Vlaamse scholen gebruiken AI om impact van omgevingsgeluid op klaslokalen te meten
Twaalf Vlaamse scholen nemen deel aan het burgeronderzoek De Oorzaak, dat de impact van omgevingsgeluid op leerkrachten en leerlingen onderzoekt. Slimme geluidssensoren, voorzien van AI-technologie, registreren het geluid en identificeren de geluidsbronnen.
Vanaf 3 februari hangen leerkrachten en leerlingen in twaalf Vlaamse scholen geluidssensoren aan hun klaslokalen. De sensoren meten het omgevingsgeluid en analyseren de impact ervan op het onderwijs. Dit initiatief maakt deel uit van De Oorzaak, een burgeronderzoek van De Morgen, de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen) en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). Naast de scholen nemen ook 1800 inwoners uit Antwerpen, Gent en Leuven deel aan het onderzoek door sensoren aan hun woning te bevestigen.
De geluidssensoren maken gebruik van AI om geluidsbronnen te detecteren en de gegevens in realtime weer te geven via een online dashboard. De metingen lopen tot 27 april. Leerkrachten vullen wekelijks een vragenlijst in over hun ervaring met omgevingsgeluid en de invloed ervan op hun verstaanbaarheid en de concentratie van leerlingen. Leerlingen beantwoorden een eenmalige vragenlijst over hoe zij geluid ervaren en welke maatregelen ze nemen om hun gehoor te beschermen.

Onderzoek naar impact op concentratie
Volgens Karolien Couscheir van UAntwerpen is het doel van het onderzoek om inzicht te krijgen in hoe omgevingsgeluid lesgeven en concentratie beïnvloedt. De verzamelde data wordt geanalyseerd om patronen te ontdekken en om mogelijke oplossingen te formuleren voor scholen in stedelijke gebieden.
Een van de deelnemende scholen is Groenhout, een secundaire school in Antwerpen. Fysicaleraar Jo Vos ziet het onderzoek als een kans om de relatie tussen geluid, gezondheid en concentratie te verkennen. “We merken dat leerlingen enthousiast zijn en dat ze zelf nadenken over de impact van geluid”, zegt hij.
De resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd op een interactieve kaart op de website van De Morgen.
Een projector als digitaal bord: logischer dan je denkt
Projectortechnologie is bijzonder hard geëvolueerd de afgelopen vijf jaar. Oude misconcepties gelden vandaag niet meer. Is projectie nu de betere oplossing in de klas?
Voor we dieper in de wondere wereld van projectie duiken met Schoolit, moet ondergetekende wat opbiechten. Ik heb thuis al vijftien jaar geen tv meer, wel een projector. Ik zie al jaren het voordeel in van een groter scherm. Heel wat nadelen van projectie werden doorheen de jaren overwonnen.
Het probleem is vandaag dat heel wat nadelen die er tien of vijftien jaar geleden waren, nog te vaak als een argument worden genomen om voor een traditioneel scherm te kiezen. Hoog tijd om de voor- en nadelen van projectie te bekijken.
Schermgrootte
We beginnen graag ineens met de belangrijkste troef van projectie: de schermgrootte. Heel grote digitale schermen meten vandaag 86 inch in de klas. Bij projectie kan je handig naar 100 inch of 120 inch gaan, afhankelijk van de afstand van de projector tot de muur. Zo heeft iedereen in de klas een optimaal beeld. Bij digitale schermen hebben de cheap seats achteraan de klas altijd minder geluk.
De projector hoeft trouwens niet eens meer achteraan in de ruimte te staan zoals vroeger. Al vanaf een meter van de muur waarop je wil projecteren, kan je de projector aan het plafond hangen. Dat is ineens ook het nadeel: je moet de bekabeling tot op het plafond leggen voor de vaste installatie van een projector.

Dit kan je wel oplossen met een Ultra Short Throw-projector, die met een wandbeugel boven het whiteboard bevestigd wordt. Hierdoor heb je ook geen problemen meer met schaduw.
Belangrijk om te weten: projecteren kan prima op een witte muur, maar we raden aan om op een wit bord te projecteren. Ineens ook handig voor de leerkracht om analoge notities te maken. Je kan ook een doek nemen, dat is goedkoper.
Verder geeft schrijven op een display lang niet hetzelfde comfort dan notities maken op een whiteboard. Wanneer er meerdere UST’s naast elkaar worden geplaatst, kunnen leerlingen gelijktijdig aan het bord worden, gelijkaardig aan krijtbord.
Beeldkwaliteit
Een digitaal scherm of een projector kunnen vandaag allebei een 4K-resolutie tonen. Eerlijk: Full HD (1080p) is naar onze mening nog altijd genoeg in een klas. In beeldkwaliteit zijn beide technologieën elkaars gelijke.
De belangrijkste achilleshiel van een projector is zonder twijfel de helderheid van het beeld. Vroeger toch, vandaag is dat zelden nog een probleem in klassikaal verband. Waarom leeft dat idee dan toch nog zo hard?
Vermoedelijk komt dat door de oude lamptechnologie en lampen die niet tijdig werden vervangen. Na een paar duizend branduren is het beeld een pak meer gedimd. Dat gebeurt zo geleidelijk aan, dat je het niet beseft. Probeer vandaag maar een fonkelnieuwe laserprojector. Dat in combinatie met een ALR-schermdoek, een speciale doektechnologie die het beeld optimaal weerkaatst, zorgt voor een bijzonder helder beeld. Je moet het zien om te geloven.
Een digitaal scherm lijkt vaak helderder door het directe licht van het display, wat de perceptie van helderheid versterkt in vergelijking met een projector. In werkelijkheid is dit echter niet altijd het geval, vooral niet met de nieuwste lasertechnologie.
Prijs
Een gemiddeld digitaal scherm (70 of 86 inch) kost vandaag ongeveer evenveel als een laserprojector. Als je nog een ALR-schermdoek nodig hebt of de kabels naar het plafond moet verleggen, klimt die prijs.
Daar staat wel tegenover dat de prijs per vierkante meter beeld bij projectie lager ligt. De hele klas kan alles perfect zien. Je moet niet kiezen tussen een 16:9-schermverhouding of een 21:9-schermverhouding.
Wordt de installatie van klas gewisseld? Dan heeft projectie een belangrijk voordeel dat het kan schalen naargelang de klas. Je moet niet opnieuw investeren in een nieuw digitaal scherm omdat het te klein is geworden.
Een laserprojector kan op termijn zelfs goedkoper dan een digitaal scherm worden. Een laser als lichtbron heeft een levensduur van 20.000 uur.
Oogcomfort
We zitten de hele dag al op schermen te zien met onze laptop, smartphone en misschien nog een tablet. Moeten leerlingen dan ook nog eens doorheen de dag in de klas naar een scherm kijken? Een digitaal scherm straalt het licht recht voor zich uit. Bij projectie wordt het licht weerkaatst en schijnt het niet recht in de ogen van de leerlingen.
Hoe zich dat vertaalt in studies, blauw licht en andere zaken, laat ik in het midden. Ondergetekende weet wel uit ervaring dat kijken naar een geprojecteerd beeld minder vermoeiend is voor de ogen dan een traditionele tv.
Duurzaamheid
Misschien nog wel de grootste troef van projectie is het duurzame aspect. Qua verbruik liggen projectie en digitale schermen (86 inch) dicht bij elkaar met gemiddeld 180 watt. Je krijgt er wel een groter beeld voor in de plaats. Daar tegenover staat dat het transport een pak efficiënter is. Je kan in één container veel meer projectoren verpakken dan grote schermen.
De installateur zal je ook dankbaar zijn. Niemand wordt vrolijk van het transport van een 86 inchscherm. Gelukkig is dat maar eenmalig. Van zodra het aan de muur hangt, is alles vergeten.
Onderhoud
Een projector moest je vroeger onderhouden: de lamp tijdig vervangen en de stoffilter reinigen of de lamp raakt oververhit, elk jaar moest je er wel naar kijken. Met de komst van laserprojectoren valt alles weg. Elk jaar de stoffilter reinigen lijkt ons het enige wat nog nodig is, als het al elk jaar moet.
Bij een digitaal scherm heb je geen onderhoud. Dat werkt, of dat werkt niet. Hoogstens wat afstoffen, want het forse formaat is een stofmagneet.
Interactiviteit
Elk smartboard moest interactief zijn, zo is alles begonnen meer dan 15 jaar geleden. Is vandaag die interactiviteit nog nodig? Is een eenvoudige projectie of digitaal scherm zonder aanraakopties al niet genoeg? Het is een vraag die elke leerkracht met de ICT-coördinator moet bespreken.
Beide technologieën, zowel een digitaal scherm als projectie, ondersteunen touch. Bij projectoren is het een optie waar je meer voor moet betalen. Bij digitale schermen zit het er eigenlijk altijd in. Heb je het niet nodig, dan bespaar je op de prijs van een projector.
Conclusie
Een projector of een digitaal scherm, het is een keuze die wel en tegelijk ook weer niet evident is. Voor kleinere klassen tot 15 leerlingen heeft een digitaal scherm meer troeven in handen, omdat je dan al met 70 inch toekomt. Is de klas groter en moet je naar 86 inch reiken, dan zal nog niet iedereen dezelfde ervaring hebben.
Met projectie heb je dat wel, ook al staat daartegenover dat bijvoorbeeld de zon niet recht op het beeld mag schijnen of de verlichting niet extreem helder mag zijn in de klas. Met een ALR-projectiescherm mitigeer je de extreemste scenario’s, maar dan moet je daar ook wel in investeren als school.
Vlaamse overheden kunnen vanaf nu inlogapp itsme onbeperkt gebruiken
Itsme, de inlogapp van Belgian Mobile ID, zal vanaf nu voor alle overheden in Vlaanderen onbeperkt beschikbaar zijn.
De Vlaamse overheid heeft een raamovereenkomst afgesloten met Belgian Mobile ID, het bedrijf achter de inlogapp itsme. Deze overeenkomst bevat een onbeperkt gebruik van itsme voor alle officiële interacties en documenten. Hiermee kunnen alle overheidsinstanties en scholen gebruik maken van de app om burgers documenten te laten ondertekenen of aan te melden. Op deze manier wil de overheid één oplossing bieden voor alle instanties en de veiligheid van de digitale overheid versterken. De kosten worden centraal gedragen door het agentschap Digitaal Vlaanderen.
Onbeperkt gebruik
“Voortaan kunnen alle overheden in Vlaanderen zonder extra kosten onbeperkt gebruik maken van itsme, niet alleen om aan te melden, maar ook om burgers digitaal te laten handtekenen. Denk daarbij aan vergunningen of attesten”, aldus Vlaams minister-president en Vlaams minister van Digitalisering Matthias Diependaele.
Door met één raamovereenkomst te werken, maken we het veel efficiënter én verlagen we de drempel om met een sterke veiligheidsoplossing te werken.
Door de samenwerking met itsme maken we van het Vlaams Toegangsbeheer en Digitaal Tekenen dé standaard voor alle overheden, en breiden we dit ook uit naar scholen en onderwijsorganisaties. Er is nu geen énkele reden meer om geen sterke veiligheidsoplossingen te gebruiken: ze zijn heel toegankelijk en kunnen onbeperkt gebruikt worden. Op die manier dragen we bij aan een maximale gebruiksvriendelijkheid en veiligheid van de digitale overheid”, zegt Jan Smedts, hoofd van Digitaal Vlaanderen.
Digitaal ondertekenen
Met de inlogapp itsme kunnen burgers zich niet alleen eenvoudig aanmelden op officiële overheidswebsites, maar nu ook overheidsdocumenten ondertekenen. Hiervoor is een smartphone voldoende, een kaartlezer voor de eID-kaart is hierbij niet meer nodig.
Overheid blijft nog minstens drie jaar met itsme werken
Stephanie De Bruyne, CEO van Belgian Mobile ID: “Meer dan 80 procent van de volwassen bevolking heeft een itsme-account om te kunnen aanmelden. Door deze samenwerking maken we nu ook het digitaal ondertekenen van documenten breed toegankelijk. Denk daarbij aan het ondertekenen van rapporten of afwezigheden in de school, of het ondertekenen van attesten of aanvragen bij de overheid. De itsme-handtekening is gekwalificeerd, dat betekent dat ze dezelfde juridische waarde heeft als een handtekening op papier.”
Met deze raamovereenkomst wil de Vlaamse overheid één oplossing bieden voor alle officiële overheids- en onderwijsinstanties in Vlaanderen. Zo kunnen gevoelige gegevens beter beveiligd worden en kan er tegelijk aan de verwachting van burgers voldaan worden naar gebruiksvriendelijke en gepersonaliseerde dienstverlening.
Google verbetert educatieve tools in Workspace en Chromebooks
Google introduceert nieuwe functies voor Google Workspace for Education en Chromebooks. De updates richten zich op beter klasbeheer, AI-ondersteunde leerhulpmiddelen en verbeterde online veiligheid voor leerlingen en leerkrachten.
Google lanceert Class tools voor Chromebooks in combinatie met Google Workspace for Education Plus. Dit stelt leerkrachten in staat om de schermen van leerlingen op afstand te bekijken, lesmateriaal direct te delen en live vertaalde ondertiteling te bieden. Ook kunnen ze voorbeeldwerk van leerlingen tonen aan de hele klas.
Daarnaast krijgt Google Classroom extra functionaliteiten. Leerkrachten kunnen nu eenvoudig groepen maken voor gedifferentieerde opdrachten en taken efficiënter beoordelen.
AI en veiligheid in het onderwijs
Google breidt AI-mogelijkheden uit in het onderwijs met tools zoals NotebookLM en Gemini. NotebookLM kan lesmateriaal samenvatten en studiegidsen maken op basis van geüploade documenten. De Gemini-app biedt extra controle over informatie en beschermt jongere gebruikers tegen ongepaste content.
Verder wordt Gemini voor Workspace geïntegreerd in verschillende leerplatformen. Hiermee kunnen leerkrachten video’s maken met AI, woordenschatlijsten genereren en repetitieve taken automatiseren. Voor gebruikers van Chromebook Plus biedt Google nieuwe AI-functies zoals ‘Help me schrijven’ en ‘Help me lezen’.
Om de online veiligheid te verbeteren, krijgen IT-beheerders meer controle over apps van derden, Google Forms en digitale handtekeningen. Google voegt ook nieuwe beleidsopties toe in de Admin-console om het gebruik van apparaten buiten schooluren te beperken en studenten te helpen hun werk over te zetten bij afstuderen.
Verbeterde toegankelijkheid en personalisatie
Google breidt de toegankelijkheid van Chromebooks uit met Face Control en Reading Mode, waarmee afleidingen worden geblokkeerd. Ook worden nieuwe Chromebooks gelanceerd, inclusief Chromebox OPS, waarmee interactieve schermen omgezet kunnen worden naar ChromeOS-apparaten.
Daarnaast krijgt Google Workspace for Education nieuwe functies zoals een verbeterde Read Along-functie, extra lettertypen voor handschrift en een bibliotheek met kant-en-klare Google Slides-sjablonen. Google Vids, een eenvoudige videobewerkingsapp, wordt verder geïntegreerd in educatieve omgevingen.
Met deze updates wil Google onderwijsinstellingen beter ondersteunen bij digitaal lesgeven en leren. Meer gedetailleerde informatie met interactieve video’s kan je hier terugvinden.
Logitech lanceert ‘stroomlijnkit’ voor digitale klaslokalen
Logitech brengt een uitbreidingspakket voor de Rally Camera uit om een totaalpakket voor digitale klaslokalen te bieden. Sprekers kunnen moeiteloos schakelen tussen camerstandpunten.
Logitech breidt zijn Rally Camera, USB Pan Tilt Zoom (PTZ)-camera voor hybride videovergaderen, uit met een Streamline Kit. De kit is ontworpen voor hybride leeromgevingen en moderne werkplekken en biedt eenvoudige installatie en bediening. De vraag naar kwalitatieve opnames van vergaderingen en presentaties is in een hybride werkcontext groot. De Streamline Kit biedt sprekers de tools om te focussen op relevante content in de opnames.
Uitbreidingspakket
De oplossing bestaat uit de Rally Camera en een Extension Kit. Deze bevat een basisstation bij de camera, dat via een Cat-kabel tot 100 meter verderop kan worden aangesloten en van stroom voorzien. Een controlebox communiceert met USB-gebaseerde AV-apparatuur. De montageopties, zoals wandmontage, omgekeerde NPT-montage en statieven, zorgen voor flexibele installaties.
De Rally Camera Streamline Kit is gebaseerd op de bestaande Rally Camera van Logitech. De oplossing laat presentatoren schakelen tussen vooraf ingestelde camerastandpunten via eenvoudig te bedienen knoppen. Dit moet de gebruikerservaring verbeteren en maakt training overbodig. De kit richt zich op omgevingen waar colleges of presentaties worden opgenomen en gestreamd, met ondersteuning voor zowel fysieke als online deelnemers.
De Logitech Rally Camera Streamline Kit is vanaf midden 2025 te verkrijgen via distributiepartners van de fabrikant. De adviesprijs bedraagt 2.399 euro, incl. btw. De Extension Kit en losse montagematerialen zijn ook afzonderlijk verkrijgbaar. De oplossing is compatibel met de meeste besturingssystemen en videoconferentieplatformen.
Studiedag DigiDay vindt plaats op 30 januari
Onder het motto “De toekomst is fenomenaal digitaal!” organiseren HOGENT en FutureProof Academy een inspirerende studiedag: DigiDay.
Dit evenement, dat plaatsvindt op donderdag 30 januari, biedt leraren en onderwijsprofessionals de unieke kans om de nieuwste digitale leermiddelen en technologieën te ontdekken die het onderwijs kunnen verrijken.
Wat is DigiDay?
DigiDay is een dag vol ontdekkingen en innovaties rond digitalisering in het onderwijs. Het evenement richt zich op leraren en onderwijsprofessionals die hun kennis willen uitbreiden en zich willen laten inspireren door de nieuwste trends en ontwikkelingen. Tijdens DigiDay worden diverse workshops en sessies aangeboden, geleid door ervaren sprekers uit de praktijk. Deze sessies bieden praktische inzichten en tools die direct toepasbaar zijn in de klas.
Op de Planning
Een van de unieke aspecten van DigiDay is dat deelnemers hun eigen programma kunnen samenstellen. Het aanbod omvat een breed scala aan workshops en keynotes, waaronder:
- AI in de klas door Robbe Wulgaert
- De toekomst vormgeven met hoge verwachtingen en taalontwikkeling door Kris Vande Moortel van Microsoft
- Van cyberkwetsbaar naar cyberweerbaar door Mathieu Verschraege van Mediavista
Waarom Deelnemen?
DigiDay biedt een inspirerende omgeving waar onderwijsprofessionals kunnen netwerken, ideeën uitwisselen en nieuwe inzichten opdoen. Of je nu een digitale starter bent of al gevorderd, deze dag biedt voor iedereen iets waardevols. Het doel is om samen het onderwijs futureproof te maken – voor zowel leerlingen als leraren.
Voor meer informatie en inschrijving, bezoek DigiDay.

AI maakt phishingaanvallen steeds moeilijker te herkennen
Phishingaanvallen worden steeds geavanceerder door de inzet van AI-technologie. Cybercriminelen gebruiken AI om e-mails te personaliseren, deepfake-technologie toe te passen en traditionele verdedigingen te omzeilen, waardoor zelfs ervaren werknemers in de val kunnen lopen.
Waar phishing vroeger draaide om massamails met generieke inhoud, worden phishingaanvallen nu steeds persoonlijker. AI-tools maken gebruik van openbare informatie, zoals sociale media en bedrijfswebsites, om e-mails te genereren die specifiek gericht zijn op individuele ontvangers. Zo kunnen criminelen berichten opstellen die volledig zijn afgestemd op de functie, stijl en recente activiteiten van een doelwit. Hierdoor wordt het bijna onmogelijk om kwaadaardige e-mails van echte communicatie te onderscheiden.
Een andere zorgwekkende ontwikkeling is het gebruik van deepfake-technologie. Cybercriminelen kunnen hiermee realistische audio- en videoberichten maken die bijvoorbeeld stemmen en gezichten van leidinggevenden imiteren. Deze techniek wordt al ingezet om grootschalige fraude te plegen, zoals het overtuigen van bedrijven om grote sommen geld over te maken. Naarmate deze technologie verder verbetert, worden zulke aanvallen moeilijker te detecteren.
Daarnaast kan AI traditionele beveiligingssystemen omzeilen door phishingmails te laten lijken op legitieme communicatie. Machine learning-algoritmen analyseren en imiteren de patronen van gewone e-mails, waardoor phishingcampagnes effectiever en moeilijker te detecteren worden.
Verdediging tegen AI-phishing
Om deze geavanceerde phishingaanvallen tegen te gaan, moeten organisaties investeren in een gelaagde beveiligingsstrategie. Dit begint met regelmatige training van werknemers, zodat zij subtiele signalen van phishing leren herkennen. Cyberbeveiligingstools die afwijkende e-mailpatronen of verdachte metadata kunnen detecteren, zijn ook essentieel.
Daarnaast kan een zero-trust beveiligingsmodel bijdragen aan het beperken van schade. Dit model beperkt de toegang tot gevoelige systemen en gegevens, zodat criminelen zelfs bij een geslaagde aanval niet direct toegang hebben tot het hele netwerk.
AI maakt phishingaanvallen moeilijker te bestrijden, maar met een combinatie van technologie, training en een strategische aanpak kunnen organisaties de risico’s aanzienlijk verminderen.
38ste ICT-praktijkdag focust op AI en veilig onderwijs
Op maandag 3 februari 2025 organiseert Impact Connecting de 38ste ICT-praktijkdag in Leuven. Het evenement richt zich dit jaar op artificiële intelligentie en veilig onderwijs, met een nieuw aanbod van keynotes en een uitgebreide beurs.
Naast de bekende workshops introduceert de organisatie dit jaar de eerste Vlaams-Nederlandse ICTopconferentie. Deze conferentie biedt praktijkgerichte keynotes voor directies, ICT-coördinatoren en leerkrachten uit verschillende onderwijsvormen. Sprekers zoals Mathieu Verschraege, Joppe Nuyts en Mark van de Mortel delen inzichten over thema’s zoals mediawijsheid, AI en privacy. Verschraege, voormalig cybercrime-rechercheur, bespreekt preventieve strategieën voor online veiligheid. Andere sprekers behandelen onderwerpen als GDPR in onderwijs en succesvolle implementaties van AI-beleid in scholen.
Het dagticket van 85 euro geeft toegang tot de keynotes, de onderwijsbeurs, catering en netwerkmogelijkheden. De beurs belooft de grootste ooit te zijn, met meer dan veertig standhouders, waaronder organisaties als Febelfin. Zij presenteren een mobiele escaperoom die bewustzijn creëert rond online fraude.
Workshops en prijzen
Meer dan 140 workshops vullen het programma aan, gericht op een breed publiek van kleuteronderwijs tot volwassenenonderwijs. Dit jaar kunnen deelnemers ook kiezen voor enkel de conferentie en beurs. Workshops vereisen een bijkomende bijdrage, variërend van 16 tot 40 euro. De organisatie houdt voor het eerst een promotietarief aan om deelname te stimuleren.
De praktijkdag sluit af met de uitreiking van de ICTrofee voor de meest inspirerende ICT-coördinatoren van Vlaanderen. Nomineren kan nog tot 5 januari 2025.
Smartphoneverbod in Vlaamse scholen vanaf volgend schooljaar
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) heeft een smartphoneverbod aangekondigd in zowel het lager als het middelbaar onderwijs. Het verbod geldt tijdens de lesuren en wordt uitgebreid naar smartwatches en andere slimme apparaten. Voor specifieke situaties zijn uitzonderingen mogelijk.
Het smartphoneverbod, dat oorspronkelijk enkel voor het lager onderwijs was voorzien, wordt nu doorgetrokken naar het secundair onderwijs. Voor leerlingen in de derde graad geldt het enkel tijdens de lesuren. In de eerste en tweede graad mogen de toestellen ook niet gebruikt worden op de speelplaats of in de schoolgangen. Scholen behouden wel enige autonomie om buiten de lestijden eigen regels te bepalen voor de derde graad.
De nieuwe maatregel gaat van kracht vanaf het volgende schooljaar en maakt deel uit van een onderwijsdecreet dat vrijdag groen licht kreeg van de Vlaamse regering. Dit geeft scholen voldoende tijd om zich aan te passen. Smartwatches en andere slimme apparaten vallen ook onder het verbod, tenzij ze voor specifieke onderwijsdoeleinden, medische redenen of individuele onderwijsbehoeften worden gebruikt.
Focus en welzijn centraal
Volgens minister Demir zal het verbod een positieve invloed hebben op de concentratie en schoolresultaten van leerlingen. Daarnaast speelt ook het mentale welzijn van jongeren een belangrijke rol. Internationaal onderzoek wijst op een verband tussen het gebruik van technologie en een stijgend aantal depressies, angststoornissen en zelfbeschadiging bij kinderen. Het verbod moet bijdragen aan een rustigere en veiligere schoolomgeving.
lees ook
Smartphone-pauzes van 1 minuutje houden de klas beter bij de les
Naast het verbeteren van de leeromgeving, wil de minister ook de sociale druk verminderen om steeds de nieuwste technologische gadgets te bezitten. Scholen kunnen zelf sancties bepalen voor overtredingen en beslissen over het gebruik van toestellen tijdens buitenschoolse activiteiten.
Wie worden de ICT-coördinatoren van het jaar 2025?
Impact Connecting start de zoektocht naar de beste ICT-coördinatoren in Vlaanderen. Met de ICTrofee 2025 wil de organisatie erkenning geven aan een technisch en een pedagogisch ICT-coördinator die uitblinken in hun vakgebied.
Iedereen werkzaam in het Vlaamse onderwijs kan tot en met 5 januari 2025 een ICT-coördinator nomineren via de website van Impact Connecting. Het initiatief zet in op erkenning voor de cruciale rol van ICT-coördinatoren bij de digitale transformatie in het onderwijs. De organisatie onderscheidt twee categorieën: technisch en pedagogisch.
Een vakjury selecteert na de nominatieronde twee winnaars, die bekendgemaakt worden tijdens de ICT-praktijkdag op 3 februari 2025 in Leuven. De winnaars ontvangen een prijs, gesponsord door Microsoft for Education en Google for Education.
Focus op digitale transformatie in het onderwijs
Impact Connecting neemt de organisatie over van Vicli, die de award eerder beheerde. Volgens Mario Kicken van Impact Connecting verdienen ICT-coördinatoren meer zichtbaarheid voor hun bijdrage aan zowel technische ondersteuning als pedagogische vooruitgang. De wedstrijd biedt een platform om hun werk te waarderen en te vieren.
Met deze jaarlijkse prijs wil Impact Connecting de cruciale rol van ICT-coördinatoren in het Vlaamse onderwijs onderstrepen. Zowel de technische als de pedagogische aspecten worden beoordeeld, wat hun brede inzet benadrukt.
Meer informatie over de nominaties is te vinden op www.impactco.be/ictrofee-2025.
Vier studies over AI-tutoren die elke leraar moet kennen
AI-tutoren hebben potentieel, maar onderzoek naar hun effectiviteit levert gemengde resultaten op. Hier zijn vier belangrijke studies die inzichten bieden over het gebruik van AI in educatie.
1. Minder succes door een AI-mathtutor
Onderzoekers van de University of Pennsylvania onderzochten het effect van een GPT-4-gestuurde AI-tutor bij bijna 1.000 studenten tijdens een wiskunde-examen. Studenten die toegang hadden tot de AI-tutor presteerden gemiddeld slechter dan de controlegroep zonder AI.
Volgens Alp Sungu, een van de auteurs van de studie, gebruiken studenten AI-tutoren vaak als “antwoordmachines” in plaats van leerhulpmiddelen. Hoewel de studie een waarschuwend signaal afgeeft, betekent dit niet dat AI-tutoren in alle gevallen het leerproces belemmeren. De studie benadrukt vooral het risico van afhankelijkheid van AI bij studenten.
2. Positieve effecten bij chatbot-tutoren
Yu Zhonggen, professor aan de Beijing Language and Culture University, analyseerde 24 studies over interactie met AI-chatbots in educatie. De conclusie was dat AI-chatbots een positief effect hadden op de leerresultaten van studenten, vooral bij motivatie, zelfvertrouwen en prestaties. Daarnaast hielpen AI-chatbots bij het verminderen van angstgevoelens tijdens het leren.
De studie nuanceert deze positieve effecten: enkel bij universiteitsstudenten waren de resultaten significant. Bij jongere leerlingen was er geen statistisch merkbare verbetering, en de positieve impact bij oudere studenten nam af over tijd.
3. Interactieve AI-figuren helpen jonge leerlingen
Een onderzoek onder leiding van Ying Xu van de Harvard Graduate School of Education toonde aan dat AI-karakters jonge kinderen kunnen helpen leren. Het experiment betrof meer dan 200 kinderen tussen 4 en 7 jaar oud. De kinderen keken naar het educatieve programma Elinor Wonders Why van PBS Kids. Eén groep kreeg hulp van een AI-versie van Elinor, een nieuwsgierig tekenfilmkonijn. Deze AI-gestuurde Elinor stelde vragen en gaf tips bij foute antwoorden.
De kinderen die interactie hadden met de AI presteerden beter dan de andere groepen. Belangrijk om te weten is dat deze AI geen generatieve technologie gebruikte, maar koos uit vooraf gedefinieerde antwoorden. Dit vermijdt problemen zoals hallucinerende antwoorden, die soms voorkomen bij generatieve AI.
4. AI als ondersteuning voor menselijke tutoren
Een interessant alternatief is AI die menselijke tutoren ondersteunt, in plaats van vervangt. Stanford ontwikkelde hiervoor Tutor CoPilot, een AI-tool die tutoren helpt effectiever vragen te stellen en begeleiding te bieden.
In een studie met bijna 1.000 studenten en 900 tutoren waren studenten die met de AI-tool werkten 4 procent meer geneigd een onderwerp onder de knie te krijgen. De grootste winst was zichtbaar bij de minst ervaren tutoren, die dankzij AI betere ondersteuning konden bieden.
Deze resultaten benadrukken het belang van de menselijke connectie bij tutoring. AI-tools zoals Tutor CoPilot tonen aan dat technologie creatief kan worden ingezet om educatie te verbeteren zonder de menselijke factor te verliezen.
Conclusie
De studies tonen aan dat AI-tutoren in specifieke contexten waardevol kunnen zijn, maar ook risico’s met zich meebrengen. De technologie is nog volop in ontwikkeling, en er zijn nog veel mogelijkheden om AI effectief in te zetten voor educatieve doeleinden.
Google zet AI in om leren interactiever en toegankelijker te maken
Google heeft tijdens het evenement Learning in the AI Era nieuwe toepassingen gedeeld die het leren met behulp van AI interactiever en toegankelijker maken. Met tools zoals Learn About en NotebookLM wil Google complexe informatie eenvoudiger en begrijpelijker maken voor zowel studenten als andere levenslange lerenden.
Tijdens het evenement lichtte Google enkele belangrijke AI-ontwikkelingen toe die kunnen bijdragen aan onderwijs en persoonlijke ontwikkeling. Zo helpt Learn About gebruikers om ingewikkelde concepten beter te begrijpen door ze toegankelijker en behapbaarder te maken. Een voorbeeld dat gedeeld werd, ging over de rol van eenvoudige structuren binnen edelstenen, waarmee bredere concepten binnen geologie duidelijker werden.
Een andere tool, NotebookLM, geeft gebruikers de mogelijkheid om eigen documenten en bronnen te uploaden. De AI ondersteunt het leerproces door vragen te suggereren, samenvattingen te genereren en informatie te ordenen. Dit helpt gebruikers om verbanden te leggen tussen verschillende documenten en moeilijk te begrijpen teksten te verwerken. Daarnaast biedt NotebookLM Audio Overviews, waarbij informatie wordt omgezet in een gesprek tussen AI-‘hosts’, wat vooral nuttig is voor auditief ingestelde lerenden.
LearnLM en samenwerking met Digital Promise
Google introduceerde ook LearnLM, een experimenteel AI-model dat is gericht op pedagogie en gebaseerd is op inzichten uit leerwetenschappen. LearnLM is beschikbaar voor preview via Google AI Studio, waar ontwikkelaars het model kunnen evalueren en feedback kunnen geven. De verbeteringen die hieruit voortkomen, worden geïntegreerd in de Gemini-modellen van Google.
Daarnaast werkt Google samen met Digital Promise, een wereldwijde non-profitorganisatie die zich richt op de toekomst van leren. Deze samenwerking heeft als doel richtlijnen te ontwikkelen voor het evalueren van AI-tools op hun educatieve waarde. Door experts uit technologie, onderwijs en andere disciplines samen te brengen, wil Google bijdragen aan de ontwikkeling van effectieve AI-ondersteunde leermiddelen.
AI als motor voor nieuwsgierigheid
Google ziet AI als een belangrijke motor om nieuwsgierigheid en levenslang leren te ondersteunen. Door complexe onderwerpen op te splitsen en informatie efficiënter te presenteren, kan AI het leerproces zowel effectiever als aantrekkelijker maken. Google benadrukt dat hun technologie niet alleen academische of professionele doelen ondersteunt, maar ook persoonlijke groei kan bevorderen.
Het bedrijf ziet de verdere ontwikkeling van AI in het onderwijs als een samenwerking tussen technologie, wetenschap en de ervaringen van lerenden. Volgens Google biedt AI unieke mogelijkheden om nieuwsgierigheid te voeden en onderwijservaringen dynamischer te maken.