Naar de inhoud
Stel een vraag
Klas AI Nieuws

AI in het onderwijs vraagt om meer dan richtlijnen

· Redacteur
Gepubliceerd 4 min lezen4 min
Op deze pagina

Ruim één op de vier jongeren van 16 tot 24 jaar in de Europese Unie beschikt niet over digitale basisvaardigheden, blijkt uit cijfers van Eurostat over 2025. Dat is een ongemakkelijke constatering nu generatieve AI in hoog tempo onderdeel wordt van het studentenleven. Studenten gebruiken de technologie om informatie te verzamelen, teksten samen te vatten en te vertalen, te programmeren, ontwerpen te maken, samen te werken en zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De vraag is daarom niet langer óf AI in het hoger onderwijs thuishoort, maar of studenten voldoende worden voorbereid om de technologie verantwoord te gebruiken.

AI wordt onderdeel van leren op een vergelijkbare manier als het internet dat ooit werd: eerst als een externe tool, vervolgens als een vanzelfsprekende laag in het dagelijks onderwijs. Het verschil is de snelheid. Generatieve AI is laagdrempelig, breed beschikbaar en steeds vaker geïntegreerd in de tools die studenten al gebruiken. Een nieuw AI-geletterdheidskader van de Europese Commissie stelt dat 68 procent van de tieners al AI gebruikt, terwijl veel onderwijssystemen nog geen structurele aanpak hebben om AI in het onderwijs te integreren.

De kansen zijn aanzienlijk. Goed ingezet kan AI studenten helpen betere vragen te stellen, ideeën te testen, gerichte feedback te krijgen en onderwerpen vanuit verschillende perspectieven te verkennen. Tegelijkertijd zijn de risico’s breder dan alleen plagiaat en academische integriteit. AI kan overtuigende maar onjuiste antwoorden produceren, vooroordelen versterken en studenten een vals gevoel van zekerheid geven. Ook is niet altijd duidelijk wat er gebeurt met persoonlijke gegevens, onderzoeksdata of vertrouwelijke informatie die studenten invoeren. Zonder duidelijke kaders kunnen studenten bovendien steeds meer delen van hun denkwerk uitbesteden, waardoor hun resultaten verbeteren zonder dat zij de lesstof daadwerkelijk beter begrijpen.

Combineer AI-geletterdheid met menselijke controle

Onderwijsinstellingen moeten AI-geletterdheid structureel opnemen in opleidingen, zodat studenten niet alleen leren AI te gebruiken, maar ook de beperkingen en risico’s begrijpen en uitkomsten kritisch kunnen beoordelen. AI-geletterdheid betekent meer dan weten hoe je een goede prompt schrijft. Studenten moeten leren wanneer een uitkomst betrouwbaar is, hoe zij bias en hallucinaties herkennen, hoe zij gegevens beschermen en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden.

Tegelijkertijd zijn duidelijke verantwoordelijkheden nodig. Bij toepassingen die invloed hebben op beoordelingen, studieadvies of studentenwelzijn moet een bevoegde professional eindverantwoordelijk blijven.

Begin niet bij de tool, maar bij het doel

Een goede aanpak begint niet met de vraag welke AI-tool een instelling wil gebruiken, maar met het onderwijsdoel dat zij ermee wil bereiken. Kan de technologie studenten sneller van gerichte feedback voorzien? Kan zij docenten ondersteunen bij routinematige werkzaamheden? En levert AI in dat specifieke geval daadwerkelijk meerwaarde op? Een kleinschalige pilot kan helpen om de onderwijswaarde, risico’s en ervaringen van studenten en docenten te beoordelen voordat een toepassing breder wordt ingevoerd.

Daarna zijn duidelijke en praktisch toepasbare afspraken nodig. Studenten moeten weten welke toepassingen zijn toegestaan, welke gegevens zij niet mogen invoeren en wanneer zij het gebruik van AI moeten vermelden. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen toepassingen met een relatief laag risico, zoals hulp bij brainstormen, en toepassingen die gevolgen kunnen hebben voor beoordelingen, studieadvies of welzijn. Hoe groter de mogelijke impact op een student, hoe belangrijker menselijke controle wordt.

Ook de manier waarop studenten worden geëvalueerd, vraagt in dit veranderende landschap om herziening. Zo schrapt Hogeschool Odisee vanaf het academiejaar 2026-2027 de bachelor- en graduaatsproef uit haar opleidingen, omdat dergelijke opdrachten door de opkomst van grote taalmodellen minder uitdagend zijn geworden. In de plaats komen meer praktijkgerichte eindopdrachten, waarbij studenten hun kennis en beoordelingsvermogen in een concrete context moeten toepassen.

AI-geletterdheid wordt een basisvaardigheid op de arbeidsmarkt

De relevantie van AI-geletterdheid stopt niet bij het hoger onderwijs. Studenten bereiden zich voor op een arbeidsmarkt waarin AI steeds vaker onderdeel is van onderzoek, analyse, communicatie en creatieve processen, maar ook Belgische bedrijven maken hier steeds vaker gebruik van. In 2025 gebruikte 34,5 procent van de Belgische bedrijven met tien of meer werknemers ten minste één AI-technologie, tegenover 20 procent gemiddeld in de Europese Unie, volgens Statbel en Eurostat. AI-geletterdheid wordt daarmee een bredere basisvaardigheid, naast communicatie, onderzoek, digitale vaardigheden en kritisch denken.

Vertrouwen en beoordelingsvermogen zijn doorslaggevend

Regels alleen zijn echter niet voldoende. Studenten moeten leren de technologie kritisch te bevragen, de beperkingen ervan te begrijpen en te herkennen wanneer menselijk oordeel het belangrijkst is. De AI-campus moet daarom niet worden gedefinieerd door het aantal beschikbare toepassingen, maar door wat studenten ermee leren.

De studenten die straks vooroplopen, zijn niet degenen die AI het vaakst inzetten. Het zijn degenen die weten wanneer een uitkomst bruikbaar is, wanneer deze ter discussie moet worden gesteld, hoe zij AI kunnen inzetten om nieuwe ideeën te ontwikkelen en wanneer hun eigen oordeel doorslaggevend moet blijven. De AI-campus is er al. De vraag is of studenten worden uitgerust om er richting aan te geven.


Dit is een ingezonden bijdrage van Nele Vervenne, Field Product Manager bij Dell Technologies. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.

Deel LinkedIn E-mail Facebook X
Over de auteur

Gastauteur Redacteur

Meer in Klas