WAT WAT en Mediawijs lanceren campagne over online beïnvloeding bij jongeren

Wat jongeren online zien, heeft invloed op hoe ze denken, voelen en handelen. Van inspirerende communities tot schadelijke trends: sociale media spelen een grote rol in hun leefwereld. Daarom lanceren WAT WAT en Mediawijs op maandag 15 december een nieuwe campagne rond online beïnvloeding, gericht op jongeren tussen 14 en 18 jaar.

Online beïnvloeding bij jongeren en identiteitsontwikkeling

Online zijn is voor veel jongeren nauw verbonden met hun identiteitsontwikkeling. Via sociale media ontdekken ze nieuwe interesses, stijlen en overtuigingen. Algoritmes versterken dat proces door hen content te tonen die aansluit bij hun kijkgedrag. Zo vinden jongeren makkelijk hun weg naar online subculturen zoals BookTok, QueerTok of cosplay communities, waar ze zich vaak begrepen en gesteund voelen.

Tegelijk schuilt daar ook een risico. Diezelfde algoritmes kunnen jongeren meenemen in negatieve bubbels waarin haatdragende boodschappen, desinformatie, ongezonde schoonheidsidealen of extreme beelden circuleren. Voorbeelden daarvan zijn de manosfeer, skinnytok of politieke propaganda. Wat begint als onschuldige content kan zo ongemerkt een grote emotionele impact krijgen.

Bewustwording van online beïnvloeding zonder taboe

Jongeren beseffen meestal wel dat influencers en bedrijven inspelen op hun emoties en onzekerheden. Toch vinden ze het lastig om toe te geven dat online content ook hén beïnvloedt. Ze ervaren tegelijk een gevoel van controle, bijvoorbeeld door bewust te scrollen, content te liken of net te vermijden.

Met deze campagne willen WAT WAT en Mediawijs dat spanningsveld bespreekbaar maken. De centrale boodschap is duidelijk: iedereen wordt beïnvloed door wat hij of zij online ziet, en dat is niets om zich voor te schamen. Door jongeren zelf aan het woord te laten, doorbreekt de campagne het taboe rond online beïnvloeding.

What’s in my algorithm? Jongeren en influencers aan het woord

Een belangrijk onderdeel van de campagne is de YouTube-reeks ‘What’s in my algorithm?’. In deze reeks nemen influencers en content creators een kijkje in elkaars algoritmes. Ze bespreken hoe hun feed eruitziet, welke content hen raakt en hoe ze proberen om controle te houden over wat ze te zien krijgen. Ze leggen uit hoe algoritmes werken, hoe moeilijk het soms is om eraan te ontsnappen en welke invloed bepaalde content op hun welzijn heeft. Daarnaast vertellen jongeren openlijk over zowel positieve als negatieve ervaringen met sociale media, van eindeloze brainrot content tot video’s die hen motiveren om te gaan sporten of nieuwe dingen te proberen.

De video’s verschijnen vanaf 15 december op de sociale mediakanalen van WAT WAT, waaronder TikTok, Instagram en YouTube.

Online beïnvloeding bespreekbaar maken in onderwijs en thuis

Naast de campagnevideo’s biedt watwat.be toegankelijke informatie voor jongeren én volwassenen. Ze vinden er antwoorden op vragen zoals hoe je herkent of influencers de waarheid spreken, of iedereen hetzelfde algoritme heeft en of je moet meedoen aan trends en challenges op sociale media.

De campagne richt zich ook expliciet tot ouders, leerkrachten en andere begeleiders. Jongeren geven aan dat de bezorgdheid bij volwassenen groot is, maar dat ze zich niet altijd begrepen voelen. Daarom ligt de focus op een open gesprek zonder vooroordelen, gebaseerd op kennis van hun online leefwereld.

Leerkrachten vinden extra ondersteuning en tools op Mediawijs.be, terwijl ouders terechtkunnen op MediaNest.be. In januari lanceert Mediawijs bovendien een nieuw lespakket rond online invloeden. Voor het jeugdwerk bundelt De Ambrassade bestaande methodieken om met dit thema aan de slag te gaan.

lees ook

Kan ChatGPT je beste vriend zijn?

Vlaanderen ziet af van socialemediaverbod voor jongeren onder 16

De Vlaamse regering voert geen algemeen verbod in op sociale media voor kinderen en jongeren onder de 16 jaar. Dat bevestigde Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter in het actieplan Safe Online. Het plan erkent de risico’s van sociale media, maar kiest bewust voor strengere handhaving en educatie in plaats van een totaalverbod.

Geen socialemediaverbod onder 16 in Vlaanderen

Het debat over sociale media en jongeren sleept al geruime tijd aan. Jongeren komen steeds vaker in contact met schadelijke inhoud, desinformatie, verslavende algoritmes en onveilige interacties. Toch kiest Vlaanderen ervoor om de huidige minimumleeftijd van 13 jaar te behouden.

Coalitiepartners Vooruit en CD&V pleitten voor een hogere leeftijdsgrens van 15 of 16 jaar, geïnspireerd door recente maatregelen in Australië. De partij N-VA verzette zich tegen een algemeen verbod en kreeg daarbij steun van de Hoge Gezondheidsraad, die waarschuwde voor ongewenste neveneffecten.

Waarom Vlaanderen geen totaalverbod invoert

Volgens Van Achter werkt een verbod averechts. Jongeren zouden sociale media niet verlaten, maar uitwijken naar minder gereguleerde platforms, zoals gamingomgevingen of chatapps. Ook leeftijdsverificatie roept vragen op rond privacy en kan een vals gevoel van veiligheid creëren.

Daarnaast benadrukt de minister dat sociale media voor veel jongeren ook positieve functies hebben, zoals informatie, zelfexpressie en sociale ondersteuning. Een totaalverbod zou deze aspecten volledig negeren.

Meer verantwoordelijkheid voor socialemediabedrijven

In plaats van een verbod legt Vlaanderen de nadruk op de verantwoordelijkheid van platformen zelf. Het actieplan vraagt om:

  • strengere controle op de minimumleeftijd van 13 jaar
  • het afschaffen van verslavende functies zoals oneindig scrollen
  • een verbod op gepersonaliseerde reclame voor minderjarigen

Bedrijven die structureel weigeren om jongeren te beschermen, riskeren zware sancties. In extreme gevallen kan Vlaanderen eisen dat platforms tijdelijk offline worden gehaald, vergelijkbaar met onveilige producten die uit de handel worden genomen.

Europese aanpak en strijd tegen desinformatie

Van Achter verwijst naar het optreden van de Europese Commissie tegen onder meer TikTok Lite als bewijs dat handhaving mogelijk is. Ook desinformatie krijgt extra aandacht. Volgens de minister verdienen grote platforms zoals Meta aanzienlijk aan misleidende advertenties.

Wat offline illegaal is, mag online niet worden getolereerd. Die visie sluit aan bij de Europese Digital Services Act, die sociale mediabedrijven verplicht om gebruikers beter te beschermen.

Mediawijsheid als basisvaardigheid

Naast regelgeving zet Vlaanderen sterk in op mediawijsheid. Het actieplan wil dat elke Vlaming leert omgaan met desinformatie, deepfakes en AI-gestuurde manipulatie. Die vaardigheden moeten jongeren én volwassenen weerbaarder maken in een digitale samenleving.

lees ook

Jongeren met psychische problemen ervaren sociale media anders

Sociale robot wedstrijd 2025-2026

Dit schooljaar organiseert Dwengo de tweede editie van de sociale robot wedstrijd. Leerlingen ontwerpen en bouwen in team een robot die een maatschappelijk probleem aanpakt. Deelnemers combineren technische kennis met sociale vaardigheden en ontdekken hoe robotica een rol kan spelen binnen uitdagingen uit de echte wereld.

Wat houdt de sociale robot wedstrijd in?

Teams van maximaal vier leerlingen ontwikkelen een sociale robot die een concrete maatschappelijke uitdaging oplost. Tijdens de wedstrijd werken ze een technische fiche uit, die ze bijsturen naarmate hun project vordert. Elke groep maakt ook een filmpje waarin ze hun robot voorstellen en toelichten hoe die een probleem aanpakt. De inzending bestaat uit het filmpje en de definitieve technische fiche, die uiterlijk op 22 april 2026 bij Dwengo moet zijn.

De zestien best beoordeelde projecten gaan door naar de finale op 27 mei 2026 in De Krook in Gent. Daar stellen de teams hun robot voor aan een professionele jury. Die beoordeelt zowel het gekozen maatschappelijke probleem als de technische en conceptuele uitwerking van de oplossing. Naast de algemene prijzen reikt Dwengo een aparte prijs uit voor de beste opvoedrobot: een robot die gezinnen ondersteunt bij een zorgzame en evenwichtige opvoeding.

Wie kan deelnemen aan de sociale robot wedstrijd?

Leerlingen uit de eerste en tweede graad secundair onderwijs kunnen deelnemen in groepjes van twee tot vier. De eindbeoordeling houdt rekening met zowel het technische als het sociale aspect van de robot. Teams met leerlingen uit verschillende studierichtingen kunnen elkaars vaardigheden versterken. Inschrijven gebeurt via de school. Leerlingen die willen deelnemen, overtuigen een leerkracht om hun team te registreren.

Waarom deelnemen aan de sociale robot wedstrijd?

Computers en robots maken steeds vaker deel uit van het dagelijks leven. Inzicht in de achterliggende concepten wordt daarom steeds belangrijker. Door deel te nemen ontdekken leerlingen op een toegankelijke manier de basis van robotica. Ze oefenen computationele en sociale vaardigheden door samen te werken aan een open probleem. Deelname is gratis. Scholen kunnen de benodigde elektronica ontlenen via de onderwijskoepel. Materialen voor de bouw van de robot voorzien teams zelf, met ruimte voor creativiteit.

Hoe start je met de sociale robot wedstrijd?

De deelname verloopt via de school. Een leerkracht vraagt de nodige elektronica aan en begeleidt het team bij het ontwerp en de bouw van de robot. Na inschrijving krijgen scholen alle praktische informatie. Het materiaal biedt structuur tijdens het ontwerp- en bouwproces en helpt teams om gericht te werken.

Nascholing en ondersteuning voor leerkrachten

Leerkrachten kunnen terugvallen op het uitgebreide lessenpakket van het project Sociale robot. Dat pakket ondersteunt de minimumdoelen van meerdere sleutelcompetenties. Scholen kunnen elektronica gratis ontlenen via de onderwijskoepel of via uitleendiensten van de cel iSTEM inkleuren en de Provincie Oost-Vlaanderen. Een programmeeromgeving met simulator maakt het mogelijk om te starten zonder fysieke hardware. Bij vragen kan je contact opnemen met Dwengo, een infosessie bekijken of deelnemen aan een van de nascholingen.

Speciale categorie: de opvoedrobot

Binnen deze editie ontwerpen teams ook een opvoedrobot. Deze robot ondersteunt gezinnen bij dagelijkse opvoedtaken, zoals afspraken beheren, conflicten helpen oplossen of structuur bieden bij huiswerk en schermgebruik. De robot kan ouders, kinderen en hun omgeving dichter bij elkaar brengen. Teams kiezen zelf hoe hun robot gezinnen ontlast en het samenleven eenvoudiger maakt. Op de website van COMON vinden leerlingen achtergrondinformatie over opvoedstress, inspiratie en voorbeelden.

Scholen vinden alle formulieren, minimumdoelen, het wedstrijdreglement en de infosessies via de wedstrijdpagina.

lees ook

VEX Robotics maakt robotica toegankelijk voor iedere student

Workshop cybersecurity Technopolis bereikt leerlingen in de eerste graad

Technopolis en Cybermacht lanceren een nieuwe workshop waarin jongeren al spelend kennismaken met cybersecurity. Met Cyber(s)pionnen ervaren leerlingen uit de eerste graad secundair welke risico’s online schuilen en welke vaardigheden helpen om veilig te blijven in een digitale omgeving.

Wat houdt de workshop cybersecurity Technopolis in?

Cyber(s)pionnen is een coöperatief bordspel dat leerlingen uitdaagt om een onzichtbare cyberspion te slim af te zijn. Tijdens het spel beantwoorden ze quizvragen en voeren ze opdrachten uit die aansluiten bij thema’s zoals cyberpesten, cybercriminaliteit, phishing, deepfakes, ethisch hacken en fake news. De workshop toont hoe diverse vormen van online misleiding werken en hoe jongeren zich ertegen kunnen wapenen.

Niet geluk, maar inzicht in belangrijke cybersecurityconcepten bepaalt of het team de cyberspion kan uitschakelen. Leerlingen ontdekken zo dat digitale veiligheid een combinatie is van bewustzijn, kennis en samenwerking.

Waarom deze workshop cybersecurity Technopolis belangrijk is

Online risico’s zoals desinformatie, spionage en cyberaanvallen groeien verder, terwijl er tegelijk te weinig ICT-profielen beschikbaar zijn. Jongeren vroeg vertrouwd maken met cybersecurity is dan ook essentieel. Cybermacht zocht een partner om deze missie te ondersteunen en vond die in Technopolis. Cybermacht ontwikkelde de inhoud; Technopolis nam het educatieve en creatieve luik op zich.

Dankzij de steun van Cybermacht konden scholen die er snel bij waren de workshop gratis boeken. Om afstand en vervoerskosten geen drempel te laten vormen, wordt de workshop zowel in Technopolis als op school aangeboden. Daarnaast zijn online leerfiches beschikbaar zodat leerkrachten de thema’s verder kunnen behandelen in de klas.

Volgens Technopolis geeft de workshop jongeren niet alleen kennis mee, maar ook inspiratie om later misschien iets te doen met ICT of cybersecurity. De samenwerking met Cybermacht sluit nauw aan bij die missie.

Toegankelijk voor scholen in heel Vlaanderen

Technopolis zet al langer in op workshops op locatie, zodat afstand geen hindernis vormt voor STEM-activiteiten. De aanpak maakt het mogelijk om zoveel mogelijk leerlingen te bereiken. Via Cyber(s)pionnen ontdekken jongeren op een laagdrempelige manier hoe digitale gevaren werken en welke rol ze zelf kunnen spelen in een veiligere online omgeving.

Over Cybermacht

Cybermacht staat in voor de cyberveiligheid van de netwerken en systemen van Defensie. De dienst verzamelt informatie voor de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid en voert operaties uit in cyberspace. Samen met nationale en internationale partners, de academische wereld, industrie en verenigingen versterkt Cybermacht dagelijks de digitale veiligheid van het land.

lees ook

IT-beveiliging in scholen: zo hou je het veilig

VRT lanceert nieuwe EDUbox om leerlingen bewuster te leren omgaan met schermgebruik

VRT introduceert een nieuwe EDUbox die leerlingen helpt hun digitale gewoontes beter te begrijpen en bij te sturen. Met EDUbox Digitale balans: De impact van schermen op jouw welbevinden krijgen leerlingen uit het secundair onderwijs inzicht in hoe smartphonegebruik, sociale media en andere schermactiviteiten hun dagelijkse leven beïnvloeden. Het lespakket wil jongeren ondersteunen in het vinden van een gezonde digitale balans.

Waarom digitale balans een thema blijft in scholen

Jongeren leven in een wereld waarin schermen vanzelfsprekend zijn. Smartphones, laptops en wearables bieden kansen om te leren en te communiceren, maar kunnen tegelijk concentratie, slaap en sociaal contact onder druk zetten. De nieuwe EDUbox helpt leerlingen herkennen welke factoren hun digitale balans verstoren en hoe ze opnieuw controle kunnen nemen.

De box bevat video’s, opdrachten, inzichten en een interactieve zelftest. Leerlingen onderzoeken hoe digitale prikkels hun welzijn beïnvloeden en werken op het einde van de les toe naar een persoonlijk actieplan dat hen helpt bewustere keuzes te maken.

EDUbox Digitale balans als onderdeel van een bredere aanpak

De EDUbox maakt deel uit van een tweeluik rond digitale mediageletterdheid. Waar EDUbox Sociale media focust op de maatschappelijke impact en de rol van technologiebedrijven, legt EDUbox Digitale balans de nadruk op het individuele welzijn van jongeren.

Het doel is niet om schermgebruik te ontmoedigen, maar jongeren veerkrachtiger te maken in een digitale leefwereld. De box sluit daarmee aan bij de bredere vraag van scholen naar concreet lesmateriaal over mediawijsheid.

Wetenschappelijke inzichten als basis van de EDUbox

Voor deze EDUbox werkte VRT samen met experten uit verschillende onderzoeksdomeinen. Onder andere professor Mariek Vanden Abeele (UGent) licht het verschil toe tussen afhankelijkheid en verslaving in het gebruik van sociale media en games. Dr. Marijn Martens (UGent) bespreekt de drie belangrijkste oorzaken van verstoringen in digitale balans.

De ontwikkeling van de box gebeurde in samenwerking met een brede groep partners: Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, imec, MICT, Universiteit Gent, Mediawijs, ERC, Universiteit Antwerpen, MIOS, Vlaanderen en Betternet. De interactieve tool werd gebouwd door Tree company en de EDUbox kreeg steun van de Europese Unie.

Wat betekent dit voor scholen?

Het lespakket biedt leerkrachten een kant-en-klaar instrument om gesprekken over schermtijd, welbevinden en online gewoontes te structureren. Het ondersteunt scholen die inzetten op mediawijsheid en kan zowel in vakoverschrijdende projecten, CLIL, lessen PAV, maatschappelijke vorming of in welbevindingsinitiatieven worden geïntegreerd.

De EDUbox is gratis beschikbaar en kan onmiddellijk ingezet worden in de klas.

Hoge Gezondheidsraad vraagt strengere regels rond gsm’s en sociale media: wat betekent dat voor scholen?

De Hoge Gezondheidsraad publiceerde een nieuw rapport over de impact van smartphones en sociale media op kinderen en jongeren. Het advies benadrukt dat strengere regulering nodig is, maar dat een volledig smartphoneverbod voor kinderen onder 13 weinig effect zou hebben. Voor scholen blijft de uitdaging groot: hoe ga je om met schermtijd, digitale druk en online gedrag, zonder te vervallen in simplistische oplossingen?

Waarom strengere regels geen simpel smartphoneverbod betekenen

Volgens het rapport zijn kinderen onder 13 cognitief en emotioneel nog niet klaar voor de complexiteit van sociale media. Toch pleiten de experts niet voor een algemeen smartphoneverbod. Een reden is dat zo’n maatregel nauwelijks afdwingbaar is en weinig draagvlak heeft. Bovendien zijn smartphones en sociale media niet per definitie schadelijk; de impact verschilt sterk per kind.

Wat weten we wél over de impact op leerlingen?

De risico’s zijn bekend: slaapproblemen, cyberpesten, afleiding, druk rond uiterlijke vergelijking en blootstelling aan extreme content. Toch wijzen onderzoekers erop dat schermtijd op zich weinig zegt over mentale gezondheid. Problemen ontstaan vooral wanneer sociale media negatieve patronen versterken die al aanwezig zijn, zoals onzekerheid of een gebrek aan sociale steun.

Bij andere jongeren werkt dezelfde technologie dan weer verbindend. Ze gebruiken sociale media om contact te onderhouden, creatief te zijn of samen te werken rond interesses.

Sociale media zijn complexer dan één leeftijdsgrens

Veel experts vinden een verbod op sociale media onder de 13 wél zinvol, maar de praktijk is ingewikkelder. De grens tussen messaging-apps, gamingplatformen en sociale netwerken vervaagt. Jongeren gebruiken apps als WhatsApp, Snapchat, Roblox en Fortnite vaak door elkaar, waardoor er geen duidelijke scheiding bestaat tussen chatten, gamen en sociale interactie.

Voor scholen en ouders is het daardoor moeilijk om één duidelijke lijn te trekken.

Geen eenvoudig causaal verband

Het debat kreeg extra aandacht door het boek The Anxious Generation, waarin een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen sociale media en depressieve klachten. Volgens onderzoekers is dat te simplistisch. De impact hangt vooral af van hoe jongeren sociale media gebruiken, welke functies ze actief inzetten en welke persoonlijke kwetsbaarheden zij hebben.

Passief scrollen en vergelijken kan negatieve effecten hebben, terwijl actief contact met vrienden of gedeelde interesses net ondersteunend kan werken.

Wat kunnen scholen en ouders dan wél doen?

Volledige controle is niet realistisch. Technologiebedrijven schuiven vaak verantwoordelijkheid door naar ouders, maar veel monitoringtools zijn complex en onpraktisch. Ouders en leerkrachten kunnen wel inzetten op mediawijsheid, gesprekken over online gedrag en duidelijke klasafspraken.

Voor scholen betekent dat:

– duidelijke, haalbare afspraken over smartphonegebruik;
– aandacht voor online sociale dynamieken in de klas;
– begeleiding bij thema’s als vergelijken, identiteit en welzijn;
– samenwerking met ouders om verwachtingen op elkaar af te stemmen;
– ondersteuning voor leerlingen die kwetsbaarder zijn voor sociale druk.

Regulering door overheden en betere bescherming door technologiebedrijven blijven essentieel. Scholen kunnen deze evolutie niet alleen dragen.

Vlaamse overheid wil beter toezicht op leeftijdsgrenzen

De Vlaamse minister van Media ondersteunt de aanbevelingen: de bestaande leeftijdsgrens van 13 jaar moet beter worden afgedwongen. Daarnaast legt het rapport de nadruk op begeleid gebruik in plaats van verbod. Kinderen uit hun digitale leefwereld halen is geen oplossing; die leefwereld veiliger maken wél.

lees ook

Ouders vragen duidelijker toezicht op schoollaptops

Google Classroom krijgt toegang tot grote bibliotheek met publieke NotebookLM-materialen

Google rolt een nieuwe functie uit die het voor leerkrachten eenvoudiger maakt om AI-ondersteund lesmateriaal in te zetten. Vanaf deze week kunnen ze niet alleen eigen NotebookLM-notities koppelen aan opdrachten in Google Classroom, maar ook gebruikmaken van publieke notebooks die wereldwijd door andere gebruikers zijn gedeeld.

Meer leermateriaal binnen handbereik

NotebookLM groeide het afgelopen jaar uit tot een AI-ondersteunde onderzoekstool waarmee leerkrachten eigen cursussen, bronnen en opdrachten kunnen samenstellen. Het opbouwen van lesmateriaal kost echter tijd. Met de nieuwe update verdwijnt die drempel grotendeels: iedereen met Google Workspace for Education krijgt toegang tot een grote bibliotheek publieke notebooks die direct in lessen geïntegreerd kunnen worden.

Specifiek vermeldt Google dat ook bronnen uit de samenwerking met OpenStax beschikbaar zijn. Dat betekent dat leerkrachten open leermaterialen uit het OpenStax-aanbod kunnen inzetten en leerlingen via NotebookLM kunnen laten samenvatten, vragen laten beantwoorden of audio-overzichten laten genereren.

NotebookLM groeit uit tot gedeeld leerplatform

Door publieke notebooks toe te voegen aan Classroom-opdrachten wordt NotebookLM een gedeelde omgeving in plaats van een individueel werktuig. Het platform ondersteunt zo sterkere samenwerking tussen scholen, leraren en educatieve organisaties.

De uitrol startte op 1 december 2025 en is beschikbaar voor Google Workspace Education Fundamentals, Standard en Plus. Beheerders moeten enkel controleren of NotebookLM ingeschakeld staat voor de juiste groepen of organisatie-eenheden.

Beschikbaarheid en beheer

Scholen die NotebookLM al gebruiken hoeven weinig aan te passen. Zodra de update beschikbaar is, kunnen leerkrachten tijdens het aanmaken van een opdracht een publieke notebook selecteren als bronmateriaal. Leerlingen krijgen die dan automatisch te zien in hun Classroom-omgeving.

lees ook

Google Scholar Labs wil onderzoeksvragen slimmer beantwoorden met AI

ICTrofee 2026: Jan Aps en Vik Pauwels zijn ICT-coördinatoren van het jaar

Impact Connecting heeft de winnaars van de ICTrofee 2026 bekendgemaakt. Tijdens de 39ste ICT-praktijkdag op 2 februari 2026 in Leuven zette de organisatie twee ICT-coördinatoren in de kijker: één met een technisch profiel en één met een pedagogisch profiel. Met deze erkenning wil Impact Connecting het belang van kwalitatieve ICT-ondersteuning in het Vlaamse onderwijs benadrukken.

ICT-coördinator van het jaar 2026: technische expertise centraal

De titel technisch ICT-coördinator van het jaar 2026 gaat naar Jan Aps (KOBA NoordkAnt). Volgens de vakjury onderscheidt hij zich als strategische trekker van IT-samenwerking, met oog voor zowel infrastructuur als ondersteuning van collega’s. Hij combineert technische kennis met pedagogisch inzicht en fungeert als aanspreekpunt voor leerkrachten en schoolteams.

ICT-coördinator van het jaar 2026: pedagogische innovatie

Vik Pauwels (Scholengroep 5) mag zich pedagogisch ICT-coördinator van het jaar 2026 noemen. De jury waardeert zijn sterke focus op didactiek, klasmanagement en digitale werkvormen zoals gamification. Pauwels deelt zijn expertise actief, zowel binnen zijn schoolcontext als daarbuiten, en inspireert collega’s met praktijkgerichte toepassingen van technologie.

ICTrofee 2026 zet rol ICT-coördinator in de kijker

De ICTrofee is een initiatief van Impact Connecting en is uniek in Vlaanderen. Na een uitgebreide nominatieronde, waarbij collega-ICT-coördinatoren, leerkrachten en directies kandidaten konden voordragen, selecteerde een vakjury twee laureaten. Met de award wil de organisatie scholen laten stilstaan bij de impact van zowel technische als pedagogische ICT-coördinatie op digitale schoolontwikkeling.

Bekendmaking tijdens de ICT-praktijkdag

De winnaars werden officieel bekendgemaakt tijdens de 39ste ICT-praktijkdag. Beide laureaten ontvingen een trofee en een high-end laptop. Daarnaast overhandigde Google for Education een cadeaubon aan Jan Aps en Vik Pauwels als extra erkenning voor hun inzet.

Google Scholar Labs wil onderzoeksvragen slimmer beantwoorden met AI

Google test een nieuwe functie binnen Scholar die complexe onderzoeksvragen beter moet helpen beantwoorden. Google Scholar Labs gebruikt generatieve AI om verbanden tussen thema’s te herkennen en studies te selecteren die inhoudelijk aansluiten op de onderzoeksvraag. De tool wordt momenteel uitgerold voor een beperkte groep ingelogde gebruikers.

Hoe Google Scholar Labs onderzoeksvragen analyseert

Google Scholar Labs leest een vraag eerst inhoudelijk: het zoekt de relevante concepten, relaties en deelaspecten. Daarna voert het gerichte zoekopdrachten uit binnen Scholar. Die werkwijze moet gebruikers helpen die een onderwerp vanuit verschillende invalshoeken willen benaderen. Volgens Google identificeert de tool vervolgens publicaties die de kernvraag beantwoorden en licht toe op welke manier een studie dat doet.

In een demonstratie zocht Scholar Labs naar onderzoek over de impact van cafeïne op het kortetermijngeheugen. De tool bracht thema’s samen zoals cafeïne-inname, geheugenretentie en leeftijdsgebonden cognitief onderzoek.

Kritische vragen over kwaliteit van wetenschap

De introductie van Google Scholar Labs roept ook vragen op. In de klassieke zoekomgeving zijn filters beschikbaar die onderzoekers gebruiken om de kwaliteit of relevantie van een studie in te schatten, zoals citatieaantallen. In Scholar Labs ontbreken die op dit moment. Dat maakt het minder duidelijk hoe het systeem onderscheid maakt tussen invloedrijke studies en minder onderbouwde publicaties.

Een voorbeeld uit de demo illustreert dat probleem. Scholar Labs selecteerde een reviewartikel uit 2024 in het tijdschrift Applied Sciences voor een vraag over brain-computer interfaces. De tool legde wel uit waarom het artikel inhoudelijk paste bij de zoekvraag, maar toonde geen informatie over impact of citaties.

Voor onderzoekers die dergelijke metadata gebruiken om literatuur te filteren, kan dat ontbreken van context een drempel vormen.

Een nieuwe richting voor wetenschappelijke zoekmachines?

Google beschouwt Scholar Labs als een experiment om te onderzoeken hoe AI het literatuuronderzoek kan veranderen. Of wetenschappers het vertrouwen snel zullen opnemen, hangt waarschijnlijk af van transparantie en kwaliteitscontrole. De vraag blijft of het analyseren van woordrelaties voldoende is om robuuste wetenschap te onderscheiden van minder betrouwbare bronnen.

Voorlopig blijft Scholar Labs beperkt beschikbaar. De komende maanden zal blijken hoe onderzoekers de tool waarderen en in hoeverre AI hun manier van zoeken naar wetenschappelijke literatuur kan beïnvloeden.

lees ook

ChatGPT-gebruik in kaart gebracht: schrijven, zoeken of meedenken?

Ouders vragen duidelijker toezicht op schoollaptops

Sinds het verbod op smartphonegebruik tot en met het vierde middelbaar, groeit de bezorgdheid over wat leerlingen intussen wél kunnen op hun schoollaptop. Op veel scholen ontbreekt structureel toezicht, waardoor leerlingen vrij kunnen surfen en apps installeren. Ouders noemen dat tegenstrijdig: de smartphone gaat aan banden, maar de laptop blijft onbeperkt beschikbaar.

Onbegrensde schoollaptops zorgen voor frustratie

Ouders merken dat huiswerk langer duurt en dat leerlingen makkelijk afdwalen. Veel schoollaptops bieden vrije toegang tot sociale media, games en websites zonder filter. Volgens ouders gaat het om meer dan wat gezonde afleiding. Ze signaleren dat kinderen WhatsApp, Snapchat of YouTube installeren, of zonder safe browsing op het internet zitten.

Beheeropties voor ouders ontbreken vaak. Basisinstellingen zoals tijdslimieten, nachtmodus of het blokkeren van apps kunnen enkel worden aangepast door de school, omdat leerlingen via een schoolaccount werken.

Ouders voelen zich niet gehoord

In heel wat gezinnen leeft dezelfde vraag: hoe kunnen ouders grenzen stellen als de schoollaptop meer vrijheid biedt dan een privé-smartphone? Getuigenissen beschrijven hoe leerlingen tijdens de les spelletjes spelen via extra tabbladen of sneltoetsen. Ouders die hun bezorgdheden aankaarten, krijgen regelmatig te horen dat de school weinig kan aanpassen.

De contrasten zorgen voor frustratie. Ouders begrijpen het smartphoneverbod, maar vinden het vreemd dat een laptop tegelijk zo weinig begrensd is.

Mogelijke oplossingen volgens experts

Onderwijs­experts benadrukken dat het technisch haalbaar is om schoollaptops te beperken. Werkplekken gebruiken al jaren systemen die ongewenste software blokkeren of bepaald internetverkeer filteren. De vraag is vooral hoe scholen die keuze afwegen: hoeveel vrijheid krijgen leerlingen, en welke verantwoordelijkheid draagt de school?

ICT-coördinatoren kampen bovendien met een brede taaklast. Hun focus ligt vaak op technische werking, terwijl het pedagogische luik extra tijd vraagt. Vanaf 2026 wordt een ICT-beleidsplan verplicht, wat meer duidelijkheid kan brengen over beheer, privacy en gebruik van schoollaptops.

Tijd voor helder beleid rond toezicht op schoollaptops

Het verschil tussen een strikt smartphoneverbod en een open laptopomgeving leidt tot spanning tussen ouders en scholen. Een duidelijk, transparant en haalbaar ICT-beleid kan die kloof verkleinen. Ouders vragen vooral consistentie: dezelfde regels voor elk toestel dat leerlingen gebruiken, en duidelijke afspraken over toezicht op schoollaptops.

lees ook

Laptop voor op de schoolbanken: waar moet je op letten?

Helft van Vlaamse jongeren slachtoffer van misdrijf: cyberflashing meest voorkomend

Ruim de helft van de Vlaamse jongeren werd het afgelopen jaar slachtoffer van een misdrijf. Dat blijkt uit het nieuwste rapport van het Jeugdonderzoeksplatform (JOP). Vooral online grensoverschrijdend gedrag, zoals cyberflashing, komt opvallend vaak voor.

Cyberflashing treft 1 op 4 jongeren

Eén op de vier jongeren in Vlaanderen kreeg al te maken met cyberflashing: het ongewenst ontvangen van seksueel getinte foto’s of video’s. Daarmee is het de meest voorkomende vorm van slachtofferschap onder jongeren.

In Antwerpen gaf 25 procent van de jongeren aan dat ze hiermee geconfronteerd werden, in Gent zelfs 30 procent. In Brussel ligt dat cijfer iets lager, op 21 procent. In de rest van Vlaanderen gaat het om 28,4 procent.

Wat is het JOP-onderzoek?

Het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) is een interuniversitaire samenwerking die jaarlijks onderzoekt hoe jongeren leven, denken en handelen. Voor dit rapport werden ruim 5.600 jongeren bevraagd: 1.200 uit Antwerpen, 1.400 uit Brussel, 1.600 uit Gent en 1.400 uit andere Vlaamse regio’s.

De onderzoekers wilden in kaart brengen op welke manier jongeren het slachtoffer zijn van misdrijven, zowel online als offline.

Weinig jongeren zoeken hulp

Hoewel de cijfers hoog liggen, zoekt een meerderheid van de jongeren geen hulp na een misdrijf. Zeven op de tien jongeren vonden dat niet nodig. Wie wél steun zocht, klopte meestal aan bij ouders, familie of vrienden in plaats van bij professionele instanties.

lees ook

Proximus lanceert online tool om digitale veiligheid te verbeteren

Toekenning van extra ICT-middelen 2025: wat betekent het Digiplan voor jouw school?

De omzendbrief van het Digiplan is gepubliceerd. Het Digiplan bouwt verder op de digitalisering die met de Digisprong werd ingezet. Waar de Digisprong vooral laptops voorzag voor leerlingen in het secundair onderwijs, richt het Digiplan zich op duurzame, gedeelde en toekomstgerichte ICT-infrastructuur in het hele onderwijsveld.

De Vlaamse Regering kent in dit kader extra middelen toe voor scholen en leerkrachten, met bijzondere aandacht voor gelijke toegang, duurzaamheid en verantwoorde investeringen.

Doel en uitgangspunten van het Digiplan ICT-middelen 2025

Het Digiplan wil elke leerling toegang geven tot kwalitatieve digitale leermiddelen. De middelen zijn bedoeld om:

  • duurzame ICT-infrastructuur op te bouwen binnen scholen;
  • digitale afname van Vlaamse toetsen mogelijk te maken;
  • veilige en gedeelde ICT-toepassingen te ondersteunen;
  • digitalisering structureel te verankeren in beleid en professionalisering van leraren.

Voor het basisonderwijs ligt de nadruk op gedeelde infrastructuur, terwijl secundaire scholen de middelen gericht kunnen inzetten op basis van hun noden.

De regeling geldt voor:

  • gewoon en buitengewoon kleuter-, lager- en secundair onderwijs;
  • deeltijds kunstonderwijs (DKO);
  • centra voor volwassenenonderwijs (CVO);
  • centra voor basiseducatie (CBE);
  • HBO5-opleiding verpleegkunde.

Budget en verdeling van de ICT-middelen

De Vlaamse overheid voorziet voor 2025-2026:

DoelgroepBudgetBedrag per leerling/personeelslid
Basisonderwijs€46 miljoen€53,81 – €100,89
Secundair onderwijs€60 miljoen€114,69 – €172,04
ICT voor leraren€70 miljoen€397,71 per personeelslid

De middelen worden toegekend op 14 november 2025. Een tweede schijf volgt in 2026.
De verdeling gebeurt op basis van gewogen leerlingenaantallen, met hogere weging voor het buitengewoon onderwijs.

Aanwending en verantwoording

De middelen moeten besteed worden aan ICT-infrastructuur die voorkomt op de refertelijst ‘Digiplan ICT-infrastructuur’.
Aankopen moeten duurzaam, veilig en toekomstgericht zijn, en gebeuren volgens de wet op de overheidsopdrachten.

Scholen verantwoorden hun uitgaven via het Schoolloket Toelagen. De uiterste verantwoordingsdatum is 31 augustus 2028.

Bij misbruik of foutieve besteding kan de overheid middelen (gedeeltelijk) terugvorderen.

Bijkomende voorwaarden

Om de middelen te verkrijgen, moet een school:

  • vanaf 1 september 2026 beschikken over een ICT-beleidsplan;
  • voldoende infrastructuur voorzien voor de Vlaamse toetsen;
  • duurzame en alternatieve contractvormen (zoals leasing of refurbishing) overwegen;
  • gelijke toegang garanderen voor alle leerlingen, inclusief uitleendiensten voor kwetsbare groepen.

Niet-naleving kan leiden tot terugvordering met een boete van 20%, tenzij overmacht aangetoond wordt.

ICT-beleidsplan: verplicht vanaf 2026

Elke school moet een ICT-beleidsplan opstellen dat de visie, doelstellingen en acties rond digitalisering beschrijft.
Het plan omvat onder meer:

  • een analyse van de huidige ICT-situatie;
  • professionalisering van leerkrachten;
  • maatregelen voor digitale inclusie;
  • een duidelijk actieplan en taakverdeling.

Het Kenniscentrum Digisprong ondersteunt scholen via instrumenten zoals de ICT-beleidsplanner en het nieuwe digitale platform PICTOS, dat eind 2025 gelanceerd wordt.

Duurzaam en toekomstgericht ICT-gebruik

Duurzaamheid is een kernwaarde binnen het Digiplan. Scholen worden aangemoedigd om:

  • energiezuinige en repareerbare toestellen te kiezen;
  • refurbished apparatuur te gebruiken;
  • circulaire aanbestedingscriteria te hanteren;
  • onderhouds- of leasecontracten af te sluiten met aandacht voor levensduurverlenging.

Afgeschreven apparatuur wordt bij voorkeur professioneel nagekeken en hergebruikt via erkende refurbishers.

Digitale inclusie en kostenbeheersing

Het Digiplan waarborgt gelijke toegang tot digitale leermiddelen.
Scholen mogen enkel redelijke en proportionele kosten doorrekenen aan ouders. In het basisonderwijs moeten ICT-materialen gratis ter beschikking worden gesteld.

Indien thuisgebruik vereist is, moet de school een uitleendienst voorzien. Voor kwetsbare gezinnen wordt een bruikleenovereenkomst aanbevolen.

Monitoring en evaluatie

Het Departement Onderwijs en Vorming evalueert jaarlijks de uitvoering van het Digiplan, met aandacht voor:

  • de impact op de schoolkosten;
  • digitale inclusie;
  • onderwijskwaliteit en infrastructuur.

Vanaf 2027 worden de resultaten jaarlijks gerapporteerd aan de Vlaamse Regering.

lees ook

Laptop voor op de schoolbanken: waar moet je op letten?