Vlaanderen zijn doel van 40% STEM-leerlingen tegen 2030 waarschijnlijk niet halen. De daling heeft niet alleen invloed op de toekomst van het onderwijs, maar ook op de economie en de samenleving.
De daling van STEM-inschrijvingen: Wat zijn de oorzaken?
De cijfers zijn duidelijk: vorig schooljaar koos slechts 35,5% van de Vlaamse leerlingen voor een STEM-richting. Dit is een zorgwekkende trend die zich nu al vier jaar achter elkaar doorzet. In 2021 lag dat aantal nog bijna op 40%. De Vlaamse overheid probeert het aantal STEM-leerlingen te verhogen, maar de voortgaande daling maakt dit steeds moeilijker.
Gevolgen voor de Vlaamse economie en arbeidsmarkt
STEM-profielen zijn essentieel voor de toekomst van de Vlaamse economie. Zonder voldoende technisch en wetenschappelijk talent verliest de regio zijn concurrentiekracht. De ondernemersorganisatie “De Vlaamse Ondernemers” waarschuwt voor de lange-termijn gevolgen als deze trend niet snel wordt omgebogen. Bedrijven in sectoren zoals technologie, engineering en gezondheidszorg hebben dringend behoefte aan STEM-professionals om te blijven innoveren en concurreren op de wereldmarkt.
Meisjes blijven ondervertegenwoordigd in STEM-opleidingen
Een ander probleem is de ondervertegenwoordiging van meisjes in STEM-richtingen. De Vlaamse overheid streeft ernaar dat tegen 2030 één op de vijf STEM-leerlingen een meisje is, maar momenteel is dat percentage nog ver verwijderd van de doelstelling. Vooral in sectoren zoals elektriciteit en mechanica blijven meisjes een zeldzaamheid. Dit is niet alleen een kwestie van gendergelijkheid, maar ook van het benutten van alle beschikbare talenten in de maatschappij.
Beleidsaanbevelingen van De Vlaamse Ondernemers
Om deze negatieve trend tegen te gaan, heeft De Vlaamse Ondernemers drie belangrijke aanbevelingen gepresenteerd:
- Meer investeringen in STEM-onderwijs: Scholen moeten voldoende middelen krijgen om STEM-onderwijs van hoge kwaliteit te bieden, zodat jongeren gemotiveerd blijven om voor deze richtingen te kiezen.
- Betere samenwerking tussen bedrijven en scholen: Bedrijven moeten actiever betrokken worden bij het onderwijsproces, zodat jongeren kunnen zien welke carrièrekansen STEM-opleidingen bieden.
- Innovatieve en multidisciplinaire STEM-opleidingen: Opleidingen moeten aansluiten bij de hedendaagse uitdagingen, zoals klimaatverandering en digitale transformatie, om jongeren aan te spreken die willen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.
Digitale lessen om STEM aantrekkelijker te maken
In reactie op de dalende cijfers komt “De Vlaamse Ondernemers” met een digitaal lessenpakket voor het eerste middelbaar onderwijs. Dit pakket is bedoeld om jongeren bewust te maken van de verscheidenheid aan jobs die ze kunnen uitoefenen met een STEM-opleiding. Het moet helpen om STEM-opleidingen niet enkel als iets voor “techneuten” te zien, maar als een sleutel tot het oplossen van de grote vraagstukken van onze tijd, zoals klimaatverandering en de digitale revolutie.
Wat nu?
Het is duidelijk dat er snelle en doortastende maatregelen nodig zijn om de trend van dalende STEM-inschrijvingen te keren. De Vlaamse overheid, onderwijsinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten gezamenlijk werken aan een ambitieus plan om STEM-opleidingen zowel toegankelijker als aantrekkelijker te maken voor de jongere generatie. Het is een uitdaging die cruciaal is voor de toekomst van Vlaanderen als kennis- en innovatiecentrum.
lees ook
AI for Youth geeft jongeren een voorsprong in de digitale revolutie
AI for Youth geeft jongeren een voorsprong in de digitale revolutie
Het nieuwe initiatief AI for Youth wil jongeren voorbereiden op de toekomst, en wordt gelanceerd door Digital for Youth, Digitale Wolven, Brightlab en iO. Uit het Future of Jobs Report 2025 blijkt dat 86% van de werkgevers verwacht dat kunstmatige intelligentie (AI) hun bedrijfsvoering tegen 2030 zal transformeren, terwijl de vraag naar AI-vaardigheden wereldwijd sinds 2022 bijna acht keer sneller is gestegen. AI for Youth biedt jongeren tussen de 10 en 15 jaar de kans om op een laagdrempelige manier de basisprincipes van AI te begrijpen, ermee te experimenteren en hun eigen AI-projecten te ontwikkelen.
De AI-kloof dichten
Veel AI-programma’s zijn gericht op jongeren die al over middelen, ondersteuning en voorkennis beschikken. AI for Youth wil deze AI-kloof systematisch dichten door workshops aan te bieden, zowel tijdens als na de schooluren, waarin jongeren leren over ethiek in AI, de ecologische voetafdruk, data en programmeren. Zo worden niet alleen gebruikers, maar ook makers van technologie gevormd.
Vandaag vond de eerste workshop plaats, waarmee een reeks workshops werd gestart om jongeren door heel België te inspireren en te begeleiden in de wereld van AI. De leerlingen van GO! Freinetschool De kRing in Antwerpen kregen de kans om deze workshop uit te proberen.
Jongeren vandaag klaarstomen voor AI is cruciaal
Volgens een analyse op basis van IMF-methodologie heeft 65% van de Belgische werknemers (3,3 miljoen mensen) een baan met een hoge blootstelling aan AI. 1,6 miljoen Belgen (31%) werken in beroepen die waarschijnlijk baat zullen hebben bij AI, terwijl 1,7 miljoen Belgen (34%) een groter risico lopen dat AI menselijke taken overneemt. AI for Youth leert jongeren de basisprincipes van AI, zodat ze straks sterker staan in een arbeidsmarkt die wordt beïnvloed door AI.
“Dankzij de AI for Youth-workshops zullen Belgische jongeren beter begrijpen hoe AI werkt en hoe ze het zelf kunnen toepassen. Wie AI begrijpt, heeft straks een betere kans op werk,” zegt Barbara De Weyer, projectleider bij Digital for Youth.
lees ook
Chatbots en jonge kinderen: nieuwe technologie, onbekende risico’s
IT-beheer: wat je zelf doet, doe je beter?
Het beheer van je IT-omgeving kan je uitbesteden aan een externe provider, of de teugels strak in handen houden. Een juiste keuze is er niet, een foute keuze heeft gevolgen.
Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.
IT is vandaag de ruggengraat van iedere school. Slim aankopen is één zaak, maar slim beheer mogelijk nog belangrijker. Zonder goed werkende netwerken, beveiliging en betrouwbare apparatuur, valt het werk stil. Dit kan je voor een moeilijke vraag stellen: nemen we het heft in eigen handen, of besteden we het uit aan een gespecialiseerde serviceprovider?
Zoals vaak in IT is er geen one size fits all. Het antwoord hangt af van de omvang van je school, de beschikbare middelen en de bereidheid om de controle (deels) los te laten. We wegen de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden af.
Zelf doen: controle of last?
Wie IT volledig intern organiseert, behoudt maximale autonomie. Je eigen team kiest welke oplossingen er worden ingezet, welke prioriteiten gelden en hoe snel er wordt ingegrepen bij storingen. Niemand die de IT-omgeving van de school beter kent dan je eigen expert(en).

Een belangrijk voordeel van zelfbeheer is kennisopbouw. Je team leert de omgeving door en door kennen en kan sneller ingrijpen bij problemen. Bovendien houd je alle data en processen in eigen huis, wat een gevoel van controle en veiligheid geeft.
Daar staat tegenover dat de verantwoordelijkheid volledig bij het interne team ligt. Hardware en software moeten onderhouden worden, licenties en updates moeten opgevolgd worden, en beveiliging is een permanente zorg. Zeker in een tijd van toenemende cyberdreigingen kan dat een zware last zijn.
Hardware en software moeten onderhouden worden, licenties en updates moeten opgevolgd worden, en beveiliging is een permanente zorg.
Vooral kleinere organisaties met beperkte IT-teams riskeren overbelasting. Eén langdurige afwezigheid of een plotse aanval kan het hele systeem lamleggen. Wie de kennis en middelen niet heeft, neemt grote risico’s door alles zelf te willen doen.
Uitbesteden: kwestie van vertrouwen
Steeds meer organisaties doen daarom beroep op een externe serviceprovider voor (een deel van) hun IT-beheer. Denk aan managed services waarbij netwerk, endpoints, cloud en security van op afstand bewaakt en onderhouden worden.
Het grote voordeel is expertise. Serviceproviders beschikken over gespecialiseerde teams die dagelijks met dezelfde technologieën werken en (hopelijk) 24/7 beschikbaar zijn. Daarnaast kunnen zij schaalvoordelen bieden: de kosten voor monitoringtools, securityoplossingen en kennisdeling worden uitgesmeerd over meerdere klanten.

Scholengroep Sint-Paulus is een interessante case als voorbeeld. Met vijf campussen, 1.000 personeelsleden en meer dan 6.500 leerlingen zorgde de Digisprong voor een explosie aan IT-behoeften. Hoe ze hierin ondersteuning kregen, lees je hier.
Uitbesteden geeft ook ademruimte aan interne IT-teams. Zij hoeven zich minder bezig te houden met brandjes blussen en kunnen zich focussen op projecten die de school écht vooruithelpen.
Uitbesteden geeft ademruimte aan interne IT-teams. Zij hoeven zich minder bezig te houden met brandjes blussen
De keerzijde? Je geeft een deel van de controle uit handen. Vertrouwen in de partner is cruciaal. Transparantie over servicelevels, responstijden en kosten is essentieel om verrassingen te vermijden. En wie volledig afhankelijk wordt van één leverancier, riskeert vendor lock-in.
De gulden middenweg
In de praktijk kiezen veel organisaties daarom voor een hybride aanpak. Routine- en onderhoudstaken (patching, monitoring, backups) worden uitbesteed, terwijl strategische beslissingen en gevoelige projecten intern blijven.
Dit model biedt het beste van beide werelden. Je profiteert van de efficiëntie en expertise van een serviceprovider, maar behoudt wel een stukje van de regie. Een hybride aanpak vraagt wel duidelijke afspraken en een strakke rolverdeling. Wanneer iets misloopt, moet meteen duidelijk zijn wie actie onderneemt. Zonder heldere communicatie kan hybride beheer leiden tot grijze zones en frustratie.

Doorslaggevende factoren
Kosten
Een veelgehoord argument tegen uitbesteding is de kostprijs. Een serviceprovider vraagt immers een maandelijkse kost, die op termijn kan oplopen. Toch moet je dit vergelijken met de verborgen kosten van intern beheer: lonen van gespecialiseerde profielen, opleiding, tools en de risico’s van downtime.
De instapprijs van zelfbeheer lijkt lager, maar veel kosten worden pas later zichtbaar. Uitbesteden maakt kosten voorspelbaarder, terwijl interne teams vaak met onverwachte investeringen geconfronteerd worden.
Security en compliance
Een apart aandachtspunt is beveiliging en regelgeving. Cyberdreigingen worden steeds complexer en regelgeving strenger. Scholen worden onder de NIS2-wetgeving als ‘essentiële’ organisaties beschouwd, en dienen dus aan strenge voorschriften te voldoen, net zoals scholen ook de GDPR-richtlijnen dienen te respecteren.
Zelf instaan voor volledige compliance vergt gespecialiseerde kennis die niet elk team in huis heeft.
Zelf instaan voor volledige compliance vergt gespecialiseerde kennis die niet elk team in huis heeft. Serviceproviders bieden hier vaak standaardpakketten aan met 24/7 monitoring, detectie en compliance-rapportage. Toch blijft ook in dit scenario gedeelde verantwoordelijkheid belangrijk: een provider kan niet alles oplossen als interne processen niet op orde staan.
Mensen en cultuur
IT-beheer is niet alleen een technische, maar ook een menselijke kwestie. Een intern team is ingebed in de schoolomgeving en kent de noden van leerkrachten en leerlingen. Bij externe providers bestaat het risico dat de aanpak te generiek is of dat de communicatie stroever verloopt.
Daarom hechten veel organisaties belang aan partners die zich opstellen als verlengstuk van het interne team. Regelmatige overlegmomenten, vaste aanspreekpunten en een open kennisdeling zijn cruciaal voor succes.
De juiste mix zoeken
Alles zelf doen of uitbesteden? Het juiste antwoord hangt af van de schaal, de maturiteit van je eigen team en je IT-noden en strategie.
- Zelf doen loont als je over een sterk en stabiel IT-team beschikt en maximale controle wil behouden.
- Uitbesteden biedt expertise, schaalvoordelen en gemoedsrust, maar vraagt vertrouwen en duidelijke afspraken.
- Hybride beheer combineert flexibiliteit met focus en is voor veel organisaties de meest realistische optie.
Wie de knoop wil doorhakken, moet vooral kijken naar de lange termijn: waar wil de school naartoe, en hoe kan IT-beheer dat pad ondersteunen?
Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.
Onderwijssector boekt vooruitgang tegen ransomware, maar druk op IT-teams neemt toe
Steeds minder scholen betalen losgeld bij ransomware-aanvallen, en de hersteltijd daalt. Maar die vooruitgang heeft een keerzijde: IT-personeel voelt zich overbelast en kampt met burn-outs.
De onderwijssector slaagt er beter in om ransomware-aanvallen het hoofd te bieden. Dat blijkt uit het vijfde jaarlijkse ‘State of Ransomware in Education’-rapport van Sophos. In het onderzoek werden 441 IT- en cybersecurityspecialisten uit het secundair en hoger onderwijs bevraagd. Een opvallende vaststelling is dat 97% van de getroffen instellingen hun versleutelde gegevens wist te herstellen. Ook het aantal organisaties dat het losgeld daadwerkelijk betaalde, blijft dalen. Wanneer er toch werd betaald, lag het bedrag aanzienlijk lager dan in vorige jaren.
Zo daalde het gemiddelde losgeld voor middelbare scholen van 6 miljoen naar 800.000 dollar. In het hoger onderwijs zakte dit van 4 miljoen naar 463.000 dollar. De herstelkosten zijn eveneens gedaald: 39% in het secundair onderwijs en 77% in het hoger onderwijs. Toch blijven de herstelkosten voor middelbare scholen het hoogste in vergelijking met andere sectoren.
Daarnaast gaven meer scholen aan dat ze aanvallen konden blokkeren nog vóór er gegevens versleuteld werden. In het secundair onderwijs lukte dat bij 67% van de aanvallen, in het hoger onderwijs bij 38%.
Menselijke impact blijft groot
Hoewel de cijfers aantonen dat scholen beter voorbereid zijn op ransomware, neemt de druk op IT-teams toe. Uit het rapport blijkt dat 40% van het personeel kampt met stress of angststoornissen na een aanval. Een op de vier personeelsleden nam zelfs verlof. Veel respondenten gaven aan zich schuldig te voelen over het niet kunnen voorkomen van een incident.
Een andere zorgwekkende vaststelling is dat 64% van de getroffen instellingen onvoldoende beveiliging had op het moment van de aanval. Daarnaast gaf 66% aan dat het beschikbare personeel onvoldoende was opgeleid of onderbezet was, en 67% kampte met bekende beveiligingslekken.
Sophos wijst op nieuwe gevaren zoals AI-gestuurde phishingaanvallen, deepfakes en stemvervalsing. Vooral instellingen die werken met gevoelige datasets en AI-onderzoek blijven aantrekkelijke doelwitten voor cybercriminelen.
Volgens het rapport is investeren in preventie essentieel. Scholen worden aangeraden om niet alleen te investeren in technologie, maar ook in samenwerking met externe beveiligingspartners. Verder moeten ze hun herstelstrategieën blijven versterken en personeel ondersteunen om langdurige schade te vermijden.
Het onderzoek liep van januari tot maart 2025 en focuste op instellingen die in het afgelopen jaar geconfronteerd werden met ransomware. De deelnemende organisaties kwamen uit 17 landen en hadden tussen de 100 en 5.000 medewerkers.
OpenAI test nieuw veiligheidssysteem en ouderlijk toezicht in ChatGPT
OpenAI introduceert veiligheidsrouter en ouderlijk toezicht in ChatGPT, als reactie op toenemende zorgen over schadelijke AI-interacties.
OpenAI is begonnen met het testen van een nieuw veiligheidssysteem in ChatGPT dat gesprekken actief omleidt naar een veiliger AI-model. Tegelijk lanceerde het bedrijf ouderlijk toezicht voor tienergebruikers van de chatbot. De maatregelen volgen na aanhoudende kritiek op eerdere modellen die gevoelige onderwerpen onvoldoende aankonden.
Chatrouter stuurt gevoelige gesprekken naar GPT-5
De nieuwe routerfunctie detecteert emotioneel beladen gesprekken en schakelt automatisch naar GPT-5, een model dat volgens OpenAI beter is uitgerust om op een veilige manier met gevoelige onderwerpen om te gaan. GPT-5 is getraind met zogenoemde ‘safe completions’ die risicovolle vragen niet ontwijken, maar wel voorzichtig benaderen.
De maatregel volgt op meerdere incidenten waarbij eerdere modellen gebruikers bevestigden in verontrustende denkpatronen. In één geval wordt OpenAI aangeklaagd wegens een vermeende rol van ChatGPT in de zelfdoding van een tiener.
Gebruikers kunnen merken dat het model tijdens een gesprek verandert. Nick Turley, VP van de ChatGPT-app, legt uit dat de router per bericht beslist welk model wordt ingezet. Gebruikers kunnen vragen welk model actief is. Volgens Turley maakt deze aanpak deel uit van een bredere testperiode van 120 dagen om veiligheidsmechanismen in de praktijk te evalueren en bij te sturen.
Ouderlijk toezicht roept verdeelde reacties op
Naast de router introduceerde OpenAI ook ouderlijk toezicht. Ouders kunnen instellingen aanpassen voor tieneraccounts, zoals het uitschakelen van spraakmodus of beeldgeneratie, en het beperken van modeltraining.
Ook zijn er filters toegevoegd die grafische of lichaamsgerelateerde inhoud verminderen. Daarnaast bevat het systeem een detectiemodule die signalen van zelfbeschadiging probeert te herkennen. In dergelijke gevallen kan een speciaal team de situatie beoordelen en, indien nodig, ouders waarschuwen via e-mail, sms of notificatie.
Sommige gebruikers verwelkomen deze bescherming, terwijl anderen vrezen dat OpenAI hiermee volwassenen als kinderen behandelt. De AI-ontwikkelaar erkent dat het systeem fouten kan maken, maar stelt dat het beter is om vals alarm te slaan dan geen actie te ondernemen.
OpenAI werkt ook aan een systeem dat bij acuut gevaar hulpdiensten kan verwittigen als ouders onbereikbaar zijn.
Proximus lanceert online tool om digitale veiligheid te verbeteren
Proximus lanceert een interactieve webtool die burgers helpt om digitale dreigingen beter te begrijpen en er gepast op te reageren. De toepassing is gratis en beschikbaar voor iedereen, ongeacht of men klant is.
De nieuwe tool van Proximus bundelt informatie van onder andere het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) en Child Focus. Gebruikers krijgen er advies over onderwerpen zoals phishing, cyberpesten en onlineveiligheid van kinderen. Dankzij artificiële intelligentie biedt de tool gepersonaliseerde antwoorden op vragen. Hij wordt ook regelmatig geüpdatet met nieuwe inzichten en aanbevelingen over digitale dreigingen.
Proximus wil met dit initiatief digitale veiligheid toegankelijker maken. Gebruikers kunnen bij twijfel – bijvoorbeeld over verdachte berichten of links – snel nagaan of er risico’s zijn en hoe ze gepast reageren. De tool is vanaf nu beschikbaar via www.proximus.be/slimmeronline.
Digitale bescherming achter de schermen
Naast deze sensibiliseringstool onderneemt Proximus ook technische acties om digitale dreigingen te weren. Zo blokkeert het bedrijf maandelijks bijna 400 miljoen frauduleuze e-mails en meer dan 2 miljoen valse sms-berichten. Ook worden 1,5 miljoen verdachte internationale oproepen onderschept voor ze klanten bereiken.
Proximus is betrokken bij verschillende samenwerkingen rond cybersecurity. Het bedrijf werkt onder meer mee aan campagnes van het CCB en is medeoprichter van de Cyber Security Coalition. Met deze initiatieven wil het niet alleen waarschuwen voor onlinegevaren, maar ook actief bijdragen aan een veiliger digitaal landschap.
Om het brede publiek te informeren over de nieuwe tool, lanceert Proximus een sensibiliseringscampagne in stations en via verschillende mediakanalen. Die campagne legt de nadruk op waakzaamheid tegenover phishing, cyberpesten en online gevaren voor kinderen.
Microsoft verlengt gratis Windows 10-updates ook voor scholen
Gebruikers in het onderwijs die Windows 10 gebruiken, krijgen ook een extra jaar gratis beveiligingsupdates. Die verlenging geldt voor wie een Microsoft-account heeft en zich in de Europese Economische Ruimte bevindt.
Microsoft breidt het eerder aangekondigde verlengde updateprogramma voor Windows 10 verder uit. Naast consumenten met een Home- of Pro-editie, komen ook gebruikers met de Pro Education- en Workstation-editie in aanmerking voor gratis Extended Security Updates (ESU). Het aanbod geldt volgens Tweakers voor toestellen die particulier gebruikt worden, dus niet voor commerciële systemen. De enige voorwaarde die nog overblijft, is het gebruik van een Microsoft-account.
Oorspronkelijk wilde Microsoft vanaf 14 oktober 2025, het moment waarop de standaardondersteuning van Windows 10 stopt, 30 euro vragen voor een extra jaar beveiligingsupdates. Het bedrijf kwam daar echter op terug voor gebruikers in de Europese Economische Ruimte. Zij kunnen zich nu kosteloos inschrijven, mits ze beschikken over de meest recente versie van Windows 10 en een Microsoft-account.
Alternatieven met beperkingen
Eerder bood Microsoft al gratis alternatieven aan voor wie extra updates wilde ontvangen. Daarvoor moesten gebruikers wel extra Microsoft-diensten zoals OneDrive of Windows Back-up activeren. Een andere optie was het gebruik van Bing of Edge, wat punten opleverde binnen Microsoft Rewards. Die punten konden ingewisseld worden voor een jaar aan beveiligingsupdates.
Met de nieuwe regeling komt Microsoft tegemoet aan kritiek op de voorwaarden en biedt het nu ook onderwijsgebruikers een eenvoudigere en kosteloze weg naar een extra jaar ondersteuning. Het aanbod loopt tot 13 oktober 2026.
Wifi van op de speelplaats tot in de klas: hoe ziet een performant schoolnetwerk eruit?
Zonder netwerk, geen digitale lessen: niet alleen data staan in de cloud, ook applicaties hebben steeds vaker een online component. Chromebooks zijn zelfs gebouwd met een permanente internetverbinding in het achterhoofd. Hoe ziet een performant schoolnetwerk er dan uit?
Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks over kostenefficiënt investeren in IT. Elke week tot eind oktober 2025 voegen we wekelijks een nieuw artikel toe. Je kan het huidige overzicht hier terugvinden.
Een schoolnetwerk bestaat net als een bedrijfsnetwerk uit verschillende bouwstenen, die allemaal een impact hebben op de betrouwbaarheid en de prestaties. De keuzes beginnen bij de selectie van draadloze toegangspunten (kies je Wifi 7 of Wifi 6) en de plaatsing ervan, maar gaan verder over de ruggengraat van het netwerk (10 GbE), tot aan de aansluiting naar het internet.
We overlopen de belangrijkste componenten en de afwegingen die erbij komen kijken in deze gids, op maat van het Belgische scholenlandschap.
Wifi-standaarden: 6, 6E of 7?
Zeg niet zomaar Wifi. De standaard achter de draadloze connectiviteit die veel gebruikers vereenzelvigen met ‘het internet’ krijgt om de paar jaar een upgrade. Iedere versie behoudt compatibiliteit met vorige varianten, maar voegt nieuwe capaciteiten toe. Vandaag zitten we aan Wifi 7, maar ook Wifi 6 is alomtegenwoordig.
Vandaag zitten we aan Wifi 7, maar ook Wifi 6 is alomtegenwoordig.
De verschillen
Wifi 6 (802.11ax) levert vooral efficiëntiewinst op tegenover zijn voorganger Wifi 5 in drukke omgevingen. De standaard benut de twee klassieke Wifi-banden: 2,4 en 5 GHz. Wifi 6E voegt daar in Europa de 6 GHz-band (5.945–6.425 GHz) aan toe, met extra capaciteit en minder interferentie. In België heeft het BIPT dat 6 GHz-raamwerk vastgelegd. Wifi 6E met zijn extra band biedt meer capaciteit en een extra betrouwbare verbinding voor meer toestellen tegelijkertijd.

Wifi 7 (802.11be) verdubbelt kanaalbreedtes tot 320 MHz, ondersteunt 4K-QAM en introduceert Multi-Link Operation (MLO). Je krijgt meer gelijktijdig verkeer over meerdere banden voor hogere doorvoer en lagere, stabielere latency. In mensentaal: Wifi 7 verbreedt niet alleen de datasnelweg, maar voorziet zelfs een parallelweg.
Loont upgraden?
Kom je van Wifi 5/6 en zit je 5 GHz vol, dan is Wifi 6E een logische, kostenefficiënte tussenstap: je wint capaciteit zonder dat meteen de hele infrastructuur op de schop moet. De extra frequentieband in het 6 GHz-spectrum is binnen gebouwen toegelaten en biedt meerwaarde. Compatibele toestellen zullen de band benutten en de andere frequentiebanden meteen ontlasten.
Kom je van Wifi 5/6 en zit je 5 GHz vol, dan is Wifi 6E een logische, kostenefficiënte tussenstap: je wint capaciteit zonder dat meteen de hele infrastructuur op de schop moet.
Is het tijd voor een volledige vernieuwing? Dan kan je meteen voor Wifi 7 gaan. Daarmee krijg je extra marge. Alleen: toestellen zoals laptops moeten Wifi 7 ondersteunen alvorens je ervan kan profiteren. Met goedkopere en soms oudere educatieve toestellen zal dat niet meteen het geval zijn. Wifi 7 is dus een keuze voor de toekomst.
Goed bereik
Heb je de technologie voor de toegangspunten gekozen, dan is het tijd voor slimme plaatsing en configuratie. Zet toegangspunten altijd in de klaslokalen zelf in de plaats van gangen. Dat zorgt voor minder storing en een goede overlapping.
Plan en bedenk vooraf hoeveel toestellen gelijktijdig een verbinding zullen nodig hebben in ieder lokaal. Begin met 20/40 MHz-kanalen in drukke lokalen en ga voor 5 GHz en 6 GHz als de primaire banden. 2,4 GHz kan nog een rol spelen voor legacy-laptops en om eventuele IoT-toestellen aan te sluiten.
Plan en bedenk vooraf hoeveel toestellen gelijktijdig een verbinding zullen nodig hebben in ieder lokaal.
Buiten op de speelplaats gelden specifieke regels. De nuttige 6G-frequentieband van Wifi 6E en Wifi 7 kan je op dit moment niet zomaar buitenshuis gebruiken. Kies voor geschikte outdoor-toegangspunten.

De kabels achter de wifi
De wifi-toegangspunten hebben een stevige ruggengraat nodig. Voor de toegangspunten kies je vandaag best voor 2,5 GbE of 5 GbE. Belangrijk: dit betekent niet dat je ook internetlijnen nodig hebt van 2,5 Gbps of 5 Gbps. Wie het kan financiëren, prima, maar je komt vandaag ook al ver met stabiel gigabit-internet.
Voor het core-netwerk moet je wel naar 10 GbE kijken. Zo bouw je in principe een netwerk uit zonder flessenhalzen. Cat6A-kabels zijn je vriend. Als de mogelijkheid er is, kan je voor glasvezel kiezen om verschillende gebouwen te verbinden.
Internetverbinding
Een sterk intern netwerk is slechts een deel van de puzzel. De connectiviteit naar de buitenwereld toe zal in de praktijk de kwaliteit van de ervaring van de leerlingen bepalen. De Vlaamse overheid heeft voor connectiviteit een raamcontract afgesloten met Telenet Business. Daarin gaat de overheid uit van een minimumcapaciteit van 2 Mbps per leerling.
Om te berekenen hoeveel bandbreedte je internetlijn nodig heeft, volstaat een eenvoudige berekening.
Om te berekenen hoeveel bandbreedte je internetlijn nodig heeft, volstaat een eenvoudige berekening. Vermenigvuldig volgende factoren:
- Het aantal internetgebruikers (leerlingen, leerkrachten, administratie)
- Het percentage tegelijkertijd actieve gebruikers (op basis van het beleid van de school)
- De minimale bandbreedte in Mbps (met 2 Mbps als ondergrens)
- Een veiligheidsmarge (de overheid raadt factor 1,2 aan)
De overheid suggereert dat scholen het raamcontract Schoolnet+ Fiber met Telenet Business gebruiken om een adequate glasvezelverbinding te voorzien. Idealiter gaat het om symmetrische glasvezel, bijgestaan door een redundante connectie zodat de hele school niet zonder internet valt bij een storing.
In de praktijk
We vatten de vuistregels nog even samen. Die kunnen helpen om een praktisch plan uit te werken:
- Toegangspunten horen in de klaslokalen. Een upgrade naar Wifi 6E is relevant gezien de mogelijkheden van de 6 GHz-band. Voldoende client-toestellen zullen compatibel zijn.
- Verbindt de toegangspunten met minstens 2,5 GbE-links en kies 10 GbE voor het kernnetwerk. Overweeg glasvezel voor de connectie tussen verschillende hubs op de schoolcampus als dat aan de orde is.
- Gebruik de formule van de overheid om de minimumbandbreedte naar het internet uit te rekenen. Voor een school met 1.000 leerlingen, leerkrachten en medewerkers, waarvan er maximaal 70 procent tegelijkertijd online is, ziet die er als volgt uit: (1.000 x 0,7 x 2) + 20 procent marge = 1.680 Mbps.
- Ga voor een symmetrische connectie aangezien ook upload belangrijk is voor wie in de cloud werkt.
Dit is een redactionele bijdrage geschreven in samenwerking met Telenet. Voor meer informatie kan je hier terecht. Dit artikel is onderdeel van een artikelreeks rond kostenefficiënt investeren in IT op school. Je vindt eerder verschenen artikelen hier.
Port of Antwerp-Bruges lanceert Fortnite-module om jongeren dichter bij de haven te brengen
Port of Antwerp-Bruges lanceert Fortnite-module om jongeren dichter bij de haven te brengen
Met een eigen spelmodule in Fortnite wil Port of Antwerp-Bruges jongeren op een nieuwe manier laten kennismaken met de haven. In The Riftmaster ontdekken spelers via minigames hoe veelzijdig de havenwereld is, van containerterminals en logistiek tot cybersecurity en industrie. Het spel is de start van een bredere campagne die jongeren dichter bij de haven brengt en het verouderde beeld van “kranen en containers” doorbreekt.
Gaming als toegangspoort tot de haven
Uit reputatiecijfers blijkt dat 9 op de 10 jongeren zichzelf geen carrière in de haven ziet, vaak door een te beperkt beeld van de sector. Nochtans schuilt er een breed scala aan jobs achter de kades, van techniek en IT tot administratie en innovatie. Omdat meer dan de helft van de Belgen regelmatig gamet, kiest de haven bewust voor een kanaal dat jongeren écht bereikt. Volgens havenschepen en voorzitter van de Raad van Bestuur Johan Klaps is dit een bewuste keuze: “Met deze aangepaste Fortnite-module brengen we een alternatieve versie van de haven naar de leefwereld van jongeren. Zo krijgen ze hopelijk de smaak te pakken om ook jobs in de echte haven te ontdekken.”
Wie verslaat The Riftmaster?
In samenwerking met BBDO en Spacefwd werd The Riftmaster ontwikkeld. Spelers nemen het op tegen een mysterieuze tegenstander die rifts veroorzaakt in een fictieve haven. Via vijf minigames leren ze de diversiteit en dynamiek van de sector kennen. “Gaming is hét kanaal om jongeren te engageren,” zegt game-ontwikkelaar Spacefwd. “Met The Riftmaster combineren we fun en storytelling, zodat jongeren een spannend avontuur beleven én ontdekken dat de haven veel meer is dan ze denken.”
Van virtueel naar echte jobs
Het spel is gelinkt aan Havenjobs.com, het platform voor vacatures in de haven. Jongeren kunnen The Riftmaster deze week testen tijdens Students on Stage in Antwerpen (22 september) en Student Welcome Brugge (25 september). Daarna volgen online toernooien, influencersamenwerkingen en gerichte advertenties. “De war for talent is vandaag een realiteit,” benadrukt burgemeester Dirk De fauw, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur. “We moeten creatiever zijn om jongeren te overtuigen, en gaming is daarvoor een krachtig kanaal.”
Volgens Fiona Boyle van marketingpartner BBDO maakt de game de sector tastbaar voor een generatie die veel tijd doorbrengt in digitale werelden: “Door de haven tot leven te brengen in Fortnite tonen we jongeren dat er achter de poorten van de haven inspirerende carrièremogelijkheden schuilgaan.”
Digital Schools Awards plant webinar (21 okt.) rond digitale innovatie van scholen
Digitale vaardigheden zijn vandaag onmisbaar voor leerlingen en voor leerkrachten. Op 21 oktober is er een webinar georganiseerd als kennismaking met een nieuw Europees programma voor scholen.
Ontdek het Europese programma Digital Schools Awards: hét initiatief dat scholen inspireert, ondersteunt en erkent die uitblinken in digitaal leren.
Wat houdt Digital Schools Awards in?
Met de steun van HP, AMD en het Erasmus+ programma van de Europese Commissie krijgt uw school de kans om:
- Deel uit te maken van een Europese community van innovatieve digitale scholen.
- Gratis gebruik te maken van de SELFIE-tool voor zelfevaluatie en strategische planning rond digitale geletterdheid.
- Toegang te krijgen tot ondersteuning, webinars en mentorscholen in binnen- en buitenland.
- De zichtbaarheid en erkenning van uw school te vergroten, nationaal én Europees.
Webinar als introductie
Kom meer te weten tijdens het webinar ‘Kennismaking met Digital Schools Awards’. Tijdens die sessie ontdek je hoe het programma aansluit bij de doelen van jouw school en welke stappen je kan zetten richting digitale expertise.
Het webinar vindt plaats op dinsdag 21 oktober 2025 van 15:30 tot 16:30 uur.